Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente UitgeestVERORDENING MATERIËLE FINANCIELE GELIJKSTELLING ONDERWIJS GEMEENTE UITGEEST Gebaseerd op artikel 140 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 134 van de Wet op de expertisecentra en artikel 96g van de Wet op het voortgezet onderwijs. Verordening, vastgesteld bij Raadsbesluit van 25 januari 2000, nummer 01/06, in werking getreden op 1 januari 2000 1e wijziging: Bij Raadsbesluit van 29 maart 2007, nummer 07/20, in werking getreden met ingang van 15 april 2007. HOOFDSTUK1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder: het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Uitgeest; schoolbestuur: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde in de gemeente gelegen openbare of bijzondere school, of, voorzover in deze verordening is bepaald, van een nevenvestiging waarvan de hoofdvestiging is gele-gen in een andere gemeente; school: school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; nevenvestiging: deel van een school dat door de minister ingevolge artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht; voorziening: een voorziening zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening; aanvullende voorziening: een door het college vastgestelde nieuwe voorziening waarmee de verordening tijdelijk wordt aangevuld; indieningsdatum: uiterste moment zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een aanvraag voor een voorziening voor het eerste daaropvolgende tijdvak moet zijn ingediend; toekenningscriteria: de omstandigheden zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waaronder een schoolbestuur in aanmerking komt voor een voorziening of een aanvullende voorziening; tijdvak: periode zoals opgenomen in de bijlage Voorzieningen van deze verordening, waarvoor een voorziening wordt toegekend; subsidieplafond: het door de raad of het college vastgestelde bedrag, voor een door de raad aangewezen voorziening, dat ten hoogste beschikbaar is binnen een bepaald tijdvak; feitelijke beschikbaarstelling: de beschikking van het college waarbij een voorziening of aanvullende voorziening in natura beschikbaar wordt gesteld; subsidievaststelling: de beschikking van het college waarin het subsidiebedrag voor een voorziening of aanvullende voorziening definitief wordt vastgesteld en een recht op uitbetaling ontstaat. Artikel2Subsidieplafond en verdelingsregels De raad kan voor een voorziening een subsidieplafond vaststellen. Hierbij bepaalt de raad hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. De raad kan voor een voorziening het gestelde in het eerste lid overdragen aan het college. het college neemt daarbij de gemeentebegroting in acht. het college maakt het subsidieplafond en de wijze van verdeling van het beschikbare bedrag, uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum aan de schoolbesturen bekend. Artikel3Aanvullende voorziening het college kan bepalen dat de verordening tijdelijk wordt aangevuld met een voorziening. het college stelt de toekenningscriteria vast waaronder aanspraak bestaat op de aanvullende voorziening. Artikel4Jaarlijks overzicht Jaarlijks voor 1 juli zendt het college aan de schoolbesturen een overzicht van de op basis van deze verordening toegekende voorzieningen. Het overzicht omvat de periode van 1 juni van het voorafgaande jaar tot en met 31 mei van het jaar van toezending. HOOFDSTUK2Procedures Paragraaf2.1Aanvraag voorzieningen; weigeringsgronden Artikel5Toevoegen, wijzigen en intrekken Een wijziging van de verordening die leidt tot het toevoegen, wijzigen of intrekken van een voorziening, wordt uiterlijk zes weken voor de indieningsdatum bekendgemaakt door het college. Artikel6Indiening aanvraag Het schoolbestuur dat een voorziening voor het eerste daaropvolgend tijdvak wenst, dient voor de indieningsdatum een aanvraag in bij het college. De indieningsdatum is niet van toepassing indien voor de voorziening is bepaald dat een indieningsdatum niet is voorgeschreven. Indien de aanvraag niet voor de indieningsdatum is ingediend, besluit het college om de aanvraag niet te behandelen. De aanvraag vermeldt: naam en adres van het schoolbestuur; de dagtekening; de gewenste voorziening; de naam van de school en de onderwijssoort indien de voorziening is bestemd voor een school; een motivering dat wordt voldaan aan de toekenningscriteria. Bij het ontbreken van een of meer gegevens deelt het college dit schriftelijk mee aan het schoolbestuur. Daarbij krijgt het schoolbestuur de gelegenheid om binnen drie weken na de datum van verzending van de mededeling de gegevens schriftelijk aan te vullen. Indien het schoolbestuur de ontbrekende gegevens niet binnen deze termijn verstrekt, beslist het college de aanvraag