← Nederland

Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent wadlopen (Beleidsregels Wadloopverordening 2019) (Noord-Ho

Beleidsregel van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Holland houdende regels omtrent wadlopen (Beleidsregels Wadloopverordening 2019) Gedeputeerde Staten van Noord-Holland; Overwegende, dat Provinciale Staten van Noord-Holland op 4 maart 2019 de Wadloopverordening 2019 hebben vastgesteld, dat Provinciale Staten van Groningen op 13 maart 2019 de Wadloopverordening provincie Groningen 2019 hebben vastgesteld, dat Provinciale Staten van Fryslân op 27 februari 2019 de Wadloopverordening 2019 hebben vastgesteld, dat Gedeputeerde Staten van Fryslân bevoegd zijn tot verlening van vergunningen als bedoeld in artikel 4, en tot verlening van vrijstelling als bedoeld in artikel 5 van de Wadloopverordeningen, dat Gedeputeerde Staten van Fryslân een Veiligheidsadviescommissie Wadlopen moeten instellen op grond van artikel 3 lid 1 van de door Provinciale Staten van Fryslân vastgestelde Wadloopverordening, Gezien de artikelen 4, 5, 6, 7 en 8 van de Wadloopverordeningen, artikel 3 van de door Provinciale Staten van Noord-Holland vastgestelde Wadloopverordening 2019 en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht, Besluiten vast te stellen: de Beleidsregels Wadloopverordening 2019 Hoofdstuk1– Vergunningverlening Artikel1.Categorieën vergunningen 1.De volgende categorieën vergunningen worden uitgegeven door de provincie Fryslân: Een vergunning voor een rechtspersoon voor het mogen organiseren en begeleiden van wadlooptochten met grote groepen (door wadlooporganisaties); Een vergunning voor het houden van een wadlooptocht zonder deelnemers; Een vergunning voor het mogen organiseren en begeleiden van wadlooptochten met maximaal 12 deelnemers; Een vergunning met een beperking in tijd/plaats voor het mogen organiseren en houden van een tocht op droogvallende platen; Een vergunning met een beperking in tijd/plaats voor het mogen organiseren en houden van natuureducatieve tochten. 2.Buiten de gevallen genoemd in het eerste lid wordt slechts in zeer uitzonderlijke gevallen een vergunning verleend. Artikel2.Vrijstelling voor tochten op droogvallende platen Voor tochten op droogvallende platen geldt een vrijstelling van de vergunningplicht indien voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: Het vaartuig heeft een maximale capaciteit van 50 personen. Er wordt niet verder dan 500 meter van de boot gelopen. Er wordt beschikt over een Zeilbewijs B. Bij het betreden van droogvallende platen steekt men geen geulen over. De begeleider dient erop toe te zien dat de groep bij elkaar blijft en niet zal uitzwermen over de plaat. Artikel3.Indienen aanvraag vergunningen 1.Een aanvraag voor een vergunning wordt ingediend middels het op de website van de provincie Fryslân gepubliceerde digitale aanvraagformulier. 2.Bij de aanvraag van een vergunning dienen de volgende bescheiden overlegd te worden: voor wadlooptochten voor grote groepen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a: de bij notariële akte vastgelegde statuten dan wel het huishoudelijk reglement van de rechtspersoon; een overzicht van de aanwezige hulp- en reddingsmiddelen; een overzicht van de gidsen die de rechtspersoon inzet. Daarbij dienen ook hun adres en woonplaats en een aanduiding op welke route(

  1. s)de betreffende gids wordt ingezet, benoemd te worden; een overzicht van de begeleiders die de rechtspersoon inzet, inclusief hun adres en woonplaats en een aanduiding op welke route(
