Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas houdende regels omtrent parkeren (Nota Parkeernormen 2019)1Inleiding 1.1Aanleiding en doel De gemeente Zuidplas ervaart dat de huidige Beleidsnota Parkeernormen uit 2013 toe is aan actualisatie. In 2018 en 2019 zijn door het CROW nieuwe parkeerkencijfers voor auto en fiets gepubliceerd en doen nieuwe mobiliteitsconcepten zoals deelauto’s en deelfietsen hun intrede in Zuidplas. Hiermee houdt de vigerende Nota uit 2013 nog onvoldoende rekening. De gemeente Zuidplas zet in deze Nota Parkeernormen 2019 in op meer flexibiliteit in de toepassing van kencijfers en parkeernormen door meer gebiedsgerichte en meer doelgroep specifieke normen. Zowel het normenkader (zie hoofdstuk 3) als het toepassingskader (zie hoofdstuk 4) geeft hier invulling aan. Met het benoemde toepassingskader kiest de gemeente ook voor een duidelijke rolverdeling tussen de gemeente en de initiatiefnemer van een nieuwe ontwikkeling of wijziging van bestemming (transformatie). Met deze Nota Parkeernormen 2019 beschrijft de gemeente Zuidplas het kader ten aanzien van het aantal te realiseren parkeerplaatsen voor fiets (nieuw in het beleid) en auto bij nieuwbouw of transformatieprojecten. De nota is relevant voor iedereen (projectontwikkelaars, woningcorporaties, privé-initiatieven, bedrijven, inwoners) die een omgevingsvergunning ‘bouwen’ of ‘functieveranderingen’ aanvraagt waar een parkeercomponent onderdeel van is. 1.2Leeswijzer In hoofdstuk 2 is het juridisch kader opgenomen dat op deze Nota Parkeernormen 2019 van toepassing is. Hoofdstuk 3 bevat de gebiedsindeling waarbinnen de verschillende parkeernormen van toepassing zijn. Verder staat in dit hoofdstuk wat een parkeernorm is en hoe de autoparkeernormen en fietsparkeernormen voor Zuidplas tot stand zijn gekomen. In hoofdstuk 4 wordt een toelichting gegeven op het toepassingskader parkeernormen In hoofdstuk 5 zijn specifieke situaties beschreven. 2Juridisch kader 2.1Parapluplan stedenbouwkundige bepalingen bouwverordening Op 29 november 2014 is de Reparatiewet BZK 2014 in werking getreden, waardoor de Woningwet is gewijzigd. Deze wijziging heeft ervoor gezorgd dat vanaf 1 juli 2018 de stedenbouwkundige voorschriften, waaronder voor parkeren en laden en lossen, uit de Bouwverordening komen te vervallen. Als gevolg hiervan hebben deze voorschriften geen aanvullende werking meer op bestemmingsplannen en beheerverordeningen. De gemeente Zuidplas heeft in een aantal bestemmingsplannen een artikel opgenomen waarin wordt verwezen naar de stedenbouwkundige voorschriften van de Bouwverordening. Daarnaast zijn er bestemmingsplannen waarin een eigen regeling is opgenomen met betrekking tot parkeren en laden en lossen en zijn er bestemmingsplannen waarin geen regeling hiervoor is opgenomen. Om een gemeente dekkende regeling te hebben voor parkeren en laden en lossen is dit bestemmingsplan ‘Parapluherziening Parkeren’ op 24 april 2018 vastgesteld. Het doel van dit bestemmingsplan is om een uniforme regeling vast te stellen die dynamisch verwijst naar het parkeerbeleid. Hiermee kan de gemeente bij nieuwbouwplannen of functieveranderingen plannen toetsen aan het geldende parkeerbeleid. 2.2Overgangsregeling voor lopende aanvragen Voor bestaande bouwinitiatieven is een overgangsregeling van toepassing. Deze houdt in dat bij de gemeente de nieuwe parkeernormen niet van toepassing zijn op bestaande bouwplannen waarvoor: een verkavelingsplan is vastgesteld met aantallen parkeerplaatsen; reeds contractueel bindende afspraken over parkeren zijn gemaakt met initiatiefnemers. Het staat initiatiefnemers vrij om in deze gevallen wel te kiezen voor toepassing van de nieuwe normen. Als een van bovenstaande gevallen zich voordoet, kan dat een reden zijn om van de parkeereis af te wijken. Ze zijn daarom aan te merken als afwijkingsmogelijkheid. Een contractpartij kan slechts een beperkte tijd beroep doen op deze regeling. Het is daarom ook waarschijnlijk dat deze overgangsregeling bij een herziening van deze nota wordt verwijderd wanneer alle contractueel afgesproken projecten zijn gerealiseerd. 