niet te behandelen. Artikel7Beslissingstermijn het college besluit binnen twaalf weken na de indieningdatum op een aanvraag. Indien ten aanzien van een voorziening geen indieningdatum is voorgeschreven, beslissen burgemeester en wethouders binnen twaalf weken na ontvangst van de aanvraag. Het college kan de termijn van twaalf weken met vier weken verlengen. Bij verlenging wordt uiterlijk twee weken voor het einde van de termijn van twaalf weken hiervan door het college schriftelijk mededeling gedaan aan het schoolbestuur. Hierbij geven zij de reden voor de verlenging aan. Het college stelt binnen twee weken na de datum van de beschikking op de aanvraag het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis. Artikel8Weigeringsgronden Het college weigert de voorziening in ieder geval indien: de gewenste voorziening geen voorziening is in de zin van de verordening; niet is voldaan aan één van de toekenningscriteria; door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. Paragraaf2.2Aanvraag aanvullende voorzieningen; Artikel9Indiening aanvraag Het schoolbestuur dat een aanvullende voorziening wenst, dient een aanvraag in bij het college. Op de aanvraag is artikel 6, tweede en derde lid, van toepassing. Artikel10Beslissingstermijn Het college besluit binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag of binnen vier weken na de verstrekking van de aanvullende gegevens. Binnen twee weken na de datum van de beschikking stelt het college het schoolbestuur hiervan schriftelijk in kennis. Artikel11Weigeringsgronden Het college weigert de aanvullende voorziening in ieder geval indien: de gevraagde voorziening geen aanvullende voorziening zoals bedoeld in artikel 3 is; niet is voldaan aan een van de toekenningscriteria. Paragraaf2.3Toekenning; intrekking of wijziging; verbod vervreemding Artikel12Inhoud beschikking tot toekenning; betaling De beschikking van het college tot toekenning van een voorziening of een aanvullende voorziening kan inhouden: feitelijke beschikbaarstelling van de voorziening; of een subsidievaststelling. De beschikking bevat: het tijdvak en het doel waarvoor de voorziening is toegekend; de wijze waarop het schoolbestuur de voorziening dient uit te voeren. De beschikking tot subsidievaststelling bevat voorts: het bedrag van de subsidie ; voorzover van belang de wijze waarop rekening en verantwoording door het schoolbestuur wordt afgelegd aan het college. De betaling van het subsidiebedrag vindt binnen zes weken na de subsidievaststelling plaats. Artikel13Intrekken of wijzigen beschikking Het college kan een beschikking intrekken of ten nadele van het schoolbestuur wijzigen: op grond van feiten en omstandigheden waarvan het college bij de toekenning van de voorziening redelijkerwijs niet op de hoogte konden zijn en op grond waarvan de toekenning van de voorziening anderszins zou hebben plaatsgevonden; indien het schoolbestuur niet voldoet aan de in de beschikking gestelde verplichtingen; indien de beschikking onjuist was en het schoolbestuur dit wist of behoorde te weten. De intrekking of wijziging van een beschikking tot subsidievaststelling werkt terug tot en met het tijdstip van toekenning van de voorziening, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald. Artikel14Terugvordering Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen kunnen worden teruggevorderd voorzover na de dag waarop de subsidie is vastgesteld, dan wel de handelingen als bedoeld in artikel 13, eerste lid onder b, heeft plaatsgevonden, nog geen vijf jaren zijn verstreken. Ten onrechte feitelijk beschikbaar gestelde voorzieningen kunnen worden teruggevorderd voor zover na de dag waarop de voorziening is toegekend nog geen vijf jaren zijn verstreken en de aard van de voorziening dit mogelijk maakt. Artikel15Verbod tot vervreemding Vervreemding door het schoolbestuur van op basis van deze verordening toegekende voorzieningen, is niet toegestaan zonder toestemming van het college tenzij sprake is van een overdracht van voorzieningen aan een ander schoolbestuur als gevolg van samenvoeging van het betreffende schoolbestuur met een ander schoolbestuur. HOOFDSTUK3Slotbepalingen Artikel16Informatieverstrekking Het schoolbestuur verstrekt op verzoek van het college nadere gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het bepaalde in deze verordening. Artikel17Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet voorziet In gevallen, de uitvoering van de verordening betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college. Artikel18Citeertitel; inwerkingtreding De verordening kan worden aangehaald als: Verordening materiële financiële gelijkstelling onderwijs gemeente Uitgeest. De verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.