Standplaatsenbeleid Maasdriel 20191Inleiding 1.1Algemeen In de openbare ruimte in Maasdriel zijn op meerdere locaties standplaatsen voor ambulante handel. De standplaatsen worden op één of meerdere dagdelen per week gebruikt door verkoopinrichtingen die producten, zoals vis, kaas, groente en fruit, verkopen. Deze ambulante handel voorziet in een behoefte. Daarnaast brengt het ook de nodige levendigheid en is het een verrijking van het voorzieningenaanbod. Het gemeentelijk beleid is er dan ook op gericht om ruimte te bieden aan deze vorm van detailhandel. Op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) van de gemeente Maasdriel is het verboden om zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. Om onevenredige aantasting van de voorzieningenstructuur te voorkomen en om overlast, zoals parkeren, verkeer, stank, hinder en/of uitzicht, te beperken zijn standplaatsen onder voorwaarden toegestaan. Het college kan een vergunning verlenen voor het innemen van een standplaats. Op grond van artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het college de uitoefening van deze bevoegdheid regelen door beleidsregels vast te stellen. De meest recente beleidsregels ten aanzien van standplaatsen dateren uit 2015. Inmiddels voldoen deze beleidsregels niet meer aan de geldende regelgeving en toe aan actualisatie. Zo volgt uit de meest recente jurisprudentie dat standplaatsen schaarse vergunningen zijn en dat moet worden voldaan aan de Europese Dienstenrichtlijn. Dat betekent onder meer gelijke kansen op standplaatsenvergunningen. 1.2Definitie standplaats Onder een standplaats wordt verstaan: Het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel (artikel 5:17 APV). Onder een standplaats wordt niet verstaan een vaste plaats op een jaar- of weekmarkt of tijdens een evenement. Een onderscheid in standplaatsen kan worden gemaakt tussen: vaste standplaats; seizoensgebonden standplaats; tijdelijke standplaats: incidentele en ideële standplaats. Vaste standplaatsOnder een vaste standplaats wordt een vaste locatie verstaan die door de vergunninghouder wordt ingenomen: op de door het college toegewezen dag met een wekelijkse regelmaat, uitgezonderd 6 weken (waarvan maximaal 4 weken aaneengesloten) vakantie per jaar; gedurende 4 uur of langer per dag; wat structureel, dus het gehele jaar door is toegestaan; voor maximaal 5 kalenderjaren. Seizoensgebonden standplaatsOnder een seizoensgebonden standplaats wordt een locatie verstaan die door de vergunninghouder wordt ingenomen: in een door het college toegewezen periode in het seizoen; van waaruit seizoensgebonden producten worden verkocht, zoals oliebollen en ijs; voor maximaal 5 kalenderjaren. Verkoop streekproducten op eigen perceelVoor de verkoop van ter plaatse gekweekte streekproducten, zoals kersen en aardbeien, op eigen perceel vanuit een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel bij een agrarisch bedrijf is op grond van de APV geen vergunning nodig. In bepaalde gevallen kan wel een omgevingsvergunning nodig zijn. Tijdelijke standplaats: incidentele en ideële standplaatsBinnen de gemeente Maasdriel zijn er twee soorten tijdelijke standplaatsen: een incidentele standplaats en een ideële standplaats. Bij beide standplaatsen gaat het om een tijdelijk karakter en worden ze maar voor een korte periode ingenomen. Incidentele standplaatsEen incidentele standplaats is een tijdelijke standplaats die sporadisch en niet stelselmatig wordt ingenomen. Het gaat hier om verkoop of promotie van commerciële producten/diensten. Een incidentele standplaats kan voor één dag(deel) en maximaal 4 aaneensluitende dagen worden ingenomen. Ideële standplaatsEen ideële standplaats is een bijzondere vorm van een tijdelijke standplaats en kan worden ingenomen naar gelang de duur van het onderzoek of project, met een maximum van 2 maanden per kern. Het gaat hier om een standplaats met een maatschappelijk belang. Bijvoorbeeld voor instellingen die voorlichting geven en preventiewerk verrichten op het gebied van de volksgezondheid, zoals het borstkankeronderzoek. 1.3Definitie verkoopinrichting In dit beleid wordt gesproken over verkoopinrichting. Met verkoopinrichting wordt bedoeld: een kraam, een wagen, een tafel of een ander fysiek middel ten behoeve van de verkoop op een standplaats. 1.4Definitie branchering van detailhandel In dit beleid wordt gesproken over branchering. Met branchering wordt bedoeld: beperking van verkoop van dezelfde en aanverwante producten per dag en per week in een dorpskern. Ter voorkoming dat alle standplaatsen door eenzelfde branche worden ingenomen wordt branchering gehanteerd. Branchering schept de mogelijkheid te sturen op de verscheidenheid aan standplaatsen. Op deze wijze wordt in het belang van de consument als ook de andere standplaatsvergunninghouders de diversiteit aan standplaatsen behouden en daarmee de aantrekkelijkheid van de winkelcentra. 