Verordening behandeling bezwaarschriften 2006De raad, het college en de burgemeester van de gemeente Capelle aan den IJssel; ieder voor zoveel het hun bevoegdheden betreft; gelet op de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet; gezien het advies van de Cliëntenraad Sociale zaken besluiten : de Verordening bezwaar- en beroepschriften 2002 in te trekken per 1 juni 2006 de navolgende verordening vast te stellen: Verordening behandeling bezwaarschriften 2006 HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen; commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften (als bedoeld in artikel 7:13 Algemene wet bestuursrecht). ambtelijk horen: bezwaarde wordt gehoord door een ambtenaar van de taakgroep Juridische zaken, waarna deze ambtenaar advies uitbrengt aan het verwerend orgaan over de te nemen beslissing op bezwaar. HOOFDSTUK2DE COMMISSIE Artikel2Bevoegdheid commissie Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten: op grond van een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken; die door het verwerende bestuursorgaan zijn aangewezen voor ambtelijk horen. Artikel3Splitsing in kamers De commissie is gesplitst in drie kamers, te weten de Sociale kamer, de Personeelkamer en de Algemene kamer van welke: a. De Sociale kamer is belast met de behandeling van en het adviseren over bezwaarschriften betreffende de sociale zekerheid ; b. De Personeelskamer is belast met de behandeling van en het adviseren over bezwaarschriften met betrekking tot de rechtspositie van werknemers en voormalig werknemers van de gemeente Capelle aan den IJssel. c. De Algemene kamer is belast met de behandeling van en advisering over bezwaarschriften welke niet worden behandeld in de Sociale kamer of de Personeelkamer. Elke kamer heeft een voorzitter en meerdere leden. Artikel4Benoeming van de voorzitters en leden De voorzitters en leden van de commissie worden door het college benoemd, geschorst en ontslagen. De centrales van het overheidspersoneel, zoals vertegenwoordigd in het Georganiseerd Overleg, dragen een lid voor aan het college ter benoeming in de Personeelkamer. De voorzitters en de leden van de commissie maken geen deel uit van of zijn werkzaam onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente. De voorzitters en leden kunnen als plaatsvervangend voorzitter dan wel als plaatsvervangend lid in een andere kamer optreden. Artikel5Samenstelling kamers 1.Elke kamer bestaat uit tenminste een voorzitter, een plaatsvervangend voorzitter en een lid. 2.Elke kamer regelt de vervanging van de voorzitter. 3.Op de plaatsvervangende voorzitters van de kamers zijn de bepalingen van deze verordening, die betrekking hebben op de voorzitter, van overeenkomstige toepassing. Artikel6Secretaris De secretaris van de commissie is een door het college aangewezen ambtenaar. Het college wijst een of meer ambtenaren als secretaris aan. Artikel7Zittingsduur 1.De voorzitters en de leden van de commissie treden af op de dag van het aftreden van de raad. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. 2.Indien een voorzitter of lid van de commissie niet meer voldoet aan het vereiste als genoemd in artikel 4, tweede lid, wordt het lidmaatschap per directe ingang beëindigd. 3.Aftredende voorzitters en aftredende leden van de commissie blijven, in beginsel, hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien. Artikel8Presentiegelden De voorzitters en de leden van de commissie ontvangen voor hun werkzaamheden een vergoeding welke door het college wordt vastgesteld. HOOFDSTUK2PROCEDURE Artikel9Ingediend bezwaarschrift Artikel9Ingediend bezwaarschrift 1.Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2.Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de secretaris gesteld. Artikel10Uitoefening bevoegdheden 1. De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de Algemene wet bestuurrecht (Awb) worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de secretaris: artikel 2:1, tweede lid; artikel 6:6, wat betreft het de indiener stellen van een termijn; artikel 6:17, voorzover het de verzending van stukken betreft tijdens de behandeling door de commissie; artikel 7:4, tweede lid; 2. De bevoegdheid ingevolge artikel 7:6, vierde lid van de Awb wordt voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter. Artikel11Vooronderzoek 1.De voorzitter is bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen. 2.De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen of laten inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist. Artikel12Hoorzitting 1.De secretaris bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbende(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.