Treasurystatuut gemeente KampenHet college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen, gelezen het voorstel van 26 november 2019, kenmerk 39987-2019, gelet op de Wet financiering decentrale overheden met uitvoeringsregelingen, de Financiële verordening gemeente Kampen en het Organisatiestatuut gemeente Kampen, besluiten vast te stellen het Treasurystatuutgemeente Kampen. Hoofdstuk1Algemeen Artikel1Begripsomschrijvingen In dit statuut wordt verstaan onder: derivaten: financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. De onderliggende waarden kunnen financiële producten, zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren; financiële instellingen: kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen, gevestigd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER), en onder Nederlands of anderszins EER-toezicht vallen, zoals De Nederlandsche Bank; geldstromenbeheer: al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer); kasgeld: kortlopende leningen zonder tussentijdse aflossingen tegen veelal specifieke voorwaarden en met een looptijd van maximaal 1 jaar; kasgeldlimiet: een bedrag op basis van de Wet Fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar; Medium Term Notes (MTN): vastrentende waarden met een looptijd van tussen de 5 en 10 jaar, die tussentijds verhandelbaar zijn; onderhandse lening: lening waarbij een geldnemer rechtstreeks geld leent van een geldgever, waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg worden vastgesteld; rating: een creditrating door een rating agency, die de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier aangeeft (oordeel over de kredietwaardigheid); rating agency: een bureau dat een creditrating afgeeft en gespecialiseerd is in het analyseren van kredietwaardigheid. De erkende agencies zijn: Standard&Poors, Moody’s en Fitch; renterisiconorm: een bedrag gebaseerd op de Wet Fido, gedefinieerd als de som van de jaarlijks verplichte aflossingen en renteherzieningen, dat niet meer mag bedragen dan een percentage van het begrotingstotaal bij aanvang van het jaar; rentetypische looptijd: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding; Ruddo: regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden; uitzetting: het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer; Wet Fido: Wet financiering decentrale overheden, houdende bepalingen inzake het financieringsbeleid van openbare lichamen. Artikel2Doelstellingen van de treasuryfunctie Het tijdig aantrekken van voldoende financiële middelen en het uitzetten van overtollige gelden om de gemeentelijke taken binnen de door de raad vastgestelde kaders te kunnen uitvoeren. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities (zowel financieel als qua risico). Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Het streven, binnen de kaders van wet- en regelgeving en binnen de bepalingen van dit treasurystatuut, naar een optimale financieringsstructuur met beheersing van de daarmee gemoeide kosten en optimalisatie van het te behalen rendement. Het waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op het gebied van treasury worden geregeld. Hoofdstuk2Risicobeheer Artikel3Uitgangspunten van het risicobeheer Bij de uitvoering van alle treasuryactiviteiten dienen de regels en bepalingen van dit treasurystatuut, de wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) met uitvoeringsregelingen, de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo), de Regeling verplicht schatkistbankieren en de Financiële verordening gemeente Kampen in acht te worden genomen. De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van “de publieke taak” uitsluitend verstrekken aan derde partijen als voldaan is aan de uitgangspunten van artikel 14. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie indien deze uitzettingen een voorzichtig karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het voorzichtige karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd door middel van de richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut. Artikel4Renterisicobeheer Renterisicobeheer is het beperken/beheersen van de invloed van rentewijzigingen van leningen of uitzettingen op de financiële resultaten van de gemeente. Het renterisicobeheer kent de volgende uitgangspunten: het renterisico op de netto vlottende schuld is begrensd tot de kasgeldlimiet, gemiddeld over een kwartaal, conform de Wet Fido. Deze grens mag niet structureel (langer dan drie kwartalen) worden overschreden; het renterisico op de vaste (lange) schuld bedraagt maximaal de renterisiconorm, conform de Wet Fido; nieuwe leningen, uitzettingen of vervroegde aflossingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning; de rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zoveel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de renteverwachtingen; de gemeente streeft naar spreiding in de rentetypische looptijden van leningen en uitzettingen, zodat een gelijkmatige renterisicospreiding binnen de gehele leningenportefeuille ontstaat; het gebruik maken van derivaten is niet toegestaan. Artikel5Koersrisicobeheer Koersrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid dat de financiële activa van de gemeente in waarde verminderen door negatieve koersontwikkelingen. Het koersrisicobeheer kent de volgende uitgangspunten: de looptijd van uitzettingen wordt afgestemd op de liquiditeitsplanning; aandelen worden alleen gekocht in het kader van de uitoefening van de publieke taak; de gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde van treasury, door daarbij uitsluitend producten te hanteren waarbij de hoofdsom aan het einde van de looptijd gegarandeerd is. Artikel6Kredietrisicobeheer Kredietrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die kunnen voortvloeien uit de waardedaling van een vordering als gevolg van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. Het kredietrisicobeheer kent het volgende uitgangspunt: Bij het uitzetten van uitgezonderde middelen worden slechts verbintenissen aangegaan met financiële ondernemingen die voldoen aan de gestelde ratingeisen voor henzelf, het door henzelf uitgegeven waardepapier en het landencriterium genoemd in de Ruddo. Tenminste twee van de drie erkende ratingbureaus, Moody’s, Standard and Poor’s en Fitch, dienen bedoelde ratings te hebben afgegeven. Artikel7Liquiditeitsrisicobeheer Liquiditeitsrisicobeheer is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit het niet beschikbaar hebben van liquide middelen om aan de lopende betalingsverplichtingen te kunnen voldoen. Het liquiditeitsrisicobeheer kent het volgende uitgangspunt: De gemeente beperkt haar liquiditeitsrisico’s door haar treasuryactiviteiten te baseren op een liquiditeitsplanning (looptijd tot één jaar). Artikel8Valutarisicobeheer Valutarisicobeheer is het beheersen van het risico dat de wisselkoers van vreemde valuta nadelig verandert. Het valutarisicobeheer kent het volgende uitgangspunt: Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in euro’s. Hoofdstuk3Financiering Artikel9Geldstromenbeheer Geldstromenbeheer behelst al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer). Om de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt: het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitsplanning af te stemmen; er op toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen; het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één bank. Artikel10Financiering Financiering betreft het aantrekken van benodigde financiële middelen voor de dekking van de vermogensbehoefte. Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten: financieringen worden enkel aangetrokken voor de uitoefening van de publieke taak; financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare financieringsmiddelen te gebruiken. Afstemming vindt daarbij plaats met de bestaande financiële positie en de liquiditeitsplanning teneinde de renterisico’s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren; de hoofdsom van een aangegane geldlening mag niet onderhevig zijn aan enige vorm van indexatie; de gemeente vraagt offertes op, direct of via tussenpersonen, bij minimaal 2 ondernemingen voordat een financiering wordt aangetrokken. Deze offertes worden digitaal aangeleverd en door de treasurer gearchiveerd. Artikel11Langlopende financiering (rentetypische looptijd > 1 jaar) Toegestane vormen bij het aantrekken van langlopende financieringsmiddelen zijn onderhandse geldleningen en medium term notes (MTN). Artikel12Kortlopende financiering (rentetypische looptijd < 1 jaar) Toegestane vormen bij het aantrekken van kortlopende financieringsmiddelen zijn daggeldleningen, kasgeldleningen en kredietfaciliteiten in rekening-courant. Hoofdstuk4Uitzettingen Bij uitzettingen dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.