Nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2020Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gennep, Gelezen het voorstel van 25 oktober 2019 Overwegende dat het noodzakelijk is om voor het verlenen van voorzieningen op het gebied van maatschappelijke ondersteuning nadere regels te stellen; Gelet op Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en gelet op artikel 147 van de Gemeentewet; Gelet op de Verordening maatschappelijke ondersteuning; besluit: de volgende NADERE REGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING 2020 vast te stellen. HOOFDSTUK1.Begripsbepalingen Artikel1.Begripsbepalingen In dit Besluit wordt verstaan onder: Budgethouder: de persoon aan wie het college een persoonsgebonden budget heeft toegekend; Programma van eisen: technische omschrijving waar een maatwerkvoorziening aan moet voldoen in verband met de persoonlijke en medische kenmerken van de cliënt; Verordening: Verordening maatschappelijke ondersteuning. Alle begrippen die in dit Besluit worden gebruikt en die niet nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, de Verordening maatschappelijke ondersteuning en de Algemene wet bestuursrecht. Hoofdstuk2Algemene uitgangspunten Artikel2.Onderzoek Bij het onderzoek gaan we er van uit dat zelfredzaamheid en participatie in de samenleving een verantwoordelijkheid is dat elk individu heeft. Vanuit de gedachte dat de cliënt een inspanningsverplichting heeft om de eigen situatie te verbeteren, wordt beoordeeld wat de cliënt zelf nog kan, zo nodig met hulp van zijn sociale netwerk, mantelzorg, algemeen gebruikelijke dan wel algemene voorzieningen. Mocht dit alles niet leiden tot compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie, dan wordt tenslotte beoordeeld in hoeverre een maatwerkvoorziening een zodanig passende bijdrage kan leveren dat de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid en participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan blijven. Gebruikelijke hulp Gebruikelijke hulp is per definitie hulp waarop geen aanspraak bestaat vanuit de Wmo. Het is de normale dagelijkse zorg die partners of ouders en inwonende kinderen elkaar geacht worden elkaar onderling te bieden omdat ze als leefeenheid een gezamenlijk huishouden voeren en op die grond een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor het functioneren van dat huishouden. Gebruikelijke hulp is ook alleen aan de orde als er een leefeenheid is die een gezamenlijk huishouden voert. Uitwonende kinderen vallen hier dus buiten. Zie Bijlage 2 Gebruikelijke hulp Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Mantelzorg Mantelzorg is zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een persoon met beperkingen. De hulp wordt geboden door personen uit diens directe omgeving waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie. Bij mantelzorg wordt de normale (gebruikelijke) hulp in zwaarte, duur en/of intensiteit aanmerkelijk overschreden. Mantelzorg vindt plaats op basis van vrijwilligheid, dat wil zeggen dat de mantelzorger bereid en in staat geacht mag worden deze zorg te leveren. Wettelijk voorliggende voorzieningen Voorliggend op de Wmo is een voorziening/dienst op grond van een andere wettelijke regeling, zoals de Wet langdurige zorg (Wlz), ziektekostenverzekering, jeugdwet of het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV). Indien dit het geval is, zal er op grond van de Wmo geen voorziening/dienst worden verstrekt. Algemene voorziening Een algemene voorziening is een vrij toegankelijke,-zonder een besluit van de gemeente en zonder dat eerst een diepgaand onderzoek wordt verricht naar de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de gebruikers- dienst, activiteit of zaak, gericht op zelfredzaamheid, participatie of opvang. Algemeen gebruikelijke voorziening Een algemeen gebruikelijke voorziening is bijvoorbeeld een artikel dat ook in de reguliere handel verkrijgbaar is, of dat de dienstverlening ook op de vrije markt is in te kopen. Het college onderzoekt altijd of de algemeen gebruikelijke