← Nederland

Verordening Bedrijveninvesteringszone Valkenburg aan de Geul 2020-2024 (Valkenburg aan de Geul)

Verordening Bedrijveninvesteringszone Valkenburg aan de Geul 2020-2024De raad van de gemeente Valkenburg aan de Geul, Op voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Valkenburg d.d. 21 mei 2019; Gezien het advies van de commissie Economie Financiën Toerisme en Recreatie de dato 12 juni 2019; Gelet op de wet op de Bedrijveninvesteringszones; Gezien de concept uitvoeringsovereenkomst d.d. 21 mei 2019, waarmee ingestemd door het college van Burgemeester en Wethouders d.d. 21 mei 2019, welke wordt gesloten met de Stichting BIZ Valkenburg na formele oprichting van de stichting; Besluit: Vast te stellen de verordening Bedrijveninvesteringszone Valkenburg aan de Geul 2020-2024 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: wet: Wet op de bedrijveninvesteringszones bedrijveninvesteringszone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het aangewezen gebied is vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende kaart in Bijlage 1; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenburg aan de Geul; uitvoeringsovereenkomst: tussen de gemeente Valkenburg aan de Geul en Stichting BIZ Valkenburg op een nader te bepalen moment na formele oprichting van de Stichting BIZ gesloten overeenkomst als bedoeld in artikel 7, derde lid, van de wet. De concept-uitvoeringsovereenkomst is op 21 mei 2019 behandeld in het college en het college heeft ingestemd met de inhoud hiervan; Hoofdstuk2Belastingbepalingen Artikel2Belastbaar feit en aard van de belasting 1.Onder de naam ‘BIZ-bijdrage’ wordt jaarlijks een directe belasting geheven ter zake van binnen de bedrijveninvesteringszone gelegen onroerende zaken die op grond van artikel 220a Gemeentewet niet in hoofdzaak tot woning dienen en in de WOZ-administratie staan geregistreerd met een objectsoortcode zoals opgenomen in Bijlage 2 ‘Belastingobjecten BIZ-bijdrage’, behorende bij en deel uitmakende van deze verordening. 2.De BIZ-bijdrage wordt geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten in de openbare ruimte en op internet, die zijn gericht op het bevorderen van de leefbaarheid of de veiligheid in de bedrijveninvesteringszone of de ruimtelijke kwaliteit of de economische ontwikkeling van de bedrijveninvesteringszone. Artikel3Belastingobject Belastingobject is de onroerende zaak bedoeld in artikel 16 van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel4Belastingplicht 1.De BIZ-bijdrage wordt geheven van: de gebruiker, zijnde degene die bij het begin van het kalenderjaar al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht een in de bedrijveninvesteringszone gelegen belastingobject gebruikt. 2.Voor de toepassing van dit artikel wordt: gebruik door degene aan wie een deel van een belastingobject in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven. het ter beschikking stellen van een belastingobject voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die dat belastingobject ter beschikking heeft gesteld; degene die het belastingobject ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat belastingobject ter beschikking is gesteld. Artikel5Maatstaf van heffing 1.De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde zoals deze geldt voor het kalenderjaar. 2.Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met toepassing van artikel 6, alsmede met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel6Vrijstellingen 1.In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928 , met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige werken die dienen als woning; werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken. belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst van de gemeente; straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning; belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs; belastingobjecten die worden beheerd door een vereniging of stichting die geen onderneming drijft, voor zover die objecten bestemd en in gebruik zijn voor het geven van onderwijs, voor club- en buurthuiswerk, voor de beoefening van sport, kunst of cultuur, of voor andere activiteiten van sociale of culturele aard; belastingobjecten voor zover die bestemd en in gebruik zijn voor de publieke dienst ter zake van brandweerzorg, rampenbeheersing, crisisbeheersing, geneeskundige hulpverlening in de regio en de handhaving van de openbare orde en veiligheid; 2.In afwijking in zoverre van artikel 5 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf voor de BIZ-bijdrage van de gebruiker buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van het belastingobject die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel7Tarief BIZ-bijdrage 1.Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt voor de belastingjaren 2021 tot en met 2024 voor de gebruiker van een belastingobject behorende tot een van de categorieën zoals vermeld in Bijlage 2 ‘Belastingobjecten BIZ-bijdrage’, behorende bij en deel uitmakende van deze verordening: Categorie A (Detailhandel) bij een WOZ-waarde van 2021 2022 2023 2024

