Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2019DE RAAD DER GEMEENTE MAASTRICHT, gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders d.d. 27-08-2019, organisatieonderdeel Veiligheid en Leefbaarheid, no. 2019-02905; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, BESLUIT: tot het vaststellen van de onderstaande Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2019 onder gelijktijdige intrekking van de Woonschepenverordening Zuid-Willemsvaart 2007 en besluit dat dit in werking treedt de dag na bekendmaking. WOONSCHEPENVERORDENING ZUID-WILLEMSVAART 2019 Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van de woonboot als woning niet goed mogelijk is, zoals een bijboot, loopbrug, loopplank, vlonder, vlot, steiger, ponton en afhouder; bijboot: een vaartuig dat behoort bij een woonboot en daaraan ondergeschikt is en dat hoofdzakelijk bestemd of geschikt is voor het kunnen bereiken van de woonboot en het plegen van onderhoud aan de woonboot. Op een bijboot mag niet worden gewoond. leegstand: de situatie waarbij een woonboot langer dan 12 maanden aaneensluitende niet of nagenoeg niet is bewoond; ligplaats: een gedeelte van het openbaar water bestemd om door een woonboot met bijbehorende voorzieningen, te worden ingenomen; ligplaatskaart: van deze verordening deel uitmakende bijlage, houdende een kaart waarop de zones en de ligplaatsen in het openbaar vaarwater zijn gemarkeerd waarbinnen een woonboot met bijbehorende voorzieningen ligplaats kan innemen; ligplaatsvergunning: de ingevolge deze verordening vereiste vergunning om een ligplaats in te nemen in het openbaar water van de Zuid-Willemsvaart; openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn; rechtverkrijgende: de verkrijger onder bijzondere of algemene titel van de woonboot; vaartuig: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvend werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en pontons; woonboot: een vaartuig, tevens een gebouw te water, dat hoofdzakelijk is ingericht als of is bestemd tot woonverblijf voor één huishouden. Hieronder worden verstaan: woonschip: een woonboot met een scheepsromp, die herkenbaar is als een van origine varend schip; woonark: een woonboot, niet zijnde een woonschip; een woonark heeft van origine nooit gevaren Artikel2Vergunningsplicht Het is verboden in de Zuid-Willemsvaart in Maastricht met een woonboot ligplaats in te nemen, ligplaats te hebben of toe te laten dat een ligplaats wordt ingenomen zonder of in afwijking van een ligplaatsvergunning van burgemeester en wethouders. Artikel3Vergunningaanvraag De aanvraag voor een ligplaatsvergunning geschiedt door de eigenaar van de woonboot schriftelijk door volledige invulling van een door burgemeester en wethouders vastgesteld formulier, waarbij tenminste de volgende gegevens moeten worden ingediend: naam aanvrager en kopie gewaarmerkt identiteitsbewijs; naam, adres en omschrijving van de woonboot met afmetingen, foto(’s) en omschrijving bijbehorende voorzieningen; een bewijs van eigendom van de woonboot. Artikel4Beslissingstermijn Burgemeester en wethouders beslist over een aanvraag om een ligplaatsvergunning binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is. Burgemeester en wethouders kan zijn beslissing voor ten hoogste vier weken verdagen. Van het besluit tot verdaging wordt vóór de afloop van de in het eerste lid bedoelde termijn schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager. Artikel5Weigeringsgronden ligplaatsvergunning Een ligplaatsvergunning wordt geweigerd indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders: voor de woonboot een vergunning op grond van artikel 2.1 lid 1 onderdeel a, c of d van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist en deze niet is verleend; geen huurcontract is gesloten voor de huur van de ligplaats; de woonboot of de bijbehorende voorzieningen buiten de zones als bedoeld in de ligplaatskaart komt/komen te liggen dan wel deze bijbehorende voorzieningen in de ruimte tussen twee aangrenzende woonboten komen te liggen; er meer dan één bijboot bij de woonboot komt te liggen; vlonders op plaatsen aan de zijde van de vaargeul komen te liggen, waar dit op grond van de ligplaatskaart niet is toegestaan; strijd bestaat met de in artikel 6 opgenomen maatvoering; voor de ligplaats al vergunning is verleend; de woonboot niet rechtstreeks vanaf de oever bereikbaar is; Artikel6Maatvoering Voor woonboten geldt, met in achtneming van de afmetingen van de ligplaatsen in de ligplaatskaart een maximale lengte van 30,00 meter, een maximale breedte van 5,50 meter en een maximale hoogte van 3,50 meter gerekend vanaf de waterlijn, met uitzondering van 1/3 deel van de lengte van de woonboot waar de hoogte vanaf de waterlijn maximaal 4,50 meter mag zijn. Burgemeester en wethouders kunnen, gehoord de welstandscommissie, een ontheffing verlenen om van de in artikel 6 lid 1 genoemde breedtemaat af te wijken, met in achtneming van de maximale afmeerbreedte als aangeven in de ligplaatszonekaart. Burgemeester en wethouders kunnen bij ligplaatsvergunning afwijken van de in deze regels gegeven hoogtemaat tot niet meer dan 10% van die maten. De woonboot moet 2,5 meter uit de lengtemaat van de ligplaatsgrens liggen, de ligplaatsgrens grenst aan het einde van de ligplaatszone of bij niet aangrenzende ligplaatsen de afstand van 5 meter tussen de woonboten onderling kan worden gewaarborgd. Bij toepassing van de maatvoering wordt als volgt gemeten: de hoogte van een woonboot vanaf de waterlijn tot aan het hoogste punt van de woonboot, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; voor de lengte en breedte van een woonboot tussen de langste lengte en de breedste breedte (buitenkant bak) inclusief overstekken, loopranden, gangboorden, stootranden en dergelijke. Artikel7Overdragen ligplaatsvergunning De vergunninghouder kan de ligplaatsvergunning overdragen aan een rechtverkrijgende na daartoe verkregen instemming van burgemeester en wethouders. Op een verzoek tot instemming met overdracht van de vergunning is artikel 3 en 4 van toepassing. Op verzoek van vergunninghouder en van rechtverkrijgende schrijft burgemeester en wethouders de vergunning over op de naam van de rechtverkrijgende. In geval van overlijden van de vergunninghouder schrijft burgemeester en wethouders de vergunning op schriftelijk verzoek van rechtverkrijgende, onder gelijktijdige overlegging van een akte van overlijden evenals bescheiden waaruit blijkt dat aanvrager rechtverkrijgende is, over op diens naam. Artikel8Aansluiting Nutsvoorzieningen De vergunninghouder of ontheffinghouder is verplicht ervoor te zorgen dat de woonboot is aangesloten op het distributienet van de openbare waterleiding. De vergunninghouder of ontheffinghouder is verplicht ervoor te zorgen dat de woonboot is aangesloten op een openbaar riool. Artikel9Wijzigen ligplaatsvergunning Een wijziging van de verleende ligplaatsvergunning dient door de vergunninghouder vooraf bij burgemeester en wethouders schriftelijk te worden aangevraagd. Op een aanvraag tot wijziging van een ligplaatsvergunning als bedoeld in lid 1, is het bepaalde in artikel 3, 4 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.