Besluit van het algemeen bestuur van het Waterschap Drent Overijsselse Delta houdende regels omtrent reglement van orde (Reglement van orde algemeen bestuur Waterschap Drents Overijsselse Delta 2019)Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta; Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 27 augustus 2019; Gelet op het bepaalde in de Waterschapswet en artikel 8 van het Reglement voor het Waterschap Drents Overijsselse Delta B E S L U I T: vast te stellen het Reglement van orde voor de vergaderingen en overige werkzaamheden van het algemeen bestuur van Waterschap Drents Overijsselse Delta 2019: Hoofdstuk1Het lidmaatschap van het algemeen bestuur Artikel1Onderzoek geloofsbrieven en beëdiging 1.Bij benoeming van nieuwe leden van het algemeen bestuur, stelt het algemeen bestuur op voordracht van de voorzitter een commissie in bestaande uit drie leden uit het algemeen bestuur, die de geloofsbrieven, de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden en het proces verbaal van de verkiezingen onderzoekt. De commissie wordt bijgestaan door de secretaris of een door hem aangewezen ambtenaar. 2.De commissie brengt van haar onderzoek verslag uit aan het algemeen bestuur en doet daarbij een voorstel voor een besluit. De commissie maakt melding van een eventueel minderheidsstandpunt. 3.Het algemeen bestuur beslist direct over de toelating, tenzij wegens onvolledigheid of onduidelijkheid van de stukken tot verdaging wordt besloten. 4.Na een verkiezing als bedoeld in de Kieswet roept de voorzitter de toegelaten leden op om in de eerste vergadering van het algemeen bestuur in de nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. 5.In geval van tussentijdse vacaturevervulling roept de voorzitter een nieuw benoemd lid op voor de vergadering van het algemeen bestuur waarin over diens toelating wordt beslist, om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen. Hoofdstuk2Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur Artikel2Benoeming leden dagelijks bestuur 1.Het algemeen bestuur stelt, met inachtneming van het bepaalde in de Waterschapswet en het Reglement voor het Waterschap Drents Overijsselse Delta, voor de duur van de lopende bestuursperiode het aantal zetels totaal voor het dagelijks bestuur en de tijdsbestedingsnorm van de leden van het dat bestuur vast. 2.De naam van een kandidaat of namen van kandidaten worden uiterlijk 10 dagen voorafgaand aan de benoemingsvergadering gemeld aan de voorzitter. 3.Het zittende dagelijks bestuur blijft aan totdat het algemeen bestuur minstens de helft van hun opvolgers heeft benoemd. Dagelijks bestuursleden die niet in het nieuwe algemeen bestuur zijn gekozen, maken daar geen deel van uit na de verkiezingen. 4.De uiterste datum voor het benoemen van een nieuw dagelijks bestuur bedraagt drie maanden na de start van de zittingsperiode van het nieuwe algemeen bestuur. 5.Indien er binnen die termijn geen nieuw dagelijks bestuur wordt gevormd neemt de voorzitter de taken van het dagelijks bestuur waar. 6.In opdracht van de voorzitter wordt voorafgaand aan de benoemingsvergadering ten behoeve van de leden van het algemeen bestuur een risicoanalyse integriteit uitgevoerd. De voorzitter deelt de namen van de kandidaten en het eindconclusie van de analyse mee aan het algemeen bestuur. 7.Bij de benoeming van een lid van het dagelijks bestuur van buiten de kring van het algemeen bestuur wordt overeenkomstig artikel 1, eerste lid, een commissie ingesteld welke onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Waterschapswet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstige artikel 1, tweede t/m het vijfde lid. 8.De benoeming van de leden van het dagelijks bestuur vindt plaats na het afleggen van de eed of de verklaring en belofte bedoeld in artikel 1, vierde lid. Artikel3Stemming en verkozenverklaring 1.Indien er meer kandidaten zijn dan te vervullen plaatsen vindt stemming plaats. 2.