voorziening voor de individuele cliënt algemeen gebruikelijk is. Woonvoorzieningen Een niet-bouwkundige of niet-woontechnische voorziening kan compensatie bieden in de zelfredzaamheid door cliënt in staat te stellen tot het verrichten van de noodzakelijke algemene dagelijkse levensverrichtingen (vb tillift, uitraasruimte). Woningaanpassingen Een woningaanpassing is een bouwkundige of woontechnische ingreep in of aan een woning (verbouwing of het aanbrengen van speciale voorzieningen in de woning zonder aantasting van het gebouw (woontechnische ingreep) bijvoorbeeld keuken, baden douchen, toilet). HOOFDSTUK3MAATWERKVOORZIENINGEN 3.1Hulp bij het huishouden Artikel3.Hulp bij het huishouden Het beoogde resultaat van deze maatwerkvoorziening is dat de cliënt in staat is om: In een schoon en leefbaar huis te wonen; Zelfstandig thuis te blijven wonen; Schone kleding te dragen. De richtlijn voor de tijdnormering is gebaseerd op geraamde minuten die nodig zijn om onder normale omstandigheden huishoudelijke taken uit te voeren. Deze richtlijn geeft een handvat om te komen tot het beoordelen van de benodigde ondersteuning. De richtlijn is als bijlage 1 toegevoegd. Artikel4Huishoudelijke hulp tientje Het beoogde resultaat van het huishoudelijke hulp tientje is dat de cliënt of zijn mantelzorger in staat is om in een schoon en leefbaar huis te wonen en schone kleding te dragen. Hiervoor mag maximaal 5 uur per week worden ingezet. De volgende doelgroepen komen in aanmerking voor het huishoudelijke hulp tientje: cliënt met een indicatie voor Hulp bij het huishouden op grond van artikel 3 die de uren behorend bij de indicatie volledig inzet en aanvullende hulp in wil kopen. mantelzorgers. 3.2.Woonvoorzieningen, woningaanpassingen en hulpmiddelen Artikel5.Woonvoorzieningen en woningaanpassingen Om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen in de eigen leefomgeving, kan het college woonvoorzieningen en/of woningaanpassingen verstrekken. Wij onderscheiden de volgende woonvoorzieningen: Losse woonvoorzieningen: voorzieningen die niet nagelvast, dus verplaatsbaar zijn (bijvoorbeeld een verrijdbare kanteldouchestoel, verrijdbare tillift, traplift en drempelhulpen met een hoogte vanaf 20 cm); woningaanpassingen: nagelvaste voorzieningen. Voorbeelden van woningaanpassingen zijn uitbreiding slaapkamer, verbreding van deuren. De kosten van een woningaanpassing kan alleen in de vorm van een maatwerkvoorziening worden verstrekt in de vorm van een eenmalig persoonsgebonden budget. Voor losse woonvoorzieningen geldt dat voor kortdurend en incidenteel gebruik een beroep moet worden gedaan op de uitleenservice gedurende de maximale periode van 26 weken. Algemeen gebruikelijke voorzieningen, zoals verhoogde toiletten, beugels, postoelen, bad planken, douchestoeltjes en -krukjes, thermostaatkranen e.d. (niet limitatief) vallen niet onder de noemer maatwerkvoorziening. Artikel5.1Criteria woonvoorzieningen en woning aanpassingen Een cliënt kan in aanmerking komen voor en woonvoorziening en/of een woningaanpassing, welke is goedgekeurd door de bouwdeskundige, als de cliënt: blijvende aantoonbare beperkingen heeft bij het normaal gebruik van zijn woning, én aantoonbaar redelijkerwijs al het mogelijke heeft gedaan om een geschikte woning te vinden en/of; de woningaanpassing langdurig nodig heeft en verhuizing niet mogelijk is of niet de goedkoopst adequate voorziening is en/of; de aanpassing nodig heeft om de noodzakelijke gebruiksruimten te bereiken gericht op het normale gebruik van de woning een op basis van aantoonbare beperkingen aanwezige gedragsstoornis heeft, met ernstig ontremd gedrag tot gevolg, waarbij alleen het zich kunnen afzonderen kan leiden tot een situatie waarin deze persoon tot rust kan komen. Het college neemt de volgende kosten in mee bij de vaststelling van de maatwerkvoorziening of het voor een woningaanpassing: de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening; de leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; de door het college (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn; de kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; de kosten van aansluiting op een openbare nutsvoorziening. de kosten voor het opstellen van de offertes van genodigde partijen. Artikel5.2Offerte voor een woningaanpassing Het college bepaalt de kostprijs van een maatwerkvoorziening voor woningaanpassing op basis van door aanvrager overlegde offerte(s) met de goedkeuring van de bouwdeskundige volgens onderstaande werkwijze: één offerte indien de verwachte kostprijs lager is dan € 2.500; twee offertes indien de verwachte kostprijs tussen € 2.500 en € 7.500 is; Het primaat voor een woningaanpassing waarbij de kosten hoger zijn dan € 7.500,- ligt bij verhuizen, tenzij verhuizen naar een geschikte woning niet de goedkoopst passende oplossing biedt voor de cliënt. Artikel5.3Criteria verhuiskostenvergoeding Als de beste oplossing is verhuizen door onvoorziene omstandigheden, maar de klant kan de verhuizing niet bekostigen, dan kan er voor de verhuiskosten maatwerk worden geleverd. Er moet inzicht zijn in de verhuiskosten. Bij het bepalen van de verhuiskosten spelen de volgende zaken een rol: Huur verhuiswagen bij verhuisbedrijf of verhuurbedrijf; Montage en/of demontage werkzaamheden; Noodzakelijkheid van een verhuislift; Vergoeding voor de aankleding van de woning ( zoals de vloerbedekking, gordijnen en de verf); Een maand dubbele huurlastenvergoeding voor de nieuwe woning. Voor de kosten van een verhuizing kan slechts een maatwerkvoorziening worden verstrekt in de vorm van een eenmalig PGB van maximaal €2.500,--. De inwoner dient een gespecificeerde factuur of betalingsbewijs in ter verantwoording. 3.3Vervoer Tekst GPK verwijderd. Heeft een eigen wettelijk kader en valt niet onder de Wmo. (zie gemeentesite en legesverordenig Gennep). Artikel6.Rolstoelvoorzieningen Het beoogde resultaat van een rolstoelvoorziening is een adequate oplossing voor een beperking in het bewegen in en om het huis. Wij onderscheiden de volgende rolstoelvoorzieningen: Handmatig voortbewogen rolstoel; Elektrisch voortbewogen rolstoel; Accessoires zoals een boodschappenmand en een extra spiegel zijn doorgaans niet noodzakelijk en worden daarom niet vergoed. Voor handmatige rolstoelvoorzieningen geldt dat voor kortdurend en incidenteel gebruik een beroep kan worden gedaan op de uitleenservice of een rolstoelpool. Artikel7.Vervoershulpmiddelen Het beoogde resultaat van de verstrekking van een vervoershulpmiddel is om het voor de cliënt mogelijk te maken zich lokaal te verplaatsen buitenshuis. Wij onderscheiden onder andere de volgende vormen van vervoershulpmiddelen: Aangepaste fietsen; Scootmobielen. De voorwaarde om een vervoersmiddel te verstrekken is dat iemand: een permanente mobiliteitsbeperking heeft. De verstrekking van een vervoershulpmiddel geschiedt enkel wanneer de kosten van de voorziening de kosten van de algemeen gebruikelijke vervoersvoorziening te boven gaan. Voldoende mobiel is om zonder hulp van buitenaf op en van te kunnen van de scootmobiel. verkeersveilig is. Het stallen van vervoersvoorzieningen dient op adequate wijze te geschieden. Van cliënt mag worden verwacht dat hiervoor ruimte wordt gecreëerd, ook als deze ruimte op dat moment voor andere doeleinden wordt gebruikt. Indien een adequate stallingsmogelijkheid ontbreekt, kan de gemeente een financiële tegemoetkoming voor de realisatie van een eenvoudige stalling of andere voorziening van bouwkundige of woon technische aard verschaffen. De vergoeding bedraagt nooit meer dan de goedkoopst adequate voorziening. 3.4Individuele begeleiding Artikel8.Begeleiding individueel Begeleiding individueel is de dienstverlening gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en eigen kracht, voorkomt opname in een instelling of verwaarlozing van de cliënt. Wij onderscheiden onder andere de volgende vormen van begeleiding individueel: Begeleiding individueel basis; Begeleiding individueel gespecialiseerd. Artikel9.Richtlijnen omvang begeleiding individueel Begeleiding individueel wordt in uren, gemiddeld per week vastgesteld. De omvang van de begeleiding is gebaseerd op de complexiteit en intensiteit. De geldigheidsduur van de indicatie is afhankelijk van het resultaat dat bereikt dient te worden om een passende bijdrage aan zelfredzaamheid en participatie te kunnen leveren en de doelen die in dat verband gesteld worden. 