Verordening voorzieningen wethouders, raadsleden en commissieledenVerordening voorzieningen wethouders, raadsleden en commissieleden Behorende bij raadsvoorstel 050224/10 De raad van de gemeente Bronckhorst; gelezen het voorstel van de griffier van 10 februari 2005; Gelet op de artikelen 44 en 95 tot en met 99 van de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden; besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening voorzieningen wethouders, raadsleden en commissieleden. Hoofdstuk1Begripsomschrijvingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: Commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet; Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243; Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; Reisbesluit binnenland: het Koninklijk Besluit van 1 maart 1993, Stb. 144; Reisreeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56; Raadslid: lid van de gemeenteraad; Verplaatsingskostenbesluit 1989: het Koninklijk Besluit van 6 oktober 1989, Stb.
- Hoofdstuk2Voorzieningen voor raadsleden Artikel2Vergoeding voor de werkzaamheden Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel I van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel3Onkostenvergoeding 1Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2Aan een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel4Berekening en betaling vaste vergoedingen 1Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder e, en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden vangen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 aan op de dag van het afleggen van de eed of belofte bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet. 2Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder e, en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden eindigen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 op de dag bedoeld in artikel C4, tweede lid, van de Kieswet, dan wel het tijdstip bedoeld in de artikelen X1, eerste en derde lid, X6 en X8, tweede, derde en vijfde van de Kieswet. 3De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2, 3 en 9 worden maandelijks uitbetaald. Artikel5Reiskosten 1De ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur, worden aan het raadslid vergoed. 2De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten; bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig de bedragen in artikel 2 van de Reisregeling binnenland. Artikel6Verblijfkosten De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed, tot ten hoogste de bedragen vastgesteld bij of krachtens het Reisbesluit binnenland. Artikel7Cursus, congres, seminar of symposium 1De kosten voor deelname van een raadslid aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentebelang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2Het raadslid dat wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap. Artikel8Computer of laptop 1Aan het raadslid wordt voor de uitoefening van het raadslidmaatschap op aanvraag een computer of laptop met bijbehorende randapparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld. 2Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 3Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. Artikel9Internetaansluiting via ISDN, ADSL of kabel Voor aanleg- en abonnementskosten en evt. gesprekskosten voor een internetaansluiting ten behoeve van het gebruik van een computer die benodigd is voor de uitoefening van het raadslidmaatschap krijgt het raadslid een vergoeding van de gemeente. Deze vergoeding bedraagt € 20 per maand. Artikel10 Uitkering bij aftreden (P.M.) Artikel11 Voorziening ouderdom, arbeidsongeschiktheid en overlijden (P.M.) Artikel12 Tegemoetkoming in de ziektekosten (P.M.) Artikel13 Compensatie korting werkloosheidsuitkering (P.M.) Artikel14 Kinderopvang (P.M.) Artikel15 Scholing (P.M.) Artikel16Spaarloonregeling Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentepersoneel geldende spaarloonregeling. Hoofdstuk3Voorzieningen voor wethouders Artikel17Onkostenvergoeding 1Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders. 2Aan de wethouder van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 25, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders. 3Indien de wethouder op grond van artikel 26 van deze verordening een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking is gesteld bedraagt de onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten, in afwijking van het eerste en tweede lid, 14% van het voor hem ingevolge het eerste of tweede lid geldende bedrag. Artikel18Reiskosten woon-werkverkeer Aan de wethouder wordt voor het reizen tussen zijn woning en zijn plaats van tewerkstelling, indien de afstand daartussen meer dan tien kilometer bedraagt, een tegemoetkoming in de kosten van het reizen verleend overeenkomstig de bedragen die bij of krachtens artikel 12 van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 zijn vastgesteld. Artikel19Zakelijke reiskosten Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 18, vergoeding verleend voor gemaakte reiskosten ter zake van andere dan de in artikel 18 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente. De vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten; bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig de bedragen in artikel 2 van de Reisregeling binnenland. Artikel20 Dienstauto (n.v.t.) Artikel21Verblijfkosten De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten van reizen, bedoeld in artikel 19 worden volledig aan de wethouder vergoed. Artikel22Buitenlandse dienstreis 1Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reis- en verblijfkosten vergoed. 2Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. Artikel23Cursus, congres, seminar of symposium 1De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. De kosten komen voor rekening van de gemeente als deelname van belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder. Artikel24Fax, computer en laptop 1Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt op aanvraag een computer of laptop met bijbehorende randapparatuur en software in bruikleen ter beschikking gesteld. 2Aan de wethouder kan voor de uitoefening van zijn ambt op aanvraag een faxapparaat met bijbehoren in bruikleen ter beschikking worden gesteld. 3De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente 4Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. Artikel25 Internetaansluiting via ISDN, ADSL of kabel (n.v.t.) Artikel26Mobiele telefoon 1Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt op aanvraag een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld. 2De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 3Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 4Op de bezoldiging van de wethouder die de mobiele telefoon voor meer dan 10% mede gebruikt voor privé-doeleinden wordt een bedrag ingehouden dat gelijk is aan het bedrag dat voor de loonbelasting tot het loon wordt of zou worden gerekend ingeval alle kosten van de mobiele telefoon voor rekening van de gemeente komen. Artikel27Spaarloonregeling De wethouder van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling. Hoofdstuk4Voorzieningen voor commissieleden Artikel28Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen 1Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie een vergoeding die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, tweede lid, van de Gemeentewet ontvangt. 3Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie als raadslid; uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd; als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. 4De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste 200% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid. Artikel29Reis- en verblijfkosten 1Aan het lid van een commissie dat geen raadslid is worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed. De vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten; bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig de bedragen in artikel 2 van de Reisregeling binnenland. 2Aan het in het eerste lid bedoelde lid van de commissie worden vergoed de noodzakelijk gemaakte verblijfkosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie tot ten hoogste de bedragen, vastgesteld bij of krachtens het Reisbesluit binnenland. Artikel30Buitenlandse excursie of reis 1De gemeenteraad kan een commissie uit gemeenteraad toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. 2De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege de gemeente georganiseerd 3De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente. Hoofdstuk5De procedure van declaratie Artikel31Betaling van kosten Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door betaling uit eigen middelen of rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente. Artikel32Declaratie van vooruit betaalde kosten 1Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 19, 21, 22 en 29 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald. 2Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend en binnen 2 maanden indien het een wethouder betreft bij de gemeentesecretaris en indien het een raadslid of commissielid betreft bij de griffier, of een door hem aangewezen ambtenaar ingediend, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken. Artikel33Rechtstreekse facturering bij de gemeente 1De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 19, 21, 22 en 23 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente. 2Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. 3Het begeleidingsformulier en de factuur worden binnen 2 maanden ingediend bij indien het een wethouder betreft bij de gemeentesecretaris en indien het een raadslid betreft bij de griffier, of een door hem aangewezen ambtenaar. Artikel34 Gebruik creditcard (n.v.t.) Hoofdstuk6Citeertitel en inwerkingtreding Artikel35Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening voorzieningen wethouders, raadsleden en commissieleden Bronckhorst
- Artikel36Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking op de dag na uitgifte van het gemeenteblad waarin de verordening is gepubliceerd. 2De artikelen 3 en 17 werken terug tot en met 1 januari
- Aldus besloten door de raad van de gemeente Bronckhorst in zijn openbare vergadering van 24 februari
- De griffier de voorzitter K.E. Pijnenburg H.L. van der Wende Toelichting Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden - toelichting