← Nederland

Woonvisie Westerwolde 2019-2024 (Westerwolde)

Woonvisie Westerwolde 2019-2024Herplaatsing van Gemeenteblad 2019, 231455 i.v.m. niet gepubliceerd op de lokale wet en regelgeving. Voorwoord Voor u ligt de nieuwe Woonvisie 2019-2024 van de gemeente Westerwolde. In deze woonvisie omschrijven we de koers die we de komende vijf jaar willen gaan varen op het gebied van wonen, met een doorkijk naar de ontwikkelingen in Westerwolde de komende tien jaar. Samen met onze partners op het gebied van wonen hebben we deze koers uitgezet, en samen gaan we de komende jaren aan de slag om deze te verwezenlijken. Als gemeente vinden we het belangrijk dat iedereen die in Westerwolde wil wonen, ook een plek kan vinden in de gemeente om fijn en goed te kunnen wonen. Stip op de horizon van deze woonvisie is dan ook dat Westerwolde een aantrekkelijk en vitaal woongebied in de Oost-Groningse regio is en blijft de komende jaren. Met deze koers sturen we op het vitaal houden van de Westerwoldse woningvoorraad, met ruimte voor vernieuwing waar dat nodig is. We creëren meer flexibiliteit en ruimte op het gebied van nieuwbouw, maar wegen dit altijd goed af tegen de bestaande woningvoorraad. De bestaande voorraad staat centraal binnen deze koers. We zetten in op verduurzaming van de woningen om zo te zorgen voor meer wooncomfort, lagere energielasten en waardebehoud. Daarbij houden we rekening met de kaders van wat lokaal en regionaal nodig en mogelijk is. En respecteren we de afspraken die we samen met onze Oost-Groningse partners hebben gemaakt op het gebied van wonen. Deze koers is uitgezet door nauwe samenwerking met, en met input van diverse partijen: in de grotere Oost-Groningse regio, met de Westerwoldse stakeholders en bovenal de inwoners van Westerwolde. Een woord van dank aan alle betrokkenen is dan ook op zijn plaats, voor de positieve samenwerking en voor de input die is gegeven. Dit weerspiegelt het belang dat men hecht aan een heldere koers op het vlak van wonen in Westerwolde, en de grote betrokkenheid van onze stakeholders. Met deze nieuwe Woonvisie willen we samen werken aan een aantrekkelijke en vitale woonomgeving voor iedereen die in de gemeente woont of wil wonen. Wonen in Westerwolde doen we samen. Bart Huizing, Wethouder Wonen en Leefbaarheid Samenvatting Iedereen die wil wonen in Westerwolde moet daar ook kunnen wonen!We willen dat wonen in Westerwolde aantrekkelijk blijft en waar nodig de woningvoorraad vernieuwen. Om Westerwolde meer op de kaart te zetten als uniek en aantrekkelijk woongebied gaan we sterker inzetten op marketing en promotie van het Westerwoldse woongebied. Maar bovenal willen we inzetten op daadwerkelijke revitalisering en verbetering van het Westerwoldse woonklimaat! In deze woonvisie geven we aan hoe we daar willen komen. We brengen nieuwe dynamiek en doorstroming op de Westerwoldse woningmarkt weer in gangPartners en stakeholders die zich bewegen op de Westerwoldse woningmarkt (zowel bewoners, professionals als het maatschappelijk veld) ervoeren de afgelopen jaren een zekere mate van 'stilstand' op de woningmarkt. De wens om weer dynamiek en doorstroming in Westerwolde op gang te brengen is daarom groot. Daar willen we als gemeente dan ook gehoor aan geven. Belangrijk is aandacht voor de bestaande woningvoorraad: vernieuwen, verduurzamen en monitorenNaast aandacht voor nieuwe woningen, is het vooral ook belangrijk veel aandacht te schenken aan de bestaande woningvoorraad en de samenhang met de verschillende opgaven die op de woningmarkt van Westerwolde afkomen. Het grootste deel van de in de toekomst nodige woningvoorraad in de gemeente staat er al. De bestaande voorraad in Westerwolde vormt daarom het uitgangspunt in deze woonvisie. In kwantitatieve zin zijn er in principe geen nieuwe woningen nodig, maar een deel van de voorraad is incourant. Voor een aantrekkelijke woningmarkt is het echter noodzakelijk dat er ruimte komt voor vernieuwing en kwaliteitsverbetering. Op sommige locaties zal (op termijn) gesloopt moeten worden. We focussen ons op vijf speerpunten:

  1. Vernieuwen en vitaal houden: ruimte voor 200 extra nieuwbouwwoningen voor kwalitatieve verrijking en vernieuwingOm de dynamiek en doorstroming weer op gang te brengen en de woningvoorraad in Westerwolde vitaal te houden, maken we ruimte voor goede nieuwe woningbouwinitiatieven die een toevoeging vormen op de bestaande voorraad. We zetten in op de realisatie van 200 nieuwbouwwoningen om hiaten in de bestaande voorraad in te vullen en de woningmarkt een impuls te geven. Binnen de bestaande planvoorraad kijken we goed naar de plannen die nog wenselijk en reëel zijn (ondanks de behoefte aan nieuwbouw in de gemeente zijn deze plannen namelijk niet ontwikkeld). Om de nieuwbouw mogelijk te maken moeten we een goede strategie opzetten, zodat het toevoegen van woningen niet voor ongewenste neveneffecten (leegstand, verpaupering, waardedaling, etc.) zorgt. Op basis van de prognoses waarin een verdere daling van het aantal inwoners en huishoudens wordt voorspeld, moeten we voorsorteren om eventuele problemen op de woningmarkt op te kunnen pakken. We slopen echter alleen op basis van goede monitoring van de huishoudensontwikkeling en werkelijke leegstandsontwikkeling. Extra mogelijk in centrumkern* Extra mogelijk in woonkernen** Extra mogelijk in kleine kernen*** Totaal extra in Westerwolde Extra nieuwe woningen mogelijk vanuit woonvisie 75 75 50 200 *Ter Apel **Bellingwolde, Blijham & Vlagtwedde ***Overige kernen Gewenste volume nog toevoegen in grotere kernen, en ruimte voor acupunctuur in de kleinere kernenMet deze extra ruimte wordt tegemoet gekomen aan de wens om beperkt nieuwbouwvolume toe te voegen in de grotere kernen, en in de kleinere kernen 'acupunctuur' te plegen, om doorstroom te bevorderen. Daarom worden in de centrumkern Ter Apel 75 extra nieuwe woningen toegestaan, en in de woonkernen Bellingwolde, Blijham en Vlagtwedde samen eveneens 75 extra woningen. In de kleine kernen kunnen in totaal 50 extra woningen worden toegevoegd. We denken hier niet aan een extra woonwijk, maar hebben een voorkeur voor verspreide kleinschalige plannen, die aansluiten bij de vraag die zich op dat moment aandient in de kleinere kernen. In het buitengebied worden in principe geen bouwmogelijkheden toegevoegd. Met deze woonvisie scheppen wij als gemeente de kaders waarbinnen de invulling van deze 200 extra nieuwbouwmogelijkheden plaats zal moeten vinden. Het ontwikkelen van initiatieven wordt overgelaten aan de samenleving, corporaties en de markt in Westerwolde – dat betekent dat de gemeente niet zelf als ontwikkelende partij zal optreden, maar extra woningbouw zal faciliteren. Daarbij de juiste woningen op de juiste plekken toevoegen: voor de juiste doelgroepen en complementair aan de bestaande woningvoorraad...Door het formuleren van een PMC-strategie (PMC = Product-Marktcombinatie) geven we invulling aan de kwalitatieve opgaven die er nog op de Westerwoldse woningmarkt liggen. Deze PMC-strategie voor de verschillende typen kernen in de gemeente vormt het kader waarbinnen verrijking en vernieuwing van de woningvoorraad wordt vormgegeven. Op die manier zorgen we er voor dat de nieuwbouwmogelijkheden ook op de juiste manier worden ingezet. Zo wordt gebouwd voor de juiste doelgroepen en complementair aan de bestaande woningvoorraad. ...en vernieuwen waar dat nodig is, en daarbij inzetten op structuurversterkingToevoeging aan de voorraad vindt plaats op plekken waar dit van meerwaarde is voor de omgeving: structuurversterking. Het aantal woningen dat toegevoegd kan worden is beperkt, dus die toevoeging moet gebeuren op plekken waar de meerwaarde groot is. Denk hierbij aan beeldbepalende of centrale plekken in de kern. Daarnaast kunnen onaantrekkelijk ogende plekken, zoals potentiële ‘rotte kiezen’ of leegstaande panden, worden opgeknapt. Bouwen op structuurversterkende plekken zorgt voor meer levendigheid, meer ruimtelijke kwaliteit en meer draagvlak voor voorzieningen. Op termijn slopen van incourante woningenOm de extra nieuwbouw van 200 woningen mogelijk te kunnen maken, en de vraag- aanbod balans zo min mogelijk te verstoren, zullen er op termijn naar verwachting 400 woningen worden onttrokken aan de woningvoorraad (worden gesloopt). Het slopen van woningen kost geld en de gemeente zal, wanneer het om koopwoningen gaat, een groot deel van de kosten moeten dragen. Een deel van de op termijn te slopen woningen zal binnen het bezit van de woningcorporaties vallen. Voor het behoud van een goed woonklimaat start de gemeente daarom met het opbouwen van een reserve waaruit, op termijn, de kosten voor het onttrekken van woningen kan worden gefinancierd.
  2. Een kwaliteitsimpuls voor de (sociale) huurvoorraadHet tweede speerpunt is het op peil houden en verbeteren van de kwaliteit van de sociale huurvoorraad. Er moeten voldoende sociale huurwoningen beschikbaar zijn voor onze inwoners, en die woningen moeten kwalitatief goed zijn. We werken met de corporaties aan vernieuwing en kwaliteitsverbetering van de sociale huurvoorraad. Samen met hen ontwikkelen we een toekomstvisie op wijkniveau. Ook doen we mee met het Oost-Groningse inpondfonds1Het inpondfonds is een van de instrumenten in de menukaart Oost-Groningen. Inponden is het opkopen van particuliere woningen en deze vervolgens te verhuren., en onderzoeken we samen met de regio op welke manier dit instrument zo goed mogelijk kan worden ingezet voor kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad. Het uitponden2Uitponden is het verkopen van huurwoningen door woningcorporaties. van sociale huur staan we in principe niet toe. Tenslotte blijven we de sociale huurvoorraad en de effecten van flexibele toevoegingen aan de voorraad nauwlettend in de gaten houden door goede monitoring.
  3. Verbeteren van de particuliere voorraadHet overgrote deel van de opgave voor de Westerwoldse woningmarkt ligt in het op peil en vitaal houden van de bestaande particuliere woningvoorraad. We hebben daar verschillende instrumenten voor. We gaan in samenwerking met het RWLP3Regionaal Woon- en Leefbaarheidsplan Oost-Groningen: samenwerking tussen Oost-Groninger gemeenten, woningcorporaties, zorgorganisaties en de provincie Groningen. gebiedsgericht werken om de keuzegerechten uit de Oost-Groningse Menukaart te bundelen. De gebiedsgerichte aanpak wordt gestart in de kern Vlagtwedde. We maken optimaal gebruik van de regionale samenwerking en slagkracht om stappen te zetten In verbetering en revitalisering van de bestaande particuliere voorraad. Ook blijven we als gemeente verduurzaming en verbetering van de bestaande voorraad stimuleren middels diverse leningen.
  4. Goed begeleiden ban de vergrijzingsopgaveDe vergrijzing van bevolking en huishoudens is een belangrijke demografische en maatschappelijke opgave. Vanuit de huishoudens in onze gemeente zal er in toenemende mate behoefte zijn aan kwalitatief goede en geschikte levensloopbestendige woonvormen. Om de zorg betaalbaar te houden, meer te laten aansluiten op de specifieke persoonlijke situatie en mensen langer thuis te kunnen laten wonen is in de afgelopen jaren het scheiden van wonen en zorg ingevoerd. Daardoor stijgt de vraag naar zelfstandige woningen in combinatie met ambulante zorg. We vangen de toenemende vraag naar levensloopbestendig wonen en de vraag naar wonen met zorg, zo veel mogelijk op binnen de bestaande voorraad. Aanvullend daarop verwachten we vanuit de markt initiatieven voor kwalitatief hoogwaardige levensloopbestendige nieuwbouw met goede prijs/kwaliteitverhoudingen. We zetten daarnaast zo veel mogelijk in op flexibele/adaptieve woonconcepten voor een brede doelgroep. Ook brengen we de kansrijke Woon-Zorginitiatieven aan de hand van een afwegingskader in kaart en faciliteren deze waar mogelijk.
