← Nederland

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein houdende regels omtrent de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrec

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente IJsselstein houdende regels omtrent de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten (Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten IJsselstein 2020)De raad van de gemeente IJsselstein; Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2019, zaaknummer 762083, Gelet op artikel 229 eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer, Besluit de volgende verordening vast te stellen: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten IJsselstein

  1. HoofdstukI Algemene bepalingen Artikel1Inleidende bepaling Krachtens deze verordening wordt geheven: een afvalstoffenheffing; reinigingsrechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan: onder ‘gebruik maken’: in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet Milieubeheer. onder grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. HoofdstukII Afvalstoffenheffing Artikel3Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien waarvan krachtens artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel6Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Wijze van heffing De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde afvalstoffenheffing 1.De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, is de belasting, bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat, voor de belasting als bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel, aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,-. 4.Belastingbedragen van minder dan € 5,- worden niet geheven. 5.Het bepaalde in het vijfde lid vindt geen toepassing indien het totaal van de op één biljet verenigde aanslagen meer bedraagt dan € 5,-. Artikel9Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2.In afwijking van het eerste lid geldt dat betaling via automatische incasso in acht termijnen mogelijk is, mits wordt voldaan aan de daaraan verbonden en in het Incasso Reglement van Belastingsamenwerking Rivierenland (BSR) opgenomen voorwaarden. 3.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. HoofdstukIII Reinigingsrechten Artikel10Belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel11Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel12Maatstaf van heffing en belastingtarief 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel13Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel14Wijze van heffing De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekend gemaakt. Artikel15Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. HoofdstukIV Aanvullende bepalingen Artikel16Inwerkingtreding en citeertitel 1.De ‘verordening Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten 2019’ van 13 december 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na de bekendmaking. 3.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  2. 4.Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrechten IJsselstein
  3. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente IJsselstein, gehouden op 12 december 2019.de griffier, A.J.O. van Kooij de voorzitter,mr. P.J.M. van DomburgBijlage1Tarieventabel behorende bij de ‘verordening Afvalstoffenheffing en Reinigingsrechten 2020’ Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk 1Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing 1.1 De belasting bedraagt per perceel per 1 januari van het belastingjaar, of indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht: 1.1.1 Per maand € 14,41 1.1.2 Per jaar € 168.48 1..2 Indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door twee of meer personen wordt het overeenkomstig 1.1 berekende bedrag vermeerderd met: 1.2.1 Per maand € 13,33 1.2.2 Per jaar € 155,76 1.3 De in lid 1.
  4. en 1.2 vermelde tarieven worden verhoogd met een bedrag van: € 105,10 per belastingjaar voor een extra per perceel beschikbaar gestelde afvalcontainer van 140 of 240 liter (max 1); 1.4 De in lid 1.
  5. en 1.2 vermelde tarieven worden verhoogd met een bedrag van: € 0,00 per belastingjaar voor een extra per perceel beschikbaar gestelde GFT container van 140 of 240 liter (max 1); Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten 2.1 Het recht bedraagt voor: 2.1.1 Een toegangspas voor ondergrondse containers: 2.1.1.1 1e verstrekking € 0,00 2.1.1.2 Vervangende pas € 0.00 2.1.1.3 Omwisseling minicontainer bij aantoonbare schade, vermissing en diefstal (1e keer) € 0.00 2.1.1.4 Andere reden en volgende keer € 28,35 2.1.2 Het achterlaten van afvalstoffen op een daartoe van gemeenteweg ter beschikking gestelde plaats, indien het betreft: 2.1.2.1 Asbest, per kg € 0,00 2.1.2.2 Grond per m3 (maximaal 100 kg) € 21,05 2.1.2.3 Puinafval per m3 (maximaal 100 kg) € 8,85 2.1.2.4 Bouw- en sloopafval, per m3 (maximaal 100 kg) € 37,15 2.1.2.5 Bielzen, per m3 (maximaal 100 kg) € 56,65 2.1.2.6 Dakbedekking, per m3 (maximaal 100 kg) € 56,65 2.1.2.7 Gips, per m3 (maximaal 100 kg) € 35,10 2.1.2.8 Kadaver van een kat € 4,40 2.1.2.9 Kadaver van een hond, per hond tot een schofthoogte van 35 centimeter € 5,90 2.1.2.10 Kadaver van een hond, per hond met een schofthoogte van 35 centimeter en meer € 13,40 Behoort bij raadsbesluit van 12 december
  6. de griffier, A.J.O. van Kooij

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.