2.3Beleidsregels algemeen De Nota Parkeernormen 2019 heeft het karakter van een beleidsregel. De Nota stelt de kaders waaronder betreffende parkeren het college van burgemeester en wethouders medewerking verleent aan ruimtelijke ontwikkelingen die een nieuwe parkeerbehoefte genereren of een verandering in de parkeerbehoefte veroorzaken. Aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen (artikel 2.1, eerste lid onder a, van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht) worden via de dynamische planregels uit het paraplubestemmingsplan dwingend aan de parkeernormen en bijbehorende uitvoeringsregels getoetst. Maar ook aanvragen omgevingsvergunning voor handelen in strijd met het bestemmingsplan worden beoordeeld aan de hand van de parkeernormen en bijbehorende uitvoeringsregels. Dit geldt ook voor de zogenaamde ‘kruimelgevallen’. Ieder initiatief dat aan de 1:1 aan de uitgangspunten van de parkeernormen uit Bijlage 2 voldoet, kan in beginsel rekenen op een positief advies van de vakgroep verkeer. Voor grootschalige projecten die een forse investering kennen kan de dekking van de parkeereis voor auto- en fietsparkeren een heel specifiek onderdeel van een project worden. Een lagere dekking van de eis kan, als afwijking op de reguliere regel, aan het college voor besluitvorming worden voorgesteld, mits er een goede, toetsbare onderbouwing aan ten grondslag wordt gelegd. De parkeereisen kunnen worden berekend met gebruikmaking van ‘beïnvloeding (andere wijze van vervoer), benutten (dubbelgebruik), reguleren (Blauwe zone/ vergunningparkeren) of huren/ kopen/ bouwen (anterieure overeenkomst). In deze volgorde van benadering! Hierbij dient als voorwaarde te worden beschreven op welke wijze wordt omgegaan met ‘bezoekersparkeren’ en met draagvlak voor de toekomstig bewoners en gebruikers. 2.4Bestuurlijke vaststelling De beleidsuitgangspunten met parkeernormen en uitvoeringsregels van onderhavige Nota worden door de gemeenteraad vastgesteld. Wijziging van deze nota binnen de vastgestelde beleidsuitgangspunten en het toepassen van onderbouwde afwijkingen op de eisen en de inzet van de Bijzondere beleidsregel uit 2.4, is een bevoegdheid van het college van burgemeester en wethouders. Hardheidsclausule Wanneer blijkt dat een initiatiefnemer gemotiveerd niet aan de gestelde parkeeropgave kan voldoen, kan het college van burgemeester en wethouders een besluit nemen om (gedeeltelijke) afwijking of vrijstelling van de parkeeropgave toe te staan. Zoals hierboven gesteld kan het dagelijkse bestuur van de gemeente Zuidplas ervoor kiezen om bij grootschalige projecten, zoals de ontwikkeling van ‘Middengebied’ de bijzondere beleidsregel onder de gestelde voorwaarden inzetten. De hardheidsclausule baseert zich op artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), de inherente afwijkingsbevoegdheid. Hier wordt al een voorschot genomen op het toekomstige beleid waar het nieuwe omgevingsrecht geldt. Aanvragers van een nieuw initiatief óf wijziging van een bestemming mogen een motivatie indienen om aantoonbaar te kunnen gaan voor invulling van een lagere parkeereis. Het college van burgemeester en wethouders besluit of afwijking is toegestaan. 3Gebiedsindeling parkeernormen auto en fiets 3.1De functie van een gebiedsindeling In deze Nota wordt voor de auto- en fietsparkeernormen een gebiedsindeling gehanteerd die in het algemeen geldt voor de gehele gemeente Zuidplas. Het doel ervan is dat gebiedsgericht gewerkt kan worden aangezien parkeren in bijvoorbeeld de winkelgebieden een ander afwegingskader kent dan in buitengebieden aan de rand van de dorpen, waar meer ruimte is. Per gebied is sprake van een ander bereikbaarheidsprofiel, een ander voorzieningenniveau en een ander aanbod aan alternatieve vervoerwijzen zoals het openbaar vervoer. Op basis van de hier gehanteerde specifieke gebiedsindeling zal per gebied gedifferentieerd worden betreffende de hoogte van de parkeerkencijfers en de wijze waarop deze wordt toegepast. 3.1.1Gebiedsgerichte differentiatie in parkeernormen De hoogte van de parkeernormen wordt in deze nota gedifferentieerd naar gebieden. Hierbij is de gebiedstypologie met adressendichtheid bepalend. In het centrum van een dorp gelden andere parkeernormen dan in perifere woonwijken. In algemene zin geldt dat bij de bepaling van de parkeernormen rekening wordt gehouden met de autoafhankelijkheid van toekomstige gebruikersgroepen. Deze autoafhankelijkheid wordt met name ingegeven door: De kwaliteit en kwantiteit van het (hoogwaardig) openbaar vervoer; De kwaliteit van fietsroutes en beschikbaarheid van fietsparkeervoorzieningen; De aanwezigheid van parkeerregulering; De nabijheid van (dagelijkse) voorzieningen en zorgvoorzieningen. 