  5. Verduurzaming van de woningvoorraadDe totale woningvoorraad in Westerwolde is goed voor zo'n 33% van de energiebehoefte van de gemeente. Veel van de woningen zijn nog niet goed geïsoleerd en er wordt nog slechts beperkt energie opgewekt. Het verduurzamen van de woningvoorraad kan dus een substantiële bijdrage leveren aan het energieneutraal maken van de gemeente. Door te investeren in duurzaamheidsmaatregelen wordt de energierekening lager en gaan (uiteindelijk) de woonlasten omlaag. Dit doen we door middel van verschillende acties: aansluiting bij het RWLP-plan voor woonlastenverlaging en verduurzaming, en continuering van het energieloket. Met Acantus worden afspraken gemaakt met betrekking tot de duurzaamheid van de sociale voorraad. Uiterlijk in 2021 wordt een warmtetransitieplan opgesteld, waarbij op wijkniveau duidelijk wordt wanneer de woningen van het gas af gaan en op welk energiesysteem wordt overgestapt. Dit is niet alleen een technische, maar ook een sociale opgave. Zo zetten we als gemeente, samen met onze partners, in op nieuwe dynamiek in de Westerwoldse woningmarkt: het ‘treintje weer op gang brengen’ en het realiseren van een voorraad die courant en op peil is, zodat iedereen die dat wil een geschikte woning kan vinden in Westerwolde! 1Inleiding 1.1Aanleiding De fusie van Bellingwedde en Vlagtwedde betekent nieuwe gemeentegrenzen, een nieuw bestuur, een nieuw coalitieprogramma. Daarnaast verandert de woningmarkt, zijn er demografische veranderingen en nieuwe regionale afspraken. Tezamen vragen deze belangrijke veranderingen om één samenhangende, scherpe en actuele woonvisie voor het hele grondgebied van de gemeente Westerwolde. Deze woonvisie biedt een meerjarig kader voor de vernieuwing en kwaliteitsverbetering van de woningmarkt en verdere uitwerking van de woonopgaven in Westerwolde. Daarnaast geeft de visie handvatten en input voor het maken van lokale prestatieafspraken voor de komende vijf jaar (2019-2024). In het coalitieprogramma worden onder andere de wensen en ambities van de coalitie ten aanzien van het thema wonen en de Westerwoldse woningmarkt geformuleerd. Expliciet is de wens voor meer sociale woningbouw opgenomen. Er is aandacht voor het opknappen en verduurzamen van bestaande huurwoningen om de leefbaarheid te waarborgen. De wens bestaat om met woningcorporaties afspraken te maken over een ander toewijzingsbeleid, en er zou door corporaties in principe geen verkoop van sociale huurwoningen mogen plaatsvinden. Daarnaast is er in het coalitieprogramma ook aandacht voor (meer) aantrekkelijke seniorenwoningen, en ook 'op maat, kleinschalig en kwalitatief bouwen voor jong en oud'. In de volgende hoofdstukken van deze woonvisie gaan we nader op deze speerpunten in. In de provinciale omgevingsverordening is vastgelegd dat de regio moet beschikken over een regionale, door de raden vastgestelde woonvisie. In de Oost-Groninger gemeenten gelden afspraken op het gebied van wonen en leefbaarheid. Deze zijn vastgelegd in het Prestatiekader Regionaal Woon- en Leefbaarheidsplan (RWLP) Oost-Groningen 2018-2023 (zie bijlage 4). In het nieuwe prestatiekader is opgenomen dat binnen één jaar na ondertekening de gemeenten een nieuwe woonvisie vaststellen. Met deze woonvisie voldoen we aan deze vereisten. 1.2Doel van de woonvisie: vernieuwen en vitaal houden De woonvisie schetst de gemeentelijke visie op de ontwikkeling van het wonen in de gemeente Westerwolde voor de periode tot 2024 met een doorkijk naar
  6. Op basis van de prognoses (ontgroening, vergrijzing en daling van het aantal inwoners en huishoudens) zullen er op termijn substantiële gevolgen voor de regionale woningmarkt aankomen. Deze ontwikkeling creëert opgaven voor de woningmarkt in Westerwolde en in de regio. IEDEREEN DIE WIL WONEN IN DE GEMEENTE MOET KUNNEN WONEN IN WESTERWOLDE Met deze Woonvisie wil de gemeente de aantrekkelijkheid van het Westerwolde woongebied vitaal houden en daar waar mogelijk vernieuwen, binnen de kaders van het regionale woningmarktonderzoek en de regionale woningmarktafspraken. 1.3Totstandkoming van de woonvisie Wonen raakt iedereen. Bij het opstellen van het beleid is dan ook zoveel mogelijk een beroep gedaan op de belanghebbenden in de gemeente. Bij het traject zijn vertegenwoordigers van verschillende beleidsdisciplines binnen de gemeente betrokken geweest, (vertegenwoordigers van) bewoners en externe partners zoals woningcorporaties, organisaties op het vlak van wonen-welzijn-zorg. In deze Woonvisie geeft de gemeente richting aan het behoud en de ontwikkeling van het wonen in de gemeente Westerwolde voor de komende vijf jaar. Om het programma voor de komende vijf jaar vorm te kunnen geven kijken wij tien jaar vooruit, aansluitend op de afspraken in het Prestatiekader. Dit wordt later onder andere uitgewerkt in concrete prestatieafspraken met Acantus en Woonzorg Nederland aangaande kwantiteit, kwaliteit en de doelgroepen. Deze Woonvisie geeft de gemeente een instrument om de ontwikkelingen in de gemeente te sturen en de koers vast te houden. In 2017 is in (opdracht van) de regio Oost-Groningen4Companen, 2017: Woningmarktonderzoek Regio Oost-Groningen + uitwerking gemeente Bellingwedde en gemeente Vlagtwedde, en specifiek voor de voormalige gemeenten Bellingwedde en Vlagtwedde een (regionaal) woningmarktonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit regionale woningmarktonderzoek hebben als een belangrijk vertrekpunt voor deze Woonvisie gediend. Het onderzoek heeft ook als basis gediend voor de woonafspraken in het nieuwe regionale prestatiekader, en de totstandkoming van de (indicatieve) regionale PMC-strategie5Stec Groep, 2018: Bijlage A bij regionaal Prestatiekader RWLP Oost-Groningen; Essentie Companen & vertaling naar indicatieve PMC portefeuillestrategie. Het nieuwe gemeentelijke woonbeleid kan echter niet alleen op prognoses gebaseerd worden. Het is van groot belang om de woningmarkt weer in beweging te krijgen. In de voorgestelde strategie worden daarom ook de daadwerkelijke cijfers betrokken. Door een goede monitoring van de huishoudensontwikkeling en werkelijke leegstandsontwikkeling willen we anticiperen op de toekomst, zonder de woningmarkt op slot te zetten. 1.4Leeswijzer In hoofdstuk 2 hierna gaan we allereerst in op de kaders en context voor deze woonvisie. We omschrijven de belangrijkste trends en ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving, beleidsontwikkelingen en sociaaleconomische ontwikkelingen voor de woningmarkt, op landelijk, provinciaal, regionaal en lokaal niveau. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de belangrijkste speerpunten van deze woonvisie, waaronder sociale huur, levensloopbestendigheid, wonen en zorg en duurzaamheid van de woningvoorraad. Hier leest u meer over de belangrijkste onderwerpen, strategie en instrumenten van deze woonvisie. Vervolgens gaat hoofdstuk 4 in op de gemeentelijke strategie voor de woningmarkt (het dynamisch voorraadbeheer). In hoofdstuk 5 worden tot slot de systematiek van monitoring en evaluatie van de woonvisie beschreven. Sinds juni 2014 bezit Westerwolde het internationale Cittaslow-keurmerk. De kernwaarden van Cittaslow betreffen aandacht voor de authenticiteit, bewustwording, bewuste omgang met landschap, erfgoed, de eigen indentiteit, behoud en versterking van de landschappelijke kwaliteit van het gebied. Dit zijn redenen geweest om Westerwolde toe te laten tot het internationale Cittaslowgenootschap. De rust, de ruimte, de (cultuur)historie, het landschap en het noaberschap maken van Westerwolde een gebied dat zich bij uitstek leent om te onthaasten, te wonen en te verblijven. 2Kaders en context In dit hoofdstuk omschrijven we de belangrijkste trends en ontwikkelingen op het gebied van wet- en regelgeving, beleidsontwikkelingen en sociaaleconomische ontwikkelingen voor de woningmarkt6In bijlage 1: Kaders en context is een uitgebreide, uiteenzetting van de landelijke, provinciale, regionale en lokale context opgenomen, met aandacht voor de gevolgen voor het gemeentelijk beleid.. 2.1We gebruiken de sturingsmogelijkheden die de herziene Woningwet ons biedt Op het gebied van wonen zijn er verschillende veranderingen in het rijksbeleid en -wetgeving, maatschappelijke en sociaaleconomische trends en ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de woningmarkt. De meest wezenlijke landelijke ontwikkeling is de herziene woningwet. Sinds 1 juli 2015 is de herziene Woningwet van kracht: daarmee verandert de rol van de gemeente. De gemeente krijgt meer invloed op de werkzaamheden van de woningcorporatie(s). Deze nieuwe woonvisie vormt daarmee de basis voor het maken van prestatieafspraken met Acantus en Woonzorg Nederland. Denk hierbij aan afspraken over: investeringen, duurzaamheid, betaalbaarheid, kwaliteit, kernvoorraad, uitponden, vergunninghouders, et cetera. In lijn met de gedachte achter de Woningwet moet deze Woonvisie ook gedragen worden door andere relevante belanghebbenden en partners op de woningmarkt: marktpartijen, zorgaanbieders en bewoners(organisaties). Vandaar dat deze partijen ook meegenomen zijn in het proces. 2.2Nieuwe regionale afspraken bieden meer flexibiliteit en kansen voor vernieuwing in gemeentelijk woonbeleid Prestatiekader RWLP regio Oost-Groningen 2018-2023 schept nieuwe kaders voor woonvisiesEind 2018 zijn de vernieuwde regionale woonafspraken in het ‘Prestatiekader RWLP regio Oost-Groningen 2018-2023’ door de Oost-Groningse gemeenten, corporaties, zorgpartijen en de provincie opgesteld. In de provinciale omgevingsverordening staat dat de gemeenten aan de hand van de regionale woningbehoefteprognoses, over regionale afspraken met betrekking tot woningbouw dienen te beschikken. Door deze woonvisie in lijn te brengen met het kader, voldoet de woonvisie aan de regionale afspraken en daarmee aan de provinciale verordening7Het prestatiekader wordt gelijktijdig met deze woonvisie aan de gemeenteraad voorgelegd.. Een belangrijk uitgangspunt ten opzichte van de eerdere afspraken is ‘dat de afspraken moeten leiden tot flexibelere en betere regionale uitgangspunten, op basis waarvan de Oost-Groningse gemeenten een heldere en concrete kwalitatieve visie op de eigen woningvoorraad ontwikkelen met afwegingsruimte voor kwalitatief gewenste nieuwbouw.’ Dat betekent dat de gemeente meer invloed krijgt op het eigen woonbeleid. De regionale woonafspraken bieden ons meer ruimte voor flexibele en betere woonprogrammeringen. De gemeenten gebruiken hiervoor een gelijke systematiek: de regionale (PMC-) portefeuillestrategie. Menukaart Oost-Groningen zet in op verbetering en versterking bestaande woningvoorraadOp 1 april 2016 stelde de RWLP Stuurgroep Plus de zogeheten ‘Menukaart Oost-Groningen’ vast. Alle Oost-Groningse gemeenten werken samen met het programmabureau aan de uitvoering van de verschillende keuzegerechten voor de pijler wonen. Westerwolde is maximaal aangehaakt bij de uitvoering van de Menukaart, omdat de projecten zijn gericht op het verbeteren van de woon- en leefkwaliteit van het gebied. Keuzegerechten Menukaart Oost-Groningen • Aanpak verpaupering & waardedaling • Het inpondfonds • Aanpak verduurzaming & woonlasten • Het transitie- en sloopfonds • Rotte kiezen aanpak • Aanpak deprogrammeren 3Speerpunten woonvisie 3.1hoofdspeerpunt: wie in Westerwolde wil wonen moet er kunnen (blijven) wonen! In deze woonvisie staan daarom de volgende vragen centraal: Hoe houden we de woningvoorraad in Westerwolde voor iedereen aantrekkelijk? Welk deel van de woningvoorraad moet vernieuwd worden? We willen een goed evenwicht tussen de huidige woningvoorraad, het planaanbod en de toekomstige kwalitatieve opgaven op de woningmarkt (nadere uitwerking in hoofdstuk 4). Meer inzet op marketing en promotie voor Westerwolde als woongebiedOm Westerwolde meer op de kaart te zetten als uniek en aantrekkelijk woongebied wil de gemeente sterker inzetten op marketing en promotie. We denken aan acties als een website voor (potentiële) bewoners en betere (digitale) informatieverstrekking over woon- en bouwmogelijkheden en woningverduurzaming (energieloket). Bovendien gaan we Westerwolde actief promoten als woongebied op bijvoorbeeld beurzen en congressen. In 2019 stellen we hiervoor een marketing- en promotieplan op. Focus op vijf belangrijke speerpunten voor de Westerwoldse woningmarktHet grootste deel van de in de toekomst nodige woningvoorraad in de gemeente staat er al. De bestaande voorraad in Westerwolde vormt daarom het uitgangspunt. In kwantitatieve zin zijn er in principe geen nieuwe woningen nodig, maar een deel van de voorraad is incourant. Voor een aantrekkelijke woningmarkt is het echter noodzakelijk dat er ruimte komt voor vernieuwing en kwaliteitsverbetering, op sommige locaties zal (op termijn) gesloopt moeten worden. Op de gebieden en de doelgroepen waar kwalitatieve opgaven liggen voor Westerwolde gaan wij hierna in: 3.2Vernieuwen en vitaal houden: ruimte voor kwalitatieve nieuwbouw en vernieuwing We brengen nieuwe dynamiek on doorstroming op de Westerwoldse woningmarktDe afgelopen jaren heeft de Westerwoldse woningmarkt in zekere zin ‘stil gestaan’. Ook uit de gesprekken met de partners en stakeholders kwam dit geluid naar voren. Zowel bewoners, professionals als maatschappelijk veld ervoeren een zekere mate van stilstand op de woningmarkt de afgelopen jaren. De wens en ambities om weer dynamiek in de woningmarkt te brengen zijn groot. Ruimte voor 200 extra nieuwbouwwoningen voor kwalitatieve verrijking en vernieuwingOm de dynamiek en doorstroming weer op gang te brengen en de woningvoorraad in Westerwolde vitaal te houden, bieden we ruimte voor goede woningbouwinitiatieven, die een toevoeging vormen op de bestaande voorraad. Daarnaast hechten we waarde aan het bouwen van de juiste woningen op de juiste plekken. Nieuwe woningen worden alleen nog op structuurversterkende plekken in de gemeente gebouwd. We creëren voor de komende tien jaar ruimte voor 200 extra nieuw te bouwen woningen, bovenop de bestaande woningvoorraad en de huidige ‘kansrijke’ plancapaciteit. Binnen de bestaande planvoorraad kijken we goed naar de plannen die nog wenselijk en reëel zijn. Met deze extra ruimte wordt tegemoet gekomen aan de wens naar het toevoegen van beperkt nieuwbouwvolume in de grotere kernen, en het plegen van ‘acupunctuur’ in de kleinere kernen, om doorstroom te bevorderen. Op basis van de strategie is de volgende verdeling gekozen: in de centrumkern Ter Apel 75 extra nieuwe woningen; in de woonkernen Bellingwolde, Blijham en Vlagtwedde samen 75 extra woningen; in de kleine kernen samen kunnen nieuwe kleinschalige plannen voor 50 extra woningen kunnen worden toegevoegd, bij voorkeur verspreid en aansluitend bij de vraag die zich op dat moment aandient; In het buitengebied in principe geen toevoegingen. Het ontwikkelen van initiatieven voor het invullen van deze 200 extra nieuwbouwmogelijkheden wordt overgelaten aan de samenleving, corporaties en de markt in Westerwolde. Dat betekent dat de gemeente niet zelf als ontwikkelende partij zal optreden, maar extra woningbouw zal faciliteren. Met deze woonvisie scheppen wij als gemeente de kaders waarbinnen deze invulling plaats zal moeten vinden. Bestaande incourante woningen en demografische ontwikkelingen vragen ook om sloop op termijnOok uit de gesprekken met de diverse stakeholders blijkt dat een deel van de bestaande voorraad op dit moment al incourant is. Deze woningen sluiten niet aan bij de huidige, noch bij de vraag op lange termijn. In