[vervallen] 3.Indien er evenveel kandidaten zijn als te vervullen plaatsen verklaart de voorzitter, als daarmee voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 40 Waterschapswet, de desbetreffende kandidaat of kandidaten verkozen. Hoofdstuk3Fracties en fractievolgers Artikel4Fracties 1.Het lid c.q. de leden van het algemeen bestuur die door het stembureau op dezelfde kandidatenlijst zijn geplaatst, alsmede het lid c.q. de leden die door dezelfde organisatie zijn benoemd overeenkomstig artikel 14, eerste t/m derde lid van de Waterschapswet, worden bij aanvang van de zitting van het algemeen bestuur als één fractie beschouwd. 2.De fractie doet mededeling aan de dijkgraaf wie als fractievoorzitter is aangewezen. Zolang er geen voorzitter is benoemd, worden de lijsttrekkers geacht voorzitter te zijn, en voor de categorieën ongebouwd en natuurterreinen de oudste in leeftijd. 3.Indien: één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden; twee of meer fracties als één fractie gaan optreden; één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de dijkgraaf. 4.Met de in lid 3 beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur na de mededeling daarvan. Artikel5Fractievolgers 1.Elke fractie kan één fractievolger aanwijzen. 2.Als fractievolger kunnen worden aangewezen: personen die bij de laatste verkiezingen op de kandidatenlijst hebben gestaan; personen die zijn voorgedragen door de Vereniging van bos en natuureigenaren of LTO Noord. 3.Fractievolgers worden benoemd door de dijkgraaf op voordracht van de fractie. 4.Alvorens hun functie uit te oefenen leggen fractievolgers in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: "Ik zweer (verklaar) dat ik, om als fractievolger te worden aangewezen, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, aan iemand enige gift of gunst heb gedaan of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk van iemand enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als fractievolger naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat verklaar en beloof ik)". ondertekenen fractievolgers de gedragscode van het waterschap en melden zij hun nevenfuncties. 5.Functies als genoemd in artikel 31, eerste lid, van de Waterschapswet, zijn onverenigbaar met het fractievolgerschap. Fractievolgers dienen zich te onthouden van werkzaamheden als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de Waterschapswet. Hoofdstuk4Fractievoorzittersoverleg Artikel6Fractievoorzittersoverleg 1.Het fractievoorzittersoverleg bestaat uit de fractievoorzitters en wordt voorgezeten door de dijkgraaf. 2.De vergaderingen van het fractievoorzittersoverleg zijn besloten. 3.Het fractievoorzittersoverleg bespreekt onder meer de agenda's van Deltabijeenkomsten en vergaderingen van het plenaire algemeen bestuur en de wijze waarop agendapunten worden geagendeerd voor deze gremia; bewaakt de bestuurlijke agenda voor de wat langere termijn; evalueert het functioneren van het algemeen bestuur. Hoofdstuk5Deltabijeenkomsten Artikel7Deltabijeenkomsten 1.Een Deltabijeenkomst is een informatieve of opiniërende vergadering van het algemeen bestuur. 2.De Deltabijeenkomsten zijn openbaar. Het bepaalde in artikel 23 over besloten vergaderen en artikel 24 over geheimhouding is van overeenkomstige toepassing op Deltabijeenkomsten. 3.Een Deltabijeenkomst wordt voorgezeten door de dijkgraaf. 4.Naast de leden van het algemeen bestuur kunnen ook fractievolgers deelnemen aan een Deltabijeenkomst. Hoofdstuk6De commissies Artikel8Commissies algemeen 1.Het algemeen bestuur kan ad hoc commissies van advies instellen om zich te laten adviseren omtrent complexe aangelegenheden. 2.In een commissie kunnen zowel leden van het algemeen bestuur, fractievolgers als externe leden worden benoemd. Artikel9De Auditcommissie 1.De Auditcommissie is een vaste adviescommissie van het algemeen bestuur en heeft de volgende taken: adviseert het algemeen bestuur over aanbesteding van de accountant; voert periodiek afstemmingsoverleg met de accountant; bespreekt het verslag van bevindingen van de jaarrekening met de accountant; rapporteert over bovengenoemde zaken aan het algemeen bestuur. 2.De vergaderingen van de Auditcommissie zijn besloten. 3.Het algemeen bestuur benoemt maximaal vijf leden in de Auditcommissie die afkomstig zijn uit het algemeen bestuur of die fractievolger zijn. 4.Het lidmaatschap van de Auditcommissie eindigt in ieder geval bij het einde van de zittingsperiode van het algemeen bestuur. 