Subsidieregeling peuteractiviteiten, onderwijsachterstandenbeleid en onderwijsondersteuning Ede 2020-2022Het college van burgemeester en wethouders van Ede; gelet op de artikelen 3, eerste lid, 5, eerste lid, 6, vierde lid, 7, eerste lid, 10, en 12, tweede lid van de Algemene subsidieverordening Ede 2017 (Asv Ede 2017); besluit: Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1.Definities In deze subsidieregeling wordt verstaan onder: maximum uurprijs dagopvang: het bedrag dat als maximum uurprijs voor dagopvang is opgenomen in artikel 4, eerste lid, van het Besluit kinderopvangtoeslag; verklaring omtrent het gedrag: een verklaring omtrent het gedrag natuurlijke personen die maximaal twaalf maanden geleden is verstrekt; VVE: voor- en vroegschoolse educatie; VVE-indicatie: indicatie vanuit het consultatiebureau waarin wordt aangegeven dat de peuter recht heeft op aanvullende voor- en vroegschoolse educatie (VVE); kindcentra: LRK-geregistreerde kinderdag- en peuteropvang binnen de gemeente Ede; ondernemende herrieschoppers: kinderen in het Primair Onderwijs in groep 6 tot en met 8 met een uitstroomprofiel van maximaal VMBO theoretisch die naar verhouding veel aandachtsproblemen of druk gedrag vertonen waardoor ze op school moeilijk tot leren komen; peuter: kind van 2,5 tot 4 jaar die woonachtig in de gemeente Ede en/of gebruik makend van een kindcentrum in Ede; school: reguliere OCW gefinancierde school met een vestiging binnen de gemeente Ede; samenwerkingsverband: samenwerkingsverband Passend Onderwijs waaraan scholen zijn verbonden met één of meer vestigingen binnen de Gemeente Ede. Hoofdstuk2Activiteiten voor geregistreerde kindcentra Paragraaf 2.1 Nationaal Programma voorschoolse periode Artikel
- Subsidiabele activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor de inzet van een medewerker ten behoeve van extra ondersteuning voor VVE-peuters, individueel of in een kleine groep, die door corona achterstand hebben opgelopen. Artikel
- Criteria
- Subsidie kan worden verleend voor de inzet van expertise in of rond de VVE-groepen ter verhoging van de ontwikkeling van VVE peuters conform de nieuwe kwaliteitseisen in de Wet kinderopvang.
- De ingezette medewerker heeft een relevante MBO of HBO opleiding en is in het bezit van een Verklaring omtrent het gedrag.
- Subsidie wordt verleend voor activiteiten uitgevoerd in de periode 1 augustus 2021 tot en met 31 juli
- Inzet moet voldoen aan de eisen Nationaal Programma Onderwijs. Artikel
- Aanvrager Subsidie wordt uitsluitend verleend aan geregistreerde VVE-kindcentra die gevestigd zijn in de gemeente Ede en die voldoen aan de vereisten om in aanmerking te komen voor subsidie voor peuteropvang op grond van de Subsidieregeling peuteropvang Ede. Artikel
- Hoogte subsidie en subsidieplafond
- De hoogte van de subsidie is gebaseerd op het procentueel aantal VVE peuters in de VVE opvangorganisatie in verhouding tot heel Ede. Subsidie wordt toegekend op basis van het aantal VVE peuters van de maand juni 2021 en december 2021 zoals opgenomen in de peutermonitor.
- Voor deze paragraaf geldt per kalenderjaar een subsidieplafond: 2021 € 50.000,-; 2022 € 150.000,-; 2023 € 100.000,-.
- Het beschikbare subsidieplafond wordt verdeeld aan de hand van het eerste lid van dit artikel. Artikel
- Aanvraagvereisten Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017 overlegt de aanvrager bij de aanvraag de volgende gegevens: het aantal peuters met een VVE-indicatie dat bereikt wordt per locatie; het aantal uren dat wordt ingezet en op welke wijze, individueel of groepsgewijs; of de inzet wordt verricht door een MBO of HBO medewerker; een beschrijving van de activiteiten. Artikel
- Verantwoording
- Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie dient de aanvrager, in aanvulling op hetgeen is bepaald in de Algemene subsidieverordening Ede 2017 inhoudelijk te rapporteren welke resultaten zijn behaald ten aanzien van de oorspronkelijke aanvraag voor subsidie.
- Indien de subsidieontvanger tevens een andere subsidie ontvangt op grond van de onderhavige subsidieregeling of de Subsidieregeling peuteropvang 2020 mag de verantwoording op grond van deze paragraaf gelijktijdig worden ingediend met die betreffende verantwoordingen. Paragraaf2.2Groepen met hoge concentratie kinderen met een VVE-indicatie Artikel8.Subsidiabele activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor VVE-peuteropvang waar in een groep per kwartaal gemiddeld meer dan acht kinderen opgevangen worden met een VVE-indicatie zoals geregistreerd in de peutermonitor. Artikel9.Criteria Subsidie worden slechts verleend: als het kindcentrum voldoet aan de vereisten om in aanmerking te komen voor subsidie op grond van de Subsidieregeling peuteropvang Ede; en indien uit de peutermonitor blijkt dat gemiddeld meer dan acht kinderen met een VVE-indicatie opgevangen worden per groep. Artikel10.Subsidiabele kosten en subsidieplafond 1.De subsidie per groep bedraagt € 5.
