Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam houdende regels omtrent ambtshalve beleid gemeentelijke belastingen (Ambtshalve beleid gemeentelijke belastingen Amsterdam 2020)Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, gelet op artikelen 231 Gemeentewet, 242 Gemeentewet, 244 Gemeentewet, artikel 65 AWR en artikel 4:81 Awb, besluit de volgende regeling vast te stellen: Ambtshalve beleid gemeentelijke belastingen Amsterdam 2020 Artikel1 Reikwijdte en definities Deze beleidsregels gelden voor de volgende gemeentelijke belastingen en rechten. onroerende-zaakbelastingen; roerende ruimtenbelastingen; toeristenbelastingen; rioolheffing; vermakelijkheidsretributies; precariobelasting; afvalstoffenheffing; reinigingsrecht; reclamebelasting. Voor de toepassing van deze beleidsregels wordt verstaan onder: belanghebbende: de belastingplichtige en de andere (rechts)personen voor wie uit de individuele heffing rechtstreeks rechten of verplichtingen voortvloeien. Artikel2 Ambtshalve vermindering, teruggaaf of vrijstelling De heffingsambtenaar verleent de ambtshalve vermindering in geval: een aanslag onroerende-zaakbelasting of roerende-ruimtebelasting op een te hoog bedrag is vastgesteld gelet op de vastgesteld waarde met het belastingequivalent van het in art. 2 van het Uitvoeringsbesluit Wet waardering onroerende zaken bedoelde minimum (20 % zijnde een absoluut verschil van minimaal € 5.000); in andere gevallen dan die bedoeld onder 1a indien de belastingaanslag tenminste € 11 te hoog is vastgesteld. De vermindering, teruggaaf of vrijstelling waarvoor de belanghebbende redelijkerwijs in aanmerking komt, wordt ambtshalve verleend als na het ongebruikt verstrijken van de bezwaar-, beroeps- of andere termijn de belanghebbende een niet-ontvankelijk bezwaarschrift of verzoekschrift om vermindering, teruggaaf of vrijstelling van belasting indient. Artikel3 Uitzonderingen Artikel 2 wordt niet toegepast als: het bedrag van de vermindering of teruggaaf, waarvoor de belanghebbende per aanslag in aanmerking komt, lager is dan het minimumbedrag dat blijkt uit artikel 2; het bezwaar- of verzoekschrift meer dan vijf jaar na het ontstaan van de materiële belastingschuld bij de inspecteur wordt ingediend; aannemelijk is dat de belanghebbende opzettelijk of door grove schuld de wettelijke termijn voor het indienen van een bezwaarschrift ongebruikt heeft laten verstrijken. In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder b, eindigt voor de onroerende-zaakbelastingen de termijn conform het bepaalde in artikel 2 van het Uitvoeringsbesluit Wet waardering onroerende zaken vijf jaar na het nemen van de waardebeschikking. Voor de roerende-ruimtebelastingen wordt deze termijn tevens gehanteerd. Ambtshalve vermindering of teruggaaf blijft ook achterwege als in het laatste jaar van de vijfjaarstermijn een navorderings- of naheffingsaanslag aan de belanghebbende is opgelegd en een jaar of meer is verstreken na de dagtekening van die navorderings- of naheffingsaanslag. Artikel4 Jurisprudentie Een uitspraak van de belastingrechter waarin een gunstiger toepassing voor de belanghebbende van de belastingwet besloten ligt dan bij de heffing van de belasting gehanteerd, leidt niet tot ambtshalve vermindering, teruggaaf of vrijstelling van belasting. Artikel5 Rente Het percentage van de invorderingsrente volgt het percentage dat op grond van art. 29 van de Invorderingswet 1990 voor het betreffende kalenderkwartaal voor de rijksbelastingen is vastgesteld. Artikel6 Termijn van uitspraak Uitspraak wordt zo veel mogelijk met inachtneming van de wettelijke termijnen gedaan. Artikel7 Mededeling van afwijzing Als geen termen aanwezig zijn om ambtshalve een vermindering, teruggaaf of vrijstelling te verlenen wordt dit gemotiveerd meegedeeld als een: niet-ontvankelijk bezwaarschrift is ingediend: in dezelfde uitspraak als waarin de niet-ontvankelijkheid wordt uitgesproken; verzoekschrift is ingediend: in een schriftelijke beslissing op het verzoekschrift. Artikel8 Intrekken bestaande regeling en overgangsrecht Het Ambtshalve beleid gemeentelijke belastingen 2018, vastgesteld op 19 december 2017 (Gemeenteblad 2017, nr. 234205), wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2020 met dien verstande dat het van toepassing blijft op feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel9 Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.