5.De commissie wijst uit haar midden een commissievoorzitter en een plaatsvervangend commissievoorzitter aan. 6.Het lid van het dagelijks bestuur dat portefeuillehouder Financiën is, is aanwezig bij de vergaderingen van de Auditcommisie. Hoofdstuk7Plenaire Vergaderingen Paragraaf1Tijd van vergaderingen, voorbereiding Artikel10Vergaderfrequentie 1.Het algemeen bestuur vergadert zo vaak plenair als het daartoe besluit. 2.Indien de dijkgraaf, het dagelijks bestuur of tenminste vijf leden van het algemeen bestuur, schriftelijk en met opgave van redenen, om een vergadering verzoekt/ verzoeken wordt deze binnen 14 dagen belegd. Artikel11Oproep, agenda en voorstellen 1.De dijkgraaf zendt, spoedeisende gevallen uitgezonderd, uiterlijk tien dagen voor de vergadering de leden een uitnodiging met agenda en bijbehorende voorstellen toe. 2.De dijkgraaf kan, na het verzenden van de oproep, zonodig een aanvullende agenda doen uitgaan. De daarop vermelde voorstellen worden zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk twee dagen voor aanvang van de vergadering aan de leden toegezonden. Artikel12Ter inzage leggen van stukken Stukken waarvoor geheimhouding is opgelegd kunnen ter inzage worden gelegd in plaats van toegezonden te worden. Paragraaf2Vergaderorde Artikel13Vergaderquorum 1.De dijkgraaf opent de vergadering op het vastgestelde tijdstip, indien meer dan de helft van het aantal leden van het algemeen bestuur aanwezig is. 2.Wanneer een kwartier na het vastgestelde vergadertijdstip niet meer dan de helft van het aantal leden van het algemeen bestuur aanwezig is, belegt de dijkgraaf binnen uiterlijk twee weken een nieuwe vergadering. Artikel14Besluitenlijst en videoverslaglegging 1.De secretaris draagt zorg voor het opmaken van een besluitenlijst en actielijst. 2.De concept-besluitenlijst van de voorgaande vergadering wordt, zo mogelijk, gelijktijdig met de oproep en de voorstellen toegezonden aan de leden. 3.De dijkgraaf, de leden en de secretaris hebben het recht een voorstel tot verandering te doen indien de besluitenlijst onjuistheden bevat of niet duidelijk weergeeft hetgeen besloten is. 4.De door het algemeen bestuur vastgestelde besluitenlijst wordt door de dijkgraaf en de secretaris ondertekend. 5.Van de plenaire vergaderingen van het algemeen bestuur worden beeldopnamen gemaakt. Deze opnamen worden tijdens en na afloop van de vergadering via internet beschikbaar gesteld. Artikel15Ingekomen stukken en mededelingen 1.Bij het algemeen bestuur ingekomen stukken, waaronder schriftelijke mededelingen van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur, worden zo spoedig mogelijk ter kennis van het algemeen bestuur gebracht. 2.Het algemeen bestuur stelt, op voorstel van het dagelijks bestuur, de wijze van afdoening van de ingekomen stukken vast. Artikel16Beslissing Na de beraadslaging, wordt over het - eventueel geamendeerde- voorstel een eindbeslissing genomen. Paragraaf3Procedures bij stemmingen Artikel17Begin bij hoofdelijke stemming Indien over enig onderwerp hoofdelijk moet worden gestemd, deelt de dijkgraaf mee bij welk lid van het algemeen bestuur de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe worden de leden op een genummerde lijst geplaatst in alfabetische volgorde. Bij loting wordt een volgnummer van deze lijst aangewezen. Bij het daar genoemde lid begint de stemming Deze geschiedt vervolgens naar de volgorde van de alfabetische lijst. Indien het lid dat bij het gelote volgnummer staat niet aanwezig is, begint de stemming bij het daaropvolgende lid dat wel aanwezig is. Deze volgorde blijft de gehele vergadering gehandhaafd. Artikel18Algemene bepalingen over stemming 1.Na het sluiten van de beraadslaging vraagt de dijkgraaf of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd, stelt de dijkgraaf vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2.Na het sluiten van de beraadslaging en voordat het algemeen bestuur tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te motiveren. Deze motivering kan ook betrekking hebben op de reden waarom het lid zich op grond van aritkel 38a van de Waterschapswet van stemming moet onthouden. 3.Stemming vindt plaats bij handopsteking, tenzij de dijkgraaf of tenminste één lid hoofdelijke stemming verlangt. 