← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2020 (Hollands Kroon)

Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing 2020De gemeenteraad van Hollands Kroon gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer en artikel 216 van de Gemeentewet Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1 oktober 2019 Besluit: vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing

  1. Artikel1- Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’ : gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel2- Aard van de belasting en belastbaar feit Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel3- Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4- Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de jaarlijks door de gemeenteraad vast te stellen Nota tarieven. Artikel5- Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6- Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel7- Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing wanneer de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt. Belastingaanslagen beneden € 10,00 worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin, wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde bedragen belastingen aangemerkt als één belastingbedrag. Mutaties gedurende het jaar betreffende de omvang van het huishouden leiden niet tot aanpassing van de belastingschuld door de gemeente. Artikel8- Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. In afwijking van het eerste lid geldt ; zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. In afwijking op lid 3 sub 1 van dit artikel moet in geval het totale aanslagbedrag, van op één aanslagbiljet verenigde aanslagen of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat, kleiner is dan € 80,00 of meer bedraagt dan € 2.000,00, de aanslag in twee gelijke bedragen worden betaald, conform lid 1 van dit artikel. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel9– Kwijtschelding Voor de aanslag voor het beschikken over een extra grijze container wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10- Overgangsrecht De 'Verordening afvalstoffenheffing 2017’ vastgesteld op 29 november 2016 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 11, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel11- Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  2. Artikel12- Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing 2020’. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 7 november 2019.De raad voornoemd,Griffier …………………….,Voorzitter…………………..

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.