combinatie met de verwachte daling van het aantal huishoudens, ontgroening en vergrijzing ontstaat een veranderende woningvraag. Op termijn zullen we niet ontkomen aan sloop van de incourante voorraad. Van belang is dat we de woningvoorraad op peil houden en ongewenste neveneffecten op de leefbaarheid en economische vitaliteit voorkomen. Want ook als we geen woningen bijbouwen de komende jaren, zal de woningleegstand in Westerwolde de komende jaren naar verwachting oplopen. Daarom kiezen we met deze woonvisie voor dynamisch voorraadbeheer: een strategische combinatie van nieuwe bouwmogelijkheden, bestaande kansrijke plannen en sloop. In deze woonvisie vormen we een eerste beeld van de sloopopgave die op termijn nodig zal zijn (zie ook hoofdstuk 4). We slopen echter alleen op basis van goede monitoring van de huishoudensontwikkeling en werkelijke leegstandsontwikkeling: er wordt niets gesloopt als dat niet nodig blijkt te zijn. Een meer gedetailleerde uitwerking van deze kaders, de te verwachten effecten op de bestaande voorraad, en de gemeentelijke strategie om hier op een adequate wijze mee om te gaan, worden in hoofdstuk 4 uitgebreid toegelicht. CONCRETE ACTIES VOOR STIMULEREN VAN MEER SOCIALE HUUR OP DE KORTE TERMIJN: We maken, naast bestaande kansrijke woningbouwplannen, ruimte voor 200 extra woningen in nieuwe goede woningbouwplannen, door een strategische aanpak van nieuwbouw, sloop en goede monitoring. Zo maken we kwalitatieve verrijking en vernieuwing van de woningvoorraad mogelijk en houden we de voorraad in Westerwolde vitaal en op peil. We stellen binnen drie jaar na vaststelling van de woonvisie een sloopprogramma op hoofdlijnen op, op basis van de eerste resultaten van de monitoring van huishoudens- en leegstandontwikkeling. We stellen binnen twee jaar na vaststelling van de woonvisie een deprogrammeerstrategie op, waarin een goede en heldere afweging wordt gemaakt van plannen die iets toevoegen en plannen die niet (meer) nodig zijn. 3.3Op peil houden en verbetering particuliere voorraad Het overgrote deel van de opgave voor de Westerwoldse woningmarkt ligt in het op peil en vitaal houden van de bestaande woningvoorraad. We werken hiervoor actief samen met de regio in het RWLP. Aanpak Rotte Kiezen en kwaliteit particuliere voorraadLeegstand heeft gevolgen voor de leefbaarheid in de gemeente. De veiligheid kan bijvoorbeeld in het geding komen. Daarnaast zorgen verpauperde leegstaande woningen voor een waardedaling voor de omliggende panden. De gemeente is niet verantwoordelijk voor de gehele problematiek, maar wil instrumenten ontwikkelen om de situatie positief te beïnvloeden. In de gemeente Bellingwedde is de notitie ‘Rotte kiezen’ en verpaupering vastgesteld. Deze visie wordt in 2019 geëvalueerd en er wordt een beleid voor Westerwolde ontwikkeld. Hierbij worden ook de ervaringen met de regionale RWLP-pilot betrokken. Ontwikkeling regionaal instrumentarium waardebehoud particuliere voorraadRegionaal wordt er instrumentarium ontwikkeld om ontwaarding van particulier bezit te beperken. Er is een methode ontwikkeld voor inventarisatie van verpauperde panden en om de eigenaren op hun verantwoordelijkheid aan te kunnen spreken. Met dit project willen we particulieren stimuleren om noodzakelijke woningaanpassingen, zelfbeheer of zelfbouw uit te voeren. Ontwikkelen regionaal spoorboekje aanpak verpauperingEr wordt een ‘regionaal spoorboekje’ ontwikkeld waarin het instrumentarium staat beschreven om verpauper(en)d vastgoed aan te pakken. Hierbij wordt gekeken naar de reguliere juridische instrumenten die we kunnen inzetten tegen verpaupering (straffende hand), zoals leegstandstax, handhaving, bestemmingswijziging, beeldkwaliteitsplannen en welstand. Daarnaast zijn ook de mogelijkheden in beeld gebracht vanuit de ‘helpende hand’, zoals goedkope leningen, subsidie en verkoopbemiddeling. Menukaart zo veel mogelijk benutten voor op peil houden en verbeteren bestaande voorraadWe gaan de gerechten van het RWLP zo optimaal mogelijk inzetten om te komen tot een toekomstbestendige woningvoorraad in de kernen en dorpen. We gaan in samenwerking met het RWLP gebiedsgericht werken om de keuzegerechten uit de Oost-Groningse Menukaart te bundelen. De gebiedsgerichte aanpak wordt gestart in de kern Vlagtwedde. Dat houdt in dat we met alle instrumenten uit de menukaart gaan kijken wat nodig en mogelijk is in de kernen: hierbij zetten we niet alleen in op de aanpak rotte kiezen en kwaliteit particuliere voorraad, maar kijken we bijvoorbeeld ook naar de mogelijkheden vanuit het transitie- en sloopfonds. We blijven verduurzaming en verbetering van de voorraad stimuleren met diverse leenprogramma'sStarterslening stimuleert aankoop eerste woning door starters op de woningmarkt Deze lening maakt het voor starters mogelijk om maximaal € 25.000,- te lenen onder gunstige voorwaarden. Blijverslening en Verzilverlening stimuleren langer zelfstandig (levensloopbestendig) wonen Deze leningen maken het voor eigenaren/bewoners van een bestaande zelfstandige woning, die hun woning levensloopbestendig willen maken, mogelijk om onder bepaalde voorwaarden tot een maximum van € 50.000,- te lenen onder gunstige voorwaarden. Stimuleringslening voor het verbeteren en energiezuiniger maken van een woning Deze lening is vanaf februari 2019 beschikbaar in de hele gemeente. CONCRETE ACTIES: De gemeeente zet zich vanuit het keuzegerecht Transitie- en sloopfonds in om de benodigde regionale cofinanciering van de benodigde sloopopgave gedekt te krijgen en te borgen. Er wordt ingezet op kwaliteitsverbetering, verduurzaming van de bestaande voorraad en aanpak van rotte kiezen door deelname aan de Oost-Groningse Menukaart (RWLP) en het openzetten van een gemeentelijk beleidsplan. We gaan in samenwerking met het RWLP gebiedsgericht werken om de keuzegerechten uit de Oost-Groningse Menukaart te bundelen. De gebiedsgerichte aanpak wordt gestart in de kern Vlagtwedde. Later rollen we deze aanpak waar mogelijk uit over de hele gemeente. Wij blijven als gemeente verduurzaming en verbetering van de bestaande voorraad stimuleren door diverse leningen. 3.4Kwaliteitsimpuls voor de (sociale) huurvoorraad We vinden het belangrijk dat de sociale huurvoorraad op peil is. Er moeten voldoende huurwoningen beschikbaar zijn voor de sociale doelgroep. In deze paragraaf zetten we daarom de belangrijkste conclusies en speerpunten ten aanzien van de sociale huurmarkt in Westerwolde op een rij. In bijlage 2 zijn de achterliggende analyses weergegeven. Gemeentebreed wordt op basis van het regionale woningmarktonderzoek van Companen

(2017)verwacht dat de sociale doelgroep in Westerwolde op de middellange en lange termijn afneemt. Op korte termijn is er op bepaalde plekken in de gemeente nog behoefte aan een beperkte toename van de sociale huurvoorraad. Inzetten op verbetering en vernieuwing van de sociale huurvoorraad door sloop/nieuwbouwWe sturen op vernieuwing van de sociale huurvoorraad door zo veel mogelijk sloop/nieuwbouw te plegen. Dat houdt in dat eerst nieuwe sociale huurwoningen worden gebouwd, voordat incourante sociale huurwoningen (gekoppeld daaraan) worden gesloopt. Zo voorkomen we dat er op korte termijn onnodige (tijdelijke) tekorten ontstaan, en de voorraad zo veel mogelijk op peil blijft. Nieuw te bouwen sociale huurwoningen zo veel mogelijk levensloopbestendigIn de kleinere kernen (met name woonkernen) zien we op basis van de analyse van de sociale huurmarkt weinig bijzonderheden: de markt is in die kernen al redelijk in balans. In de grotere kernen Bellingwolde, Blijham, Ter Apel en Vlagtwedde is het beeld wat onstuimiger. De analyses duiden op een kwalitatieve mismatch op de sociale huurmarkt in deze kernen op dit moment: de voorraad lijkt onvoldoende aan te sluiten bij de huidige en toekomstige ontgroening en vergrijzing. Het aantal seniorenwoningen is relatief beperkt, terwijl de vraag vanuit senioren al hoog is en zal groeien de komende jaren. Bij sociale nieuwbouw leggen we daarom de nadruk op het zo veel mogelijk toevoegen van levensloopbestendige sociale huurwoningen, aansluitend bij de toenemende vergrijzingsopgave die op Westerwolde afkomt. Ook bij sloop/nieuwbouw leggen we de nadruk op het slopen van woningen die niet geschikt zijn voor oudere huishoudens (met mobiliteitsbeperkingen) en het zo veel mogelijk terugbouwen van levensloopbestendige woningen. Dit type woning is namelijk ook geschikt voor andere doelgroepen zoals gezinnen en starters. Gemeente gaat samen met corporaties invulling geven aan een ‘toekomstvisie op wijkniveau’Om aan bovenstaande ambities vorm te geven, gaat de gemeente samen met de corporaties in Westerwolde invulling geven aan een toekomstvisie op wijkniveau. Op wijkniveau worden stapsgewijze doorstroomplannen uitgewerkt om zo goed en strategisch mogelijk invulling te geven aan sloop/nieuwbouw binnen de verschillende wijken in de gemeente. Samen met corporaties blijvend monitoren van de sociale huurvoorraad en effecten van toevoegingenWaar op dit moment en op de korte termijn mogelijk nog behoefte is aan beperkte (enkele tientallen) extra sociale huurwoningen in de gemeente, zullen die met name in deze grotere kernen kunnen worden gefaciliteerd. Met flexibele, kwalitatief hoogwaardige woonconcepten zou voor de korte termijn in Ter Apel, Bellingwolde, Blijham of Vlagtwedde in een korte termijnvraag kunnen worden voorzien. Daarbij blijven we de sociale voorraad en de effecten van deze strategie constant goed volgen en monitoren. Onderzoeken hoe het inpondfonds uit de Menukaart kan worden ingezet voor kwaliteitsimpulsHet keuzegerecht inpondfonds waarbij Westerwolde is aangesloten wordt primair ingezet voor een tijdelijke transitie van eigendomsvorm, met onttrekking binnen circa 5 tot 10 jaar als einddoel (‘zachte transitie’). Hierbij gaat het om panden die nu nog zonder noemenswaardige renovaties verhuurd kunnen worden, maar die op de langere termijn incourant zijn (bijvoorbeeld langdurig te koop en/of leegstaande rijwoningen of appartementen in particulier bezit). We onderzoeken op welke wijze dit instrument kan worden ingezet voor een kwaliteitsimpuls voor de woningvoorraad. CONCRETE ACTIES: We streven naar een goede inzet van sloop/nieuwbouw en levensloopbestendige sociale huur, door samen met de corporaties een toekomstvisie op wijkniveau te ontwikkelen. We doen mee met het Oost-Groningse inpondfonds vanuit de Menukaart, en onderzoeken samen met de regio op welke manier dit instrument zo goed mogelijk kan worden ingezet voor kwaliteitsverbetering van de woningvoorraad. Uitponden van sociale hur staan we in principe niet toe. We blijven de sociale huurvoorraad en de effecten van flexibele toevoegingen aan de voorraad monitoren (samen met de corporaties). 3.5Goed begeleiden van de vergrijzingsopgave De ontgroening en vergrijzing van bevolking en huishoudens is een belangrijke demografische en maatschappelijke opgave. In toenemende mate is er behoefte aan goede levensloopbestendige woonvormen voor senioren. Het aantal oudere (75+) huishoudens zal de komende tien jaar met zo'n 40 tot 50 procent toenemen: zo'n 720 huishoudens. Op de kortere termijn, de komende vijf jaar, groeit deze doelgroep naar verwachting met circa 380 huishoudens. Hierdoor zal de vraag naar seniorenwoningen (nultreden) al op korte termijn toenemen. Een deel van die extra vraag zal bestaan uit de vraag naar extramurale (somatische en psychogeriatrische) zorg. GROEI EXTRAMURALE ZORGVRAAG ONDERDEEL VAN TOTALE GROEIENDE VRAAG VANUIT SENIOREN De thema’s Wonen & Zorg en Levensloopbestendig wonen zijn daarmee onlosmakelijk met elkaar verbonden. De vraag naar extramurale zorgwoningen maakt onderdeel uit van de grotere totale vraag naar woningen geschikt voor senioren (nultredenwoningen). Deze groep van 150 tot 200 extra vragers moet dan ook worden gezien als de groep waar de komende tien jaar prioriteit aan zou moeten worden gegeven bij het realiseren van de totale kwalitatieve vraag naar geschikte seniorenwoningen tot 2028. Meer en beter levensloopbestendig wonen stimulerenHet aantal ‘geschikte’8Op basis van het regionale woningmarktonderzoek van Companen
(2017). Hierin wordt een geschikte woning gedefinieerd als: een woning met alle primaire voorzieningen gelijkvloers of zonder traplopen bereikbaar. De woning is geschikt voor bewoners met geringe beperkingen bij het lopen en die als hulpmiddelen eventueel een wandelstok of kruk(ken) gebruiken. De woningen voldoen aan tenminste één van de volgende kenmerken: - woning is aangemerkt als seniorenwoning of nultredenwoning; - appartementen/(galerij)flats (aangenomen is dat deze over een lift beschikken); - (semi)bungalows, woonboerderijen. seniorenwoningen is relatief laag ten opzichte van het aantal gezinswoningen en ten opzichte van de totale woningvoorraad in de gemeente. Het aantal woningen dat relatief eenvoudig geschikt te maken is, is wel redelijk omvangrijk. De meeste geschikte woningen bevinden zich in de huursector, de meeste potentieel geschikte woningen juist in de koopvoorraad. Het is daarmee mogelijk om in ieder geval een groot deel van de extra vraag naar seniorenwoningen en woon-zorgconcepten binnen de bestaande woningvoorraad te faciliteren. Door kwalitatief goede levensloopbestendige woningen toe te voegen stimuleren we doorstromingOm ouderen een passende woning aan te bieden en om de doorstroming op de woningmarkt op gang te brengen is het toevoegen van kwalitatief goede seniorenwoningen noodzakelijk. Hoewel we primair naar mogelijkheden in bestaand vastgoed zoeken, willen we nieuwe verrijkende concepten toevoegen en werken we waar nodig aan flexibele concepten, waar de bestaande voorraad op korte termijn onvoldoende mogelijkheden biedt. Door senioren meer goede en kwalitatief hoogwaardige mogelijkheden te bieden om in hun huidige kern te blijven wonen, kunnen zij worden verleid om een nieuwe stap in de wooncarrière te zetten. Zo ontstaat ruimte voor doorstroming. Essentieel daarbij is wel, dat er levensloopbestendige producten met een goede prijs/kwaliteitverhouding worden aangeboden: het moet wel echt de moeite waard zijn om te verhuizen! We concentreren de levensloopbestendige nieuwbouw het liefst in kernen waar voorzieningen zijn. Maar ook kleinschalige initiatieven die goed aansluiten bij de daadwerkelijke behoefte van de (moderne) senioren worden in kleinere kernen toegestaan. Voorbeelden van nodige kwaliteiten zijn: woningen dicht bij voorzieningen, woningen met minimaal drie kamers, goede ruime buitenruimte, trap- en drempelloos, brede deurposten, brede trapopgangen, et cetera. Faciliteren en stimuleren van woon-zorginitiatieven: de woonvisie schept daarvoor de kadersWe willen iedereen een passende woning bieden, dus ook senioren met een extramurale zorgvraag en andere mensen met een zorgvraag. Het stimuleren en faciliteren van goede woon-zorginitiatieven is daarmee een belangrijk speerpunt van deze woonvisie. We willen echter geen wildgroei van verschillende zorginitiatieven en stellen daarom een toegesneden afwegingskader op. Extramurale zorgwoningen zijn aangepaste, zelfstandige woningen, met de mogelijkheid om zorg af te nemen. Op dit moment zijn er in Westerwolde naar schatting zo’n 1.285 personen die extramurale zorg ontvangen. Naar verwachting loopt dit aantal tot 2030 op naar circa 1.435 tot 1.465 personen, een groei van circa 150 tot 200 personen. Prognoses voor Westerwolde laten vooral een groei zien van het aantal ouderen, met name in de leeftijdsgroep 75 tot 85 jaar. De groei van het aantal extramurale zorgbehoevenden komt voor het overgrote deel voort vanuit de sterk groeiende groep ouderen met behoefte aan somatische zorg en een kleiner deel psychogeriatrische zorg. Daarnaast zal er als gevolg van decentralisering van de opvang van kwetsbare inwoners ook een toename zijn van extramuraal zorgbehoevenden op het vlak van ‘Beschermd Wonen’ en ‘Maatschappelijke Opvang’ en vanuit de uitstroom van jongeren uit de verplichte jeugdzorg die een lichtere vorm van begeleiding nodig hebben voordat ze echt zelfstandig kunnen wonen. De totale additionele extramurale zorgvraag in Westerwolde zal de komende tien jaar voornamelijk groeien door de toename van het aantal senioren (75+) huishoudens. Allereerst is dus belangrijk dat nieuwe woonzorg initiatieven aansluiten bij de kwalitatieve vraag. Voor andere extramurale zorggroepen is in principe geen uitbreiding van de voorraad meer nodig, en zal alleen vervangende nieuwbouw worden toegelaten. Voor een groot deel kunnen ook de extramurale zorgbehoevende huishoudens terecht in de bestaande woningvoorraad. We zoeken daarom primair naar mogelijkheden in bestaand vastgoed, en voegen nieuwe verrijkende concepten toe daar waar de bestaande voorraad onvoldoende mogelijkheden biedt. Afwegingskader (extramuraal) wonen met zorg schept de kaders voor nieuwe initiatievenDe gemeente ontvangt regelmatig verzoeken voor initiatieven voor nieuwe Woon-Zorgplannen in Westerwolde. Om ten aanzien van de Westerwoldse woningmarkt goede en transparante keuzes hierin te kunnen maken, is een afwegingskader voor woon-zorginitiatieven opgesteld. Het is van belang dat een initiatief past in de zorgbehoefte en binnen de PMC-strategie voor de desbetreffende locatie. Past dit, dan wordt beoordeeld of het plan ook binnen de kwalitatieve opgave voor wonen en zorg past: de komende tien jaar is een toevoeging nodig van circa 150 tot 200 extramurale zorgwoningen, volledig gericht op somatische en psychogeriatrische extramuraal zorgbehoevenden. 