- 2.Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze paragraaf. 3.Als het subsidieplafond niet toereikend is, wordt het beschikbare bedrag naar evenredigheid verdeeld over het aantal groepen waarvoor een aanvraag is ingediend. Artikel11.Aanvrager Subsidie wordt uitsluitend verleend aan geregistreerde VVE-kindcentra die gevestigd zijn in de gemeente Ede. Artikel12.Gecombineerde aanvraag en verantwoording 1.De aanvraag om subsidieverlening en -vaststelling kan enkel ingediend worden tezamen met de aanvraag op grond van de Subsidieregeling peuteropvang Ede. 2.Op de verantwoording van subsidies op grond van deze paragraaf is artikel 15 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017 van toepassing. Paragraaf2.3Inzet HBO-er in kindcentra Artikel13.Subsidiabele activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor inzet van een medewerker in een kindcentrum met een relevante opleiding op minimaal HBO-niveau. Dit ter de voorbereiding op nieuwe wetgeving rond de inzet van HBO-ers bij geregistreerde kindcentra Artikel14.Criteria 1.Subsidie kan worden verleend voor de inzet van HBO expertise in of rond de VVE-groepen ter verhoging van de kwaliteit conform de nieuwe kwaliteitseisen in de Wet kinderopvang rondom HBO-inzet vanaf 2022: in het geval ambulante HBO-expertise; in het geval dat de HBO-er direct wordt ingezet op de groep worden alleen de meerkosten van de HBO-er in vergelijking met de MBO-er gesubsidieerd. 2.Subsidie wordt slechts verleend als het kindcentrum voldoet aan de vereisten om in aanmerking te komen voor subsidie op grond van de Subsidieregeling peuteropvang Ede. Artikel15.Aanvrager Subsidie wordt uitsluitend verleend aan geregistreerde VVE-kindcentra die gevestigd zijn in de gemeente Ede. Artikel16.Subsidieplafond 1.Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze paragraaf. 2.Als het subsidieplafond niet toereikend is, wordt het beschikbare bedrag naar evenredigheid verdeeld naar rato van het aantal peuters met een VVE-indicatie dat in het voorgaande jaar gebruik heeft gemaakt van kinderopvang. Artikel17.Aanvraagvereisten Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017 overlegt de aanvrager bij de aanvraag de volgende gegevens: een specificatie waaruit blijkt hoe HBO-er wordt ingezet (bijvoorbeeld als beleidsmedewerker, coach of op de groep); het aantal peuters met een VVE-indicatie dat bereikt wordt; op welke locaties de HBO-er wordt ingezet en het aantal uren per locatie; een bewijs van een minimaal genoten HBO-opleiding. Artikel18.Verantwoording Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie dient de aanvrager, in aanvulling op hetgeen is bepaald in de Algemene subsidieverordening Ede 2017, te verantwoorden op welke wijze de HBO-er is ingezet in het kindcentrum. Hoofdstuk3Activiteiten voor primair onderwijs / Samenwerkingsverband PO Paragraaf3.1Pilot “klusklas / ondernemende herrieschoppers” Artikel19.Subsidiabele activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor projecten gericht op “klusklas / ondernemende herrieschoppers”. Artikel20.Criteria Subsidie wordt slechts verleend als: minimaal 100 Edese kinderen deelnemen bij een gemeentebreed project of minimaal 7 kinderen deelnemen bij een project op één of meer locaties; het project een aanpak omvat met de volgende elementen: omdenken, demedicaliseren, beweging, nieuwsgierigheid en uitdaging; en. Artikel21.Aanvrager Subsidie op grond van deze paragraaf wordt uitsluitend verstrekt aan: één of meer basisscholen, niet zijnde een speciale school voor basisonderwijs; of; samenwerkingsverbanden in de zin van de Wet op het primair onderwijs. Artikel22.Hoogte subsidie en subsidieplafond 1.De subsidie per aanvraag bedraagt maximaal: € 3.000 per school met een groep minder dan 15 kinderen € 5.000 per school met een groep vanaf 15 kinderen of € 50.000 indien het project wordt aangeboden op alle scholen op het gebied van primair onderwijs in Ede. 2.Indien sprake is van cofinanciering, dan wordt de subsidie berekend als een percentage van de totale werkelijke kosten. 3.Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze paragraaf. 4.Als het subsidieplafond niet toereikend is, wordt het beschikbare bedrag verdeeld op basis van onderlinge vergelijking, op basis van de in tabel 1 opgenomen criteria en wegingsfactoren. Tabel 1: criteria en wegingsfactoren onderlinge vergelijking - Pilot “klusklas / ondernemende herrieschoppers” Criterium Maximaal aantal punten Toelichting Innovatie 30 punten De mate waarin sprake is van innovatie, waarmee wordt bedoeld dat het initiatief aanvullend op en anders is dan reeds bestaande activiteiten. Benutten lokale infrastructuur 20 punten De mate waarin reeds bestaande lokaal beschikbare mogelijkheden of partijen worden ingezet/ benut. Het kan allereerst gaan om samenwerking met andere lokale organisaties, bijvoorbeeld Sport Service Ede of Onderwijscampus (10 punten). Daarnaast kan het gaan om het gebruik maken van de lokale infrastructuur, bijvoorbeeld de Veluwe of de culturele basisinfrastructuur (10 punten). Bereik 20 punten Het potentiële bereik van alle kinderen die behorend tot de doelgroep op de school of scholen (10 punten). Kwaliteit van het plan van aanpak voor het daadwerkelijk aantrekken van kinderen in de doelgroep (10 punten). Aantoonbaar eigen middelen ingezet 20 punten Mate waarin sprake is van cofinanciering door de school. Bij inzet van eigen middelen voor 50% van de totale werkelijke kosten wordt het maximaal aantal punten toegekend. Bij een lager percentage wordt naar rato het aantal punten verminderd. Paragraaf3.2Kinderen in het primair onderwijs met ambitie [vervallen] Hoofdstuk4Activiteiten voor primair en voorgezet onderwijs of Samenwerkingsverband Passend Onderwijs Paragraaf4.1Nationaal Programma bovenschoolse en naschoolse maatregelen Artikel23.Subsidiabele activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor de bestrijding van onderwijsachterstanden conform de vereisten van de specifieke regeling Nationaal Programma Onderwijs. Artikel24.Criteria 1.Subsidie is gericht op het realiseren van activiteiten om de ontstane onderwijsachterstanden ten gevolge van de corona epidemie tegen te gaan.
- De activiteiten dienen te voldoen aan de voorwaarden specifieke uitkering Nationaal Programma Onderwijs.
- De activiteiten kunnen en worden niet via de onderwijssubsidie NPO of andere inkomstenbronnen gefinancierd.
- De activiteiten zijn gericht op voor- en naschoolse activiteiten en gericht op in Ede woonachtige kinderen en jongeren tot 23 jaar.
- De activiteiten zijn van tijdelijke aard en worden in de periode van 1 juli 2021 tot en met 31 juli 2023 uitgevoerd.
- Medewerkers die direct contact hebben met de kinderen zijn in het bezit van een VOG verklaring.
- De activiteiten worden uitgevoerd binnen de Edese infrastructuur. Eventuele extra kosten huisvesting vormen maximaal 10% van de aangevraagde subsidie.
