VERORDENING FORENSENBELASTING 2020 De raad van de gemeente Rucphen; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2019; gelet op artikel 223 van de Gemeentewet; gezien het advies van de commissie Algemeen Bestuur en Middelen (ABM) van 28 november 2019; b e s l u i t vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN FORENSENBELASTING 2020 Artikel 1 Definitie Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder woning: een gemeubileerde woning als bedoeld in artikel 223 van de Gemeentewet. Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht Onder de naam ‘forensenbelasting’ wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen, die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. Of iemand in de gemeente hoofdverblijf heeft, wordt naar de omstandigheden beoordeeld. Artikel 3 Vrijstellingen Niet belastingplichtig is degene die ter tijdelijke waarneming van een openbare betrekking of ter bijwoning van de vergaderingen van een algemeen vertegenwoordigend lichaam, waarvan hij het lidmaatschap bekleedt, dan wel ingevolge last of bevel van de overheid, buiten de gemeente van zijn hoofdverblijf vertoeft. Artikel 4 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen zoals die voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld. In afwijking van het eerste lid wordt de belasting geheven naar de waarde indien de heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen voor het belastingobject waarvan de woning deel uitmaakt voor het belastingjaar is vastgesteld met toepassing van artikel 16, onderdeel e, van de Wet waardering onroerende zaken. Ingeval geen heffingsmaatstaf voor de onroerende-zaakbelastingen is vastgesteld, wordt de belasting berekend naar de waarde. De vaststelling van de waarde geschiedt overeenkomstig de regels voor de in de artikelen 220 tot en met 220d van de Gemeentewet met dien verstande dat daarbij artikel 16, onderdeel e van de Wet waardering onroerende zaken niet wordt toegepast. Artikel 5 Belastingtarief De belasting bedraagt bij een waarde van: € 25.000,00 of minder: € 155,60 meer dan € 25.000,00 doch minder of gelijk dan € 75.000,00: € 311,30 meer dan € 75.000,00 doch minder of gelijk dan € 125.000,00: € 466,90 meer dan € 125.000,00 doch minder of gelijk dan € 200.000,00: € 622,60 meer dan € 200.000,00: € 778,20 Artikel 6 Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel 7 Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld De belasting is verschuldigd op het moment dat de gemeubileerde woning meer dan 90 dagen in het belastingjaar beschikbaar is gehouden als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.