80% tot 90% van deze vraag moet binnen de bestaande voorraad worden gerealiseerd. Daarmee verwachten we dat er ruimte voor maximaal zo'n 15 tot 40 nieuw te bouwen extramurale zorgwoningen is. Voor alle nieuwbouwinitiatieven voor overige vormen van extramuraal wonen met zorg (anders dan vanuit de somatische of psychogeriatrische doelgroep) geldt, dat vervangende nieuwbouw (als dat past in het bestemmingsplan) in principe is toegestaan. Voor daadwerkelijke toevoegingen aan de voorraad, dient de initiatiefnemer aan te tonen dat er een regionale uitbreidingsbehoefte is. Bij het bepalen van deze uitbreidingsbehoefte gelden dezelfde regels als voor reguliere woningbouw en dienen ook de verwachte effecten op de bestaande voorraad in de regio, en de bredere effecten op de directe leefomgeving in kaart te worden gebracht. Een initiatief moet passen binnen de voorwaarden voor structuurversterking (zie hoofdstuk 4). Alleen wanneer het plan aan deze voorwaarden voldoet, krijgt het een positief oordeel. Een initiatief kan prioriteit krijgen wanneer het gaat om een plan dat een positief effect heeft op de bestaande voorraad, zoals plannen die vernieuwend en uniek zijn. Het krijgen van prioriteit wil zeggen dat het wordt afgewogen tegen eventuele andere initiatieven. De plannen die het beste aansluiten bij de voorwaarden voor nieuwe toevoegingen krijgen vervolgens de ruimte om tot ontwikkeling te komen. Alle nu bekende Woon-Zorg initiatieven en initiatieven die zich in de toekomst aandienen zullen na vaststelling van de woonvisie worden beoordeeld aan de hand van dit afwegingskader. CONCRETE ACTIES: We vangen de vraag naar levensloopbestendig wonen zo veel mogelijk op binnen de bestaande voorraad, en laten aanvullend daarop kwalitatief hoogwaardige levensloopbestendige nieuwbouw met goede prijs/kwaliteitverhoudingen toe. We zetten zo veel mogelijk in op flexibele/adaptieve woonconcepten voor een brede doelgroep, vooral in de grotere kernen, maar ook acupunctuur in de kleinere kernen kan. We vangen de vraag naar wonen met zorg zo veel mogelijk op binnen de bestaande voorraad, en laten aanvullend daarop nieuwbouw toe aan de hand van het afwegingskader. We brengen kansrijke Woon-Zorginitiatieven aan de hand van het afwegingskader in kaart en stimuleren en faciliteren deze waar mogelijk (vooral in de grotere kernen). 3.6Verduurzaming van de woningvoorraad Huishoudens zijn goed voor zo'n 33% van de energiebehoefte van de gemeente. Veel van de oudere woningen in de gemeente zijn niet goed geïsoleerd en er wordt nog slechts beperkt energie opgewekt. Het verduurzamen van de woningvoorraad zal een substantiële bijdrage leveren aan het energieneutraal maken van de gemeente (in 2035). Naast de duurzaamheidsambitie is er nog een belangrijke reden om het energieverbruik in de woningvoorraad terug te brengen, namelijk de betaalbaarheid. Voor het eerst sinds jaren zien we een flinke stijging in de energielasten aankomen. We willen voorkomen dat er een tweedeling in de gemeente ontstaat waarbij inwoners met een laag inkomen in verhouding de zwaarste lasten dragen. Door te investeren in duurzaamheid wordt het energieverbruik lager en gaan (op termijn) de woonlasten omlaag. Isoleren en stimulerenAls gemeente stimuleren we onze inwoners om hun woningen te verduurzamen. We willen dat zij meer grip krijgen op hun eigen energievoorziening. Met de provincie en de andere gemeenten werken we aan de Regionale Energie Strategie waarin afspraken worden gemaakt over de realisatie van de actiepunten uit het Klimaatakkoord. Naast techniek en de financiering is ook het menselijk gedrag een aandachtspunt. Een prettig woonklimaat voor alle inwoners staat daarbij voorop. We vinden het van groot belang dat iedereen kan meedoen. Uit de inwonersbijeenkomsten blijkt dat veel inwoners behoefte hebben aan informatievoorziening en advies. Men maakt zich ook zorgen over de kosten. We sluiten aan bij de gestelde ambities uit het visiedocument 2019-2022 Westerwolde samen verduurzamen. Het verduurzamen van de woningvoorraad start met het zo veel mogelijk terugbrengen van het verbruik door met name isoleren van woningen. Om in 2035 energieneutraal te zijn is alleen isolatie van woningen echter niet genoeg. De energiebehoefte die over blijft zal duurzaam moeten worden opgewekt, bijvoorbeeld door zonnepanelen op daken. Maximaal aansluiten en verder uitrollen plan RWLP voor verduurzamingen en woonlastenverlagingVanuit de Oost-Groningse menukaart wordt verduurzaming en woonlastenverlaging van de particuliere voorraad opgepakt. Het doel hiervan is het verlagen van de totale woonlasten (hypotheeklasten en energielasten) voor woningbezitters vanuit een integrale woonlastenbenadering. Als gemeente sluiten we maximaal aan bij het plan. In dit programma worden inwoners aangezet tot het verduurzamen van hun woning door goed advies, betrouwbare uitvoerders en hulp bij financiële vraagstukken. Lening voor duurzaam wonen en energie besparenDeze lening voor duurzaam wonen en energiebesparing is vanaf februari 2019 beschikbaar voor al onze inwoners. De lening is bijvoorbeeld beschikbaar voor gevelrenovatie, isoleren van vloeren en daken en voor zonnepanelen. Hiervoor kan een bedrag worden geleend van maximaal € 15.000. Opstellen van een gemeentebreed warmtetransitieplanGemeenten hebben de opdracht gekregen om uiterlijk 2021 een warmtetransitieplan op te stellen. In dat plan moet per wijk en dorp worden uitgewerkt welke alternatieve warmtevoorziening de gemeente in een gebied verwacht en wanneer deze gerealiseerd moet zijn. Dit plan wordt in samenspraak met inwoners en andere belanghebbenden opgesteld. We gaan in 2019 starten met het maken van dit warmtetransitieplan. Het warmtetransitieplan stelt inwoners in staat om toekomstbestendige keuzes in de verduurzaming van hun woning te maken. We gaan daarvoor bekijken welke inzet op welke plek nodig is om tot een duurzame woningvoorraad te komen. Duurzaamheid sociale huurvoorraadDe woningcorporaties die in onze gemeente actief zijn hebben hun eigen verduurzamingsprogramma en doelstellingen. De doelstellingen zijn vastgelegd in (landelijke) convenanten. De gemeente vraagt de corporaties niet om een hoger ambitieniveau dan de landelijke afspraken aan te houden. De maatregelen die nodig zijn voor het behalen van de duurzaamheidsdoelstellingen van de corporaties worden vastgelegd in de lokale prestatieafspraken. Ecodorp Ter ApelEen bijzonder project in de gemeente is de ontwikkeling van Ecodorp Noordeland in Ter Apel. Op het verlaten (vervuilde) bedrijfsterrein van de voormalige Aardappelmeelfabriek Ter Apel en omstreken wordt dit dorp met kleinschalige, natuurlijke, energie-neutrale bebouwing, autarkische duurzame energieopwekking, voedselproductie, waterwinning, waterzuivering en afvalverwerking ontwikkeld. We verwachten dat het ecodorp een impuls is voor de economische ontwikkeling en kan bijdragen aan het aantrekken van nieuwe inwoners voor Westerwolde. Het is een nieuwe doelgroep voor de gemeente van mensen die op zoek zijn naar nieuwe manier van leven en andere vormen van wonen en woningen. Het dorp vormt hierdoor geen concurrentie voor de huidige woningmarkt, omdat zij niet geïnteresseerd zijn in een normale woning in de gemeente. Ervaring op andere locaties leert dat het overgrote deel van ecodorp-bewoners van buiten de directe omgeving komt. Het ecodorp valt daarom buiten de PMC-strategie en heeft een pilotstatus waardoor de woningen niet binnen de nieuwbouwruimte vallen. CONCRETE ACTIES: Wij sluiten maximaal aan bij het RWLP voor woonlastenverlaging en verduurzaming en rollen dit plan samen met hen verder uit. Het energieloket wordt gecontinueerd. Met de corporaties worden afspraken gemaakt over duurzaamheid zoals opgenomen in de prestatieafspraken. Uiterlijk in 2021 wordt een warmtetransitieplan opgesteld. 4Strategie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de strategie rondom nieuwbouw en sloop (dynamisch voorraadbeheer) en de toekomstvisie voor de woningmarkt van Westerwolde. Daarvoor gaan we eerst kort in op de demografische ontwikkelingen en vervolgens beschrijven we hoe de bestaande voorraad er voor staat (een uitgebreide analyse van demografie en woningmarkt is weergeven in bijlage 2). Op basis van de regionale afspraken hebben we een Product Markt Combinatie strategie voor de Westerwoldse woningmarkt opgesteld, met bijzondere aandacht voor de verschillen tussen de kernen. Ook geven we invulling aan het begrip structuurversterking voor Westerwolde. 4.1Demografische- en woningmarktontwikkelingen als basis voor woningmarktstrategie Per saldo nam aantal inwoners en aantal huishoudens afgelopen 10 jaar afHet aantal inwoners in Westerwolde is de afgelopen tien jaar (2007-2017) per saldo met bijna 1.300 inwoners afgenomen. Er was sprake van een relatief constante daling van gemiddeld 130 per jaar. De ontwikkeling van het aantal huishoudens liet een meer grillige trend zien, en nam soms toe en soms weer af. In totaal nam het aantal huishoudens de afgelopen tien jaar per saldo met circa 250 af. In de basis verdere afname aantal inwoners en huishoudens komende 10 tot 20 jaar in WesterwoldeOp basis van de regionale bevolkingsprognose
(2017)zal de bevolking van Westerwolde ten opzichte van 2017 met ongeveer 9% afnemen tot ongeveer 21.135 inwoners in
  1. Gelijktijdig neemt ook het aantal huishoudens af. Het aantal huishoudens daalt de komende tien jaar naar verwachting met circa 3% waardoor er zo'n 400 huishoudens minder zullen zijn in
  2. Met goede en constante monitoring willen we de werkelijke ontwikkeling op de voet volgen en op basis van de werkelijke ontwikkelingen ingrijpen wanneer dat nodig is. Komende 5 tot 10 jaar in kwantitatieve zin geen nieuwe woningen meer nodig WesterwoldeIn kwantitatieve zin zijn er in principe geen nieuwe woningen meer nodig. Ook niet wanneer de krimp minder sterk zou doorzetten dan op basis van de huidige prognose wordt verwacht. In kwalitatieve zin ligt er een grote opgave om de bestaande woningvoorraad vitaal te houden. Gezien de verhuisdynamiek zal de krimp zich de komende jaren met name manifesteren in de kleinere kernen van de gemeenten. In de grotere kernen is het effect mogelijk minder groot. Belangrijke kwalitatieve opgaven voor de woningmarkt door ontgroening en vergrijzingIn Westerwolde is gelijktijdig sprake van vergrijzing en ontgroening. Hoewel er in kwantitatieve zin verwacht wordt dat woningvraag in totaal daalt, groeit de groep senioren (75+) aanzienlijk. Daartegenover staat een afname van de huishoudens van middelbare leeftijd (30 tot 75 jaar) en van vooral de jonge huishoudens tot 30 jaar. Dit heeft gevolgen voor de woningmarkt. Demografische ontwikkelingen in relatie tot de bestaande voorraadOp basis van analyses van de demografie en bestaande voorraad in Westerwolde blijkt dat in heel Westerwolde de voorraad grondgebonden woningen zeer dominant is. Het aandeel vrijstaande woningen bedraagt ongeveer 60% van de totale voorraad. Het aandeel nultredenproducten is in Westerwolde is met circa 9% laag. Om te kunnen voldoen aan de woningvraag van senioren ligt er op het gebied van (vooral koop) nultredenwoningen nog een kwalitatieve opgave. De WOZ-waarden van de koopwoningen concentreren zich tussen de € 100.000 en € 250.000 (circa 80% van alle woningen). Vooral de goedkopere prijsklassen zijn in Westerwolde sterk aanwezig (vooral de rij- en hoekwoningen en twee-onder-een kappers). Ook in de huursector zijn de relatief goedkope huurwoningen oververtegenwoordigd. Veel huurwoningen bevinden zich in segmenten ver onder de liberalisatiegrens van circa € 711 per maand. In deze segmenten zullen naar verwachting dan ook sneller overschotten ontstaan. Relatief goedkope en dure nultredenproducten zijn maar beperkt aanwezig in de gemeente. In deze segmenten ligt dan ook de grootste opgave voor de komende jaren. De woningvoorraad in Westerwolde is relatief oud en niet alle woningen zijn goed onderhouden. De kwetsbare delen van de woningvoorraad bevinden zich met name in het grondgebonden segment, vooral de (goedkopere) rij- en hoekwoningen waarvan bijna alle woningen zijn gebouwd in de periode tussen 1945 en
  3. Ook is een groot deel van de tweekappers en vrijstaande woningen relatief oud. De meer structurele leegstandsproblemen lijken zich in Westerwolde met name voor te doen in de (goedkope) koopwoningenvoorraad. In de grotere kernen Ter Apel (centrumkern), Blijham, Bellingwolde en Vlagtwedde (woonkernen) staan er in potentie bijna 2.200 woningen die geschikt te maken zijn voor bewoning door senioren. 4.2PMC-Strategie Westerwolde: de juiste woningen voor de juiste doelgroepen Op basis van het regionale woningmarktonderzoek