- De activiteiten vinden plaats in samenwerking met Edese scholen PO, VO of MBO en/of VVE-kindcentra. Artikel25.Aanvrager Subsidie wordt verleend aan: Scholen met een vestiging in de gemeente Ede Een instelling die reeds actief is in de gemeente Ede en zich inzet voor kinderen, jongeren en hun ouders in de gemeente Ede en op verzoek van en in samenwerking met de betrokken Edese school/scholen een subsidie indient. Artikel26.Hoogte subsidie en subsidieplafond 1.De hoogte van de subsidie bedraagt de naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijke en noodzakelijke kosten. 2.Subsidie wordt verleend op basis van daadwerkelijk gemaakte kosten. 3.Voor deze paragraaf geldt per kalenderjaar een subsidieplafond: 2021 € 100.000,-; 2022 € 400.000,-; 2023 € 200.000,-. 4.Voor zover het subsidieplafond niet toereikend is om alle aanvragen die in aanmerking komen voor een subsidie toe te kennen, verdeelt het college het beschikbare bedrag op volgorde van ontvangst van de aanvragen, tot het subsidieplafond is bereikt. De datum van ontvangst is de datum waarop de aanvraag volledig is ingediend.
- Indien het vastgestelde subsidieplafond dreigt te worden overschreden of wordt overschreden als gevolg van het aantal aanvragen dat op dezelfde dag is ontvangen, worden de aanvragen die op die dag ontvangen zijn, door middel van loting gerangschikt en op volgorde van loting met in achtneming van het subsidieplafond verleend. Artikel
- Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 9 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017 kan de subsidie geheel of gedeeltelijke worden geweigerd indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de impact van de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet in verhouding staan tot de hoogte van de gevraagde subsidie. Artikel
- Aanvraagvereisten
- Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017 overlegt de aanvrager bij de aanvraag de volgende gegevens: het beoogde doel van de activiteiten; de doelgroep en het beoogd bereik; inhoud activiteiten; tijdsplanning en inzet van het aantal uren
- Subsidie dient voor aanvang van de activiteiten te worden aangevraagd of tot uiterlijk 3 maanden na aanvang. Artikel
- Verantwoording Bij de aanvraag tot vaststelling van de subsidie dient de aanvrager, in aanvulling op hetgeen is bepaald in de Algemene subsidieverordening Ede 2017, te beschrijven op welke wijze is voldaan aan de vereisten van de specifieke regeling Nationaal Programma Onderwijs. Paragraaf4.2School pilots Artikel30.Subsidiabele activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor pilots op scholen die geselecteerd zijn door het betrokken Samenwerkingsverband Passend Onderwijs en Gemeente op basis van de data Jeugdhulp. De school ontwikkelt een analyse, plan van aanpak en draagt zorg voor de realisatie van activiteiten voor kinderen en jongeren met het doel om verzwaring van problematiek en daarmee extra inzet van jeugdhulp te voorkomen. Artikel31.Criteria Subsidie wordt slechts verleend als: de aanvrager een afwijkend jeugd GGZ gebruik heeft volgens de monitor Jeugd en Onderwijs (ten opzichte van het landelijk gemiddelde); en activiteiten niet vanuit een andere bron reeds gefinancierd worden. Artikel32.Aanvrager Subsidie op grond van deze paragraaf wordt uitsluitend verstrekt aan: een basisschool;. een school voor voortgezet onderwijs; of samenwerkingsverbanden in de zin van de WPO en WVO; centrum voor Jeugd en Gezin Ede; of een door de betreffende school aangewezen partij welke in afstemming met de gemeente is overeengekomen. Artikel33.Subsidiabele kosten en subsidieplafond 1.Subsidie wordt verleend op basis van de totale daadwerkelijke kosten. 2.Toetsing van de subsidie aanvragen wordt verricht tijdens een gezamenlijk overleg waarin een vertegenwoordiging aanwezig is namens het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs PO en VO, FoodValley Jeugd, CJG en gemeente Ede. Toetsing vindt plaats op basis van de in tabel 3 opgenomen criteria en wegingsfactoren. 3.Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze paragraaf. 4.Als het subsidieplafond niet toereikend is, wordt het beschikbare bedrag verdeeld op basis van onderlinge vergelijking, op basis van de in tabel 4 opgenomen criteria en wegingsfactoren. Tabel 4: criteria en wegingsfactoren onderlinge vergelijking - School pilots Criterium Maximaal aantal punten Toelichting Oplossing 20 punten De mate waarin het voorstel een oplossing is voor de gesignaleerde problematiek. Effect 20 punten De mate waarin het kind er beter van wordt: Sneller Eerder Dichterbij Laagdrempelig Transformatie 10 punten De mate waarin de pilot leidt tot een andere werkwijze. De mate waarin de pilot zo regulier/ gewoon ook mogelijk is. Financieel 50 punten De mate waarin er voorliggende financieringsbronnen beschikbaar zijn. De mate waarin deze andere inzet tot een kostenbesparing bij de Jeugdhulp leidt. De mate waarin de kosten in verhouding staan tot de resultaten en aantal leerlingen. Artikel34.Aanvraagvereisten Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017 overlegt de aanvrager bij de aanvraag om verlening van de subsidie een plan van aanpak dat voldoet aan de volgende vereisten: Analyse: beschrijving van de doelgroep, zorgstructuur, knelpunten met vermelding van zowel de harde cijfermatige gegevens als zachte gegevens. Aanpak: SMART doelstellingen, activiteiten en beschrijving hoe de werkwijze leidt tot structurele duurzame versterking van de bestaande zorgstructuur en vermindering gebruik en kosten voor jeugdhulp aan leerlingen op deze school. Monitoring: beschrijving van de monitoring van de kindgegevens, ingezette ondersteuning en resultaten. Artikel35.Verantwoording en delen resultaten 1.Bij de aanvraag tot subsidievaststelling voegt de aanvrager een inhoudelijk verslag over de ervaren knelpunten, gevonden oplossingen en een advies voor stedelijke oplossingen. Dit doet niet af aan andere vereisten voor de aanvraag tot subsidievaststelling op grond van de Algemene subsidieverordening Ede