3.5Persoonlijke verzorging Artikel10.Persoonlijke verzorging Persoonlijke verzorging is gericht op het ondersteunen bij, of overnemen van activiteiten op het gebied van persoonlijke verzorging (mét inbegrip van enige begeleiding bij die activiteiten), gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid. De aard van de hulpvraag ligt hier nadrukkelijk niet op een behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico hierop. We onderscheiden de volgende vormen van persoonlijke verzorging: Persoonlijke verzorging basis; Persoonlijke verzorging basis plus. Artikel11.Richtlijnen omvang persoonlijke verzorging Persoonlijke verzorging wordt vastgesteld in uren per week. De geldigheidsduur van de indicatie is afhankelijke van het resultaat dat bereikt dient te worden om een passende bijdrage aan het opheffen van het tekort aan zelfredzaamheid en participatie te kunnen leveren en de doelen die in dat verband gesteld worden. 3.6Begeleiding groep (=Dagbesteding) Artikel12.Begeleiding groep Deelnemers aan geregisseerde dagbesteding (begeleiding in groepsverband): hebben vaak enige fysieke zorgbehoefte; hebben behoefte aan structuur en regelmaat; hebben professionele begeleiding nodig; kunnen geen gebruik maken van een algemene voorziening groepsbegeleiding. We onderscheiden de volgende vormen van dagbesteding: Begeleiding groep licht; Begeleiding groep midden; Begeleiding groep zwaar. Artikel13.Ondersteuning bij vervoer in het kader van de maatwerkvoorziening begeleiding groep Wanneer een cliënt niet in staat is om op eigen kracht of met behulp van eigen netwerk naar de begeleiding groep te komen, dien te en maatwerkvoorziening in de vorm van georganiseerd vervoer naar de zorgaanbieder worden verstrekt. We onderscheiden de volgende vormen van vervoer: Vervoer basis; Vervoer rolstoel. Dezelfde voorwaarden als in artikel 9 lid 1 gelden voor deze maatwerkvoorziening. Artikel14.Richtlijn omvang begeleiding groep (= Dagbesteding) Begeleiding groep wordt vastgesteld in dagdelen. Een dagdeel staat gelijk aan maximaal vier aaneengesloten uren. De geldigheidsduur van de indicatie is afhankelijk van het resultaat dat bereikt dient te worden om een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid en participatie te kunnen leveren en de doelen die in dat verband gesteld worden. Het aantal dagdelen begeleiding groep dat wordt geïndiceerd is afhankelijk van: De noodzaak (hoeveel structuur, activering, toezicht etc. is nodig? Wat biedt het eigen netwerk of de voorliggende voorzieningen, hoe belast is de mantelzorger etc.); De mogelijkheden van de cliënt (hoeveel kan de cliënt fysiek en mentaal aan?); Het doel van de dagbesteding voor deze specifieke cliënt (als een doel is: een zinvolle dag invulling ter vervanging van arbeid, dan worden bijv. 8 of 9 dagdelen geïndiceerd, vergelijkbaar met een werkweek). Artikel15.Richtlijn omvang vervoer in het kader van de maatwerkvoorziening begeleiding groep (= Dagbesteding) Het vervoer wordt vastgesteld in etmalen. Een etmaal staat gelijk aan1 heenreis en 1 terugreis. De geldigheidsduur van de indicatie is afhankelijk van de duur van de indicatie van de begeleiding groep. Het aantal etmalen vervoer dat wordt geïndiceerd is afhankelijk van: De noodzaak (hoeveel structuur, activering, toezicht etc. is nodig? Wat biedt het eigen netwerk of de voorliggende voorzieningen, hoe belast is de mantelzorger etc.); De mogelijkheden van de cliënt en van diens netwerk (hoeveel kan de cliënt fysiek en mentaal aan?); het aantal dagen dat iemand naar de dagbesteding gaat per week én de bijbehorende reisbewegingen van de cliënt naar begeleiding groep per dag. 3.7Logeren Artikel16Logeren Logeren voor volwassenen is een vorm van respijtzorg die