  2. s)de betreffende begeleider wordt ingezet. voor wadlooptochten zonder deelnemers als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, wordt in ieder geval een overzicht van de aanwezige hulp- en reddingsmiddelen overlegd. voor wadlooptochten met maximaal 12 deelnemers als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, wordt in ieder geval een overzicht van de aanwezige hulp- en reddingsmiddelen overlegd. voor tochten op droogvallende platen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d: een overzicht van de aanwezige hulp- en reddingsmiddelen; een overzicht van de (eventuele) gidsen en begeleiders die de rechtspersoon inzet, inclusief hun adres en woonplaats. Bij de aanvraag van een vergunning voor natuureducatieve tochten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, door een rechtspersoon: een overzicht van de aanwezige hulp- en reddingsmiddelen; een overzicht van de begeleiders, die in het bezit zijn van een begeleiderspas, die de rechtspersoon inzet, inclusief hun adres en woonplaats. Bij de aanvraag van een vergunning voor natuureducatieve tochten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, door een natuurlijk persoon, wordt in ieder geval een overzicht van de aanwezige hulp- en reddingsmiddelen overlegd. 3.Aanvragen kunnen slechts door meerderjarigen ingediend worden. Artikel4.Voorschriften uitvoering vergunning 1.Aan een vergunning bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, worden in ieder geval de voorschriften opgenomen die staan vermeld in bijlage A. 2.Aan een vergunning bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, worden in ieder geval de voorschriften opgenomen die staan vermeld in bijlage B. 3.Aan een vergunning bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c, worden in ieder geval de voorschriften opgenomen die staan vermeld in bijlage C. 4.Aan een vergunning bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d, worden in ieder geval de voorschriften opgenomen die staan vermeld in bijlage D. 5.Aan een vergunning bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, worden in ieder geval de voorschriften opgenomen die staan vermeld in bijlage E. Artikel5.Looptijd vergunning 1.Vergunningen worden per periode van zes jaar verleend, waarbij de eerste periode loopt van 1 maart 2020 tot en met 1 maart 2026. De looptijd van de vergunning is afhankelijk van het moment van vergunningverlening, maar bedraagt maximaal zes jaar. Alle vergunningen binnen een periode lopen op dezelfde dag af, namelijk op de laatste dag van de vergunningperiode. 2.In afwijking van het eerste lid kan de provincie Fryslân gemotiveerd een vergunning met een kortere looptijd afgeven. Artikel6.Wijziging, intrekking of schorsing 1.Een vergunning wordt ingetrokken indien de aanvrager niet langer voldoet aan de vergunningseisen/voorschriften. 2.Een vergunning kan op advies van de Veiligheid Adviescommissie Wadlopen, als bedoeld in bijlage G, worden ingetrokken indien de veiligheid niet langer gegarandeerd kan worden. 3.Bij een ernstige calamiteit kan een vergunning in afwachting van het advies van de Veiligheid Adviescommissie Wadlopen worden geschorst. 4.Een vergunning kan door de provincie Fryslân worden aangepast als gewijzigde omstandigheden daartoe aanleiding geven. Artikel7.Begeleiderspas 1.Indien men begeleider is van tochten op droogvallende platen of natuureducatieve tochten als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d en e, dient men te beschikken over een begeleiderspas. 2.Indien men beschikt over een Erkenning tot Wadloopgids, mag men ook fungeren als begeleider als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder d en e. Dit dient vermeld te worden bij de aanvraag voor een Erkenning. 3.Een aanvraag voor een begeleiderspas wordt ingediend middels het op de website van de provincie Fryslân gepubliceerde digitale aanvraagformulier. 4.Om in aanmerking te komen voor een begeleiderspas, moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn: de aanvrager dient meerderjarig te zijn; de aanvrager dient in goede lichamelijke en geestelijke toestand te verkeren. Artikel8.Erkenning tot Wadloopgids 1.Indien men Wadloopgids is op grond van artikel 1, eerste lid, onder a en/of c, dient men te beschikken over een Erkenning tot Wadloopgids. 