- 2.De aanvrager is verplicht de resultaten van de pilot te delen met andere scholen of samenwerkingsverbanden voor scholen binnen de regio FoodValley. Hoofdstuk5Activiteiten voor andere categorieën aanvragers Paragraaf5.1“Onafhankelijke VVE-toeleiders” Artikel36.Doel Het verhogen van het aantal peuters met een VVE-indicatie op kindcentra van 80% naar 85%. Binnen de kindcentra ontvangen de peuters ondersteuning om hun taal- en of ontwikkelingsachterstand te verminderen en latere leerproblemen te voorkomen. Artikel37.Subsidiabele activiteiten 1.Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor inzet van maximaal twee onafhankelijke VVE-toeleiders. Deze toeleiders zorgen voor toeleiding van met name VVE-peuters naar geregistreerde kindcentra indien dat niet is gelukt via de basisdienstverlening van het consultatiebureau. 2.De toeleiders doen jaarlijks aanbevelingen aan burgemeester en wethouders over de verbetering van de toeleiding naar kindcentra. Artikel38.Criteria Subsidie wordt slechts verleend als de medewerkers die de activiteiten uitvoeren beschikken over een verklaring omtrent gedrag en een relevante opleiding op minimaal Hbo-niveau. Artikel39.Aanvrager Subsidie op grond van deze paragraaf wordt uitsluitend verstrekt aan: het Centrum voor Jeugd en Gezin binnen de gemeente Ede; samenwerkingsverbanden in de zin van de WPO en WVO; of de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden. Artikel40.Subsidiabele kosten en subsidieplafond 1.Subsidie wordt verleend voor de daadwerkelijke kosten van de onafhankelijke toeleiders. 2.Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze paragraaf. 3.Als het subsidieplafond niet toereikend is, wordt het beschikbare bedrag verdeeld op basis van het aantal kinderen dat door de toeleiders wordt bereikt. Dit wordt bepaald aan de hand van het aantal bereikte kinderen in het voorafgaande jaar en het potentiële bereik van het komende jaar. Artikel41.Monitoring De subsidieontvanger brengt elk half jaar verslag uit over de activiteiten van de toeleiders. Hierin wordt een specificatie gevraagd van aantallen kinderen, soort indicatie, reden van aanmelding, reden van weigering en resultaat van inzet van de toeleiders. Ook stellen de toeleiders jaarlijks een advies op over de verbetering van de toeleiding naar kindcentra. Paragraaf5.2Aanvullende activiteiten voor taalontwikkeling Artikel42.Subsidiabele activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor activiteiten die de taalontwikkeling van kinderen van 2 tot 12 jaar stimuleren. De activiteiten betreffen extra ondersteuning van kinderen uit gezinnen met een taalarme omgeving na school, in hun taalontwikkeling, om zo goede leerprestaties te bevorderen door middel van de inzet van vrijwilligers in de thuissituatie van ouder en kind Artikel43.Criteria Subsidie kan worden verleend: voor activiteiten waarbij ouders gestimuleerd worden om samen met hun kind structureel te gaan lezen; als er afspraken zijn met het kindcentrum en/of de school waar de betreffende kinderen naar toe gaan over aanvullende activiteiten voor taalontwikkeling; de activiteiten zijn afgestemd op de werkzaamheden van andere organisaties die betrokken zijn bij de taalontwikkeling van het kind; de activiteiten worden uitgevoerd in de thuissituatie van ouder en kind; en er een minimaal bereik is van 100 kinderen; Artikel44.Aanvrager Subsidie op grond van deze paragraaf wordt uitsluitend verstrekt aan rechtspersonen waarbij kindcentra, scholen voor primair en voortgezet onderwijs zijn uitgesloten. Artikel45.Subsidiabele kosten en subsidieplafond 1.Subsidie wordt verleend voor loonkosten van medewerkers die deelnemen aan de activiteiten of vrijwilligers aansturen die de activiteiten verrichten. 2.Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze paragraaf. 3.Als het subsidieplafond niet toereikend is, wordt het beschikbare bedrag verdeeld op basis van onderlinge vergelijking, op basis van de in tabel 5 opgenomen criteria en wegingsfactoren. Tabel 5 criteria en wegingsfactoren onderlinge vergelijking - aanvullende activiteiten voor taalontwikkeling Criterium Maximaal aantal punten Toelichting Bereik 25 punten Het aantal taalarme kinderen dat door middel van deze activiteiten bereikt wordt. Mate van bereik in de gehele gemeente Ede. Deskundigheid 50 punten Ervaring in coördinatie van vrijwilligers. Coördinator heeft deskundigheid op het gebied van het stimuleren van taalontwikkeling. Vrijwilligers hebben ervaring met het stimuleren van taalontwikkeling. Benutten lokale infrastructuur 25 punten De mate waarin de lokale infrastructuur wordt ingezet (lokale organisaties, vrijwilligers, en gebouwen). Paragraaf5.3Doorgaande leerlijn Artikel46.Subsidiabele activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor een samenwerking tussen scholen en kindcentra gericht op het bevorderen van een doorgaande leerlijn bij kinderen. Het betreft activiteiten die een soepele overgang van kindcentra naar scholen realiseren en daarmee goede leerprestaties van kinderen bevorderen. Subsidie wordt verstrekt voor de volgende activiteiten: gezamenlijke activiteiten voor deskundigheidsbevordering; het verbeteren van de samenwerking door medewerkers een of meerdere dagdelen te laten meekijken bij de andere organisatie naar de ontwikkeling van het kind; of aanvullende activiteiten die zorgen voor een soepele overgang van kinderen van kindcentra naar scholen, naast bestaande wettelijke eisen over de ‘warme’ overdracht. Artikel47.Criteria Subsidie kan worden verleend als de activiteiten gericht zijn op het bevorderen van de samenwerking tussen kindcentra en scholen. Subsidie wordt uitsluitend verleend als de activiteiten passen binnen het Onderzoekskader voor het toezicht op de voorschoolse educatie van het primair onderwijs. Artikel48.Aanvrager 1.Subsidie op grond van deze paragraaf wordt uitsluitend verstrekt aan een groep aanvragers bestaande uit één of meer scholen en één of meer kindcentra. Zij maken onderling afspraken over de verdeling van de subsidie. 2.De groep aanvragers wijst één organisatie aan die namens hen optreedt als penvoerder voor het indienen van de aanvraag. Artikel49.Subsidiabele kosten en subsidieplafond 1.Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze paragraaf. 2.Per locatie wordt maximaal € 4.000,- subsidie verstrekt. 3.Als het subsidieplafond niet toereikend is, wordt het beschikbare bedrag op basis van de volgende rangorde van aanvragers: een groep aanvragers waarbij één partij een VVE-locatie betreft; een groep aanvragers waarbij de school leerlingen heeft met onderwijsachterstand. Indien het subsidieplafond alsnog wordt overschreden wordt binnen deze groep een rangorde gemaakt op basis van het aantal leerlingen met onderwijsachterstand op de betreffende school; overig groepen aanvragers. Indien het subsidieplafond alsnog wordt overschreden binnen deze groep aanvragers wordt middels loting bepaald aan wie subsidie wordt verstrekt. Paragraaf5.4Gezinsgerichte activiteiten Artikel50.Subsidiabele activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor gezinsgerichte activiteiten zodat kinderen goed voorbereid hun start kunnen maken in het basisonderwijs. Deze activiteiten zijn gericht op peuters, met en zonder VVE-indicatie, en hun ouders die vanuit een pedagogische overtuiging hun kind thuis ondersteunen en niet naar een kindcentrum brengen. Artikel51.Criteria Subsidie kan worden verleend voor activiteiten die bijdragen aan de volgende doelstellingen: peuters spelenderwijs voorbereiden op schoolgang; het signaleren van knelpunten in de ontwikkeling van peuters; het bieden van ondersteuning bij het toeleiden van peuters naar een VVE-peuterplaats op een geregistreerd kindcentrum. Subsidie wordt slechts verleend als: de activiteiten plaatsvinden op basis van een door het NJI-erkende methode; minimaal één van de ouders voortdurend aanwezig is tijdens de activiteiten; de medewerkers die de activiteiten uitvoeren beschikken over een verklaring omtrent gedrag; minimaal één medewerker een relevante opleiding heeft op minimaal Hbo-niveau. Artikel52.Aanvrager Subsidie op grond van deze paragraaf wordt uitsluitend verstrekt aan: een basisschool; een geregistreerd kindcentrum; of een groep van samenwerkende basisscholen of kindcentra. Artikel53.Subsidiabele kosten en subsidieplafond 1.Subsidie wordt verleend voor maximaal 12 bijeenkomsten op de locatie van het kindcentrum en/of de school. Hierbij worden de totale werkelijke kosten vergoed, tot maximaal de maximum uurprijs dagopvang per deelnemende peuter. 2.Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze paragraaf. 3.Als het subsidieplafond niet toereikend is, wordt het beschikbare bedrag naar evenredigheid verdeeld: 20% van het subsidieplafond wordt verdeeld over het aantal aanvragen; 80% van het subsidieplafond wordt verdeeld naar rato van het aantal peuters dat in het voorgaande jaar gebruik heeft gemaakt van deze activiteit. Paragraaf5.5Ondersteuning van innovatie Artikel54.Subsidiabele activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor activiteiten gericht op innovatie, verbinding en kwaliteitsverhoging voor en door scholen in samenwerking met gemeente. Artikel55.Criteria Subsidie wordt slechts verleend als: de activiteiten gericht zijn op innovatie, verbinding en/of kwaliteitsverhoging (bijv. Edese onderwijsdag, Technipact, gelijke kansen); de activiteiten als doel hebben de kwaliteit van het onderwijs of pedagogische omgeving van kinderen te verhogen; het een gezamenlijk voorstel is van samenwerkende scholen, ouders of kinderen; de activiteiten in samenwerking met de gemeente worden gerealiseerd; de kansen van kinderen in Ede worden verhoogd. Artikel56.Aanvrager Subsidie op grond van deze paragraaf wordt uitsluitend verstrekt aan: een basisschool; een school voor voortgezet onderwijs; of samenwerkingsverbanden in de zin van de WPO en WVO. Artikel57.Subsidiabele kosten en subsidieplafond 1.De subsidie heeft uitsluitend betrekking op de volgende kosten: inzet van personeel en materialen. 2.Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een subsidieplafond vast voor deze paragraaf. 3.Als het subsidieplafond niet toereikend is, wordt het beschikbare bedrag naar evenredigheid verdeeld. Een aanvrager ontvangt subsidie naar rato van het aantal kinderen dat bereikt wordt met de activiteiten. 4.Als het aantal aanvragen beperkt is wordt dit bedrag ingezet ten behoeve van de schoolpilots. Hoofdstuk6Procedurele bepalingen Artikel58.Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen van deze regeling indien toepassing van deze regeling tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel59.Overgangsbepaling 2021 en afwijkende aanvraagtermijn 1.In afwijking van artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017 wordt subsidie voor het kalenderjaar 2021 voor paragraaf 2.1 Nationaal Programma voorschoolse periode aangevraagd vóór 1 november
- 2.In afwijking van artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017 wordt subsidie voor het kalenderjaar 2022 aangevraagd vóór 1 november
- 3.In afwijking van artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Ede 2017 wordt subsidie voor de overige jaren aangevraagd voor 1 oktober. Artikel60.Aanvullende verplichting: monitoren effecten Voor subsidies op grond van hoofdstuk 3, paragraaf 2.1, hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5, met uitzondering van paragraaf 5.1, is de aanvrager verplicht iedere zes maanden een rapportage uit te brengen waarin de resultaten van de activiteiten per kind worden beschreven op basis van de volgende indicatoren: leeftijd; m/v; schoolniveau/ type; ondersteuning aanvraag en datum ondersteuningsvraag; soort ondersteuning en datum aanvang ondersteuning; resultaat en nazorg; en knelpunten en oplossingen/ -richtingen. Artikel61.Gelijke score meerdere aanvragen 1.Indien na onderlinge vergelijking meerdere aanvragen hetzelfde puntenaantal hebben behaald en het verstrekken van de gevraagde subsidies zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, dan vindt een door loting plaats tussen de betreffende aanvragen. 2.De loting wordt in het openbaar verricht. Aanvragers kunnen een waarnemer sturen om de loting bij te wonen. De uitkomst van de loting wordt schriftelijk vastgelegd. Artikel62.Tussentijds wijzigen van het subsidieplafond Burgemeester en wethouders kunnen lopende het subsidiejaar de subsidieplafonds verhogen of verlagen. Verlaging van een subsidieplafond is slechts mogelijk voor zover het subsidieplafond nog niet is bereikt. Artikel63.Slotbepalingen 1.De subsidieregeling peuteractiviteiten, onderwijsachterstandenbeleid en onderwijsondersteuning Ede 2019 - 2022 wordt ingetrokken op 1 januari
