Financiële verordening Groenalliantie Midden-Holland en omstrekenHet algemeen bestuur van de Groenalliantie Midden-Holland en omstreken; Gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 8 juli 2019; Gelet op het bepaalde in artikel 31 van de Gemeenschappelijke Regeling Groenalliantie Midden-Holland en omstreken; Gelet op het gestelde in de circulaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 13 oktober 2003, nummer IFLO2003/77278 inzake de gevolgen Wet dualisering provinciebestuur en de hieruit voor gemeenschappelijke regelingen voortvloeiende regelgeving (Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten) ten aanzien van begroten en verantwoorden; Gelet op het gestelde in de artikelen 3 tot en met 6 van de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Groenalliantie Midden-Holland en omstreken en Staatsbosbeheer; Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Algemeen bestuur: Het algemeen bestuur van de Groenalliantie Midden-Holland en omstreken. Dagelijks bestuur: Het dagelijks bestuur van de Groenalliantie Midden-Holland en omstreken. Recreatieschap: De Groenalliantie Midden-Holland en omstreken. Staatsbosbeheer: De uitvoerende organisatie op basis van de samenwerkingsovereenkomst met de Groenalliantie Midden-Holland en omstreken. Besluit begroting en verantwoording: Het wettelijk kader waar de begroting, meerjarenraming en jaarstukken aan dienen te voldoen, meer specifiek het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV), zoals in werking getreden op 1 februari 2003 (Stb. 2003, 27) en laatstelijk gewijzigd op 22 november 2017 (Stb. 2017, 469). Rechtmatigheid: Het in overeenstemming handelen met geldende wet- en regelgeving als ook de besluitvorming van het Algemeen bestuur met betrekking tot de financiële beheershandelingen. Doelmatigheid: De mate waarin de gewenste prestaties worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. Doeltreffendheid: De mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden gehaald. Begroting: Een begroting zoals bepaald in artikel 7 lid 1 BBV. Programma: Het geheel van taakvelden om een beoogde doelstelling te bereiken. Taakvelden: Eenheden waarin de programma’s zijn onderverdeeld Jaarstukken: De jaarrekening en het jaarverslag zoals bepaald in artikel 24 BBV. Weerstandsvermogen: De relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s zoals bepaald in het artikel 11 lid 1 BBV. Treasury: Het aangaan van leningen en het uitzetten van gelden onder toepassing van de Wet financiering decentrale overheden (Fido), zoals in werking getreden op 1 januari 2001 (Stb. 2000, 588) en laatstelijk gewijzigd op 15 december 2013 (Stb. 2013, 530), en de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), zoals in werking getreden op 1 januari 2001 (Stcrt. 2000, 588) en laatstelijk gewijzigd op 30 december 2014 (Stcrt. 2014, 36912). Artikel2Uitgangspunten 1.Voor de programmabegroting, de meerjarenraming, de jaarstukken en de uitvoeringsinformatie wordt een stelsel van baten en lasten gehanteerd. 2.De baten en de lasten van het begrotingsjaar worden in de begroting en de jaarstukken opgenomen, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar leiden, dan wel hebben geleid. Hoofdstuk2.BEGROTEN EN VERANTWOORDEN Kaderstellen Artikel3begroting 1.Het Dagelijks bestuur biedt het Algemeen bestuur een begroting aan conform artikel 7 van het Besluit begroting en verantwoording. 2.Op voorstel van het Dagelijks bestuur stelt het Algemeen bestuur een programma-indeling vast en de indicatoren per programma, met betrekking tot doelstelling, beoogde maatschappelijke effecten en de wijze van realisatie van de doelstelling. 3.Bij de begroting wordt een overzicht gegeven van de toedeling van taken aan de programma’s. 4.Het Algemeen bestuur kan nadere regels stellen die waarborgen dat de uitvoering van de begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt. Artikel4Vaststelling begroting 1.De conceptbegroting wordt uiterlijk 14 april van het aan het begrotingsjaar voorafgaande jaar, in het Dagelijks bestuur behandeld. 2.Conform het gestelde in artikel 28 van de Gemeenschappelijke regeling van de Groenalliantie Midden-Holland en omstreken stelt het Algemeen bestuur de begroting voor 1 augustus vast. 3.Het Algemeen bestuur autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en lasten per programma. 4.Voor besluiten tot wijziging van de begroting zijn de artikelen 29 tot en met 32 van de Gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland en omstreken van toepassing. Artikel5Beheer begroting 1.Het Dagelijks bestuur draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de realisatie van de doelstelling en de maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en doeltreffendheid van het door het Algemeen bestuur vastgestelde beleid kunnen worden getoetst. 2.Ingevolge het bepaalde in artikel 17 van de Gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland en omstreken berust het beheer van baten en lasten bij het Dagelijks bestuur. 3.Het Dagelijks bestuur draagt zorg voor het niet overschrijden van de gebudgetteerde lasten conform de actuele begroting. Een wijziging van de begroting geschiedt door het Algemeen bestuur conform artikel 29 van de Gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland en omstreken. 4.Het financieel beheer wordt binnen de kaders van de samenwerkingsovereenkomst en de gemeenschappelijke regeling aan Staatsbosbeheer opgedragen. Voor de uitvoering van deze taak is Staatsbosbeheer verantwoording verschuldigd aan het Dagelijks bestuur. Rapportage en Verantwoording Artikel6Bestuursrapportage en informatie 1.Het Dagelijks bestuur informeert het Algemeen bestuur periodiek over de realisatie van de begroting. De rapportages vinden plaats in de vorm van ten minste één bestuursrapportage. 2.De bestuursrapportage wordt uiterlijk in het vierde kwartaal aan het Algemeen bestuur aangeboden. 3.De inrichting van de bestuursrapportage sluit aan bij de programma-indeling van de begroting. 4.De bestuursrapportage gaat in op afwijkingen, zowel wat betreft de baten en lasten, de doelstelling en als daar aanleiding voor is, de maatschappelijke effecten, teneinde het Algemeen bestuur een goed beeld te geven van de voortgang van de geplande werkzaamheden en in staat te stellen tijdig bij te sturen. 5.Het gestelde in artikel 17 van de Gemeenschappelijke regeling Groenalliantie Midden-Holland en omstreken met betrekking tot de toewijzing van bevoegdheden aan het Dagelijks bestuur en het Algemeen bestuur is onverkort van toepassing. 6.De onder lid 5 bedoelde toewijzing van bevoegdheden geldt eveneens ten aanzien van het aangaan van nieuwe meerjarige verplichtingen inclusief het aangaan van leningen en het uitzetten van gelden (treasury). Op voordracht van het Dagelijks bestuur stelt het Algemeen bestuur hiervoor het beleid vast, met inachtneming van de op dat moment geldende wet- en regelgeving. Artikel7Jaarstukken
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.