(2017)en de vertaling hiervan in het regionale prestatiekader, zijn er drie typen kernen in Westerwolde te onderscheiden: Centrumkernen (Ter Apel) Woonkernen (Bellingwolde, Blijham, Vlagtwedde) Kleine kernen (overige kernen) Met de PMC-tool wordt per kern een indicatieve PMC-strategie opgesteld, die de achtergrond vormt voor de acties op het gebied van de bestaande woningvoorraad en voor de gewenste nieuwbouw: Op basis van de indicatieve strategieën9Vanuit de regionale afspraken gelden deze indicatieve strategieën per kern als uitgangspunt, maar is onderbouwd afwijken hiervan mogelijk wanneer uit aanvullende informatie en analyses blijkt dat dit realistisch en mogelijk is., bovenstaande analyses van de woningmarkt, gesprekken met bewoners en overige woningmarktpartners, en de aanvullende achtergrondanalyses (zie bijlage 3), zijn voor de kernen in de gemeente de volgende PMC-strategieën opgesteld: PMC-strategie per type kern/woonmilieu Westerwolde: ontwikkeling komende tien jaar Toelichting PMC-strategie Westerwolde per kerntypeCentrumkern Ter Apel; ruimte voor vernieuwing en toevoegen van beperkt volumeDe PMC-strategie voor de centrumkern voor goedkope (sociale huur) nultredenproducten in Ter Apel zet in op beperkte groei van de voorraad. Uit aanvullende analyses, gegevens van Acantus en gesprekken met bewoners is gebleken dat er (op korte termijn) behoefte is aan een beperkte uitbreiding van het aantal levensloopbestendige sociale huurwoningen. Er is nu sprake van een kwalitatieve mismatch, die de komende jaren naar verwachting zal groeien. Hier moet dus worden afgeweken van de indicatieve PMC strategie. Bij het toevoegen van deze PMC ligt de nadruk op kleinschaligheid, enkel op structuurversterkende plekken nabij voorzieningen en het centrum. Daarnaast dienen toevoegingen zo veel mogelijk flexibel van aard te zijn, waardoor ze voor meerdere doelgroepen in te zetten zijn. Bij voorkeur gaan toevoegingen zo veel mogelijk gepaard met onttrekkingen van andere PMC’s in de woningvoorraad op termijn: met name in de goedkope grondgebonden sector in verouderde en eenvoudige buurten aan de randen van de kernen. In de effectenanalyse gaan we nader in op de mogelijke effecten van deze strategie. Ten aanzien van de meer reguliere grondgebonden goedkope koop en goedkope (sociale) huur wordt met de PMC-strategie ingezet op een reductie van de voorraad in de komende tien jaar. De huidige voorraad is op dit moment al te groot, en de toekomstige vraag zal verder afnemen. Toevoegingen door nieuwbouw zijn alleen mogelijk als daar een grotere sloopopgave van dezelfde PMC (op termijn) tegenover staat. Ten aanzien van middeldure en dure grondgebonden koop en middeldure en dure huur nultredenwoningen, wordt voor Ter Apel ingezet op behoud. De huidige voorraad is redelijk in balans is met de huidige en toekomstige vraag. Toevoegingen zijn in principe niet nodig zijn, maar kwaliteitsverbetering wel. Enkele zeer kleinschalige toevoegingen van deze PMC’s op structuurversterkende plekken zijn nog mogelijk, maar zullen gepaard moeten gaan met een gelijke onttrekking van deze PMC (op termijn) elders in verouderde delen van de voorraad aan de randen van de kern. CONCREET VERLEENT DE GEMEENTE IN TER APEL MEDEWERKING AAN: Toevoeging van (flexibele) nultredeproducten in de goedkope (sociale) huursector (dit kunnen ook appartementen zijn). Alle overige kleinschalige toevoegingen of vernieuwing van nultredeproducten in de koop- en huursector (dit kunnen ook appartementen zijn). Kleinschalige toevoeging of vernieuwing van middeldure en dure grondgebonden eengezins koopproducten. Initiatieven moeten passen binnen de toegestane ruimte voor extra nieuwbouw in de Centrumkern. IN TER APEL WORDT IN PRINCIPE GEEN MEDEWERKING VERLEENDE AAN: Toevoegingen (per saldo) van grondgebonden (reguliere) eengezinswoningen in de goedkope koopsector en goedkope (sociale) huursector. Op de lange termijn is van deze woningtypen per saldo een afname wenselijk. Vernieuwing door kleinschalige toevoegingen op korte termijn en onttrekking op langere termijn (10 jaar) is toelaatbaar. In beginsel zijn initiatieven die niet op structuurversterkende plekken zijn voorzien niet toegestaan (zie afwegingskader structuurversterking). Woonkernen: vernieuwen en beperkt toevoegen volume: doorstroming op gang brengenDe PMC-strategie voor de woonkernen Bellingwolde, Blijham en Vlagtwedde zet in op behoud van de hoeveelheid woningen10De strategie is op basis van de analyses bij deze woonvisie op één onderdeel bijgesteld ten opzichte van de indicatieve Oost-Groningse strategie: de strategie voor goedkope (sociale huur) nultredenproducten is ingezet op behoud van de voorraad in plaats van reductie.. Gebleken is dat in deze woonkernen (op korte tot middellange termijn) behoefte is aan behoud van het aantal levensloopbestendige sociale huurwoningen, om in te kunnen lopen op de kwalitatieve mismatch op dit moment. Eventuele zeer kleinschalige toevoegingen van deze PMC op structuurversterkende plekken is nog mogelijk nabij voorzieningen en de centra van de kernen. Bij voorkeur gaan toevoegingen zo veel mogelijk gepaard met onttrekkingen van andere PMC’s in de sociale huurvoorraad op termijn met name in de goedkope grondgebonden sector aan in verouderde en eenvoudige buurten aan de randen van kernen. In de effectenanalyse gaan we nader in op de effecten van deze strategie. Voor de meer reguliere grondgebonden goedkope koop en goedkope (sociale) huur, maar ook middeldure en dure nultredenproducten wordt ingezet op een reductie van de voorraad de komende tien jaar. De huidige voorraad is op dit moment al omvangrijk, en in de toekomst zal de vraag verder afnemen. Toevoegingen door middel van nieuwbouw zijn alleen mogelijk als daar een grotere sloopopgave van dezelfde PMC’s tegenover staat. In dat geval wordt vervangende nieuwbouw enkel toegevoegd op structuurversterkende plekken. Ten aanzien van middeldure en dure grondgebonden koop en koop nultredenproducten in verschillende prijsklassen, wordt voor de woonkernen ingezet op behoud. De huidige voorraad van deze PMC’s is in deze kernen al in balans met de huidige en toekomstige vraag. Kwantitatieve toevoegingen zijn in principe niet meer nodig, kwalitatieve verbetering wel. Enkele zeer kleinschalige toevoegingen van deze PMC’s op structuurversterkende plekken zijn nog mogelijk, maar gaan bij voorkeur gepaard met een onttrekking van deze PMC elders in verouderde delen van de voorraad aan de randen van de kern: bij voorkeur wordt dus enkel voorzien in een vervangingsvraag voor deze PMC’s. CONCREET VERLEENT DE GEMEENTE IN DE WOONKERNEN MEDEWERKING AAN: Zeer kleinschalige toevoegingen of vernieuwing middels (flexibele) nultredenproducten in de goedkope (sociale) huursector. Zeer kleinschalige toevoegingen of vernieuwing van (flexibele) nultredenproducten in de koopsector. Zeer kleinschalige toevoeging of vernieuwing van middeldure en dure grondgebonden eengezins koopproducten. Initiatieven moeten passen binnen de toegestane ruimte voor extra nieuwbouw in de woonkernen. IN DE WOONKERNEN WORDT IN PRINCIPE GEEN MEDEWERKING VERLEEND AAN: Toevoegingen (per saldo) van grondgebonden (reguliere) eengezinswoningen in de goedkope koopsector en goedkope (sociale) huursector. Op de lange termijn is van deze woningtypen per saldo een afname wenselijk. Vernieuwing door kleinschalige toevoegingen op korte termijn en onttrekking op langere termijn (10 jaar) is toelaatbaar. Toevoegingen van nultredenproducten in de middeldure en dure huursector. Op lange termijn is van deze woningtypen per saldo een afname wenselijk. Vernieuwing door kleinschalige toevoegingen op korte termijn en onttrekking op langere termijn (10 jaar) is toelaatbaar. In beginsel zijn initiatieven die niet op structuurversterkende plekken zijn voorzien niet toegestaan (zie afwegingskader structuurversterking). Kleine kernen: ruimte voor ‘acupunctuur’-ingrepen die aansluiten bij concrete actuele behoefteIn de kleine kernen en linten is vooral een behoefte gebleken aan ‘acupunctuur’-ingrepen: kleinschalige ingrepen om te voorzien in vernieuwing van de voorraad, of zeer specifieke concrete behoeften. Voor de middeldure en dure grondgebonden koop en koop nultredenwoningen in verschillende prijsklassen, wordt voor de kleine kernen ingezet op behoud. De huidige voorraad van deze PMC’s is in deze kernen in balans met de huidige en toekomstige vraag: kwantitatieve toevoegingen zijn in principe niet meer nodig. Enkele zeer kleinschalige toevoegingen van deze PMC’s op structuurversterkende plekken zijn nog mogelijk, maar gaan bij voorkeur gepaard met een onttrekking van deze PMC elders in verouderde delen van de voorraad aan de randen van de kern: bij voorkeur wordt dus enkel voorzien in een vervangingsvraag voor deze PMC’s. Ten aanzien van de overige PMC’s in de kleine kernen (de grondgebonden goedkope koop en goedkope (sociale) huur, maar ook goedkope, middeldure en dure huur nultredenproducten) wordt met de PMC-strategie ingezet op een reductie van de voorraad de komende tien jaar. De huidige voorraad is op dit moment al omvangrijk ten aanzien van de vraag, in de toekomst zal de vraag naar deze PMC’s in de woonkernen verder afnemen. Toevoegingen door middel van nieuwbouw zijn niet meer wenselijk, tenzij daar een grotere sloopopgave van dezelfde PMC’s tegenover staat. In dat geval wordt vervangende nieuwbouw enkel toegevoegd op structuurversterkende plekken. CONCREET VERLEENT DE GEMEENTE IN DE KLEINE KERNEN MEDEWERKING AAN: Zeer kleinschalige toevoegingen of vernieuwing van nultredenproducten in de koopsector. Zeer kleinschalige toevoeging of vernieuwing van middeldure en dure grondgebonden enegezins koopproducten. Initiatieven moeten passen binnen de toegestane ruimte voor extra nieuwbouw in de kleine kernen. Individuele initiatieven die in principe niet groter zijn dan 6 woningen. IN DE KLEINE KERNEN WORDT IN PRINCIPE GEEN MEDEWERKING VERLEEND AAN: Toevoegingen (per saldo) van grondgebonden (reguliere) eengezinswoningen in de goedkope koopsector en goedkope (sociale) huursector. Op lange termijn is van deze woningtypen per saldo een afname wenselijk. Vernieuwing door kleinschalige toevoegingen op korte termijn en onttrekking op langere termijn (10 jaar) is toelaatbaar. Toevoegingen van nultredenproducten in de koopsector en goedkope (sociale), middeldure en dure huursector. Op langere termijn is van deze woningtypen per saldo een afname wenselijk. Vernieuwing door kleinschalige toevoegingen op korte termijn en onttrekking op langere termijn (10 jaar) is toelaatbaar. In beginsel zijn initiatieven die niet op structuurversterkende plekken zijn voorzien niet toegestaan (zie afwegingskader structuurversterking). 4.3Structuurversterking: de juiste woningen op de juiste plekken bouwen Als gemeente vinden we het belangrijk dat we, daar waar nog ruimte is voor vernieuwing en kwaliteitsverbetering, dit doen op de meest wezenlijke plekken in onze kernen. In principe moet éérst binnen bestaand stedelijk gebied worden gezocht naar mogelijkheden, voordat daarbuiten wordt gebouwd. In het regionale prestatiekader is de afspraak gemaakt dat in principe enkel nog op structuurversterkende plekken wordt gebouwd. Structuurversterking: focus op wezenlijke plekken in de kernenHet aantal woningen dat toegevoegd kan worden in de gemeente is beperkt en neemt op termijn af, dus toevoegen moet gebeuren op plekken waar de meerwaarde groot is. Denk hierbij aan beeldbepalende of centrale plekken in de kern of op locaties waar verbetering van belang is. Bouwen op structuurversterkende plekken zorgt voor meer levendigheid, meer ruimtelijke kwaliteit en meer draagvlak voor voorzieningen. Onder structuurversterkende plekken in deze verschillende typen kernen verstaan we: Type kern Structuurversterkende plekken Centrumkern In of direct rondom het centrum (centrumlocaties); aanpak van rotte kies, structurele leegstand of beeldbepalende plek; (eventueel) hergebruik van bestaand vastgoed; binnen bestaand stedelijk gebied. Woonkernen In de dorpskern; aanpak van rotte kies, structurele leegstand of beeldbepalende plek; (eventueel) hergebruik van bestaand vastgoed; binnen bestaand stedelijk gebied. Kleine kernen In de dorpskern of het bestaande lint; aanpak van rotte kies, structurele leegstand of beeldbepalende plek; (eventueel) hergebruik van bestaand vastgoed; binnen bestaand stedelijk gebied. De gemeente kan in uitzonderlijke gevallen afwijken van bouwen op structuurversterkende plekkenVanuit de Oost-Groningse afspraken geldt dat in principe alleen nog woningen worden gebouwd op structuurversterkende plekken. Westerwolde zet hier ook primair op in. Echter zijn er enkele uitzonderingssituaties denkbaar, bijvoorbeeld wanneer: Er geen alternatieve structuurversterkende plekken in de kern beschikbaar zijn: wanneer een plan past binnen de PMC-strategie voor de betreffende kern, en de gemeente vanuit dat perspectief belangrijk vindt voor de kern, maar het plan zich niet op een structuurversterkende plek bevindt, kan worden besloten om voor dat geval af te wijken van het principe van structuurversterking. Dergelijke gevallen en situaties vormen voor gemeente Westerwolde een mogelijke afwijkingsgrond om in bepaalde (uitzonderlijke) gevallen te mogen afwijken van het bouwen op structuurversterkende plekken. Let wel: de afweging om gebruik te maken te maken van deze afwijkingsgrond ligt bij de gemeente zelf: het college van B&W mag daarbij zelf per geval bepalen of gebruik wordt gemaakt van deze afwijkingsmogelijkheid. In principe wordt zo veel mogelijk gebouwd op structuurversterkende plekken, en wordt er zo min mogelijk van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik gemaakt. Hieronder wordt het volledige afwegingskader voor structuurversterking schematisch weergeven. 4.4Extra woningen in de nieuwe plannen mogelijk en nodig voor vernieuwing en vitalisering van de Westerwoldse woningvoorraad Ruimte voor 200 extra nieuwbouwwoningen voor kwalitatieve verrijking on vernieuwingOm de woningvoorraad in Westerwolde vitaal te houden hebben we ruimte nodig voor nieuwe woningbouwinitiatieven die een toevoeging vormen op de bestaande voorraad. Om die vernieuwing te faciliteren, creëren we voor de komende tien jaar ruimte voor 200 extra nieuw te bouwen woningen, bovenop de bestaande woningvoorraad en de huidige ‘kansrijke’ plancapaciteit. Extra mogelijk in centrumkern Extra mogelijk in woonkernen Extra mogelijk in kleine kernen Totaal extra in Westerwolde Extra nieuwe woningen mogelijk vanuit woonvisie 75 75 50 200 Met deze extra nieuwbouwruimte kunnen we de gewenste aanpak van de woningvoorraad realiseren. In de centrumkern Ter Apel worden 75 extra nieuwe woningen toegestaan, en in de woonkernen Bellingwolde, Blijham en Vlagtwedde samen eveneens 75 extra woningen. In de kleine kernen kunnen nieuwe kleinschalige plannen voor 50 extra woningen worden toegevoegd, bij voorkeur verspreid over de kleine kernen. De extra ruimte voor 50 woningen laat het toe om in de kleinere kernen van de gemeente ‘acupunctuur’ toe te passen: het op kleine schaal toevoegen van verrijkende PMC’s of vernieuwing van de bestaande voorraad, aansluitend bij de vraag die zich op dat moment aandient in de kleinere kernen. De invulling van de extra nieuwbouwmogelijkheden vindt plaats aan de hand van de hiervoor beschreven PMC-strategie en het principe van structuurversterking. Waar initiatieven inzetten op kleinschalige vernieuwing van de bestaande voorraad, afwijkend van de PMC-strategie, zal bij het onttrekken van woningen aan de voorraad op lange termijn (middels goede monitoring) blijvend aandacht worden geschonken aan de beoogde ontwikkelrichtingen volgens de PMC-strategie. VERVANGENDE SLOOP/NIEUWBOUW EN ADDITIONELE SLOOP OF NIEUWBOUW DOOR CORPORATIES: Iedere nieuwbouwwoning van een corporatie waar rechtstreekse sloop van een woning in hetzelfde gebied aan is gekoppeld valt buiten de hierboven genoemde 200 extra nieuwbouwmogelijkheden. Zodra door een corporatie per saldo een extra nieuwe woning in een kern wordt toegevoegd, waar niet direct sloop van een andere woning aan is gekoppeld, valt deze wel binnen de 200 extra ruimte. Zodra een corporatie een woning sloopt, die niet is gekoppeld aan nieuwbouw van een woning op een andere plek, telt deze woning mee inde sloopopgave