2.In de volgende situaties kan een Erkenning tot Wadloopgids aangevraagd worden: Indien men fungeert als Wadloopgids voor een organisatie met een vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a. Bij de aanvraag dient aangegeven te worden voor welke organisatie de aanvrager zal fungeren als Wadloopgids. Indien men zelfstandig Wadloopgids wil worden als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c. De aanvraag voor een Erkenning tot Wadloopgids dient gelijktijdig ingediend te worden met de aanvraag voor een vergunning als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c. 3.Om in aanmerking te komen voor een Erkenning tot Wadloopgids, moet aan de volgende voorwaarden voldaan zijn: de aanvrager dient meerderjarig te zijn; de aanvrager dient bij de aanvraag het wadloopbewijs (eindtermenformulier) van de examencommissie of een vergelijkbare verklaring te overleggen; de aanvrager dient in goede lichamelijke- en geestelijke gezondheid te verkeren. Hoofdstuk2– Slotbepalingen Artikel9.Bijlagen 1.De volgende bijlagen maken onderdeel uit van deze beleidsregels: Voorschriften behorende bij de vergunning voor een rechtspersoon voor het mogen organiseren en begeleiden van wadlooptochten met grote groepen; Voorschriften behorende bij de vergunning voor het organiseren en houden van een wadlooptocht zonder deelnemers; Voorschriften behorende bij de vergunning voor het mogen organiseren en begeleiden van wadlooptochten met maximaal 12 deelnemers; Voorschriften behorende bij de vergunning met een beperking in tijd en plaats op droogvallende platen; Voorschriften behorende bij de vergunning met een beperking in tijd/plaats voor het mogen houden van natuureducatieve tochten; Eindtermen/Opleiding tot Wadloopgids; Reglement Veiligheid Adviescommissie Wadlopen; Aangewezen gebieden natuureducatieve tochten. 2.Wijzigingen in de bijlagen zijn gemandateerd conform het mandaatsbesluit van de provincie Fryslân. Artikel10.Inwerkingtreding 1.Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2020. 2.Dit besluit wordt in het Provinciaal Blad geplaatst. Artikel11.Citeertitel Dit besluit wordt aangehaald als: Beleidsregels Wadloopverordening 2019 Haarlem, 17 december 2019Gedeputeerde staten van Noord-Holland,A.Th.H. van Dijk, voorzitter R.M. Bergkamp, provinciesecretaris Bijlagen Bijlage A: Voorschriften behorende bij de vergunning voor een rechtspersoon voor het mogen organiseren en begeleiden van wadlooptochten met grote groepen (o.g.v. artikel 4, lid 1 van de Wadloopverordening 2019) De vergunning geldt voor het organiseren, begeleiden en houden van wadlooptochten voor het gehele Nederlandse Wad. De vergunninghouder draagt er zorg voor, dat de tochten worden geleid door voldoende gidsen en begeleiders. Een tocht mag bestaan uit maximaal 60 deelnemers. Een groep van maximaal 12 deelnemers moet begeleid worden door tenminste 1 gids. De gids dient vóór aanvang van een wadlooptocht (indien er geen extra begeleider aanwezig is die in het bezit is van een begeleiderspas) een deelnemer aan te wijzen hoe te handelen bij een calamiteit/incident als er iets met hem/haar gebeurt. De wadlooptocht wordt niet gehouden als er geen begeleider is of een deelnemer zich bereid heeft verklaard te handelen bij een calamiteit. Een groep van 13 tot en met 24 deelnemers moet begeleid worden door tenminste 2 gidsen; Een groep van 25 tot en met 36 deelnemers moet begeleid worden door tenminste 2 gidsen en 1 begeleider; Een groep van 37 tot en met 48 deelnemers moet begeleid worden door tenminste 3 gidsen en 1 begeleider of tenminste 2 gidsen en 2 begeleiders; Een groep van 49 tot en met 60 deelnemers moet begeleid worden door tenminste 3 gidsen en 1 begeleider of tenminste 2 gidsen en 2 begeleiders. Voor de berekening van de groepsgrootte worden de gidsen en de begeleiders niet meegerekend. Indien de groep uit maximaal 12 deelnemers bestaat en naast 1 gids geen extra begeleider/gids aanwezig is, dient de gids vóór aanvang van een wadlooptocht een deelnemer aan te wijzen die hem/haar kan vervangen bij een calamiteit/incident als er iets met hem/haar (de gids) gebeurt. De wadlooptocht mag niet worden gehouden als er geen deelnemer zich bereid heeft verklaard te handelen bij een calamiteit/incident. De gidsen dienen in het bezit te zijn van een erkenning tot gids voor (een) bepaalde route(
