Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Ede houdende regels omtrent de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2020 (Verordening forensenbelasting 2020)De raad van de gemeente Ede: gelezen het voorstel "Belastingverordeningen 2020" van burgemeester en wethouders d.d. 15-10-2019, met zaaknummer 112268; gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van een forensenbelasting 2020 Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel2Belastbaar feit en belastingplicht 1.Onder de naam 'forensenbelasting' wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een woning beschikbaar houden. 2.Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel3Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend orgaan, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Artikel4Maatstaf van heffing 1.De belasting wordt geheven naar de waarde in het economisch verkeer van het belastingobject. 2.Ingeval het belastingobject een onroerende zaak is, is de waarde in het economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 6 bedoelde kalenderjaar geldt, met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. 3.Ingeval voor het belastingobject geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel5Belastingtarief De belasting bedraagt bij een waarde van: - minder dan € 100.000: € 213,00; - € 100.000 of meer, doch minder dan € 140.000: € 405,60; - € 140.000 of meer, doch minder dan € 290.000: € 609,42; - € 290.000 of meer: € 822,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.