De raad van de gemeente Ubbergen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. ; gelet op artikelen 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en 229d, aanhef, eerste lid, onderdeel c, en tweede lid, en 255a van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet Milieubeheer; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2011 (Verordening afvalstoffenheffingen en reinigingsrechten 2011). Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2011 (Verordening afvalstoffenheffingen en reinigingsrechten 2011). HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: a een afvalstoffenheffing; b reinigingsrechten. HoofdstukIIAfvalstoffenheffing Artikel2Aard van de belasting en belastbaar feit 1Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb. 1994, 80). 2De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel3Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge artikel 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker aangemerkt: a degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht feitelijk gebruikt maakt van het perceel; b ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft afgestaan. Artikel4Maatstaf van heffing en belastingtarief 1 De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2 Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing 1De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van aanslag. 2De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel wordt geheven bij wege van mondelinge kennisgeving, dan wel bij gedagtekende kennisgeving waarop de verschuldigde belasting is vermeld. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1De belasting, zoals bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting zoals bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3Indien de belastingplichtig in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat voor de belasting zoals bedoeld in hoofdstuk 1.1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel in feitelijk gebruik neemt. 5De belasting, zoals bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Artikel8Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen zoals bedoeld in artikel 6, lid 1, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totale bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan meer is dan € 45,00, doch minder dan € 45.000,00, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden betaald in 8 termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later. 3In afwijking van het bepaalde onder lid 1 en 2 geldt voor de aanslagen die niet worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, dat deze in één keer betaald moeten worden, en wel uiterlijk twee maanden na dagtekening van het aanslagbiljet. 4De afvalstoffenheffing als bedoeld in artikel 6, lid 2, moet worden betaald ingeval de kennisgeving: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving. 5De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. HoofdstukIIIReinigingsrechten Artikel9Belastbaar feit Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven zowel voor het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als voor het gebruik van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel10Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens naam de aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel11Maatstaf van heffing en belastingtarief 1De rechten worden geheven naar maatstaven en tarieven, opgenomen in de hoofdstukken 2 en 3 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel12Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel13Wijze van heffing 1De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. 2De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Artikel14Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang voor de jaarlijks verschuldigde rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist. Artikel15Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel16Termijnen van betaling 1De in artikel 7 vermelde betaaltermijnen zijn van overeenkomstige toepassing op de aanslagen voor rechten bedoeld in hoofdstuk 2 van de tarieventabel. 2De aanslagen voor rechten bedoeld in hoofdstuk 3 van de tarieventabel moeten worden betaald binnen 30 dagen na dagtekening van het aanslagbiljet. HoofdstukIVAanvullende bepalingen Artikel17Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen. Artikel18Inwerkingtreding en citeertitel De ‘Verordening op de heffing en de invordering van de afvalstoffenheffing en reinigingsheffingen 2010’ van 17 december 2009, wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2011, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2011. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011. Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening afvalstoffenheffingen en reinigingsrechten 2011’. Aldus vastgesteld in openbare raadsvergadering van 16 december 2010. H.W.G.M.. Vreman, P.G.I. Wilbers, griffier.voorzitter. Bijlage Tarieventabel afvalstoffenheffingen en reinigingsrechten 2011 Algemeen De bedragen genoemd in deze tabel zijn inclusief omzetbelasting indien deze verschuldigd is. Hoofdstuk 1 Maatstaven en jaarlijkse tarieven afvalstoffenheffing 1.1 De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar 1.1.1 indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door één persoon € 149,28; 1.1.2 indien het perceel op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, wordt gebruikt door twee of meer personen € 174,72; 1.1.3 De belasting als bedoeld in de onderdelen 1.1.1 en 1.1.2 wordt vermeerderd voor het op 1 januari van het belastingjaar of, indien de belastingplicht later aanvangt, bij aanvang van de belastingplicht, in bruikleen hebben van een extra (= boven hetgeen volgens de gemeentelijke afvalstoffenverordening aan het perceel is verstrekt): 1.1.3.1 groene container, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, per extra container € 96,36; 1.1.3.2 grijze container, bestemd voor de overige huishoudelijke afvalstoffen, per extra container € 167,16. Hoofdstuk 2 Maatstaven en jaarlijkse tarieven reinigingsrechten 2.1 Het recht bedraagt per belastingjaar voor het eenmaal per twee weken verwijderen van bedrijfsafval: 2.1.1 groene container, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, per container € 106,08; 2.1.2 grijze container, bestemd voor de overige afvalstoffen, per container € 183,96. Hoofdstuk 3 Maatstaven en tarieven overige reinigingsrechten 3.1 Het recht bedraagt voor het incidenteel beschikbaar stellen, het gebruik en het ledigen van containers dan wel het verwijderen van de daarin verzamelde afvalstoffen per week: 3.1.1 groene container, bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval, per container € 11,63; 3.1.2 grijze container, bestemd voor overige afvalstoffen, per container € 14,62.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.