3.1.2Differentiatie in het toepassingskader Het hanteren van een gebiedsindeling maakt het mogelijk om het toepassingskader zoals dat nader is omschreven in hoofdstuk 4 ook daadwerkelijk gebiedsgerichter te maken. Dit houdt bijvoorbeeld in dat auto- en fietsparkeernormen in centrumgebieden op een andere wijze worden toegepast dan de auto- en fietsparkeernormen in aan het centrum grenzende woonwijken of in perifeer gelegen woonwijken aan de rand van het dorp. Daarnaast kan, in specifieke gevallen, de bijzondere beleidsregel worden ingezet bij grootschalige projecten. 3.2Gebiedsindeling In Bijlage 1 wordt de gebiedsindeling per dorp weergegeven voor de te hanteren parkeernomen en het toepassingskader. In de gebiedsindeling wordt onderscheid gemaakt tussen drie verschillende gebieden (Zone A, Zone B en Zone C). De gebiedsindeling die wordt gehanteerd is: Zone A, een (centrum)gebied met een relatief lage autoafhankelijkheid welke zich kenmerkt door: een goede, lees geregelde OV bereikbaarheid met opstapplaatsen met een verbinding naar minimaal 1 treinstation (Nieuwerkerk aan den IJssel); de aanwezigheid van goede aaneengesloten fietsinfrastructuur waarover de gebruiker snel van a naar b kan en goed toegankelijke fietsstallingen; de aanwezigheid van parkeerregulering (parkeerschijfzone/ vergunningparkeren); een ruim aanbod aan (dagelijkse)voorzieningen op loopafstand. Zone B, een gebied in de schil van Zone A, met een gemiddelde/hoge autoafhankelijkheid welke zich kenmerkt door: een redelijke, lees geregelde met langere tussenpozen OV-bereikbaarheid met busdiensten die verbinding geven met minimaal 1 hoogwaardig overstappunt in Zone A; de aanwezigheid van goede aaneengesloten fietsinfrastructuur; een voldoende aanbod aan (dagelijkse) voorzieningen op loop- of fietsafstand. Zone C, een gebied met een hoge autoafhankelijkheid dat zich kenmerkt door: relatief weinig tot geen openbaar vervoer aanbod in de directe nabijheid; de aanwezigheid van fietsinfrastructuur maar met grotere fietsafstanden naar Zone A; een relatief laag tot geen aanbod aan (dagelijkse) voorzieningen. De parkeernormen voor auto zijn een afgeleide van de mate van afhankelijkheid van dit vervoermiddel. Voor de auto zijn de parkeernormen in zone A lager dan in zone B en C. De fietsnormen zijn in alle zones gelijk. Zo’n gebiedsindeling is voor Zuidplas nieuw. In de Beleidsnota Parkeernormen uit 2013 werd geen onderscheid gemaakt in 3 gebiedstypen. De kencijferbenadering door het CROW spreekt in een aantal gevallen over ruimere interpretatiemogelijkheden. Daarmee wordt bedoeld dat in voorkomende gevallen er goed aan wordt gedaan om referenties te zoeken, of om een onderzoek in te stellen zodat met de opgedane ervaring/ resultaten een passende eis kan worden gesteld. Op onderstaande afbeelding is de kaart met de indeling weergegeven (zie ook bijlage 1 voor een vergrote weergave). Afbeelding 1.Gebiedsindeling auto- en fietsparkeernormen gemeente Zuidplas Op de afbeelding is te zien dat Zone A (lage auto afhankelijkheid) gevormd wordt door de winkelgebieden van Nieuwerkerk aan den IJssel, Moerkapelle, Moordrecht en Zevenhuizen. Deze zone ligt centraal in de genoemde dorpen en heeft een (goede) OV-bereikbaarheid, is optimaal per fiets bereikbaar en kent een (goed) voorzieningenniveau. Hier zijn de laagste autoparkeernormen en de hoogste fietsparkeernormen van toepassing. Zone B (gemiddelde/hoge auto afhankelijkheid) wordt voornamelijk gevormd door de overige gebieden in de bebouwde kom van Nieuwerkerk aan den IJssel, Moerkapelle, Moordrecht en Zevenhuizen. Hier is sprake van OV-verbindingen en fietsverbindingen met Zone A. Zone C (hoge auto afhankelijkheid) wordt gevormd door alle overige gebieden van de gemeente Zuidplas, dus niet zijnde Zone A of Zone B. Deze gebieden liggen op grotere afstand van de winkelgebieden en hebben een relatief lage OV-bereikbaarheid, minder tot geen aanbod aan voorzieningen en een relatief hoog huidig autobezit. 3.3Wat is een parkeernorm? Een parkeernorm is een getal dat aangeeft hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn voor een bepaalde functie per eenheid of oppervlakte bij nieuwbouw- en transformatieontwikkelingen. De oppervlakten zijn weergegeven in bruto-vloeroppervlak (m2 bvo). 1In de NEN-norm NEN2580 wordt aangegeven hoe deze oppervlaktematen worden bepaald. De gemeente Zuidplas hanteert parkeernormen voor de auto én voor de fiets. De voorliggende Nota vormt het toetsingskader op het gebied van parkeren bij een aanvraag om een omgevingsvergunning. Het niet voldoen aan de parkeernorm en/of het bijbehorende toepassingskader, kan één van de weigeringsgronden voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning zijn. Dit geldt zowel voor het niet voldoen aan de autoparkeernormen als het niet voldoen aan de fietsparkeernormen. 