2Locaties 2.1Algemeen Het gebruik van openbaar gebied ten behoeve van detailhandelsactiviteiten, zoals het innemen van standplaatsen, heeft consequenties voor het gebied en de omliggende omgeving. Standplaatsen in de dorpskernen en bij winkelcentra vormen echter een waardevolle aanvulling op het bestaande voorzieningenniveau. Bij een standplaats moet voldoende ruimte beschikbaar zijn voor de verkoopinrichting. In de nabijheid van deze verkoopinrichting moet ruimte beschikbaar zijn waar klanten kunnen parkeren. Een gebrek aan parkeerruimte in de onmiddellijke nabijheid kan tot (verkeers)gevaarlijke of hinderlijke situaties leiden, omdat dan geparkeerd wordt op plaatsen waar dat niet mogelijk of toegestaan is. Het college bepaalt ten aanzien van de standplaatsen de afmetingen en de opstelling. 2.2Locaties Vaste locatiesDoor het college zijn voor vaste standplaatsen alleen in de dorpskernen Ammerzoden, Hedel, Heerwaarden en Kerkdriel vaste locaties aangewezen. De betreffende locatiekaarten zitten als bijlagen bij dit beleid. Het betreffen hier parkeerplaatsen die geschikt zijn voor het plaatsen van een verkoopinrichting. De standplaatsen in Ammerzoden, Hedel en Kerkdriel zijn parkeerplaatsen op grond die in eigendom is van de gemeente. Voor het innemen van een standplaats op de parkeerplaats in de Hogestraat in Heerewaarden is toestemming van de Nederlands Hervormde kerk nodig. Voor de overige dorpskernen geldt geen vaste locatie en wordt bij de beoordeling van een locatie getoetst aan de weigeringsgronden zoals genoemd in de APV. In verband met (verkeers)veiligheid wordt advies opgevraagd bij een verkeersdeskundige. Er zijn voor de seizoensgebonden en tijdelijke standplaatsen geen vaste locaties aangewezen. De standplaatsen kunnen ingenomen worden op een locatie naar keuze, mits de locatie niet bezet is door de inname van een vaste standplaats of evenementen waarvoor op grond van artikel 2:25 van de APV al een melding is gedaan of vergunning voor is verleend. De locatie wordt verder getoetst aan de weigeringsgronden zoals genoemd in de APV. In verband met (verkeers)veiligheid wordt advies opgevraagd bij een verkeersdeskundige. Tabel vaste standplaatsenKern Locatie Maximum vergunningen per kern Maximaal standplaatsen per dag en locatie Maximaal standplaatsen per branche: Stroomkast van gemeente per week per dag Alem geen vaste locatie 1 1 1 1 Ammerzoden winkelcentrum De Haar 3 2 2 1 ja Hedel parkeerplaats op de hoek Kasteellaan / Voorstraat 6 2 3 1 ja Heerewaarden parkeerplaatsen bij de NH-Kerk in de Hogestraat 4 1 1 1 ja Hoenzadriel geen vaste locatie 1 1 1 1 Hurwenen geen vaste locatie 1 1 1 1 Kerkdriel Mgr. Zwijsenplein 3 1 3 1 ja Rossum geen vaste locatie 3 3 2 1 Velddriel geen vaste locatie 2 2 1 1 Well geen vaste locatie 1 1 1 1 Wellseind geen vaste locatie 1 1 1 1 Voor elektriciteit kan op de vaste locaties gebruik worden gemaakt van een gemeentelijke stroomkast. Hiervoor worden kosten in rekening gebracht, zoals zijn opgenomen in de Verordening op de heffing en de invordering van standplaatsvergoedingen en marktgelden. 2.3Overlast De Wet milieubeheer bevat regels ten aanzien van inrichtingen die hinder of overlast kunnen veroorzaken voor de omgeving. Deze bepalingen gelden ook voor standplaatshouders van een verkoopinrichting. Vooral aan (geur)overlast veroorzakende en voedsel bereidende verkoopinrichtingen worden milieueisen gesteld. Er worden onder andere eisen gesteld met betrekking tot afvalstoffen en het voorkomen van (geur)overlast. Voor het bereiden van voedingsmiddelen moet voldaan worden aan de regels van het Activiteitenbesluit Milieubeheer. Deze regels voorkomen dan wel beperken de geurhinder. 2.4Ondergrond voor andere doeleinden nodig Het kan voorkomen dat de gemeente Maasdriel de ondergrond van de standplaats dan wel de directe omgeving daarvan voor andere doeleinden nodig heeft in verband met bepaalde activiteiten, zoals kermis, carnaval en paardenmarkt. Tijdens dergelijke activiteiten zijn dan ook de vaste standplaatsen op de betrokken locaties alleen te benutten indien daarvoor vooraf door de gemeente toestemming is verleend. 3Standplaatsvergunning 3.1Algemeen Een standplaatsvergunning is ingevolge artikel 1:5 van de APV een persoonsgebonden vergunning en mag derhalve niet aan een ander worden afgestaan of in gebruik worden gegeven. De artikelen 5:17 tot en met 5:20 van de APV hebben betrekking op de standplaatsen. 3.2Indieningsvereisten Voor het verkrijgen van een standplaatsvergunning komt uitsluitend in aanmerking een natuurlijk persoon die de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt en een aanvraag via het daarvoor beschikbaar gestelde aanvraagformulier heeft ingediend bij het college. De aanvraag om een standplaatsvergunning bevat in elk geval de volgende gegevens en documenten: naam, adres en woonplaats van de persoon; de gewenste locatie inclusief locatiekaart (bij een vaste locatie kan hiervoor de kaart worden gebruikt die als bijlage bij dit beleid zit); de voorkeurs dag(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.