Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2020 gemeente Heusden De raad van de gemeente Heusden in zijn openbare vergadering van 7 november 2019; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 september 2019; gelet op artikel 224 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting 2020 Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vaartuig: een vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie of andere recreatieve doeleinden; lengte: de lengte over alles; vaste ligplaats: een ligplaats die naar plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren of ter anker leggen van een vaartuig en die ter beschikking wordt gesteld voor eenzelfde vaartuig gedurende een seizoen; etmaal: een aaneengesloten tijdvak van 24 uren, aanvangend om 00.00 uur; maand: een aaneengesloten tijdvak van 30 etmalen; seizoen: het tijdvak van 1 april tot en met 31 oktober; schipper: de gezagvoerder van een vaartuig of degene die deze vervangt. Artikel 2 Belastbaar feit Onder de naam ‘watertoeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven Artikel 3 Belastingplicht Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2 in hem ter beschikking staande ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt. Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig de schipper, de eigenaar of de gebruiker van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een ander persoon die werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig. Artikel 4 Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf: door degene, die verblijf houdt aan boord van: een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van hulpbehoevenden of van bejaarden; kano’s, roei- en volgboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4 meter; een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in het gemeentelijke watergebied bevindt; van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voorzover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers. Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal verblijven in het belastingjaar. Het aantal verblijven wordt gesteld op de som van het aantal etmalen dat elke in artikel 2 bedoelde persoon verblijf heeft gehouden. Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal voor een vol etmaal gerekend. Artikel 6 Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon per etmaal € 1,05 Artikel 7 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar Artikel 8 Wijze van heffing
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.