Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda houdende regels omtrent gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda; gelet op het bepaalde: in artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht; in artikel 15 en 18 van de Wegenverkeerswet 1994; in artikel 12, 29 en de artikelen 49 t/m 55 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW); in artikel 26 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990); de Regeling gehandicaptenparkeerkaart; overwegende dat: het aanwijzen van een locatie tot gehandicaptenparkeerplaats op kenteken geschiedt door middel van het nemen van een verkeersbesluit; naast het nemen van een verkeersbesluit er ook een beslissing op de aanvraag voor het toekennen van een gehandicaptenparkeerplaats moet worden genomen; er geen regels voor de toekenning en aanleg van gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken zijn vastgesteld; het wenselijk is regels vast te leggen; de aanleg van de gehandicaptenparkeerplaats geschiedt conform deze beleidsregels en met inachtneming van de landelijk geldende normen voor de gehandicaptenparkeerplaats; op grond van artikel 29 van het BABW de kosten kunnen worden verhaald op degene of degenen ten behoeve van wie het bord is geplaatst. besluiten vast te stellen de volgende beleidsregels: Beleidsregels gehandicaptenparkeerplaatsen op kenteken Breda 2019 Artikel1.Begripsbepaling a.Aanvrager: Degene ten behoeve van wie de gehandicaptenparkeerplaats op kenteken wordt aangevraagd; b.Adres: Het adres zoals dit is opgenomen in de Basisregistratie Personen in de gemeente Breda; c.College: Het college van burgemeester en wethouders van Breda; d.Eigen parkeervoorziening: Juridisch eigendom of een gehuurde voorziening binnen de loopafstand vanaf de voordeur van het adres van de aanvrager, zoals benoemd in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart, die geschikt is of geschikt is te maken als gehandicaptenparkeerplaats; e.Gehandicaptenparkeerplaats op kenteken: Een gereserveerde individuele gehandicaptenparkeerplaats nabij het adres van de aanvrager, voorzien van een bord E6 zoals in bijlage I van het RVV 1990 is aangegeven en een onderbord met vermelding van het kentekennummer; f.Huisgenoot: Natuurlijk persoon die op hetzelfde adres als van de aanvrager/ passagier staat ingeschreven; g.Motorvoertuig: Hetgeen daaronder wordt verstaan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990) met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990; h.Parkeren: Het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen; i.RVV: Het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26 juli 1990; j.Verkeersbesluit: Een besluit zoals bedoeld in artikel 18 Wegenverkeerswet en artikel 12 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW); k.Verkeerskundig onderzoek: Onderzoek naar de beschikbare ruimte voor het aanleggen van een gehandicaptenparkeerplaats (zowel op eigen terrein als in de openbare ruimte) binnen de loopafstand, zoals benoemd in de Regeling gehandicaptenparkeerkaart, waarbij in elk geval verkeerstechnische en verkeersveiligheidsaspecten worden onderzocht; Artikel2.Aanvraag verkeersbesluit gehandicaptenparkeerplaats op kenteken 1.Het toekennen of afwijzen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken vindt plaats via een besluit. Dit houdt in dat een aanvraag voor een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken wordt behandeld op basis van de artikelen 4:1 tot en met 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht. 2.Het college kan naar aanleiding van een aanvraag besluiten om een verkeersbesluit te nemen waarbij een bepaalde locatie als gehandicaptenparkeerplaats voor de aanvrager wordt aangewezen. 3.Het college besluit alleen tot het toekennen van een gehandicaptenparkeerplaats indien: de aanvrager inwoner is van de gemeente Breda en ingeschreven staat op een adres in Breda; en de aanvrager in het bezit is van een geldige gehandicaptenparkeerkaart voor een bestuurder of passagier; en de aanvrager of huisgenoot in het bezit is van een geldig rijbewijs voor het betreffende voertuig; en de aanvrager en de eigenaar van het motorvoertuig waarvoor de gehandicaptenparkeerplaats wordt aangevraagd, zijn ingeschreven op hetzelfde adres; en naar het oordeel van het college de aanleg van de gehandicaptenparkeerplaats geen negatief effect heeft op de doelmatigheid, doorstroming en verkeersveiligheid van de weg. Voor zover noodzakelijk kan dit onderbouwd worden met een verkeerskundig onderzoek; en naar het oordeel van het college de gehandicaptenparkeerplaats zonder of met eenvoudige aanpassingen van de inrichting van de straat, het straatprofiel, inclusief groen kan worden aangelegd; en de aanvrager niet beschikt over een eigen parkeervoorziening.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.