3.4Van parkeerkencijfers naar parkeernormen Als basis van zowel haar autoparkeernormen als fietsparkeernormen kiest de gemeente Zuidplas voor de recent in 2018 geactualiseerde auto parkeerkencijfers van het CROW en de in 2019 geactualiseerde fietsparkeerkencijfers van het CROW-Fietsberaad. De kencijfers voor auto zijn door het CROW opnieuw uitgebracht en eind 2018 gepubliceerd in CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Zuidplas als gehele gemeente is in de classificering van het CROW aangemerkt als een “matig stedelijke” gemeente (tussen 1.000 en 1.500 adressen per km²). De kencijfers van het CROW worden vervolgens gedifferentieerd naar gebiedstypen (centrum, schil, rest bebouwde kom en buitengebied). Zuidplas hanteert voor Zone A de kencijfers uit het gebiedstype ‘centrum’, voor Zone B de kencijfers van het gebiedstype ‘overig bebouwde kom’ en voor Zone C de kencijfers van het gebiedstype ‘buitengebied’. Per gebiedstype worden de parkeerkencijfers van het CROW weergegeven met een bandbreedte (minimum-maximum). Om een keuze te maken binnen deze bandbreedtes laat de gemeente zich leiden door onder andere de voorzieningen in het gebied en de alternatieven vervoerwijzen als fiets en OV. Een bouwinitiatief dicht bij een station Nieuwerkerk aan den IJssel of een bouwinitiatief buiten bebouwde kom bij Oud-Verlaat vragen om een verschillende hoeveelheid parkeervoorzieningen. Voor functies hanteert Zuidplas voor de auto het uitgangspunt dat voor Zone A geldt het gemiddelde van de bandbreedte. Voor Zone B en Zone C geldt de bovenkant van de bandbreedte van de CROW-kencijfers. Ook de fietsparkeerkencijfers bevatten, net als de autoparkeerkencijfers, bandbreedtes. Op basis van de beleidsdoelen om het fietsgebruik in Zuidplas verder te stimuleren en fietsvoorzieningen te faciliteren hanteert Zuidplas in alle gebieden de hoogste fietsparkeerkencijfers omdat Zuidplas de inwoners wil verleiden om (meer) te fietsen door goede voorzieningen aan te leggen. Goede fietsverbindingen en fietsparkeervoorzieningen acht de gemeente hierbij van groot belang. In Bijlage 2 is de volledige lijst van auto- en fietsparkeernormen Zuidplas opgenomen. 3.5De parkeernorm voor woningen In Zuidplas worden in de dorpen veel verschillende soorten woningen gebouwd. Om de verschillende woningtypen te categoriseren wordt onderscheid gemaakt in niet gestapelde en gestapelde woningen, die verder zijn onderverdeeld in oppervlakte (in m2 bvo). De meeste woningen in Zuidplas vallen onder deze categorieën (gestapeld of niet gestapeld en in omvang variërend van < 40 m2 bvo tot > 150 m2 bvo. Doelgroepgerichte woningnormen Naast de parkeernormen voor de in Zuidplas algemeen voorkomende woningtypen (gestapeld of niet gestapeld en van een bepaalde grootte), wordt ook een aantal woon-doelgroepgerichte parkeernormen benoemd. Deze parkeernormen zijn specifiek benoemd voor woningen of wooneenheden die bewoond worden door een specifieke woondoelgroep en houden rekening met hun autobezit. Een korte nadere toelichting van de woningen of wooneenheden die bewoond worden door een specifieke woondoelgroep volgt hierna. 1-kamer appartement Een woning – ook wel studio genoemd - die bedoeld is voor bewoning door 1 persoon waarbij de kamer fungeert als woon- en slaapkamer en voorzien is van een keukenhoek. Aanvullend is er een aparte, tot de woning behorende ruimte aanwezig met een douche en toilet. Ook arbeidsmigranten maken vaak gebruik van dit soort woningen. Kamerverhuur Een woonvorm waarbij sprake is van een woonruimte die via een gemeenschappelijke toegang bereikt kan worden zonder eigen voordeur en waarbij de bewoner afhankelijk is van één of meer gemeenschappelijke dagelijkse voorzieningen (keuken, douche en/of toilet) buiten die woonruimte. Gemeenschappelijke ruimte Als er sprake is van een gemeenschappelijke ruimte ten behoeve van bewoners van één of meerdere woningen en die ruimte heeft niet als functie een dagelijkse voorziening (keuken, douche, toilet), dan wordt deze ruimte (in m2 bvo) evenredig toebedeeld aan alle woningen die hiervan gebruik kunnen maken De parkeernormen voor de woonfuncties zijn in bijlage 2 weergegeven. De parkeernormen in de tabel zijn inclusief het aandeel bezoekers. Volledigheidshalve is het aandeel bezoekers apart benoemd. De bezoekersparkeernorm voor woningen In de autoparkeernorm voor woningen zit een deel dat is bestemd voor de parkeerbehoefte van bezoekers van de bewoners. Dat kan bijvoorbeeld visite zijn, mantelzorgers, dienstverleners