VERORDENING TOESLAGEN EN VERLAGINGEN WET WERK EN BIJSTAND 2007 Verordening, vastgesteld bij Raadsbesluit van 21 december 2006, nummer 06/122, in werking getreden met ingang van 1 januari 2007, per die datum is de Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2004, vastgesteld bij Raadsbesluit van 18 december 2003, nummer 03/104 ingetrokken. Gebaseerd op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 8, lid 1, onder c juncto artikel 30 van de Wet Werk en Bijstand Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen. In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet werk en bijstand; college: het college van burgemeester en wethouders; woning: een woning, een woonwagen of een woonschip; woonkosten: indien een huurwoning wordt bewoond, de geldende huurprijs; of indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente, de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar de omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud; gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21, onder c, van de wet. verzorgingsbehoevende: persoon, die zonder de verzorging zou zijn aangewezen op opname in een instelling ter verzorging of verpleging. Voor zover niet anders bepaald, worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet en de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk2Categorieën Artikel2Categorieaanduiding Voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder, doch jonger dan 65 jaar, aan wie bijstand kan worden verleend, geldt een categorieaanduiding. De categorieën worden aangeduid als: alleenstaande; alleenstaande ouder; of gehuwde. Hoofdstuk3Criteria voor het verhogen van de bijstandsnorm Artikel3Verhogingscriteria De toeslag als bedoeld in artikel 25, lid 1, van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wier woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. De toeslag als bedoeld in artikel 25, lid 1, van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wier woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander, die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: niet ten laste komende kinderen, jonger dan 21 jaar met een inkomen van ten hoogste 85% van de norm als bedoeld in artikel 21, onder a, van de wet; de alleenstaande of alleenstaande ouder, die verzorgingsbehoevende is dan wel in wiens woning een verzorgingsbehoevende zijn hoofdverblijf heeft. Hoofdstuk4Criteria voor het verlagen van de bijstandsnorm of de toeslag Artikel4Verlagingen bijstandsnorm gehuwden De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm voor gehuwden, in wiens woning een ander zijn hoofdverblijf heeft. Lid 3 van artikel 3 is van overeenkomstige toepassing. Artikel5Verlagingen bij ontbreken woonkosten De verlaging als bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt 18% van de gehuwdennorm, indien een woning wordt bewoond waaraan geen woonkosten verbonden zijn. De verlaging als bedoeld in lid 1 kan voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder niet leiden tot een uitkering, die lager is dan de norm als bedoeld in artikel 21, onder a of b, van de wet. Hoofdstuk5Slotbepalingen Artikel6Opdracht college De uitvoering van deze verordening berust bij het college. Artikel7Hardheidsclausule In gevallen waarin de toepassing van deze verordening een bijzondere hardheid zou betekenen voor de belanghebbende is het college bevoegd om af te wijken van het bepaalde in de artikelen 3 tot en met 5. Artikel8Intrekking De Verordening toeslagen en verlagingen Wet werk en bijstand 2004, hierna te noemen “oude verordening”, wordt ingetrokken op 1 januari 2007. Artikel9Overgangsrecht De oude verordening blijft tot 1 juli 2008 van toepassing voor degene die op 31 december 2006 recht heeft op algemene bijstand – en wiens recht op 1 januari 2007 niet is geëindigd – en die op grond van de onderhavige verordening recht heeft op een lagere toeslag of een hogere verlaging dan met toepassing van de oude verordening. De in het eerste lid bedoelde toepassing van de oude verordening eindigt zodra een wijziging van de omstandigheden van belanghebbende optreedt of is opgetreden, die leidt tot aanpassing van de bijstandsnorm en/of de toeslag of verlaging. Artikel10Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2007. Artikel11Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeslagen en verlagingen WWB 2007.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.