zoals geformuleerd in deze woonvisie. Ofwel: alle per saldo ‘extra’ sloop door een corporatie, telt wel mee in de totale sloopopgave die nodig is. 4.5Bestaande planvoorraad biedt ook nog beperkt ruimte voor toevoeging woningen Op dit moment liggen er in Westerwolde diverse nieuwbouwmogelijkheden vast in juridisch ‘harde’11Vastgestelde en onherroepelijke bestemmingsplannen worden als juridisch hard beschouwd. bestemmingsplannen. De bestaande voorraad harde bestemmingsplannen met bouwmogelijkheden voor woningen bedraagt in totaal zo'n 60 plannen en 165 woningen. Het grootste deel van die plannen bevat bouwmogelijkheden voor één of enkele extra woningen op bestaande (woon)percelen. Daarnaast ligt er harde plancapaciteit in enkele grotere plannen, die voorzien in toevoeging van enkele tientallen woningen. Een groot deel van de bestaande harde planvoorraad betreft echter plannen waarvan de ontwikkeling in feite al jaren stil ligt, of waarbij tot op heden nog geen sprake is geweest van ontwikkelingen. We achten het onrealistisch dat deze 'stilliggende' plannen de komende tien jaar feitelijk tot ontwikkeling zullen komen. In veel gevallen gaat het dan om de kleinere plannen op bestaande (woon)percelen, met extra bouwmogelijkheden voor één of enkele woningen. Bovendien betreft het grotendeels ook plannen die bezien vanuit de PMC-strategie en het principe van structuurversterking in deze woonvisie, niet of nauwelijks een toevoeging kunnen vormen op de bestaande voorraad. Deprogrammeren: concreet deprogrammeerplan wordt opgesteld na vaststelling woonvisieOm een goed uitgangspunt te hebben voor de effectenanalyse in deze woonvisie, is een zo goed mogelijke eerste inschatting gemaakt van de te schrappen bestaande (harde) plancapaciteit12De afgelopen jaren is al een groot deel van de ongewenste plancapaciteit gedeprogrammeerd., en de te handhaven woningbouwplannen. Een meer nauwkeurige inschatting van de exacte aantallen en plannen wordt gemaakt bij het opstellen van een concreet deprogrammeerplan na vaststelling van de woonvisie. Daarvoor gaan we binnen twee jaar na vaststelling van de woonvisie een concreet deprogrammeerplan opstellen voor het verder schrappen van overbodige plancapaciteit in de gemeente. De volgende aantallen geven een eerste globaal beeld dat dient ter ondersteuning van een goede en volledige effectenanalyse. Zo'n 80 woningen in harde planvoorraad behouden is uitgangspunt voor de effectenanalyse woonvisieEr zijn naar schatting maximaal zo'n 80 woningen in de bestaande planvoorraad, die vanuit een kwalitatief oogpunt wenselijk zijn en die waarschijnlijk tot ontwikkeling zullen komen in de komende tien jaar. Deels kan met deze plannen ook worden ingezet op vernieuwing van de bestaande voorraad in de kernen. In totaal gaat het (ter indicatie) om harde plannen voor zo'n 45 woningen in centrumkern Ter Apel, 30 in de woonkernen Bellingwolde, Blijham en Vlagtwedde, en 5 in de kleine kernen. Van deze plannen is het wenselijk om de ontwikkeling ervan door te zetten en is het realistisch dat deze ook tot ontwikkeling zullen worden gebracht. Bestaande ‘zachte’ plannen zullen, net als nieuwe initiatieven, moeten passen binnen deze woonvisie. 4.6Naast nieuwbouw, sloop nodig vna naar verwachting 400 incourante woningen op de langere termijn Om de extra nieuwbouw van 200 woningen mogelijk te kunnen maken, en de vraag- aanbod balans zo min mogelijk te verstoren, zullen er op termijn naar verwachting 400 woningen worden onttrokken aan de woningvoorraad (worden gesloopt). Het slopen van woningen kost geld en de gemeente zal, wanneer het om koopwoningen gaat, een groot deel van de kosten moeten dragen. Een deel van de op termijn te slopen woningen zal binnen het bezit van de woningcorporaties vallen. Voor het behoud van een goed woonklimaat start de gemeente daarom met het opbouwen van een reserve waaruit, op termijn, de kosten voor het onttrekking van woningen kan worden gefinancierd. Zowel in particuliere als in sociale voorraad sloop op basis van (monitoring) werkelijke leegstandWe zeggen in het kader van de sloopopgave nadrukkelijk ‘naar verwachting’: voorwaarde voor het genoemde sloopprogramma van 400 woningen, is een goede en constante monitoring van de bestaande voorraad, huishoudensontwikkeling, leegstand en toevoegingen, om te volgen of wellicht meer of minder inzet op sloop nodig blijkt te zijn op termijn. Als de ontwikkelingen op het gebied van huishoudens, woningvoorraad en leegstand fors afwijken van de in deze woonvisie beschreven ontwikkeling, dan kan aanpassing of herijking van de woonvisie noodzakelijk zijn. Omdat gesloopt wordt op basis van werkelijke leegstand is het moeilijk precies te voorspellen waar woningen gesloopt moeten worden. Onderstaande tabel geeft een indicatie van de verwachte sloop per type kern. Indicatie sloop centrumkern Indicatie sloop woonkernen Indicatie sloop kleine kernen Totaal sloop Westerwolde Indicatie sloopopgave per type kern 125 140 135 400 Blijkt op den duur bijvoorbeeld dat de leegstand in bepaalde kernen harder toeneemt dan op basis van de woonvisie wordt verwacht, dan moet daar actie op worden ondernomen, en zal het toevoegen van woningen wellicht moeten worden teruggebracht of stopgezet op die plekken. Daarnaast kan echter ook blijken dat de leegstand van woningen (in bepaalde kernen) op termijn minder hard toeneemt dan verwacht, bijvoorbeeld doordat het aantal huishoudens minder hard afneemt dan verwacht. In een dergelijk geval zou het juist ook wenselijk en verantwoord kunnen zijn vanuit de woonvisie meer nieuwbouwmogelijkheden toe te laten, aangepast aan de werkelijke ontwikkelingen in de gemeente. Ook binnen het sloopprogramma wordt maximaal bij de PMC-strategie uit deze woonvisie aangesloten. Sloop zal naar verwachting vooral plaatsvinden in de segmenten waar verdunning van de voorraad op termijn wenselijk is. De kwetsbare delen van de woningvoorraad bevinden zich vooral in de oudere (goedkope koop en huur) rij- en hoekwoningen. Effecten op leegstand en waardedaling zullen waarschijnlijk dan ook als eerste in deze delen van de woningvoorraad merkbaar zijn (denk aan toenemende structurele leegstand en waardedalingen). Door goed te monitoren in welke delen van de voorraad daadwerkelijk leegstand optreedt, kan op termijn met sloop goed worden ingespeeld op de daadwerkelijke leegstandsontwikkeling. Goede monitoring is dan ook essentieel onderdeel van een goede uitvoering van de strategie van nieuwbouw en sloop binnen dit systeem van dynamisch voorraadbeheer. De monitoringssystematiek wordt in het laatste hoofdstuk van deze woonvisie nader uitgewerkt. Kosten en financiering sloopopgave vragen om reservering van middelen in gemeente en regioFinanciering van de sloopopgave wordt op verschillende manieren geborgd. Deels zullen de sloopkosten op termijn voor rekening van de corporaties komen, omdat het hun bezit betreft. Dit wordt afgestemd met de corporaties en geborgd binnen de prestatieafspraken. Het overige deel van de sloopopgave zal in de particuliere voorraad plaatsvinden, waarvan de kosten voor het opkopen en slopen van woningen hoofdzakelijk voor rekening van de gemeente komen. In de regio Oost-Groningen is een systeem van cofinanciering overeengekomen voor het slopen van woningen: 75% wordt gefinancierd vanuit het regionale sloopfonds voor woningen, en 25% van de kosten komt direct voor eigen rekening van de gemeente. Op deze basis kunnen we een goede kwaliteitsslag slaan. Uitgaande van een sloopprogramma van zo'n 400 woningen de komende tien jaar, en een gemiddelde investering van € 50.000 per te slopen woning, schatten we de totale kosten van de sloopopgave in op circa € 20 miljoen. Naar verwachting komt daarvan ongeveer twee derde voor rekening van de gemeente. Met toepassing van bovenstaande regeling betekent dat een gemeentelijke cofinanciering van ongeveer € 3,5 miljoen. De gemeente bouwt daarvoor de komende jaren een reserve op. Daarnaast zet de gemeente zich in voor het voorzetten van de regionale aanpak vanuit het sloop- en transitiefonds en neemt met maximale inzet deel aan het organiseren van de financiering binnen dit fonds. We zullen in 2019 meewerken aan een strategisch plan om dit te kunnen realiseren. De strategie om nu te bouwen en op termijn pas te slopen, indien dat op dat moment ook nodig blijkt te zijn, maakt de sloopopgave ook meer financieel haalbaar. Door nu woningen toe te voegen aan een woningmarkt die steeds meer ontspannen raakt, ontstaat er ook daadwerkelijk ruimte voor waardedaling in de echt kwetsbare delen van de bestaande voorraad waardoor de geschatte sloopopgave op termijn, en bij daadwerkelijke leegstandseffecten, pas ook echt praktisch en financieel haalbaar wordt. 4.7Effecten nieuwbouw en sloop: ook zonder nieuwbouw leegstandeffecten, daarom strategische inzet op combinatie van nieuwbouw en sloop Omdat op basis van de woonvisie vraag en aanbod de komende tien jaar naar verwachting niet volledig in balans zullen zijn, beoordelen we in dit onderdeel beknopt de mogelijke effecten van de ontwikkelingen volgens de woonvisie op de bestaande voorraad en op de leegstand in de gemeente. In de uitgebreidere effectenanalyse in de bijlage is een meer gedetailleerde omschrijving van de huidige leegstand en de effecten op basis van verschillende scenario's gegeven. In onderstaande tabel is de huidige leegstand per type kern, en de effecten van de in deze woonvisie gekozen strategie van 200 extra nieuwbouwmogelijkheden en naar verwachting de sloop van zo'n 400 woningen op termijn weergeven. Centrumkern Woonkernen Kleine kernen Totaal gemeente Werkelijk huidig % leegstand
(2017)2,6% 2,7% 3,1% 2,8% Toename % leegstand komende 10 jaar +2,5% +2,4% +2,5% +2,4% Indicatie % leegstand in 2027 5,1% 5,1% 5,6% 5,2% Ook wanneer we niets doen, zonder extra nieuwbouw en sloop leegstandeffecten komende 10 jaarIn het nul-scenario (zie ook analyse in bijlage 3) zien we dat de leegstand in heel de gemeente met circa 4,0% toeneemt de komende tien jaar, doordat het aantal woningen licht stijgt terwijl het aantal huishoudens in de hele gemeente afneemt. In de centrumkern en woonkernen neemt de leegstand naar verwachting toe tot circa 6,5%, en in de kleine kernen zelfs tot naar verwachting zo'n 8%. Dat betekent dus dat wanneer we vanuit de woonvisie niet inzetten op extra nieuwbouw of sloop, er naar verwachting ook leegstandseffecten op zullen treden. Niets doen is daarmee in principe geen optie. Effecten strategische inzet op nieuwbouw en sloop komende tien jaar relatief beperkt en aanvaardbaarDe analyse van de effecten van deze uitgangspunten met betrekking tot de bestaande voorraad in relatie tot nieuwbouw, bestaande plancapaciteit en sloop, loopt de leegstand in de centrumkern op met zo'n 2,5%, tot circa 5,1% leegstand. In de woonkernen neemt de leegstand naar verwachting toe met ongeveer 2,4% naar zo'n 5,1%. De leegstand loopt in de kleine kernen met zo'n 2,5%, tot naar schatting in totaal zo'n 5,6% in 2027. Op basis van de uitgangspunten van 200 extra nieuwbouwmogelijkheden, 80 woningen in bestaande harde plannen en 400 woningen sloop is de totale verwachte gemeentebrede toename van leegstand tot 2027 relatief beperkt: de totale leegstand zal naar verwachting met net geen 2,5% toenemen in de komende tien jaar. Het huidige leegstandsniveau in de gemeente is nog relatief beperkt en zeer normaal in vergelijking met andere gemeenten door het hele land. De normale (‘gezonde’) frictieleegstand bedraagt gemiddeld zo'n 2%. Een leegstand van 4% tot 6% is dus wel bovengemiddeld ten opzichte van normale frictieleegstand, maar ook zeker niet bijzonder hoog. De effecten van 4% tot 6% leegstand zijn relatief beperkt, en hebben naar verwachting geen onwenselijke of ontwrichtende effecten op waardedaling of op leefbaarheid teweeg brengen. Met goede monitoring van de woningvoorraad voorkomen we onnodige sloop en/of nieuwbouwIn de kleine kernen ligt de leegstand op dit moment al wat hoger dan gemiddeld in de gemeente Westerwolde. Bovendien zal de leegstand in de kleine kernen relatief het hardst toenemen. Het verwachte leegstandsniveau van 5,6% in de kleine kernen in 2027 is niet zorgelijk of oncontroleerbaar hoog, maar moet zeker strak gemonitord worden. Daarom zullen met de monitoring de effecten op de bestaande voorraad en de leegstand zeker ook in de kernen continu worden beoordeeld, en waar mogelijk zal dan ook moeten worden ingegrepen wanneer de leegstand zich sneller ontwikkeld dan verwacht. In dat geval kan een herijking van de toegestane extra woningbouwaantallen mogelijk nodig zijn. Datzelfde geldt overigens voor de centrumkern Ter Apel en de woonkernen. Bij een boven- of ondergemiddelde ontwikkeling van de leegstand zal jaarlijks moeten worden beoordeeld of interventie of herijking van de aantallen in de woonvisie wenselijk en noodzakelijk is. In het laatste hoofdstuk van de woonvisie gaan we nader in op de methode van monitoring en evaluatie. CONCRETE ACTIES VANUIT STRATEGIE DYNAMISCH VOORRAADBEHEER WESTERWOLDE: De gemeente staat ruimte voor 200 extra nieuwbouwwoningen voor kwalitatieve verrijking en vernieuwing toe (75 in de centrumkern, 75 in woonkernen, en 50 in kleine kernen). Uiterlijk twee jaar na vaststelling van deze woonvisie wordt een deprogrammeerstrategie opgesteld ten behoeve van het schrappen van de bestaande overtollige en ‘stilstaande’ harde plancapaciteit. Uiterlijk drie jaar na vaststelling van de woonvisie stelt de gemeente, mede aan de hand van de resultaten van de monitoring van de bestaande voorraad en leegstand, een sloopstrategie op hoofdlijnen op. De gemeente start met het opbouwen van een reserve voor het onttrekken van woningen om de geschatte benodigde middelen van circa € 3,5 miljoen ten behoeve van de sloopopgave op termijn te kunnen betalen. Daarnaast spant de gemeente zich in de regio, vanuit de Menukaart, in om het regionale deel van de nodige financiering (circa € 10 miljoen) gedekt en geborgd te krijgen vanuit het regionale sloop- en transitiefonds. De gemeente monitort jaarlijks de effecten van de PMC-strategie en het dynamisch voorraadbeheer op de bestaande voorraad en op de leegstand. En evalueert jaarlijks de uitkomsten, waarbij beoordeeld wordt of wijziging of herijking van de woonvisie wenselijk of noodzakelijk is. 5Monitoring en evaluatie 5.1Monitoring Voor een succesvolle en gecontroleerde uitvoering van de PMC-strategie en de strategie van dynamisch voorraadbeheer is een terugkerende en goede integrale monitoring van cruciaal belang. De gemeente monitort daarom jaarlijks de volgende aspecten: De feitelijke ontwikkeling van het aantal inwoners/huishoudens (i.r.t. de regionale prognose 2017) De bestaande harde plancapaciteit in de gemeente (aantal directe bouwtitels, aantal geschrapt) De omvang van de woningvoorraad, het aantal toevoegingen en aantal onttrekkingen De hoeveelheid woningen in nieuwe initiatieven waar gemeente medewerking aan verleent (vanuit de 200 extra nieuwbouwmogelijkheden (continue bijhouden) De feitelijke ontwikkeling van de leegstand (i.r.t. de effectenanalyse in de woonvisie) De gemiddelde waardeontwikkeling (WOZ) van de woningvoorraad Per aspect wordt in de monitoringssystematiek onderscheid gemaakt naar kernen en type kern (centrum- woon- of kleine kern), en naar type PMC (hoeveel van welk type?). Op die manier kan regelmatig worden beoordeeld welk type woningen op welke plekken is/wordt toegevoegd, en hoe de woningvoorraad en leegstand zich ontwikkeld binnen verschillende segmenten en type kernen. Op die manier kan aan de hand van de uitkomsten van de monitor in relatie tot de PMC-strategie en de strategie van dynamisch voorraadbeheer, ook worden beoordeeld in welke kernen, op welke plekken en in welke (PMC) segmenten de sloopopgave op de (middel)lange termijn gericht moet worden. 