of serviceverleners. Het aandeel voor bezoekers varieert per gebiedstype. In Zone A is het 0,2 parkeerplaats per woning, in Zone B en Zone C 0,3 parkeerplaats per woning. Daarmee wordt geanticipeerd op de ligging van de woning ten opzichte van de mate van OV- en fietsbereikbaarheid. Ook in de fietsparkeernorm voor woningen zit een deel dat is bestemd voor de parkeerbehoefte van bezoekers van de bewoners. Het aandeel voor bezoekers is bij alle woningtypen in alle zones gelijk: 1 fiets per woning. Het fietsbezit per huishouden is niet of nauwelijks afhankelijk van de woonlocatie, maar des te meer van de omvang van het huishouden. Het parkeren voor bezoekers van woningen - van auto en/of fiets- dient in de basis altijd op openbaar toegankelijke parkeerplaatsen vormgegeven te worden. Dit betekent dat bezoekers altijd toegang moeten kunnen krijgen tot de voor hen bestemde parkeerplaatsen. Bij gebouwde of afgesloten parkeervoorzieningen kan door middel van toegangscodes of apps de vrije toegankelijkheid voor bezoekers eventueel gewaarborgd worden (mandelige gebieden/ appartementsrecht). 3.6De parkeernorm voor overige functies In de hiernavolgende tabellen worden de parkeernormen voor overige functies weergegeven. Daarbij wordt onderscheidt gemaakt in de volgende functiecategorieën: Werkgelegenheid Winkels Ontspanning Horeca en verblijfsrecreatie Gezondheid Onderwijs Overig De benoemde functies zijn overgenomen van het CROW (publicatie 381). Voor functies waarvan in de CROW-publicatie geen melding wordt gemaakt maar waarvoor Zuidplas wel een parkeernorm wenst te benoemen, wordt dat in de hiernavolgende paragrafen expliciet vermeld. Het kan voorkomen dat voor een functie geen autoparkeernorm is opgenomen. Wanneer deze situatie zich voordoet, dient de parkeernorm gehanteerd te worden die geldt voor de meest vergelijkbare functie of anders de meest recente autoparkeerkencijfers van het CROW. De fietsparkeerkencijfers van het CROW zijn op dit moment minder gedetailleerd als de parkeerkencijfers voor auto’s. Om die reden kan het voorkomen dat voor een te realiseren functie nog geen fietsparkeernorm is opgenomen. Wanneer deze situatie zich voordoet, dient de fietsparkeernorm gehanteerd te worden die geldt voor de meest vergelijkbare functie. De bezoekersparkeernorm voor de overige functies In de auto- en fietsparkeernormen voor overige functies is eveneens een deel opgenomen dat is bestemd voor de parkeerbehoefte van bezoekers van de betreffende functie. Dit deel is weergegeven in de vorm van een percentage (bron: CROW, publicatie 381). Ook voor het parkeren voor bezoekers van de overige functies geldt dat dit in beginsel altijd op openbaar toegankelijke parkeerplaatsen vormgegeven dient te worden. Dit betekent dat bezoekers altijd toegang moeten kunnen krijgen tot de voor hen bestemde parkeerplaatsen. Bij gebouwde of afgesloten parkeervoorzieningen kan door middel van toegangscodes of apps de vrije toegankelijkheid voor bezoekers eventueel gewaarborgd worden. Parkeernorm: niet van toepassing (n.v.t.) Bij sommige functies staat de afkorting ‘n.v.t.’ vermeld. Dit houdt in dat de betreffende functie in de betreffende zone niet wordt voorzien. Zo is het bijvoorbeeld niet de gangbare praktijk dat een bouwmarkt zich vestigt in zone A. Op het moment dat bij een te realiseren functie de parkeernorm ‘n.v.t.’ vermeld staat maar de functie toch wordt gerealiseerd, wordt de volgende standaard aanpak gehanteerd: Kan voor de te realiseren functie, een parkeernorm worden gehanteerd die van toepassing is op een vergelijkbare functie? Indien 1 niet mogelijk is, kan voor de te realiseren functie de parkeernorm worden gehanteerd die op de functie van toepassing is, in de meest vergelijkbare zone? Indien 1 en 2 niet mogelijk zijn, is maatwerk vereist om een parkeernorm vast te kunnen stellen met nadere onderbouwing. Parkeernormen Werkgelegenheid Er is in de hoofdfunctie Werkgelegenheid is onderscheid gemaakt in kantoren met of zonder baliefunctie, zoals ook in de kencijfers van het CROW. Kantoren met baliefunctie (commerciële dienstverlening) kennen een hogere parkeervraag dan kantoren zonder baliefunctie. Bij de realisatie van kantoorpanden moet goed vastgesteld worden welk type kantoren er zich zullen vestigen. In de loop van de tijd komt een functieverandering geregeld voor waarbij bijvoorbeeld een kantoor een baliefunctie krijgt en waarbij vaak meer parkeervoorzieningen nodig zijn. Productiebedrijven, laboratorium, werkplaats en garagebedrijf (excl. Opslag) vallen onder de categorie