- Deze regeling blijft van kracht voor subsidies die op basis van deze subsidieregeling zijn aangevraagd. 2.Deze regeling treedt in werking op de achtste dag na die van bekendmaking en vervalt op 1 januari
- Paragraaf 2.3 ‘Inzet HBO-er in kindcentra‘ van deze regeling vervalt per 1 januari
- Deze paragraaf blijft van toepassing voor subsidies die op basis van deze paragraaf zijn verleend tot en met kalenderjaar
- 4.De regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling peuteractiviteiten, onderwijsachterstandenbeleid en onderwijsondersteuning Ede 2020-
- Aldus vastgesteld in de vergadering van 19 november 2019 met zaaknummer 113758Het college voornoemd,drs. P.C.M. van Elteren de secretaris,mr. L.J. Verhulstde burgemeester. Toelichting In deze regeling wordt een kader gegeven voor subsidiëring van aanvullende activiteiten rondom onderwijs en peuteropvang. Volledigheidshalve wordt opgemerkt bij de activiteiten op grond van deze regeling dat sprake is van beleidsvrijheid. Dit komt tot uitdrukking in de zinsnede dat burgemeester en wethouders subsidie kunnen verlenen voor de aangewezen activiteiten. Subsidieverlening is dus geen automatisme, ook als er geen specifieke weigeringsgronden van toepassing zijn. Als bijvoorbeeld uit de resultaten van een eerder gehouden pilot blijkt dat een bepaalde aanpak niet of onvoldoende bijdraagt aan de doelstellingen van een activiteit, dan kunnen burgemeester en wethouders een vergelijkbare subsidieaanvraag afwijzen. Het is goed denkbaar dat het totaal van voor subsidie in aanmerking komende aanvragen het totale subsidieplafond overstijgt. Om in dat geval tot een gelijke en transparante verdeling te komen, worden verschillende verdeelmethodieken toegepast. In tabel 4 is een overzicht gegeven van de activiteiten en bijbehorende methode van verdeling: Tabel 4: Overzicht activiteiten en methode van verdeling Omschrijving activiteit Verdeling Inzet HBO-er in kindcentrum Evenredigheid (op basis van aantal peuters met VVE-indicatie in voorgaande jaar) Groepen met hoge concentratie VVE-kinderen Evenredigheid (over aantal locaties met meer dan acht kinderen met VVE-indicatie) Pilot “klusklas / ondernemende herrieschoppers” Kwalitatieve vergelijking Achterstandskinderen in het primair onderwijs met ambitie Kwalitatieve vergelijking Tegengaan van onderpresteren Loting Jeugd GGZ Pilots Evenredigheid (op basis van aantal leerlingen in voorgaande jaar) Onafhankelijke toeleiders Kwalitatieve vergelijking Aanvullende activiteiten voor taalontwikkeling Evenredigheid (20% op basis aantal aanvragen, 80% op basis van historisch gebruik aantal kinderen voorgaande jaar) Doorgaande leerlijn Evenredigheid (op basis van aantal aanvragers) Gezinsgerichte activiteiten Evenredigheid (20% op basis aantal aanvragen, 80% op basis van historisch gebruik aantal peuters voorgaande jaar) Ondersteuning van innovatie Evenredigheid Burgemeester en wethouders gaan monitoren of het subsidiëren van de beschreven activiteiten bijdraagt aan de beschreven doelstelling en daarmee het verwachte maatschappelijk effect heeft. In algemene zin is dit te zien als het zo ondersteunen van kinderen en peuters bij het behalen van een kwalitatief zo goed mogelijke schoolgang (passend bij hun aanleg). Het is mogelijk dat de subsidie voor activiteiten wordt beëindigd, als deze niet of niet voldoende bijdragen aan de beschreven doelstellingen. Om dit te kunnen inschatten wordt van subsidieontvangers verwacht dat zij regelmatig informatie aanleveren op de in deze regeling omschreven wijze. Paragraaf 2.1 Inzet HBO-er in kindcentrum Burgemeester en wethouders ondersteunen kindcentra bij de inzet van HBO-ers in de kinderopvang met deze gesubsidieerde activiteit. De subsidie wordt naar evenredigheid verdeeld van het aantal peuters met een VVE-indicatie in het voorgaande jaar. Dit leidt tot enige beperking van de mededinging. Voor nieuwe toetreders wordt het lastiger om in aanmerking te komen voor deze subsidie, omdat de hoogte van de subsidie is gebaseerd op historisch gebruik. Er wordt echter maar één jaar teruggekeken. Daarnaast kunnen nieuwe aanbieders wel in aanmerking komen voor subsidie op grond van de Subsidieregeling kinderopvang Ede, zodra ze aan de criteria voldoen die in deze regels zijn gesteld. Er blijft daarom voldoende mededingingsruimte over. Van de subsidieaanvrager wordt gevraagd om informatie te geven over hoe de HBO-er wordt ingezet. Dit kan worden gebruikt voor eventueel verder onderzoek in de toekomst naar de relatie tussen deze activiteit en de doelstellingen van het beleidskader Onderwijsachterstanden Beleid, peuteropvang en onderwijsondersteuning 2019 -
- Paragraaf 2.2 Groepen met hoge concentratie kinderen met een VVE-indicatie In de Subsidieregeling peuteropvang Ede is voorzien in de basis voor verlening van subsidie voor peuteropvang. In deze regeling is voorzien in een aanvulling voor groepen waar gemiddeld acht of meer kinderen met een VVE-indicatie worden opgevangen. Deze kinderen hebben een grotere ondersteuningsvraag en doen daardoor een zwaarder beroep op de beschikbare bezetting. Daarom achten burgemeester en wethouders een aanvullende subsidie passend. Het bedrag van €5.000 per groep is een lumpsum bedrag. Kindcentra zijn vrij in de besteding van het bedrag, mits het bijdraagt aan de doelstelling van bevordering en behoud van de kwaliteit van VVE. Er is afgezien van het uitsplitsen naar specifieke categorieën subsidiabele kosten (bijvoorbeeld loonkosten). De aanvraag en verantwoording van deze subsidie is gecombineerd met die op grond van de Subsidieregeling peuteropvang Ede. Zo kan achteraf worden gecontroleerd of op bepaalde locaties inderdaad meer dan acht kinderen worden opgevangen met een VVE-indicatie. Paragraaf 3.1 Pilot “klusklas / ondernemende herrieschoppers” Subsidies op grond van deze paragraaf worden verdeeld op basis van een kwalitatieve vergelijking. Het proces van kwalitatieve vergelijking valt uiteen in twee fasen. In de eerste fase wordt getoetst of de aanvraag voldoet aan de minimale criteria die zijn opgenomen in de regeling. Deze zijn verwoord in de artikelen 16 tot en met 18 (subsidiabele activiteiten, criteria en aanvrager). Als dit niet het geval is, dan wijzen burgemeester en wethouders de aanvraag af. Voldoet de aanvraag wel aan deze vereisten, dan gaat deze door naar de tweede fase. In de tweede fase vindt een rangschikking plaats van de aanvragen, op basis van de criteria die zijn opgenomen in tabel