5.2Evaluatie Jaarlijks wordt geëvalueerd in hoeverre de gemeente op schema ligt met de acties en beleidsdoelen zoals genoemd in deze woonvisie. Bovendien wordt op basis van de uitkomsten van de monitoring bekeken in hoeverre aanpassing of herijking van de woonvisie wenselijk is. Op basis van de provinciale omgevingsverordening vindt hier overleg over plaats met de provincie Groningen. Bijlage1:Kaders en context LandelijkOp het gebied van wonen zijn er verschillende veranderingen in Rijksbeleid- en wetgeving en maatschappelijke en sociaaleconomische trends en ontwikkelingen die gevolgen hebben voor de woningmarkt. De herziene Woningwet en regels random corporatiebeleid bieden kansen voor woonvisieSinds 1 juli 2015 is de herziene Woningwet (en het daaronder liggende Besluit Toegelaten Instellingen Volkshuisvesting 2015) van kracht. Als gevolg hiervan verandert de rol van de gemeente. De gemeente krijgt meer invloed op de werkzaamheden van de in Westerwolde actieve woningcorporatie(s). Er zijn nieuwe regels voor de positie en activiteiten van woningcorporaties. De Woningwet onderstreept het belang van het maken van een actuele woonvisie, waarin het gemeentelijk volkshuisvestelijk beleid is opgenomen. We gebruiken de sturingsmogelijkheden die de herziene Woningwet ons biedtDeze nieuwe woonvisie vormt daarmee dan ook de basis voor het maken van prestatieafspraken met Acantus en Woonzorg Nederland. Denk hierbij aan afspraken over: investeringen, duurzaamheid, betaalbaarheid, kwaliteit, kernvoorraad, uitponden, vergunninghouders, et cetera. Ook deze onderwerpen komen in deze woonvisie aan bod. In lijn met de gedachte achter de Woningwet moet deze Woonvisie ook gedragen worden door andere relevante belanghebbenden en partners op de woningmarkt: marktpartijen, zorgaanbieders en bewoners. Vandaar dat deze ook uitgebreid meegenomen worden in het proces. Scheiden van wonen en zorg brengt nieuwe uitdagingen voor de woningmarkt met zich meeOm de zorg betaalbaar te houden, meer te laten aansluiten op de specifieke persoonlijke situatie en mensen langer thuis te kunnen laten wonen is in de afgelopen jaren het scheiden van wonen en zorg ingevoerd. Dit wordt extramuralisering genoemd. Daar waar wonen en zorg eerst samen werden vergoed vanuit de Algemene Wet Bijzondere Zorg (AWBZ) zijn wonen en zorg nu losgekoppeld. De cliënt betaalt zelf voor de huur- of koopwoning en de zorg wordt, afhankelijk van de situatie, gefinancierd via de Zorgverzekeringswet (ZVW), Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) of Wet langdurige zorg (Wlz, ter vervangen van de oude AWBZ). Concreet betekent de extramuralisering dat cliënten in de relatieve lagere zorgcategorieën niet langer intramuraal (zorg met verblijf in een instelling) wonen, maar in een zelfstandige woonruimte wonen en daar zorg ontvangen (extramuraal). De zorgzwaartepakketten (ZZP's, uit de oude ABWZ) 1 en 2 zijn voor alle typen zorg inmiddels geëxtramuraliseerd. Voor de VG-sector (verstandelijke gehandicapten) is ook ZZP 3 deels extramuraal gemaakt en voor de V&V-sector (verpleging en verzorging) ZZP 3 helemaal en ZZP 4 deels13Bron: Kenniscentrum Wonen-Zorg.. In de bijlage worden deze ZZP-categorieën nader toegelicht. Extramuralisering on overgang naar Wlz landelijk van invloed op vraag naar zelfstandige woonruimteDoor extramuralisering blijven mensen langer thuis wonen. Mensen met een steeds zwaardere zorgindicatie moeten in de reguliere zelfstandige woningvoorraad gehuisvest worden en blijven. Er is daardoor een toenemende vraag naar (intensieve) extramurale zorg. Dit geldt zowel voor de verstandelijke gehandicapten (VG) en Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) en de ouderenzorg. Landelijk neemt hierdoor de behoefte aan beschermde en beschutte (zelfstandige) woonvormen voor ouderen, GGZ en VG sterk toe. Op het terrein van beschermd wonen is deze trend ook ingezet. Aanvullend hierop hebben de Groninger gemeenten met de woningbouwcorporaties en de zorgaanbieders een convenant afgesloten in juni 2018 met als doel het verbeteren van uitstroommogelijkheden naar zelfstandig wonen. Ook door vergrijzing neemt het aandeel oudere huishoudens de komende jaren flink toe. Landelijke sociaaleconomische en demografische trends en ontwikkelingenIn onderstaande schema's staan landelijke sociaaleconomische en demografische trends en ontwikkelingen, met gevolgen voor de woningmarkt. Naast de ontwikkelingen zelf, geven we daarbij beknopt weer wat gevolgen van deze ontwikkelingen zijn. Trend Betekenis Gevolg Huishoudensgroei op (middel)lange termijn in steden, krimp in de periferie • Toename vraag naar woningen in stedelijke gebieden, driekwart (ruim 500.000 huishoudens tot 204014CBS/PHL huishoudensprognose
(2016).) van de huishoudensgroei gaat naar grotere gemeenten (vanaf 100.000 inwoners). • De trek naar de stad en krimp in de periferie is een zichzelf versterkend effect. Steeds meer (veelal jonge) mensen trekken weg naar gebieden met meer voorzieningen, opleidingen en carrièrekansen, vaak de grotere steden. In de periferie verdwijnen steeds meer voorzieningen en bedrijven door de demografische krimp, wat verdere krimp weer in de hand helpt. Daarnaast zijn de gevolgen van ontgroening en vergrijzing vaak beter merkbaar in de krimpende gebieden • Toenemende druk op de steden, juist minder op krimp-/anticipeerregio’s, waaronder ook Westerwolde15Anticipeergebied: gebied waar de bevolking op dit moment nog niet krimpt, maar in de verwachting wel.. • Vooral vertrekoverschot van jongeren vanuit de periferie naar de stad. • Gevolgen van ontgroening en vergrijzing met name merkbaar in gemeenten als Westerwolde. Vergrijzing • Oplopende vraag naar woningen geschikt voor ouderen (levensloopbestendig en nabij (zorg)voorzieningen). Zij hebben een bovengemiddelde voorkeur voor nultrede (vrijesector)huurwoningen dicht bij voorzieningen. • De doelgroep 75-plussers groeit de komende 10 jaar met 45% en is in 2040 meer dan verdubbeld tne opzichte van nu. • Deel bestaande voorraad is niet geschikt voor deze doelgroep. Vooral in de perifere gebieden. • Meer aandacht voor concepten als smart living, om langer thuiswonen mogelijk te maken Huishoudensverdunning: meer (jonge en oude) eenpersoonshuishoudens • Het aantal éénpersoonshuishoudens stijgt de komentde 10 jaar twee keer zo hard (12%) als het totaal aantal huishoudens (6%) in Nederland. Het gaat vooral om oudere alleenstaanden. Zo’n 80%-85% van de woningopgave tot 2040 wordt veroorzaakt door groei éénpersoonshuishoudens. • Toename vraag naar relatief kleine woningen (appartementen, patio’s), afname voorkeur voor relatief grote woningen. • Afname gemiddelde bestedingskracht per huishouden. De gemiddelde bestedingskracht van éénpersoonshuishouden is € 19.600. Van alle huishoudens in Nederland is dat € 34.20016CBS
(2014).. • Druk op betaalbare (huur)voorraad, maar in iets mindere mate in landelijke gemeenten als Westerwolde. • Deel bestaande voorraad ongeschikt voor doelgroep: niet levensloopbestendig en een te groot woonoppervlak. Nultredenwoningen, levensloopbestendig en op locaties dicht bij voorzieningen zijn nodig. Extramuralisering en scheiding wonen en zorg • Ouderen wonen langer thuis en door afschaffen lichte zzp’s, gescheiden financiering en vergrijzing neemt vraag naar zorggeschikte woningen toe. • Ook voor overige kwetsbare doelgroepen is de trend om zorg in de thuisomgeving aan te bieden. Denk aan de doelgroep Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang, OGGz, verwarde personen, mensen met (licht) verstandelijke beperkingen, statushouders, nazorg ex-gedetineerden, ouderen met dementie, Ernstige psychiatrische aandoeningen en jongeren die een vorm van begeleid wonen nodig hebben. • Druk op de huurprijzen voor extramurale zorgwoningen op aantrekkelijke plekken. • Leegkomend intramuraal zorgvastgoed op suboptimale plekken. Strengere duurzaamheidsnormen • Huishoudens zijn zicht steeds meer bewust van de duurzaamheid en energieprestaties van hun woning en hechten hier meer waarde aan. • Vraag naar goedkope, maar zuinige vrijesectorhuur neemt toe. Dit segment concurreert met dure onzuinige sociale huur. • De EPC wordt steeds verder aangescherpt. Van 0,4 in 2015 naar bijna 0 in 2021. • Woonlastenbenadering koppelt huur- en energielasten. Waardestijging koopwoning niet langer verdienmodel • Strengere financieringsvoorwaarden, huishoudensafname (op lange termijn) en afbouw hypotheekrenteaftrek maken waardestijging van de koopwoning niet langer een onomstreden verdienmodel. • Toenemende druk op de (vrijesector)huurvoorraad kin steden waar waardestijging minder vanzelfsprekend is. Flexibele contracten • Korte flexibele arbeidscontracten maken financiering van een koopwoning lastig. In 2015 had 20% van de werknemers een flexibel contract. De populariteit van huren neemt hierdoor toe. • Banken ontwikkelen financieringsmogelijkheden voor deze doelgroep en voor zzp’ers. • Op korte termijn extra druk op de bestaande huurvoorraad, vooral tussen aftoppings- en liberalisatiegrens. Dit segment is het alternatief voor een koopwoning in Westerwolde. Lage rentestand • Door de druk op de koopmarkt verleggen huishoudens hun aandacht naar huur, wat ook daar weer zorgt voor een prijsopdrijvend effect. • Opwaartse druk op zowel koop- als (vrijesector) huurvoorraad landsbreed. Economisch herstel • Consumentenvertrouwen stijgt. Huishoudens kopen graag weer om te profiteren van de stijgende prijzen. • Noodgedwongen voorkeur voor vrijesectorhuur door (te) hoge koopprijzen. De vraag naar huur is mede afhankelijk koopprijzen. • Toenemende druk op zowel koop- als (vrijesector)huurvoorraad landsbreed. ProvinciaalOp het gebied van wonen zijn binnen de provinciale context met name de Omgevingsvisie en Omgevingsverordening van de provincie Groningen van belang voor deze woonvisie. Omgevingsvisie en Omgevingsverordening provincie GroningenProvincie Groningen geeft samen met de regionaal samenwerkende gemeenten het bovenlokale en regionale ruimtelijk-economische beleid vorm. De provincie gebruikt hiervoor onder andere de Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 (OPG). Bij de structuurvisie hoort de Omgevingsverordening provincie Groningen 2016 (OPG). Daarin staan de regels waaraan bestemmingsplannen, wijzigings- en uitwerkingsplannen, beheersverordeningen en (tijdelijke) omgevingsvergunningen, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, moeten voldoen. Bestemmingsplannen brengen we in overeenstemming met provinciale structuurvisie en verordeningGemeenten moeten ruimtelijke plannen in overeenstemming brengen met de PRV. Daarnaast is in artikel 2.15.1 van de Omgevingsverordening worden de regio's in de provincie, waaronder Oost-Groningen, verplicht tot het opstellen en hebben van een regionale woonvisie. De verordening laat in dit artikel ook ruimte voor het opstellen van een regionaal woon- en leefbaarheidsplan dat kaderstellend is voor gemeentelijke woonvisies en waarbinnen bestemmingplannen moeten passen. In tegenstelling tot de Omgevingsvisie is de verordening direct bindend. ARTIKEL 2.15.1 WONINGBOUW (IN OMGEVINGSVERORDENING PROVINCIE GRONINGE 2016) Onverminderd artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening kan een bestemmingsplan alleen voorzien in de bouw van nieuwe woningen, voor zover deze woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal overeenstemmen met regionale woonvisie die rekening houdt met regionale woningbehoefteprognoses die de provincie elke twee jaar uitbrengt, of met nadere regels als bedoeld in het tweede lid. Wanneer niet binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening een regionale woonvisie is vastgesteld, kunnen Gedeputeerde Staten op verzoek van de betrokken gemeenten nadere regels over de nieuwbouwruimte vaststellen. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan – onverminderd artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening – voorzien in de bouw van nieuwe woningen, voor zover deze woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal in overeenstemming zijn met: een woonvisie of een woon- en leefbaarheidsplan waarover ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening overeenstemming bestaat met de gemeenten in het regionaal samenwerkingsverband waar de betreffende gemeente deel van uitmaakt, of bij het ontbreken van een dergelijk samenwerkingsverband, met de Groninger buurgemeenten van de betreffende gemeente; of de in het kader van de Regio Groningen-Assen tot stand gekomen regionale planningslijsten voor woningbouw. RegionaalRegionaal Woon- en leefbaarheidsPlan Oost-GroningenIn 2011 is het Regionaal Woon- en LeefbaarheidsPlan Oost-Groningen (RWLP) tot stand gekomen. Het RWLP is ontstaan omdat er nu en in de toekomst enkele leefbaarheidsproblemen ontstaan die om aandacht en acties op een regionale schaal vragen. In dit regionale plan zijn de belangrijkste ontwikkelingen en aandachtspunten bepaald op acht verschillende gebieden, waaronder woningmarkt, economie, onderwijs en arbeidsmarkt, et cetera. Per gebied/speerpunt is vervolgens een agenda en organisatie opgesteld om het thema op regionaal niveau verder te brengen. Wonen was dus een van de speerpunten binnen het RWLP. Prestatiekader RWLP regio Oost-Groningen 2018-2023 schept nieuwe kaders voor woonvisiesVanaf 2016 is door de Oost-Groningse partijen nauw samengewerkt, om te komen tot een actueel regionaal prestatiekader wonen, ter vervanging van het bestaande dat per 2018 zou aflopen. Eind 2018 zijn de vernieuwde regionale woonafspraken in het ‘Prestatiekader RWLP regio Oost-Groningen 2018-2023’ door de Oost-Groningse gemeenten, corporaties en zorgpartijen en de provincie bekrachtigd. Regionale afspraken in het Prestatiekader RWLP Oost-Groningen kaderstellend voor woonvisieEnkele belangrijke uitgangspunten bij deze vernieuwde regionale afspraken (het prestatiekader) zijn: ‘dat de afspraken moeten leiden tot flexibelere en betere regionale uitgangspunten, op basis waarvan de Oost-Groningse gemeenten een heldere en concrete kwalitatieve visie op de eigen woningvoorraad ontwikkelen met afwegingsruimte voor kwalitatief gewenste nieuwbouw. ’ Het regionale woningmarktonderzoek van Companen is daarbij kaderstellend en staat centraal binnen het prestatiekader. De uitkomsten zijn door de regio vertaald naar een regionale (indicatieve) PMC-strategie voor Oost-Groningen, met een doorkijk naar gemeenten en kernen. Deze afspraken en strategie, moeten uiteindelijk leiden tot een inhoudelijk betere afweging van nieuwbouw, ten opzichte van de bestaande voorraad en sloop. Een voor deze woonvisie wezenlijk onderdeel van de regionale woonafspraken is een flexibele en betere regionale woonprogrammering, die voldoet aan de provinciale verordening, en op basis van de principes van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Uitwerking van een regionale (PMC-) portefeuillestrategie en een regionaal gedragen systeem van dynamisch voorraadbeheer vormen daarbij belangrijke onderdelen van het regionale woonbeleid. De uitkomsten van Oost-Groningse woningmarktonderzoek van Companen