bedrijf arbeidsintensief/ bezoekersextensief. Logistieke bedrijven, glastuinbouw, akkerbedrijf en kleinschalige veehouderijen vallen onder de categorie bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief. Parkeernormen Ontspanning Hieronder vallen ook de sociaal/culturele voorzieningen zoals sportvoorzieningen. Parkeernormen Gezondheidszorg Bij huisartsenpraktijk en gezondheidscentrum geldt de aanvullende voorwaarde dat voor elke 1 fte huisarts een gereserveerde parkeerplaats binnen de plangrenzen van de ontwikkeling wordt gerealiseerd. Parkeernormen Onderwijs In de richtlijnen van het CROW zijn rekenregels opgenomen ten behoeve van een inschatting van de parkeerbehoefte voor Kiss & Ride (Zoen & Zoef) bij basisonderwijs. Deze rekenmethode, waarbij met behulp van diverse parameters de parkeervraag wordt bepaald, wordt doorgaans als lastig ervaren. Daarom heeft Zuidplas ervoor gekozen, afgeleid van de uitkomst van de rekenexercitie van het CROW, hiervoor een norm op te nemen ten behoeve van het aantal te realiseren Kiss & Ride parkeerplaatsen bij basisscholen. Parkeernormen Overig Hieronder vallen parkeernormen van overige, niet onder één van bovenstaande functiecategorieën behorende functies weergegeven. Zoals blijkt zijn van deze overige functies geen functie specifieke fietsparkeernormen benoemd. Hier geldt de eerder benoemde regel dat de fietsparkeernorm gehanteerd moet worden die geldt voor de meest vergelijkbare functie of een parkeernorm welke op basis van een mobiliteitsprofiel van de functie te wordt bepaald. 3.7Parkeernormen voor bijzondere voertuigen Het parkeren van bijzondere voertuigen kan een rol spelen in de wijze waarop aan een nieuwbouw- of transformatieproject eisen worden gesteld. Met bijzondere voertuigen worden onder andere bedoeld: Motorfietsen. Bromfietsen en snorfietsen (scooters). Logistiek verkeer (laden en lossen). Auto voor mindervaliden. Scootmobielen. De gemeente Zuidplas kiest er niet voor om voor de bovengenoemde bijzondere voertuigen parkeernormen op te nemen. Dit omdat het zeer lastig is om functie specifiek inschattingen te maken over het aantal benodigde parkeerplaatsen voor de bovengenoemde bijzondere voertuigen. De gemeente hanteert als uitgangspunt dat bij functies waar een parkeerbehoefte van bijzondere voertuigen aannemelijk is, de initiatiefnemer hier een bijpassend aantal parkeerplaatsen voor realiseert. Onderstaande uitwerking van het parkeren van bijzondere voertuigen dient derhalve te worden beschouwd als een richtlijn. Motorfietsen De gemeente hanteert het uitgangspunt dat de initiatiefnemer een bij de ontwikkeling passend aantal parkeerplaatsen zelf realiseert, binnen de contouren van de ontwikkeling. De aanwezigheid van motorfietsplaatsen maakt geen onderdeel uit van de normatieve parkeeropgave. Bromfietsen en snorfietsen (scooters) Ook bij bromfietsen en scooters hanteert de gemeente het uitgangspunt dat de initiatiefnemer een bij de ontwikkeling passend aantal parkeerplaatsen zelf realiseert, binnen de contouren van de ontwikkeling. De gemeente spreekt haar voorkeur uit om bromfiets- en scooterparkeerplaatsen te integreren met de te realiseren fietsparkeervoorzieningen. De vormgeving van deze parkeerplaatsen is door vrije ruimte te reserveren die passend is voor het parkeren van een bromfiets of scooter. Laden en lossen Met name detailhandel- en horecavoorzieningen worden gekenmerkt door een expliciete behoefte aan parkeerplaatsen bestemd voor het laden en lossen van goederen. Een initiatiefnemer is verplicht om het laden en lossen van goederen binnen de contouren van de ontwikkeling te laten plaatsvinden. In verschillende delen van de gemeente zijn in de openbare ruimte parkeerplaatsen bestemd voor laden en lossen aanwezig (verkeersbord E07). Indien het op eigen terrein faciliteren van laden en lossen op overwegende bezwaren stuit (bijvoorbeeld met incidenteel, exceptioneel transport), kan de gemeente gedogen om het laden en lossen te laten plaatsvinden in de openbare ruimte. Ook bij woningen is door de toename van het doen van aankopen van producten en goederen via internet en het laten thuisbezorgen daarvan, in toenemende mate behoefte aan een ‘laad- en los’-parkeerplaats voor leveranciers /bezorgers van deze producten en goederen. Een initiatiefnemer is verplicht om bij een realisatie van meer dan 20 woningen tenminste 1 laad-en-losplaats per woongebouw of woningcluster, voor het afleveren/bezorgen van goederen, binnen de contouren van de ontwikkeling te realiseren. Indien het op eigen terrein faciliteren