  1. Niet meer dan € 150.000 € 255,00 € 260,10 € 265,30 € 270,61
  2. Meer dan € 150.000,00 maar niet meer dan € 250.000,00 € 357,00 €364,14 € 371,42 € 378,85
  3. Meer dan € 250.000,00 maar niet meer dan € 350.000,00 € 510,00 € 520,20 € 530,60 € 541,22
  4. Meer dan € 350.000,00 maar niet meer dan € 500.000,00 € 765,00 € 780,30 € 795,91 € 811,82
  5. Meer dan € 500.000,00 € 1.020,00 € 1.040,40 € 1.061,21 € 1.082,43 Categorie B (Restaurant/bar/café en Attractie) bij een WOZ-waarde van 2021 2022 2023 2024
  6. Niet meer dan € 150.000 € 306,00 € 312,12 € 318,36 € 324,73
  7. Meer dan € 150.000,00 maar niet meer dan € 250.000,00 € 459,00 € 468,18 € 477,54 € 487,09
  8. Meer dan € 250.000,00 maar niet meer dan € 350.000,00 € 612,00 € 624,24 € 636,72 € 649,46
  9. Meer dan € 350.000,00 maar niet meer dan € 500.000,00 € 765,00 € 780,30 € 795,91 € 811,82
  10. Meer dan € 500.000,00 maar niet meer dan € 1.000.000,00 € 1.275,00 € 1.300,50 € 1.326,51 € 1.353,04
  11. Meer dan € 1.000.000,00 € 1.785,00 € 1.820,70 € 1.857,11 € 1.894,26 Categorie C (Logiesverstrekker) bij een WOZ-waarde van 2021 2022 2023 2024
  12. Niet meer dan € 150.000 € 306,00 € 312,12 € 318,36 € 324,73
  13. Meer dan € 150.000,00 maar niet meer dan € 250.000,00 € 459,00 € 468,18 € 477,54 € 487,09
  14. Meer dan € 250.000,00 maar niet meer dan € 350.000,00 € 612,00 € 624,24 € 636,72 € 649,46
  15. Meer dan € 350.000,00 maar niet meer dan € 500.000,00 € 765,00 € 780,30 € 795,91 € 811,82
  16. Meer dan € 500.000,00 maar niet meer dan € 1.000.000,00 € 1.275,00 € 1.300,50 € 1.326,51 € 1.353,04
  17. Meer dan € 1.000.000,00 maar niet meer dan € 2.500.000,00 € 1.785,00 € 1.820,70 € 1.857,11 € 1.894,26
  18. Meer dan € 2.500.000,00 € 2.550,00 € 2.601,00 € 2.653,02 € 2.706,08 2.Bij een heffingsmaatstaf van minder dan € 10.000 wordt geen BIZ-bijdrage geheven. Artikel8Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt jaarlijks bij wege van aanslag geheven. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald: Bij niet-automatische incasso: in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede een maand later; Bij automatische incasso: in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vier en maximaal tien bedraagt. 2.In afwijking van het eerste lid, onder b geldt, dat de aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke betaaltermijnen, ingeval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een aanslag bevat, het bedrag van deze aanslag hoger is dan € 20.000,-. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later. 3.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen. Artikel10Looptijd belastingheffing De BIZ-bijdrage wordt ingesteld voor een periode van 4 jaar. Artikel11.Nadere regels door het college Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage. Hoofdstuk3Subsidiebepalingen Artikel12Buiten toepassing algemene subsidieverordening Op de subsidie op grond van deze verordening is de algemene subsidieverordening Valkenburg aan de Geul niet van toepassing. Artikel13Aanwijzing Stichting De Stichting BIZ Valkenburg wordt aangewezen als de Stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet. Artikel14Subsidievaststelling 1.De subsidie voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de uitvoeringsovereenkomst wordt verstrekt aan de in artikel 13 aangewezen Stichting. 2.De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen, nadat daarop de perceptiekosten in mindering zijn gebracht. 3.Voor zover dit niet reeds is geschied in de uitvoeringsovereenkomst, kan het college nadere regels stellen met betrekking tot de verplichtingen van de subsidie-ontvanger. Artikel15Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  19. Artikel16Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: verordening Bedrijveninvesteringszone Valkenburg aan de Geul 2020-
  20. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad, gehouden op1 juli 2019.mr. J.W.L. Pluijmen, dr. J.J. Schrijen,griffier voorzitterBijlage1Het aangewezen gebied Het bij de verordening Bedrijveninvesteringszone Valkenburg aan de Geul 2020-2014 aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven is weergegeven op de volgende kaart. Bijlage2Belastingobjecten BIZ-bijdrage Bijlage 2 verordening Bedrijveninvesteringszone Valkenburg aan de Geul 2020-2024 Belastingobjecten voor de BIZ-bijdrage (artikel 2 lid 1, van de verordening) Objectsoortcode Objectomschrijving Categorie A Detailhandel 2110 (detail)handel / winkel met woning 2111 winkel met woning 2113 toonzaal met woning 2114 kiosk met woning 2119 (detail)handel (overig) met woning 3110 (detail)handel / winkel 3111 winkel 3113 Toonzaal 3114 Kiosk 3115 Commerciële ruimte 3116 Supermarkt 3117 Grootschalige retail (periferie) 3118 Warenhuis 3119 Overig (detail)handel 3638 Benzinestation Categorie B Restaurant / Bar / Cafe en Attracties 2120 Horeca met woning 2121 Cafetaria / snackbar met woning 2122 Café / bar / restaurant met woning 2123 Bar / dancing / discotheek met woning 2127 Casino / Amusementenhal met woning 2129 Horeca (overig) met woning 2510 Sport / recreatie met woning 3120 Horeca 3121 Cafetaria / snackbar 3122 Cafe / bar / restaurant 3123 Bar / dancing / discotheek 3127 Casino / amusementenhal 3129 Overig horeca 3410 Cultuur 3411 Schouwburg / concertgebouw / theater 3412 Congresgebouw 3413 Museum 3414 Expositiehal / evenementenhal 3415 Bioscoop 3510 Sport / recreatie 3518 Recreatie / sportcentrum 3522 Sauna 3527 Pretpark 3528 Dierentuin 3529 Overige sport en recreatie Categorie C Logiesverstrekker 2124 Hotel / motel met woning 2125 Pension / logiesgebouw met woning 2126 Jeugdherberg met woning 2525 Camping met woning 3124 Hotel / motel 3125 Pension / logiesgebouw 3126 Jeugdherberg 3525 Camping 3526 Bungalowpark 3532 Kampeerboerderij

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.