(2017)vormen hiervoor het vertrekpunt. Ten aanzien van het opstellen van de lokale woonvisies in Oost-Groningen, zijn de volgende onderdelen uit het prestatiekader met name belangrijk: OOST-GRONINGSE AFSPRAKEN EN POSITIE LOKALE WOONVISIES Woonvisies – De gemeenten in Oost-Groningen maken ieder – binnen één jaar na ondertekening van dit prestatiekader – een eigen gemeentelijke woonvisie, en stellen deze in de gemeenteraad vast. In de woonvisie wordt ingegaan op de gemeentelijke portefeuillestrategie, ook in Oost-Gronings perspectief. Daarnaast wordt in de woonvisie aandacht besteed aan de samenhang met de portefeuillestrategieën van de betrokken corporaties. Ook is het mogelijk om een reeds bestaande woonvisie middels een aanvulling of actualisatie aan te passen aan, en te laten aansluiten op de regionale afspraken. Door in de gemeentelijke woonvisies in te gaan op de elementen uit dit onderdeel van het prestatiekader, kan worden geborgd dat de woonvisies passen binnen de regionale afspraken en zo voldoen aan de Provinciale Omgevingsverordening. Dynamisch voorraadbeheer op basis van indicatieve PMC strategie – In de woonvisie geeft iedere gemeente aan: hoe de bestaande woningvoorraad erbij staat, ook specifiek voor de verschillende kernen; hoe de bestaande voorraad kan worden verbeterd; hoe de (sociale) doelgroepen zich ontwikkelen; waar en welke kwalitatieve nieuwbouw nog gewenst is; en wat de effecten van deze nieuwbouw op de bestaande voorraad zijn. Dit alles noemen we dynamisch voorraadbeheer. Het onderzoeksrapport van Companen vormt de basis van het dynamisch voorraadbeheer, inclusief de huishoudensprognose per gemeente. De doorvertaling hiervan, naar een indicatieve product-marktcombinatie- (pmc)strategie – met onderscheid naar kernentypologie (zie bijlage A) – is ook basis voor de gemeentelijke woonvisies. Gemeenten kunnen in de woonvisie enkel onderbouwd afwijken van deze indicatieve pmc-strategie. Over Blauwestad is op 27 maart 2015 door de stuurgroep RWLP Oost-Groningen afgesproken, dat de daar nieuw te bouwen woningen, vanaf € 325.000, buiten de afspraken in dit prestatiekader vallen. Nieuw te bouwen woningen tot € 325.000 maken wel deel uit van deze afspraken over dynamisch voorraadbeheer en de PMC-strategie voor gemeente Oldambt (en dienen dus in de gemeentelijke woonvisie te worden meegenomen). Structuurversterkende plekken – Eventuele nieuwbouw van woningen vindt plaats op plekken die de ruimtelijke structuur van de gemeente versterken. Dus bijvoorbeeld in centrumgebieden, in het hart van een lint, op beeldbepalende rotte plekken, in leegstand met grote maatschappelijke betekenis, et cetera. Gemeenten kunnen enkel onderbouwd afwijken van het bouwen op structuurversterkende plekken. Wanneer van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik wordt gemaakt, dienen gemeenten te beschikken over een gemeentelijk afwegingskader. Vraag-aanbodsituatie over tienjaars periode in balans – De woonvisie heeft een geldigheid van vijf jaar, en een doorkijk van tien jaar. Over die tienjaars periode moet de vraag-aanbodsituatie van woningen in de gemeente in balans zijn conform de regionale huishoudensprognose. De gemeente geeft in de woonvisie onderbouwd aan of dit zo is, en maakt daarmee aannemelijk dat vraag en aanbod over een periode van tien jaar in balans zullen zijn. Effectenanalyse – Is er in de woonvisie sprake van een kwantitatief overschot aan woningen over de komende tien jaar ten opzichte van de huishoudensprognose, dan onderbouwt de gemeente: Wat effecten op bestaande voorraad zijn: in welke kernen, wijken en (typen) woningen slaan de effecten neer?; Waar gesloopt wordt: waar zeker, waar waarschijnlijk, waar misschien; Hoe verdunning van de voorraad op andere wijzen wordt gerealiseerd; Welke leegstands- of leefbaarheidseffecten er zijn, en hoe de gemeente deze beoordeelt en mitigeert. Deprogrammeren – Onhereoepelijke bestemmingsplancapaciteit, die onwenselijk of overtollig is in de tienjaars periode op basis van de portefeuillestrategie, wordt in beginsel binnen twee jaar na vaststelling van de woonvisie herbestemd. In ieder geval wordt hiermee, indien mogelijk, prompt mee gestart. Met deze tweejaars periode is er in beginsel voldoende tijd voor het creëren van voorzienbaarheid en minimaliseren planschade. De woonvisie geeft dan aan om welke plannen het gaat. Menukaart Oost-Groningen zet in op aanpak en versterking bestaande woningvoorraadOp 1 april 2016 stelde de RWLP Stuurgroep Plus de zogeheten ‘Menukaart Oost-Groningen’ op, Deze bevat: Zes keuzegerechten voor de pijler Wonen; Afspraken om de kwalitatieve en kwantitatieve afspraken uit het Regionaal Prestatiekader Oost-Groningen te herijken, als voorwaarde voor uitwerking van die 6 keuzegerechten; Intervisie en Plan van Aanpak Voorzieningen, onder de pijler Voorzieningen; Een samenwerkingsagenda. Met de vaststelling van de Menukaart, zijn alle gemeenten aangehaakt bij de uitvoering van de zes verschillende keuzegerechten voor de pijler wonen (de meeste gemeenten zijn aangehaakt bij alle keuzegerechten). Sindsdien werken de gemeenten samen vanuit diverse trajecten aan de keuzegerechten: Aanpak verpaupering & waardedaling Aanpak verduurzaming & woonlasten Rotte kiezen aanpak Het inpondfonds Het transitie- en sloopfonds Aanpak deprogrammeren Veel van de keuzegerechten en bijbehorende acties die in regionaal verband vanuit de Menukaart worden opgepakt zijn van invloed op de woningvoorraad in de regio en in Westerwolde. Er zijn dus veel koppelingen te leggen tussen de beoogde doelen en de speerpunten van deze woonvisie en de acties vanuit de Menukaart. Waar nodig en mogelijk hebben we in deze woonvisie de koppelingen met de Menukaart en bijbehorende keuzegerechten gemaakt. LokaalDoelstelling coalitieprogramma 2018-2022 is een leefbaar en vitaal WesterwoldeWONEN IN HET COALITIEPROGRAMMA 2018-2022 WESTERWOLDE De gemeente Westerwolde is een groene gemeente war het goed wonen en leven is. Er wordt op maat gebouwd: overwegend kleinschalig en kwalitatief, voor jong en oud, voor de eigen inwoners en voor mensen van buiten, gespreid over de gemeente. Wij strijden echter voor meer sociale woningbouw en aantrekkelijke seniorenwoningen. Alleen op deze manier zal er voor iedereen plaats zijn in Westerwolde. Bestaande huurwoningen moeten, zo nodig, worden opgeknapt en verduurzaamd om onze gemeente leefbaar te houden. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: Met de woningcorporaties afspraken maken over een ander toewijzingsbeleid, waarbij de menselijke maat terug komt en rekening dient te worden met de inpasbaarheid in de omgeving. Voor woningbouwcorporaties geldt: eerst bouwen en dan pas slopen. Uitbreiding van de te verhuren woningvoorraad en gene verkoop van sociale huurwoningen. Zo nodig laat de gemeente zelf woningen bouwen om inwoners een goede huurwoning te kunnen aanbieden. Starterslening en blijverslening worden gecontinueerd. Duurzaamheidsleningen blijven bestaan en worden voor de gehele gemeente Westerwolde toegankelijk. Bijlage2:Analyse demografie/woningmarkt Demografie: ontwikkeling van bevolking, huishoudens en doelgroepenPer saldo nam aantal inwoners en aantal huishoudens afgelopen 10 jaar afAls we kijken naar de historische ontwikkeling van het aantal inwoners en het aantal huishoudens in Westerwolde, valt op dat beiden per saldo zijn afgenomen van 2007 tot 2017. De afname van het aantal inwoners liet de afgelopen tien jaar een relatief constante daling zien, van in totaal bijna 1.300 inwoners. Gemiddeld nam het aantal inwoners jaarlijks dus met 130 af sinds 2007. De ontwikkeling van het aantal huishoudens liet de afgelopen tien jaar een meer grillige trend zien, en nam soms toe en soms weer af. In totaal nam het aantal huishoudens de afgelopen tien jaar per saldo met circa 250 huishoudens af: gemiddeld een jaarlijkse afname van zo'n 25 huishoudens. Prognose en ontwikkeling bevolking (links) en huishoudens (rechts) 2007-2037 Bron: 2018, CBS Statline; 2017, Companen: bewerking Stec Groep
(2018)In de basis verdere afname aantal inwoners en huishoudens komende 10 tot 20 jaar in WesterwoldeOp basis van de provinciale prognose uit het regionale woningmarktonderzoek van Companen
(2017)zal de bevolking van Westerwolde ten opzichte van 2017, met ongeveer 9% afnemen tot ongeveer 21.135 inwoners in
  1. Gelijktijdig neemt ook het aantal huishoudens af. Onder invloed van de relatieve toename van het aantal eenpersoonshuishoudens en huishoudens zonder kinderen neemt het aantal huishoudens minder hard af dan het aantal inwoners. Het aantal huishoudens daalt de komende tien jaar met circa 3% waardoor er zo'n 400 huishoudens minder zullen zijn in
  2. De komende twintig jaar daalt het aantal huishoudens in Westerwolde zelfs met zo'n 8% ten opzicht van 2017 (circa 910 huishoudens) naar ongeveer 10.130 huishoudens in
  3. Ook in hele regio Oost-Groningen wordt voor de korte, middellange en lange termijn afname voorzienIn de gehele regio Oost-Groningen zal de huishoudensgroei de komende jaren stabiliseren, en binnen de komende vijf tot tien jaar omslaan in een krimp van het aantal huishoudens (Companen, 2017). Tot 2027 zal het aantal huishoudens naar verwachting met meer dan 1.000 afnemen in heel Oost-Groningen. Binnen vijftien jaar, tot 2032, zal de krimp naar schatting 2.700 huishoudens bedragen. De kwantitatieve toekomstige opgave voor de regio Oost-Groningen is negatief. Huishoudensontwikkeling per Oost-Groningse gemeente 2017-2032 Bron: 2017, Companen: bewerking Stec Groep
(2018)Daling aantal huishoudens gevolg van vergrijzing en ontgroeningDe daling van het aantal huishoudens in Westerwolde komt de komende jaren voornamelijk tot stand door een dalend aantal jongere huishoudens en gezinnen. Het aantal oudere (75+) huishoudens zal de komende tien tot twintig jaar nog groeien. Alleen de groep 75-plushuishoudens maakt nog een flinke groei door: een inschatting die relatief zeker is. Het aantal 75-plus huishoudens neemt de komende tien jaar met zo'n 40% tot 50% toe. In twintig jaar tijd zal het aantal 75-plus huishoudens in Westerwolde zelfs met 60% tot 70% toenemen ten opzichte van 2017. Tot 2027 is op basis van deze verwachte ontwikkeling dan ook een groeiende vraag naar geschikte seniorenwoningen (nultredenwoningen) te verwachten vanuit de groep 75+ huishoudens, die naar verwachting met circa 720 in omvang toeneemt. Ontwikkeling reguliere huishoudens naar leeftijdsklasse Westerwolde 2017-2037Leeftijdsgroep Huishoudens Ontwikkeling 2017 2027 2037 2017-2027 2027-2037 15 tot 30 jaar 785 730 635 -55 -95 30 tot 50 jaar 3.020 2.670 2.575 -350 -95 50 tot 65 jaar 3.470 2.970 2.100 -500 -870 65 tot 75 jaar 2.255 2.075 1.935 -180 -140 75+ jaar 1.875 2.595 2.890 +720 +295 Bron: 2017, Companen, bewerking Stec Groep
(2018). Aantallen zijn afgerond op 5-tallen. In alle kernen is vergrijzing al terug te zien in de huishoudensopbouw, beperkt onderlinge verschillenQua leeftijdsverdeling in de kernen van Westerwolde zijn op basis van het regionale onderzoek van Companen
(2017)nog weinig onderlinge verschillen waar te nemen. Wel is de vergrijzing van huishoudens al terug te zien in de huishoudensopbouw in de kernen, met een relatief groot aandeel 64 tot 75 en 75-plus huishoudens, ten opzichte van de jongere doelgroepen. In de grootste kern Ter Apel zijn er wat meer jonge huishoudens dan gemiddeld, en in Vlagtwedde en Blijham is de vergrijzing van huishoudens juist al wat beter zichtbaar. Over het algemeen zijn de verschillen verder relatief beperkt. VerhuisdynamiekAfgelopen jaren sprake van vertrekoverschot in Westerwolde: verhuisdynamiek vooral binnen regioOp basis van historische gegevens over verhuisbewegingen tussen 2006 en 2015 van het CBS, en de regionale woningmarktonderzoeken van Companen
(2017)is vast te stellen, dat Westerwolde een relatief fors vertrekoverschot kent, want in belangrijke mate bijdraagt aan de negatieve bevolkings- en huishoudensontwikkeling in de gemeente. Dat betekent dat er meer mensen uit de gemeente weg verhuizen, dan dat er mensen komen wonen. Daarnaast laten migratiegegevens duidelijk zien dat er sprake is van een relatief sterke verhuisdynamiek met andere Oost-Groningse gemeenten als Stadskanaal en Oldambt en in mindere mate met Pekela. Per saldo verhuizende er de afgelopen jaren meer mensen naar andere gemeenten in Oost-Groningen, dan dat er zich mensen vanuit de regio in Westerwolde vestigden. Daarnaast is vooral een sterke (uitgaande) verhuisrelatie met de gemeente Groningen te zien, en in mindere mate met Emmen. In grotere kernen vooral interne verhuisdynamiek, en inkomende verhuizingen vanuit kleinere kernenDe migratiegegevens laten duidelijk een beeld zien van een sterke interne binding van kernen: met name in de grotere kernen met een relatief hoog voorzieningenniveau is de interne verhuisdynamiek relatief hoog. Het gaat dan vooral om de kernen Vlagtwedde, Ter Apel, Bellingwolde en Blijham. Vanuit de kleinen kernen zijn juist vooral sterke uitgaande verhuisstromen richting de grotere kernen in de gemeente waar te nemen. Het gaat dan met name om Bellingwolde-Oost, Sellingen, Bourtange, Sellingerbeetse, en Ter Wisch. Gevolgen voor de woningvraag in WesterwoldeKomende 5 tot 10 jaar geen kwantitatieve opgave voor toevoeging aan de voorraad in WesterwoldeVoor de woningmarkt in Westerwolde betekent dit dat er in kwantitatieve zin de komende vijf, tien en twintig jaar in feite sprake is van een negatieve kwantitatieve opgave. Ook wanneer de krimp minder sterk zou doorzetten dan wordt verwacht op basis van de huidige prognoses, is het waarschijnlijk dat er alsnog sprake zal zijn van stabilisatie of lichte krimp: en daarmee geen behoefte aan kwantitatieve toevoegingen aan de bestaande woningvoorraad. Een belangrijke opgave in de komende jaren ligt hierdoor in het op peil houden en vitaal houden van de bestaande woningvoorraad. Gezien de verhuisdynamiek zal de krimp zich de komende jaren met name manifesteren in de kleinere kernen van de gemeenten. In de grotere kernen is het effect mogelijk minder groot, maar alsnog zal er naar verwachting sprake zijn van stabilisatie en krimp. In Westerwolde komende 5 tot 10 jaar sprake van gelijktijdige ontgroening en vergrijzingHoewel er in kwantitatieve zin dus sprake zal zijn van een dalende woningvraag in de gemeente, krimpen niet alle doelgroepen in Westerwolde: tegelijkertijd met de groei van de groep senioren (75+) krimpen de groepen huishoudens van middelbare leeftijd (30 tot 75 jaar) maar met name de jonge huishoudens tot 30 jaar, relatief hard. In Westerwolde is gelijktijdig dus sprake van zowel vergrijzing als van ontgroening. Dit heeft gevolgen voor de vraag naar levensloopbestendig wonen, en daarmee ook voor de vraag naar (wonen met) zorg. Hier gaan we in het volgende hoofdstuk nader op in, en de gevolgen hiervan zullen in dit hoofdstuk ook worden vertaald naar de PMC-strategie voor Westerwolde. Analyse bestaande woningvoorraadTypen kernen in gemeente WesterwoldeIn de gemeente Westerwolde zijn zo'n tien verschillende hoofdkernen te onderscheiden. Het gaat dan om kernen vanaf minimaal 200 woningen. Een indeling van de kernen in de gemeente naar type (woonmilieu) is onder andere van belang om in het beleid voldoende gedifferentieerd te werk te gaan, door goed te kijken naar de verschillen tussen gebieden en plekken. Daarnaast is een goede kernenindeling naar typologieën nodig om de strategie voor het dynamisch voorraadbeheer zo goed mogelijk te kunnen vormgeven, en de bijbehorende PMC-strategie zo veel mogelijk toe te kunnen snijden op de verschil

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.