gericht is op het ontlasten van de mantelzorger/verzorger van iemand die behoort tot de doelgroep van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en thuis woont. Doel is om te voorkomen dat de mantelzorger/verzorger overbelast raakt. Bij logeren verblijft degene die mantelzorg ontvangt tijdelijk elders, waar toezicht en de noodzakelijke ondersteuning en begeleiding geboden wordt. In gevallen waarin de burger aanspraak kan maken op tijdelijk verblijf ingevolge de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet langdurige zorg (Wlz) is dit altijd voorliggend ten opzichte van logeren ingevolge de Wmo. We onderscheiden de volgende vormen van logeren: Logeren licht; Logeren midden/zwaar. Logeren omvat: Een verblijf gedurende een etmaal of een deel van een etmaal, waarbij altijd verblijf gedurende de nacht is inbegrepen volgens de bed-bad-brood constructie waarbij in elk geval toezicht aanwezig is. De noodzakelijke ondersteuning bij persoonlijke verzorging en het gebruik van de maaltijden; Ondersteuning bij de daginvulling. Wanneer verpleging nodig is, moet hiervoor apart een indicatie op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw) worden geïndiceerd. Als ook sprake is van behandeling, valt logeren niet onder de Wmo. Artikel17.Richtlijn omvang logeren De omvang van logeren is maximaal 104 etmalen per jaar. Er is een maximum van 3 etmalen per week gesteld, omdat het logeren betreft. Bij meer dan 3 etmalen in een instelling is er sprake van opname waarvoor een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) moet worden gesteld. Het is denkbaar dat op lid 2 in specifieke situaties een uitzondering kan worden gemaakt om bijvoorbeeld een verblijf van een week mogelijk te maken, zodat een mantelzorger op vakantie kan. Dan moet wel vaststaan dat andere oplossingen, zoals bijvoorbeeld respijtzorg vergoed door de ziektekostenverzekeraar geen optie is. Zie voor diensten genoemd in artikel 8 t/m 16 de website MGR Noord en Midden Limburg: https://www.sociaaldomein-limburgnoord.nl/inkoop/overeenkomsten-2019 3.8Beschermd wonen en opvang Artikel18.Beschermd wonen en opvang (zie bijlage 2) De gemeente Nijmegen voert als centrumgemeente de taken rondom en het toezicht op beschermd wonen, maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en verslavingszorg uit. Beschermd wonen is uitsluitend mogelijk op basis van een indicatie van de GGD Gelderland-Zuid voor beschermd wonen via centrumgemeente Nijmegen. Deze maatwerkvoorziening wordt regionaal ingekocht[1]. HOOFDSTUK4PERSOONSGEBONDEN BUDGET Artikel19.Bijzondere bepalingen over het persoonsgebonden budget De budgethouder is zelf verantwoordelijk voor: Besteding van het PGB voor het hulpmiddel door: Het inkopen van de individuele voorziening, hulpmiddel of hulp; Het onderhoud, de reparaties en de verzekering van het hulpmiddel mits deze zijn toegekend in het PGB; Degene die wordt ingeschakeld voor hulp is verantwoordelijk voor het doorgeven van loongegevens aan de belastingdienst. Indien er sprake is van een maatwerkvoorziening in de vorm van hulp bij het huishouden, wordt er geacht sprake te zijn van professionele ondersteuning wanneer de dienstverlening geboden wordt door een thuiszorgorganisatie of door een zzp-er die als eenmanszaak staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en tevens voldoet aan de voorwaarden van het urencriterium vereist voor de zelfstandigenaftrek voor de inkomstenbelasting (te weten minimaal 1225 uur per jaar wordt besteed aan het feitelijk drijven van de onderneming en er wordt meer tijd besteed aan de onderneming dan aan andere werkzaamheden). De met een persoonsgebonden budget te realiseren maatwerkvoorziening ten behoeve van het wonen in de vorm van een (niet-)bouwkundige of (niet) woon technische woonvoorziening, een uitraasruimte, badkamer, uitbouw of onderhouds-, keurings- of reparatiekosten kan slechts plaatsvinden door een erkend bedrijf. Hiervan is sprake indien het bedrijf is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en voorzien is van een BTW-nummer. Het zelf