van laden en lossen op overwegende bezwaren stuit, kan de gemeente toestemming geven om het laden en lossen te laten plaatsvinden in de openbare ruimte. Voorbeeld hiervan is dat een verhuiswagen gedeeltelijk op het trottoir moet staan om overig verkeer voldoende passeerruimte te geven. Mindervaliden (algemeen) Bij nieuwe ontwikkelingen sluit de gemeente Zuidplas zich, ten aanzien van het aantal te realiseren parkeerplaatsen voor mindervaliden, aan bij de landelijk richtlijnen van het CROW. Dit houdt in dat bij toekomstig te ontwikkelen openbare voorzieningen en winkelcentra ten minste één algemene gehandicaptenparkeerplaats wordt ingericht, maar met als richtlijn een percentage van tenminste twee procent van de totaal te realiseren parkeercapaciteit2Conform Handboek voor Toegankelijkheid van het CROW. De gemeente Zuidplas stelt op dit moment ook een aparte parkeernota op over gehandicaptenparkeerplaatsen. Scootmobielen Voor het parkeren van scootmobielen bij de woning geldt de vigerende regelgeving zoals benoemd in het Bouwbesluit. De gemeente voert geen parkeerbeleid voor het parkeren van scootmobielen bij bestemmings-functies. 3.8Elektrisch laden De gemeente Zuidplas wil de overgang van fossiele brandstoffen naar meer milieuvriendelijke alternatieven, zoals elektrisch rijden, stimuleren. Daarom wordt van initiatiefnemers geëist dat 5% van de te realiseren parkeerplaatsen – auto én fiets - voorzien zijn van een laadpunt en dat nog eens 5% van de parkeerplaatsen voorbereid dient te zijn om een laadpunt aan te brengen. Voorbereid houdt in dat de ondergrondse/inpandige infrastructuur al aangelegd is (loze leidingen e.d.) en dat het elektrisch vermogen hierop voorbereid is, zodat, wanneer de behoefte er is, direct een laadpunt kan worden aangesloten. Voor andere innovatieve alternatieven zoals bijvoorbeeld waterstof of zonnecellaadpunten zal indien dit zich voordoet nagegaan worden hoe deze alternatieven het beste gefaciliteerd kunnen worden. Vooralsnog is hier in onderhavige Nota nog geen norm voor opgenomen. De eis voor elektrisch laden geldt alleen bij een normatieve parkeeropgave van meer dan 20 parkeerplaatsen. Bij bouwinitiatieven met een lagere eis dan 20 parkeerplaatsen, staat het de initiatiefnemers vrij om laadpunten aan te leggen of het verzoek bij de gemeente in te dienen voor laadpunten in de openbare ruimte. De laadpunten bij parkeerplaatsen binnen de contouren van de ontwikkeling dienen door de initiatiefnemer zelf gerealiseerd te worden. De laadpunten bij parkeerplaatsen in de openbare ruimte worden door de gemeente gerealiseerd tegen een door de initiatiefnemer hiertoe te betalen vergoeding. 4Toepassingskader parkeernormen In dit hoofdstuk is weergegeven hoe de gemeente Zuidplas komt tot een normatieve opgave en het daarop gebaseerde aantal door de initiatiefnemer te realiseren parkeerplaatsen (de parkeereis).. De in hoofdstuk 3 benoemde gebiedsindeling en de in hoofdstuk 3 benoemde parkeernormen per functie dienen eenduidig toegepast te worden. De te maken afspraken met de initiatiefnemer over het feitelijk uitvoeren van de vereiste parkeeropgave worden vastgelegd, onder meer in de te verlenen omgevingsvergunning, zo nodig aangevuld met een anterieure overeenkomst. 4.1Rolverdeling tussen gemeente en initiatiefnemer De volledige looptijd van nieuwbouw- en transformatieontwikkelingen kan, van (pre-)verkenning tot realisatie, meerdere jaren bedragen. In dit kader is van belang dat in dit toepassingskader duidelijk is welke rolverdeling van toepassing is tussen de gemeente Zuidplas en de initiatiefnemer. De initiatiefnemer De initiatiefnemer van een nieuwbouw- of transformatieontwikkeling is een breed begrip. Met de ‘initiatiefnemer’ wordt de partij bedoeld die, op het gebied van parkeren betrokken is bij de aanvraag van een omgevingsvergunning en hiervoor de verantwoordelijkheid draagt. De initiatiefnemer levert alle voor parkeren relevante gegevens van een ontwikkeling bij de gemeente aan (zoals het bouwprogramma, aantallen eenheden met bijbehorende oppervlakten in m2 bvo, aanwezige gemeenschappelijke ruimten, de parkeerbalans, contracten over oplossing van de normatieve parkeeropgave) die benodigd zijn om door de gemeente een parkeertoets uit te kunnen laten voeren. Bij het indienen van de aanvraag zal door de gemeente getoetst worden of ten behoeve van het parkeren van auto’s, fietsen en overige voertuigen alsmede het laden en lossen, is voorzien, conform het vigerende parkeerbeleid. De gemeente Zuidplas De gemeente Zuidplas treedt binnen deze beleidsregels op als adviserende en toetsende partij. Hiervoor houdt de gemeente de vigerende beleidsregels als leidraad aan. De belangrijkste aspecten die, op het gebied van parkeernormen in nieuwbouw- en transformatieontwikkelingen worden getoetst zijn: of de normatieve parkeeropgave op een duurzame en toekomstbestendige wijze wordt opgelost; of de normatieve parkeeropgave ook in de praktijk zal functioneren (hierbij wordt expliciet aandacht besteed aan de wijze waarop het bezoekersaandeel van de opgave wordt opgelost); of nieuwbouw- of transformatieontwikkelingen niet tot extra (ongewenste) parkeervraag en daarmee verhoogde parkeerdruk in de openbare ruimte leiden. 