Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Lingewaard houdende regels omtrent rechtspositie raads- en commissieleden (Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Lingewaard 2019)De gemeenteraad van Lingewaard heeft op 18 september 2019 de Verordening rechtspositie raads- en commissieleden Lingewaard 2019 vastgesteld. Deze regeling wordt van kracht op het moment van bekendmaking. Het doel achter deze nieuwe regeling is dat een nieuwe en actuele rechtspositieregeling wordt bewerkstelligd, die voldoet aan de daarvoor geldende eisen en rekening houdend met de overige regelingen op het rechtspositiegebied van raads- en commissieleden. Nadere informatie over de vastgestelde verordening kunt u krijgen bij de raadsgriffie, tel. 026-3260461 of via raadsgriffie@lingewaard.nl. Artikel1.Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet; commissielid: lid van een commissie, bedoeld in de artikelen 82, 83 of 84 van de Gemeentewet, dat niet tevens raadslid is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd; griffier: de griffier, bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet; raadslid: lid van de gemeenteraad. Artikel2.Toelage raadslid onderzoekscommissie en bijzondere commissie 1.Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt per maand voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage toegekend. De toelage is per jaar driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers. 2.Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van maximaal het bedrag genoemd in dat artikellid. 3.Indien een raadslid dat lid wordt c.q. is van een commissie als bedoeld in het eerste en tweede lid, gedurende de looptijd van een maand zijn werkzaamheden begint, beëindigt of vanwege het opheffen van de commissie moet beëindigen, wordt de vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid uitbetaald naar rato van het aantal dagen dat het lidmaatschap in die maand heeft geduurd. Artikel3.Reis- en verblijfkosten raads- en commissieleden voor reizen buiten de gemeente 1.Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur als bedoeld in artikel 97 Gemeentewet worden aan een raads- of commissielid vergoed: de kosten voor het gebruik van openbaar vervoer; bij gebruik van een eigen auto, het maximumbedrag dat door een werkgever aan een werknemer per afgelegde kilometer onbelast kan worden verstrekt. 2.Voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente, ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan een raadslid of commissielid bij gebruik van eigen auto tevens de parkeer-, veer- en tolkosten vergoed; 3.Boetes en naheffingsaanslagen voor parkeren worden niet vergoed. 4.Als een raadslid of commissielid een tijdelijke functionele beperking heeft, kan voor reizen als bedoeld in het eerste lid, een voor de beperking geschikte vervoersvoorziening worden vergoed of ter beschikking gesteld. 5.De noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte werkelijke verblijfkosten die een raadslid of commissielid maakt in verband met reizen buiten het grondgebied ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden ten laste van de gemeente vergoed. Artikel4.Nadere regels niet-partijpolitiek georiënteerde scholing raads- en commissieleden 1.Raads- of commissieleden die willen deelnemen aan niet-partijpolitiek georiënteerde scholing (zoals een cursus, congres, seminar of symposium) in verband met de vervulling van de functie van raads- of commissielid als bedoeld in artikel 3.3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.