uitvoeren van werkzaamheden is niet toegestaan, tenzij hiervoor vooraf schriftelijke toestemming is verleend door het college. Er kan slechts een persoonsgebonden budget worden toegekend voor de reparatiekosten van een vervoersvoorziening indien de reparatie niet veroorzaakt is door verwijtbare gedragingen en de fabrieks- of wettelijke garantie niet van toepassing is. De met een persoonsgebonden budget aan te schaffen maatwerkvoorziening dient te voldoen aan het in het kader van het onderzoek opgestelde programma van eisen. De voorziening die de cliënt inkoopt met het persoonsgebonden budget dient, adequaat, veilig, cliëntgericht en kwalitatief verantwoord te zijn. Artikel20.Budgetperiode Het persoonsgebonden budget voor een zaak wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn voor een periode overeenkomend met de afschrijvingstermijn die van toepassing is op de met het persoonsgebonden budget te verwerven voorziening. Het verstrijken van de toepasselijke afschrijvingstermijn betekent niet automatisch dat er recht bestaat op een nieuwe voorziening. In zulke situaties zal altijd beoordeeld dienen te worden of de oude voorziening nog gebruikt kan worden. Belangrijk is of de oude voorziening nog in voldoende mate een passende bijdrage kan leveren aan de zelfredzaamheid en participatie van de budgethouder. Artikel21.Afschrijvingstermijn Voor de volgende zaken geldt een afschrijvingstermijn: Voor hulpmiddelen uit het kernassortiment van de leverancier: voorziening voor volwassenen: 7 jaar voorziening voor kinderen: 5 jaar. Voor woningaanpassingen (keuken, tegels, sanitair, natte cel en CV-ketel) geldt een afschrijvingstermijn van 25 jaar. Voor sporthulpmiddelen geldt een afschrijvingstermijn van 3 jaar. En een technische afkeuring van het sporthulpmiddel overlegd te worden. Indien de niet-bouwkundige of niet-woontechnische voorziening bestaat uit een woonsanering wordt bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding rekening gehouden met de ouderdom van de te vervangen vloerbedekking en gordijnen. Er geldt een afschrijvingstermijn van 10 jaar. Artikel22.De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening Op grond van het opgestelde Leefzorgplan met bijbehorend bestedingsplan wordt de hoogte van het persoonsgebonden budget vastgesteld. Hierbij wordt rekening gehouden met: De tegenwaarde van de (koop)prijs van het goedkoopst adequate hulpmiddel inclusief onderhoud, conform de contractafspraken met leveranciers; De hoogte van het PGB is nooit hoger dan de gemiddelde kostprijs; De afschrijvingstermijn: binnen deze termijn wordt in de regel geen nieuw PGB verstrekt. Indien het college geen contract heeft gesloten met aanbieders van de betreffende te verstrekken maatwerkvoorziening wordt op basis van twee door de cliënt op te vragen offertes alsnog de goedkoopst passende voorziening gezocht ter vaststelling van de hoogte van het persoonsgebonden budget. Artikel23.De hoogte van het persoonsgebonden budget voor verhuizing en huurderving De hoogte van het door het college te verlenen persoonsgebonden budget in de kosten voor verhuizing en inrichting bedraagt maximaal € 2.500,-. Een persoonsgebonden budget in verband met de derving van huurinkomsten wordt slechts verstrekt indien de betreffende woonruimte is aangepast voor meer dan € 5.000,-. De hoogte van een door het college te verlenen persoonsgebonden budget voor de kosten van huurderving is gelijk aan de kale huur van de woonruimte, met een maximum van het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 onder a van de Wet op de Huurtoeslag. De periode waarvoor een vergoeding wordt verstrekt, bedraagt maximaal zes maanden. Onder voorwaarden is verlenging van deze termijn met maximaal drie maanden mogelijk. Artikel24.Besteding en verantwoording van het persoonsgebonden budget De schriftelijke overeenkomst die de budgethouder sluit met iedere persoon of instantie bij wie hij een maatwerkvoorziening inkoopt, moet in overeenstemming zijn met de door het college afgegeven beschikking (inclusief Leefzorgplan). Indien