← Nederland

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Drimmelen houdende regels omtrent de heffing en invordering van precariobelasting (Verordening precari

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Drimmelen houdende regels omtrent de heffing en invordering van precariobelasting (Verordening precariobelasting 2020)De raad van de gemeente Drimmelen; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 november 2019; gelet op artikel 228 van de Gemeentewet; B E S L U I T : vast te stellen: Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting

  1. Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: een jaar: een kalenderjaar; een half jaar: een periode van 6 achtereenvolgende maanden; een kwartaal: een periode van 3 achtereenvolgende maanden; een maand: een kalendermaand; een week: een periode van 7 achtereenvolgende dagen; een dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 00.00 uur, of een gedeelte daarvan; een dagdeel: een periode van 6 achtereenvolgende uren; een uur: een periode van 60 achtereenvolgende minuten; vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. Artikel2Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel3Belastingplicht 1.De precariobelasting wordt geheven van degene die het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie dat voorwerp of die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoeld in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel4Vrijstellingen De in deze verordening genoemde belasting wordt niet geheven voor: voorwerpen, indien de gemeente ter zake van het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond waarop het voorwerp of de voorwerpen zich bevinden een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen; voorwerpen, waarvan de gemeente genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel met inachtneming van het overigens in deze verordening bepaalde. Artikel6Berekening van de precariobelasting 1.Behoudens het bepaalde in de leden 4 en 5, wordt voor de berekening van de precariobelasting een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt; 2.Voor de berekening van het aantal m² wordt uitgegaan van de buitenste maten van het voorwerp dat zich onder, op, of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond bevindt; 3.Bij toepassing van een per tijdseenheid vastgesteld tarief wordt de totale belastingschuld niet hoger vastgesteld dan het bedrag dat verschuldigd zou zijn bij toepassing van het tarief voor een opvolgende tijdseenheid; 4.Indien voor een belastbaar feit in de tarieventabel uitsluitend een jaartarief is opgenomen en de belastingplicht vangt aan in de loop van het belastingtijdvak, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven; 5.Indien voor een belastbaar feit in de tarieventabel uitsluitend een jaartarief is opgenomen en de belastingplicht eindigt in de loop van het belastingtijdvak, dan is de belasting verschuldigd over zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als het aantal volle maanden dat de belastingplicht heeft bestaan; 6.Belastingbedragen van in totaal minder dan € 10,00 worden niet geheven. Artikel7Belastingtijdvak 1.In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaaroverschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2.In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke het belastbaar feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Artikel8Wijze van heffing De precariobelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel9Tijdstip van betaling De belasting moet worden voldaan binnen een maand na de dagtekening van de in artikel 8 bedoelde aanslag. Artikel10Ontstaan van de belastingschuld De precariobelasting als bedoeld in deze verordening¬, is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Artikel11Overgangsrecht standplaatsen Het gestelde in deze verordening is slechts van toepassing op het innemen van een standplaats op basis van een vergunning die op 1 januari 1998 niet eerder is verleend. Standplaatshouders die reeds voor 1 januari 1998 een vergunning hadden voor het plaatsen en geplaatst houden van een voorwerp op een bepaalde plaats, behouden de rechten die zij daaraan ontlenen. In de bijlage bij deze verordening is een overzicht van verworven rechten opgenomen. De daarin opgenomen tarieven voor deze rechten kunnen jaarlijks worden geïndexeerd. Artikel12Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel13Overgangsrecht De "Verordening precariobelasting 2019", vastgesteld op 13 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel14Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020 Artikel16Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening precariobelasting 2020". Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Drimmelen van 12 december 2019 F.M.C. Ronde griffier drs. G.L.C.M. de KokvoorzitterBijlage1:behorende bij de verordening op de heffing en invordering van precariobelasting gemeente Drimmelen
  2. De rechten als bedoeld in artikel 10 van de verordening precariobelasting 2020 Standplaats Dagdelen Tarieven 2020 Hoek Marktstraat/ Schoolstraat te Made Vrijdagavond, Zaterdag en Zondag € 3.647,40 per jaar Hoek Dorpsstraat/ Biesboschweg te Drimmelen Vrijdag, Zaterdag en Zondag. Gehele week in juli en augustus additioneel € 1.936,90 per jaar € 338,00 Bijlage2:Tarieventabel behorende bij de Verordening precariobelasting 2020 1 Bouwmaterialen en bouwmaterieel Het tarief voor bouwmaterialen en/of bouwmaterieel bedraagt: oppervlakte bouwmaterialen week < 10 m² € 12,70 11 – 25 m² € 25,40 26 – 50 m² € 38,10 voor iedere volgende 50 m² of een gedeelte daarvan € 50,75 2 Leidingen, kabels en buizen Het tarief voor leidingen, kabels en buizen bedraagt per m¹ per jaar € 2,63 3 Terrassen Het tarief voor banken, stoelen, tafels, tochtschermen e.d. bedraagt: oppervlakte terras < week > week - jaar < 10 m² € 26,10 € 186,95 11 – 25 m² € 39,30 € 267,95 26 – 50 m² € 52,25 € 401,20 > 50 m² € 65,35 € 535,90 4 Standplaatsen Het tarief voor het innemen van een standplaats in de kernen Made, Drimmelen en Terheijden, bedraagt per dagdeel per jaar € 535,
  3. Het tarief voor het innemen van een standplaats in de kernen Wagenberg en Lage Zwaluwe bedraagt per dagdeel per jaar € 401,
  4. Het tarief voor het innemen van een standplaats in de kern Hooge Zwaluwe bedraagt per dagdeel per jaar € 201,20.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.