- De punten die genoemd worden betreft het maximaal aantal te halen punten per categorie. Soms zijn deze onderverdeeld op basis van sub criteria (beschreven in de toelichting: dit is bijvoorbeeld het geval voor het criterium ‘bereik’ met twee sub criteria). De toekenning van punten vindt in beginsel plaats op basis van vergelijking met de andere ingediende aanvragen binnen dat kalenderjaar. Het is daardoor mogelijk dat dezelfde activiteit in verschillende jaargangen uitkomt op een ander puntenaantal, omdat het aanbod van andere activiteiten verandert. Dit kan worden verduidelijkt aan de hand van een voorbeeld. Rekenvoorbeeld onderlinge vergelijking Twee scholen dienen een aanvraag in voor
- School A heeft een potentieel bereik van 100 leerlingen in de doelgroep die is beschreven voor “klusklas / Ondernemende herrieschoppers”. School B heeft een potentieel bereik van 30 leerlingen.In dat voorbeeld haalt school A in totaal 10 punten (het maximum aantal voor het sub criterium potentieel bereik). School B haalt 3 punten (formule 30 leerlingen / 100 leerlingen x 10 punten = 3 punten). Drie scholen dienen een aanvraag in voor
- School A heeft een potentieel bereik van 70 leerlingen in de doelgroep die is beschreven voor “klusklas / Ondernemende herrieschoppers”. School B heeft een potentieel bereik van 30 leerlingen. School C heeft een bereik van 120 leerlingen.In dat voorbeeld haalt school C in totaal 10 punten het maximum aantal voor het sub criterium potentieel bereik). School A haalt 6 punten (formule 30 leerlingen / 100 leerlingen x 10 punten = 6,25 punten, dit wordt afgerond naar een heel aantal). School B haalt 3 punten (formule 30 leerlingen / 120 leerlingen x 10 punten = 2,5 punten, dit wordt afgerond naar een heel aantal). Uiteraard zijn niet alle criteria zo duidelijk objectief te becijferen als een potentieel leerlingenaantal. De kwaliteit van een plan van aanpak vraagt bijvoorbeeld een kwalitatief oordeel. Hierover wordt advies uitgebracht door de Klankbordgroep VVE. In dat soort gevallen kunnen aanvragen ook worden ingedeeld in meerdere categorieën met een bepaalde kwaliteit, waaraan een verschillend puntenaantal wordt toegekend. Een voorbeeld is een rangschikking in ‘goed’ (10 punten), ‘voldoende’ (5 punten) en ‘onvoldoende’ (0 punten). Meer of minder categorieën zijn uiteraard denkbaar, dit zal per verdeelronde afhangen van de kwaliteit van de aanvragen. Bij de categorie cofinanciering is geen sprake van toekenning van een score op basis van onderlinge vergelijking. Hier wordt het aantal punten gerelateerd aan het percentage waarvoor cofinanciering plaatsvindt van de kosten. Bij cofinanciering van 50% of meer wordt de maximale score toegekend. Vervolgens wordt naar rato verminderd. Het aantal punten voor dit onderdeel is dus niet afhankelijk van de rangschikking van andere aanvragen. Naculculatie cofinanciering Het door de school opgegeven percentage voor cofinanciering wordt meegenomen in de wijze van berekening van de subsidie. Achteraf vindt naculculatie plaats. Dit is geregeld in artikel 19, tweede lid. Indien de totale werkelijke kosten dus lager uitvallen, wordt naar rato ook de subsidie verminderd. Anders wordt vergelijking op basis van dit criterium onbetrouwbaar. Cofinanciering kan in verschillende vormen. De school kan een opdracht geven aan een derde waar zij zelf voor een bepaald percentage aan meebetalen. Maar zij mogen ook zelf personeel inzetten en daarvoor kosten in rekening brengen die worden aangemerkt als cofinanciering. Paragraaf 3.2 Kinderen in het primair onderwijs met ambitie Subsidies op grond van deze paragraaf worden verdeeld op basis van een kwalitatieve vergelijking. Voor een uitleg hoe deze verdeelmethode wordt toegepast, wordt verwezen naar de toelichting op paragraaf 3.
- Paragraaf 4.1 Tegengaan van onderpresteren Subsidies op grond van deze paragraaf worden verdeeld op basis van loting. Deze loting vindt in het openbaar plaats. Aanvragers worden hierdoor in de gelegenheid gesteld om zelf de loting bij te wonen of een waarnemer te sturen. De uitkomst van de loting wordt schriftelijk vastgelegd. Zo kunnen aanvragers die de loting niet hebben bijgewoond zich achteraf van de uitkomst op de hoogte stellen. De aanvragen die geloot worden tot het subsidieplafond is bereikt, komen voor subsidie in aanmerking. Paragraaf 4.2 Schoolpilots Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor schoolpilots. Het moet wel gaan om activiteiten waar niet uit een andere bron financiering voor bestaat (bijvoorbeeld op grond van een jeugdhulpbeschikking of een gesubsidieerde activiteit op regioniveau). Bij overschrijding van het subsidieplafond wordt de subsidie naar evenredigheid verdeeld over de in aanmerking komende aanvragen. Bij verlening is het gebruik in het nieuwe jaar nog niet in te schatten. Daarom wordt hierbij van het aantal leerlingen in het voorgaande jaar uitgegaan. Dit levert geen noemenswaardige beperking op van de mededinging. Elke school die voldoet aan de wettelijke eisen kan immers leerlingen aantrekken. Paragraaf 5.1 Onafhankelijke toeleiders Subsidies op grond van deze paragraaf worden verdeeld op basis van een kwalitatieve vergelijking. Voor een uitleg hoe deze verdeelmethode wordt toegepast, wordt verwezen naar de toelichting op paragraaf 3.