het college van mening is dat de zorgovereenkomst hier niet aan voldoet, wordt de budgethouder in de gelegenheid gesteld om de overeenkomst in de gewenste zin aan te passen. De goedkeuring door het college is een voorwaarde voor de Sociale Verzekeringsbank om tot uitbetaling over te kunnen gaan. Zonder een goedgekeurde overeenkomst vindt namelijk geen uitbetaling plaats. Indien het college wel akkoord is met de overeenkomst, wordt dit doorgegeven aan de Sociale Verzekeringsbank en tevens wordt dan aangegeven wat het maximumtarief is per zorgovereenkomst. Er wordt geen vrij besteedbaar bedrag toegestaan bij de besteding van het persoonsgebonden budget. Een feestdagenuitkering wordt niet verstrekt. Het is mogelijk een eenmalige uitkering te verstrekken uit het persoonsgebonden budget. Na het einde van een persoonsgebonden budget buiten de schuld om van de budgethouder wordt maximaal één volledig maandsalaris uitbetaald ter compensatie van het verlies van inkomsten van de particuliere zorgverlener. De hoogte van het toegekende persoonsgebonden budget is gebaseerd op een maximumtarief. Bij de besteding van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening moet in beginsel het aantal toegekende uren worden ingekocht, al of niet tegen het maximumtarief. Het is niet toegestaan om meer uren (tegen een lager tarief) in te kopen door middel van het toegekende persoonsgebonden budget. Indien een lager tarief dan het toegekende maximumtarief wordt betaald, dan wordt het restant van het persoonsgebonden budget bij afname van het aantal geïndiceerde uren teruggevorderd. Dit is ook het geval indien minder dan het aantal toegekende uren is ingekocht. Dit laatste kan overigens aanleiding zijn om tot bijstelling van de indicatie over te gaan. Artikel25.Besteding en verantwoording van eenmalige persoonsgebonden budgetten De verantwoording van het (eenmalige verstrekte) persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt in ieder geval plaats direct na aanschaf van de voorziening waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt. Voor de verantwoording van het (eenmalig verstrekte) persoonsgebonden budget voor een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening of uitraasruimte, badkamer, uitbouw geldt dat: Na voltooiing van de werkzaamheden in het kader van een dergelijke voorziening, maar uiterlijk binnen 15 maanden na het toekennen van het persoonsgebonden budget, de woningeigenaar aan het college verklaart dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid; De gereed melding als bedoeld in lid 1 vergezeld gaat van een verklaring dat bij het treffen van de voorziening is voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen waaronder het persoonsgebonden budget is toegekend; Op basis van de gereed melding wordt beoordeeld of is voldaan aan voorwaarden en verplichtingen waaronder het persoonsgebonden budget is verstrekt, met name of de werkzaamheden conform het programma van eisen zijn uitgevoerd; De gereed melding tevens geldt als een verzoek tot uitbetaling van het persoonsgebonden budget; De budgethouder gedurende een periode van vijf jaar alle rekeningen en betalingsbewijzen met betrekking tot de werkzaamheden ter controle beschikbaar dient te houden. Dit artikel wordt ingetrokken op het moment dat de Sociale Verzekeringsbank ook het trekkingsrecht van eenmalige persoonsgebonden budgetten gaat verzorgen. HOOFDSTUK5EIGEN BIJDRAGE Artikel26.Eigen bijdrage maatwerkvoorzieningen De bedragen per maand, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan die genoemd in artikel 3.1, eerste lid van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De hoogte van de eigen bijdrage is afhankelijk van: de samenstelling van het huishouden van belanghebbende; de leeftijd van belanghebbende; reeds betaalde eigen bijdrage (zowel Wmo als Wlz). Artikel27.Eigen bijdrage en duur van de eigen bijdrage Voor maatwerkvoorzieningen geldt dat: de eigen bijdrage is verschuldigd gedurende de periode van de dienstverlening. de rolstoelvoorzieningen (inclusief