Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reeuwijk, gezien de circulaire van het Landelijk Overleg Gemeentelijke Arbeidsvoorwaarden, kenmerk CvA/2003002213 van 30 juli 2003 betreffende de voorbeeldregeling klokkenluiders; overwegende dat het wenselijk is ter uitvoering van 15:2 Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) een regeling klokkenluiders vast te stellen waarin opgenomen de mogelijkheid direct een vermoedelijke misstand extern te melden bij het meldpunt; gelet op het gestelde in artikel 160 van de Gemeentewet waarbij de bevoegdheid tot het vaststellen, wijzigen en intrekken van rechtspositieregelingen voor het gemeentelijk personeel en gewezen personeel wordt opgedragen aan het College; gelet op het instemmende besluit van de Ondernemingsraad; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende Regeling Klokkenluiders gemeente Reeuwijk. Artikel1Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: ambtenaar: de ambtenaar bedoeld in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a en artikel 1:2, onderdeel a; d; e en f van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Reeuwijk vertrouwenspersoon: de functionaris die als zodanig door het college is aangewezen meldpunt: een externe commissie of persoon die als zodanig door het college is aangewezen vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden met betrekking tot de gemeentelijke organisatie waar de ambtenaar werkzaam is omtrent: a.een strafbaar feit; b.een schending van regelgeving of beleidsregels; c.het misleiden van justitie; d.een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu, of het bewust achterhouden van informatie over deze feiten. Interne procedure Artikel 2 Interne melding De ambtenaar die een vermoeden van een misstand wil melden, doet dit bij zijn direct leidinggevende, diens leidinggevende of de vertrouwenspersoon. De ambtenaar kan de vertrouwenspersoon verzoeken zijn identiteit bij het college niet bekend te maken. De ambtenaar kan dit verzoek te allen tijde herroepen. De leidinggevende dan wel de vertrouwenspersoon draagt er zorg voor dat het college onverwijld op de hoogte wordt gesteld van een gemeld vermoeden van een misstand en van de datum waarop de melding ontvangen is. Naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand stelt het college onverwijld een onderzoek in. Het college zendt aan de ambtenaar dan wel de vertrouwenspersoon die een vermoeden van een misstand heeft gemeld, een ontvangstbevestiging. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde vermoeden van een misstand en het moment waarop de ambtenaar het vermoeden aan de leidinggevende of de vertrouwenspersoon heeft gemeld. Artikel 3 Standpunt Het college stelt de ambtenaar dan wel de vertrouwenspersoon, binnen zes weken schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt omtrent het gemelde vermoeden van een misstand. Indien het standpunt niet binnen zes weken kan worden gegeven, kan het college de afhandeling voor ten hoogste vier weken verdagen. Het college stelt de ambtenaar dan wel de vertrouwenspersoon hiervan schriftelijk in kennis. Externe procedure Artikel 4 Het meldpunt Het college wijst een of meer personen aan die het meldpunt vormt of vormen. Het meldpunt heeft tot taak een door de ambtenaar gemeld vermoeden van een misstand te onderzoeken en het college daaromtrent te adviseren. Indien het meldpunt uit meerdere personen bestaat, is dit altijd een oneven aantal, inclusief de voorzitter. Tevens kunnen in dat geval een secretaris, een plaatsvervangend voorzitter en andere plaatsvervangende leden worden benoemd. Zij beslissen bij gewone meerderheid van stemmen. Artikel 5 Melding bij het meldpunt De ambtenaar kan het vermoeden van een misstand binnen redelijke termijn melden bij het meldpunt, indien: hij het niet eens is met het standpunt bedoeld in artikel 3; hij geen standpunt ontvangen heeft binnen de termijnen bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.