- Paragraaf 5.2 Aanvullende activiteiten voor taalontwikkeling Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor activiteiten voor taalontwikkeling. Bij overschrijding van het subsidieplafond wordt de subsidie naar evenredigheid verdeeld. Hierbij wordt voor 80% uitgegaan van historisch gebruik in het voorgaande jaar. Het doel van deze activiteit is immers om zo veel mogelijk kinderen te helpen. Daarom is een verdeling die grotendeels is gebaseerd op historisch gebruikte te rechtvaardigen. De resterende 20% worden naar evenredigheid verdeeld over het aantal aanvragen. Zo blijft toetreding voor nieuwe aanbieders wel mogelijk en wordt mededingingsruimte niet volledig uitgesloten. Paragraaf 5.3 Doorgaande leerlijn Subsidies op grond van deze paragraaf kunnen alleen worden aangevraagd door samenwerkende organisaties (groepen van één of meer scholen en kindcentra). Een groep bestaat dus minimaal uit één school en één kindcentrum. Zij maken onderling afspraken over de verdeling van de subsidie, burgemeester en wethouders volgen de afspraken over de verdeling, zoals die blijken uit de aanvraag van de samenwerkende organisaties. Hierbij is bijvoorbeeld toekenning aan één organisatie mogelijk (die dan zelf zorgt voor onderverdeling) of een verdeling over meerdere organisaties. Eén organisatie treedt ten opzichte van burgemeester en wethouders op als penvoerder. Dit betekent dat deze organisatie de aanvraag tot subsidieverlening en -vaststelling indient. Besluiten met betrekking tot de subsidie worden gericht aan de penvoerder. Voor de juiste besteding van de subsidie zijn de aanvragers wel allen verantwoordelijk, voor zover aan hen subsidie wordt verleend. Bij overschrijding van het subsidieplafond wordt het beschikbare bedrag naar evenredigheid verdeeld over het aantal aanvragers. NB: het gaat hier dus om scholen of kindcentra, niet om groepen. Als binnen één groep van aanvragers bijvoorbeeld twee kindcentra en drie scholen zijn verenigd, dan gelden zij als vijf aanvragers. Met deze regeling wordt samenwerking gestimuleerd. Paragraaf 5.4 Gezinsgerichte activiteiten Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor gezinsgerichte activiteiten. Bij overschrijding van het subsidieplafond wordt de subsidie naar evenredigheid verdeeld. Hierbij wordt voor 80% uitgegaan van historisch gebruik in het voorgaande jaar. Het doel van deze activiteit is immers om zo veel mogelijk kinderen te helpen. Daarom is een verdeling die grotendeels is gebaseerd op historisch gebruik te rechtvaardigen. De resterende 20% worden naar evenredigheid verdeeld over het aantal aanvragen. Zo blijft toetreding voor nieuwe aanbieders wel mogelijk en wordt mededingingsruimte niet volledig uitgesloten. Paragraaf 5.5 Ondersteuning van innovatie Burgemeester en wethouders kunnen subsidie verlenen voor innovatie binnen en om het onderwijs. Dit kan docent- en kind gericht zijn. Als het totaal van activiteiten die voor subsidie in aanmerking komen het toepasselijke plafond overstijgt, wordt het beschikbare bedrag naar evenredigheid verdeeld op basis van het aantal leerlingen dat bereikt wordt met de activiteit. Artikel
- Hardheidsclausule Door toepassing van de hardheidsclausule kunnen burgemeester en wethouders in gevallen waarin toepassing van deze regeling, gegeven de doelstelling en de strekking van deze regeling, een onbillijkheid van overwegende aard zou opleveren, een onderdeel van die regeling buiten toepassing te laten of daarvan af te wijken. Artikel
- Overgangsbepalingen Vanwege het tijdstip van vaststelling van deze regeling, wordt de termijn voor het indienen van aanvragen voor 2020 verlengd tot 1 januari
- Hierbij is gezocht naar balans tussen snelle duidelijkheid voor aanvragers en het kunnen starten met de nieuwe activiteiten tegenover het bieden van voldoende tijd voor een goede voorbereiding van aanvragen. Indien blijkt dat vanwege deze relatief korte aanvraagtermijn bepaalde budgetten onbenut blijven, dan kunnen burgemeester en wethouders besluiten de termijn te verlengen. Voor de daarop volgende jaren wordt tevens afgeweken van het bepaalde in artikel 7 van de Algemene subsidieverordening Ede
- Aanvragen voor subsidies op grond van deze regeling dienen vóór 1 oktober te worden ingediend. Artikel
- Aanvullende verplichting: monitoren effecten Burgemeester en wethouders verbinden het monitoren van effecten van subsidieverlening als aanvullende verplichting aan een aantal subsidies op grond van deze regeling. Het gaat om een doelgebonden verplichting, in de zin van artikel 4:38 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Door de monitoring ontstaat inzicht in de vraag of de activiteiten inderdaad leiden tot de beoogde maatschappelijke effecten en zo bijdragen aan de gemeentelijke doelstellingen. Dit stelt burgemeester en wethouders in staat om waar nodig bij te sturen. Indien er gegronde reden is om aan te nemen dat de aanvrager niet aan deze verplichting zal kunnen voldoen, dan kan de subsidie worden geweigerd (artikel 4:35, eerste lid, onder b van de Awb). Het niet voldoen aan deze verplichting kan daarnaast ook reden zijn om de subsidie lager vast te stellen (artikel 4:46, tweede lid, onder b van de Awb). Verder kan de subsidieverlening worden verlaagd of ingetrokken (artikel 4:48, eerste lid, onder b van de Awb). Artikel
- Gelijke score meerdere aanvragen In deze subsidieregeling is voor een drietal activiteiten voorzien in verdeling op basis van een onderlinge vergelijking. Het is denkbaar dat er aanvragen zijn die eenzelfde score behalen en daardoor gelijk eindigen in de rangschikking. Dit kan tot problemen leiden, als door het toekennen van alle aanvragen het subsidieplafond zou worden overschreden. Voor deze situatie is een oplossing voorzien in dit artikel. In deze situatie vindt een loting plaats tussen de gelijk eindigende subsidieaanvragen. Voorbeeld loting na gelijke score meerdere aanvragenEr worden vier aanvragen ingediend voor de activiteit Achterstandskinderen in het primair onderwijs met ambitie, elk voor € 35.
- Het subsidieplafond staat op € 70.
- Aanvraag A haalt de meeste punten en ontvangt daarom sowieso de gevraagde subsidie. Aanvraag B en C eindigen op gelijke hoogte. Aanvraag D haalt de minste punten en komt daarom sowieso niet in aanmerking voor subsidie. In deze situatie vindt dan een loting plaats tussen aanvragen B en C. De winnaar van de loting wordt subsidie verleend. Artikel
- Tussentijds wijzigen van subsidieplafonds Door toepassing van dit artikel kunnen burgemeester en wethouders flexibeler omgaan met over- en onderbenutting van de beschikbare subsidiegelden binnen de paragrafen van deze regeling.