sportrolstoelen) zijn uitgesloten van het opleggen van de eigen bijdrage; de eigen bijdrage niet van toepassing is bij kinderen jonger dan 18 jaar; de eigen bijdrage niet van toepassing is op zorgmijders; de eigen bijdrage niet van toepassing is bij kortdurende interventies door team Toegang. Artikel28.Eigen bijdrage beschermd wonen en opvang Voor cliënten woonachtig in Gennep met een Beschermd Wonen indicatie hebben melden wij voor de eigenbijdrage voor de voorziening in natura of PGB aan bij het CAK. Voor het gebruik maken van het PGB Beschermd wonen bij SVB. De eigen bijdrage voor opvang wordt vastgesteld en geïnd door het CAK. Artikel29.Eigen bijdrage Huishoudelijke Hulp Tientje De eigen bijdrage, zoals bepaald in artikel 16 van de verordening en artikel 29 van het besluit nadere regels, is niet van toepassing op het Huishoudelijke Hulp Tientje. Hiervoor geldt een vaste eigen bijdrage van € 10 per door de cliënt ingekocht uur. HOOFDSTUK6ONDERSTEUNING EN WAARDERING MANTELZORGERS Artikel30.Ondersteuning mantelzorgers De gemeente kan een mantelzorger van een zorgvrager die in de gemeente Gennep woont, ondersteunen indien: Er sprake is van langdurige intensieve mantelzorg: langer dan drie maanden én meer dan acht uur per week; Draagkracht en draaglast uit balans zijn; Er veel extra kosten zijn. Vormen van ondersteuning zijn: Passende respijtzorg bijvoorbeeld in de vorm van logeren of Hulp bij het huishouden; dagbesteding of individuele begeleiding voor de hulpbehoevende nodig blijkt. Artikel31.Waardering mantelzorgers De waardering van mantelzorgers vindt plaats via: In 2023, als overgangsjaar, op een alternatieve manier dan voorgaande jaren vorm gegeven’; vanaf 2024 in lijn met het OMO beleid meer kerngericht georganiseerd of op een door het college nader te bepalen wijze uitgevoerd. HOOFDSTUK7OVERIGE BEPALINGEN Artikel32.Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen in dit besluit indien toepassing van het besluit tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. Artikel33.Intrekken oude Besluit en overgangsrecht Het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Gennep van 13 mei 2019 wordt ingetrokken. Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Gennep 2019 totdat het college een nieuw besluit heeft genomen. Artikel34.Inwerkingtreding Het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning treedt in werking op 1 december 2019. Aldus besloten in de vergadering van 12 november 2019.Burgemeester en wethouders van Gennep,De secretaris, Mevrouw J.M. NijlandDe burgemeester, De heer W.I.I. van Beek Bijlage 1 Richtlijn Hulp bij het huishouden Zie: H3, 3.1, art3 sub 3 verordening Tijdnormering hulp bij het huishouden (nieuw beleid) Activiteit Minuten Uren Licht huishoudelijk werk, 2 slaapkamers 40 p week 40 min Licht huishoudelijk werk, 3 slaapkamers 60 p week 1 u Zwaar huishoudelijk: werk; 2 slaapkamers 70 p week 1 u 10 min Zwaar huishoudelijk werk, 3 slaapkamers 100 p week 1 u 40 min Aanwezigheid kinderen meerzorg 15 p kind p week 15 min Aanwezigheid volwassen persoon 30 p week 30 min Hoge vervuilingsgraad meerzorg 30 p week 30 min Textielverzorging eenpersoonshuishouden 45 p week 45 min Textielverzorging twee persoonshuishouden 60 p week 1 u Textielverzorging meerzorg per kind 15 p week 15 min Dagelijkse organisatie van het huishouden 30 p week 30 min Meerzorg, communicatieproblemen 15 p week 15 min Zie op site Schulink overzicht/ schema met taken Hbh die huisgenoten van client moeten doen. Bijlage 2 Beschermd wonen https://robregionijmegen.nl/documentatie-en-downloads/ Voor wie is beschermd wonen? Beschermd wonen is voor mensen vanaf 18 jaar met psychiatrische problemen. Het gaat dan om mensen die (tijdelijk) niet zelfstandig kunnen wonen. Ook niet met hulp van bijvoorbeeld familie, vrienden of een hulpverlener. Op een beschermd wonen-locatie is 24 uur per dag zorg en begeleiding in de nabijheid of op afroep beschikbaar. Wie regelt de toegang? Toegang Beschermd Wonen adviseert aan centrumgemeente
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.