4.Bij hoofdelijke stemming roept de dijkgraaf of de secretaris de leden van het algemeen bestuur bij hun naam op om hun stem uit te brengen. De stemming verloopt volgens de volgorde die overeenkomstig artikel 17 is bepaald. 5.Bij hoofdelijke stemming zijn alle aanwezige leden verplicht hun stem uit te brengen, met uitzondering van hen die zich op grond van de Waterschapswet van stemming moeten onthouden. 6.De leden brengen hun stem uit door enkel het woord 'voor' of 'tegen' uit te spreken. 7.Indien bij hoofdelijke stemming een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan hij deze vergissing herstellen voordat het volgende lid heeft gestemd. Merkt het lid zijn vergissing later op, dan kan hij nadat de dijkgraaf de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt, aantekening vragen dat hij zich heeft vergist. Dit heeft geen gevolgen voor de uitslag van de stemming. 8.Indien de stemmen staken in een vergadering die niet voltallig is, wordt het nemen van een besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen worden heropend. 9.Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een volgende vergadering als bedoeld in het vorige lid, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen. 10.Voor de toepassing van lid 8 en 9 wordt onder een voltallige vergadering verstaan een vergadering waarin alle leden van het algemeen bestuur een stem hebben uitgebracht, met uitzondering van de leden die zich op grond de Waterschapswet van stemming hebben onthouden. 11.De dijkgraaf deelt na afloop van de stemming de uitslag mee, met vermelding van het aantal stemmen voor en tegen. Hij doet vervolgens mededeling van het genomen besluit. Artikel19Stemming over amendementen en moties 1.Indien op een voorstel een amendement is ingediend, wordt eerst over het amendement gestemd. 2.Indien op een amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over het subamendement gestemd en daarna over het amendement zoals dat dan luidt. 3.Indien meer amendementen of subamendementen op het voorstel zijn ingediend, bepaalt de dijkgraaf de volgorde van stemming hierover, waarbij de regel geldt dat het meest verstrekkende subamendement of amendement het eerst in stemming wordt gebracht. 4.Indien op een voorstel een motie is ingediend, wordt eerst over het voorstel en vervolgens over de motie gestemd, tenzij het algemeen bestuur anders beslist. Artikel20Stemming over personen De stemming over personen voor het doen van benoemingen, voordrachten of aanbevelingen is geheim en geschiedt middels stembriefjes. Hoofdstuk8Rechten van leden Artikel21Amendementen 1.Onder amendement wordt verstaan een voorstel tot wijziging van een voorstel of verordening, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen; 2.Ieder in de vergadering aanwezig lid kan, tot het sluiten van de beraadslaging, amendementen indienen op het voorstel dat aan de orde is. 3.Ieder in de vergadering aanwezig lid kan op een ingediend (sub)amendement een subamendement indienen. 4.Elk (sub)amendement moet, om in behandeling te worden genomen, schriftelijk bij de dijkgraaf worden ingediend, tenzij de dijkgraaf oordeelt dat, gezien het eenvoudige karakter van het voorgestelde, met mondelinge indiening kan worden volstaan. Artikel22Moties 1.Onder motie wordt verstaan een korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel of verzoek wordt uitgesproken. 2.Ieder in de vergadering aanwezig lid kan schriftelijk een motie indienen bij de dijkgraaf. 3.De behandeling van een motie over een onderwerp c.q. voorstel dat op de agenda voorkomt, vindt plaats tegelijkertijd met de beraadslaging over dat onderwerp c.q. voorstel. 4.De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp, vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld, tenzij de dijkgraaf of het algemeen bestuur anders besluit. Artikel23Voorstellen van orde 1.De dijkgraaf, de secretaris en de leden van het algemeen bestuur kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen. 2.Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3.Over een voorstel van orde beslist het algemeen bestuur onmiddellijk. Artikel24Initiatiefvoorstellen Ieder lid van het algemeen bestuur kan een initiatiefvoorstel indienen. Artikel 24a Schriftelijke vragen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.