4.2Verschil toepassingskader auto en fiets In de basis is de wijze waarop de auto- en fietsparkeernormen worden toegepast hetzelfde. Zowel voor auto als fiets is het uitgangspunt dat de volledige normatieve parkeeropgave binnen de contouren van de ontwikkeling dient te worden opgelost. Indien het feitelijk onmogelijk of onwenselijk is om geheel of gedeeltelijk te voldoen aan de normatieve parkeeropgave, dan kan deze ook op andere wijzen worden opgelost. In dit toepassingskader worden voor auto en fiets deze mogelijkheden beschreven. 4.3De definitie van een parkeerplaats Waar in deze Nota Parkeernormen 2019 gesproken wordt over een parkeerplaats voor auto’s betreft het een ruimte conform (onder andere bouweisen) ‘NEN 2443:2013 Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in garages’, publicatie Nederland Normalisatie-instituut, d.d. maart 2013 en de CROW-publicatie ASVV 2012 voor parkeerplaatsen in de openbare ruimte (langs straten e.d.). Een fietsparkeerplaats betreft een voorziening in of op een fietsparkeervoorziening die aan de kwaliteitseisen voldoet van de Leidraad Fietsparkeren (CROW publicatie 291, hoofdstuk 6). In Bijlage 4 zijn de belangrijkste kwaliteitseisen opgenomen voor toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid. De inrichting van parkeervoorzieningen wordt door een verkeerskundige van de gemeente Zuidplas beoordeeld op bruikbaarheid en veiligheid. 4.4Afronding Bij het berekenen van het aantal te realiseren parkeerplaatsen wordt pas op het einde van de berekening afgerond op gehele aantallen. Afronding vindt als volgt plaats: bij kleiner dan 0,5 wordt er naar beneden afgerond; bij 0,5 of hoger wordt er naar boven afgerond. 4.5Parkeervraag en parkeeraanbod In deze Nota Parkeernormen 2019 wordt onderscheid gemaakt tussen de parkeervraag (hoeveel parkeerplaatsen zijn er nodig?) en het parkeeraanbod (hoe lossen we de parkeervraag op?). De parkeervraag wordt veroorzaakt door verschillende gebruikersgroepen, welke in omvang van functie tot functie verschillen. De gebruikersgroepen bestaan uit vaste gebruikers (bewoners, werknemers) en bezoekers (bezoekers van bewoners, bezoekers van winkelfuncties etc.). Het parkeeraanbod wordt vormgegeven door parkeerplaatsen. Deze kunnen op verschillende locaties in, op, onder of rondom een ontwikkellocatie gelegen zijn. Deze parkeerplaatsen kunnen in eigendom van private organisaties of in eigendom van de gemeente Zuidplas zijn. Schematisch weergave toepassingskader In onderstaand figuur is het toepassingskader opgenomen dat de gemeente Zuidplas hanteert voor zowel auto als fiets. Het toepassingskader kent een bewust gekozen volgorde (stappen). Vanaf paragraaf 4.6 wordt iedere stap van het toepassingskader nader beschreven. Figuur 1 Schematische weergave van het regulier toepassingskader parkeernormen auto en fiets 4.6Stap 1 – bepaling van de normatieve parkeerbehoefte Zodra een ontwerp van een ontwikkeling zich daarvoor leent, wordt door de initiatiefnemer zelfstandig dan wel in een iteratief proces met de gemeente een bepaling gemaakt van de te verwachten parkeerbehoefte van de ontwikkeling op basis van de gestelde parkeernormen in deze Nota Parkeernormen 2019 genoemde parkeernormen. De normatieve parkeerbehoefte wordt berekend door als eerste te bepalen in welke zone (zone A, B of C) de ontwikkellocatie is gelegen. Vervolgens door de betreffende functie (in omvang bepaald door oppervlakte in m2 bvo of afgeleide eenheden hiervan) te vermenigvuldigen met de parkeernorm (voor auto en fiets) die van toepassing is voor de betreffende functie. Een en ander voor kosten van de initiatiefnemer. 4.7Stap 2 – bepaling van de normcorrectie In nieuwbouw- of transformatieontwikkelingen kan sprake zijn van afwijkende omstandigheden die ertoe leiden dat de toepassing van de parkeernorm(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.