Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2020De raad der gemeente Putten; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 november 2019, nr. 1088350 en gewijzigd bij besluit van de raad van 23 april 2020, nr. 1113427 (1e wijziging) ; gelet op het bepaalde in artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a. en b. van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2020 Artikel1 Begripsomschrijving Deze verordening verstaat onder: particulier graf: een graf, urnengraf en grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; particulier kindergraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken van personen die de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben bereikt; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen van personen die de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben bereikt; particuliere urnennis: een nis in een urnenmuur ten aanzien waarvan het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; algemeen graf: een graf, bij de gemeente in beheer, waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken, of het doen bijzetten van een asbus met of zonder urn; algemeen kindergraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot: het doen begraven van lijken van personen die de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben bereikt; het doen bijzetten van asbussen met of zonder urnen van personen die de leeftijd van 12 jaar nog niet hebben bereikt; gedenkteken: een voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften en figuren, waaronder kettingen, hekwerken en randen; urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; asverstrooiveld: een plaats op de begraafplaats Schootmanshof, bestemd voor het doen verstrooien van as; herdenkingsmonument: een object bedoeld voor het bevestigen van herdenkingsplaatjes; herdenkingsplaatje: een plaatje om te worden bevestigd op het herdenkingsmonument; herinneringsplaats: een aangewezen plaats op de begraafplaats Schootmanshof voor het begraven van menselijke vruchten; herinneringsmonument: een object bedoeld bij een herinneringsplaats voor het bevestigen van herinneringstranen; herinneringstraan: een plaatje om te worden bevestigd aan het herinneringsmonument; rechthebbende: een natuurlijk persoon of rechtspersoon, aan wie het uitsluitend recht tot het begraven en begraven houden of het bijzetten en bijgezet houden van een asbus in een particulier graf of het bijzetten en bijgezet houden van een asbus in een particuliere urnennis is verleend, of die dat door overschrijving heeft verworven; beheersverordening: de verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Putten, vastgesteld bij raadsbesluit van 7 maart 2013, nr. 281998, sindsdien gewijzigd. Artikel2 Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen en voor het door de gemeente verrichten van diensten aldaar. Artikel3 Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag, dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4 Maatstaf van heffing en tariefstelling De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel5 Vrijstellingen Het recht bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel wordt niet geheven voor het begraven of bijzetten van doodgeborenen of kort na de geboorte overleden kinderen, die in één kist met hun overleden moeder worden begraven of bijgezet. Voor het begraven of bijzetten van doodgeborenen of kort na de geboorte overleden kinderen van een meervoudige geboorte, die in één kist worden begraven of bijgezet, wordt het recht eenmaal geheven. De rechten bedoeld in 4.1 van de tarieventabel worden niet geheven voor het op rechterlijk gezag opgraven of lichten en weer in dezelfde grafruimte begraven van een lijk. Het recht bedoeld in 6.1 van de tarieventabel wordt niet geheven wanneer bij overlijden het recht wordt overgeschreven op naam van de overblijvende echtgenoot of echtgenote. Artikel6 Belastingtijdvak Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Met betrekking tot de rechten genoemd in 5.3 en 5.4 van de tarieventabel, is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. Artikel7 Wijze van heffing De onderhoudsrechten, bedoeld in 5.2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag. Andere rechten als die bedoeld in 5.2 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving, waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel8 Ontstaan van de belastingschuld voor de jaarlijks verschuldigde rechten De onderhoudsrechten, als bedoeld in 5.2 van de tarieventabel worden geheven naar de toestand per 1 januari van het belastingjaar, volgende op dat waarin de uitgifte van het particuliere graf of de particuliere urnennis heeft plaatsgevonden, dan wel de vergunning voor het aanbrengen van een gedenkteken of voor het gebruik van de herdenkingssteen is verleend. Vervalt een particulier graf of particuliere urnennis of vervallen voorwerpen van een graf of de herdenkingssteen aan de gemeente, dan blijven de rechten verschuldigd tot en met 31 december van het jaar, waarin dit graf of die voorwerpen aan de gemeente vervalt of vervallen. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten dan die bedoeld in 5.2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel10 Termijnen van betaling De onderhoudsrechten zijn verschuldigd in één termijn, welke vervalt twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. De overige rechten zijn invorderbaar in één termijn, welke vervalt veertien dagen na dagtekening van de kennisgeving. Artikel11 Kwijtschelding Met betrekking tot de in deze verordening genoemde rechten wordt geen kwijtschelding verleend als bedoeld in artikel 26 van de Invorderingswet 1990, juncto artikel 300 van de Gemeentewet, met uitzondering van de rechten als bedoeld in artikel 10, lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.