  3. s)en de begeleiders in het bezit zijn van een begeleiderspas voor (een) bepaalde route(s). De vergunninghouder dient ervoor te zorgen, dat er elk jaar een overzicht van de gidsen en begeleiders (incl. NAW-gegevens) naar de provincie Fryslân, Team Groene Regelgeving, Postbus 20120, 8900 HM Leeuwarden wordt gezonden. Het is de vergunninghouder NIET toegestaan, dat een door de vergunninghouder gehouden tocht zich met een groep aansluit bij een tocht, die wordt gehouden onder de verantwoordelijkheid van een andere vergunninghouder. De gids(en)/begeleider(
  4. s)heeft/hebben een zorgplicht ten aanzien van de deelnemers en dienen er, uit het oogpunt van veiligheid, op toe te zien dat deelnemers tijdens een wadlooptocht onder GEEN beding op eigen kracht, zonder gids/begeleider mogen teruglopen naar de vaste wal. De vergunninghouder dient minimaal 2 uren voorafgaand aan een wadlooptocht de deelnemers te instrueren over de risico's van het wadlopen. De vergunninghouder draagt er zorg voor, dat tenminste 2 gidsen uitgerust zijn met de hieronder vermelde hulpmiddelen. Bij een tocht met maximaal 12 deelnemers kan worden volstaan met 1 set hulp- en reddingsmiddelen en is een draagbaar niet vereist. Hulpmiddelen: een goed werkend vloeistof of digitaal kompas (een GPS wordt aanbevolen). Per groep moeten minimaal 2 kompas(sen) worden meegenomen een reddingslijn (van plus minus 25m) reddingdekens het meevoeren van een draagbaar is verplicht vanaf 12 deelnemers een duidelijk hoorbare fluit een EHBO-doos* een peilstok een goed werkende horloge minimaal 2 handstakellichten en/of rooksignalen per groep een lijst met telefoonnummers van personen en instan­ties die bij ongeval­len moeten worden gewaarschuwd een lijst van het aantal deelnemers dat aan een tocht deelneemt een door het Agentschap Telecom goedgekeurde maritieme portofoon** (niet verplicht voor een solo-loper) en een goedwer­kende telefoon met voldoende bereik voor de te lopen tocht voldoende proviand voor de tocht een bijgewerkte routekaart waarop de positie van de groep permanent kan worden afgelezen een uitgewerkt tijdschema Indien bepaalde gegevens analoog/digitaal beschikbaar zijn, is dat ook voldoende. De vergunninghouder/de gids dient de wadlooptocht te annuleren in de volgende gevallen: als te verwachten is, dat de weersomstandigheden zich zodanig zullen ontwikkelen dat de veiligheid van de deelnemers en begeleiders in gevaar kan komen; als 1 gids op basis van haar kennis en ervaring van het wadlopen ontraadt de tocht te houden. Daarbij geldt dat er geen tocht mag worden gehouden indien: bij de start van de wadlooptocht het KNMI code geel, oranje of rood voor de Waddenzee heeft afgegeven in verband met onweersbuien en daarbij voor het gebied waar wordt gelopen de Lifted-Index negatief is; aangenomen moet worden dat de aankomst later dan 2 uren na het ter plaatse optreden­de laagwater zal plaatsvinden. Dit voorschrift geldt niet voor de tochten die noodzake­lijkerwijs een tijdstip van aankomst meebrengen, dat later valt dan 2 uren na het ter plaatse optredend de laagwater (tochten naar Schiermonnikoog); daarbij een geul zal worden overgestoken wanneer op dat moment een hogere laagwater stand (laagwater) te Harlingen wordt verwacht van 49 cm of meer minus NAP (Normaal Amsterdams Peil). (Afgeleid van het gemiddeld tij bij laagwater te Harlingen (- 99
  5. cm)vermeerderd met een verhoging van 50 cm); bij aanvang van een tocht het zicht minder is dan 500 meter op het punt van vertrek; De gids weigert een deelnemer, als deze niet in staat wordt geacht de tocht te volbrengen of de veiligheid van zichzelf of de groep in gevaar kan brengen. 1 gids dient bij een calamiteit/incident bij het/de slachtoffer(
  6. s)te blijven en 1 gids bij de groep. Bestaat de groep uit 12 deelnemers dan dient de groep bij elkaar te blijven. Van elke tocht dient een korte rapportage gemaakt te worden. Vermeld dient te worden welke gids(
  7. en)met hoeveel begeleiders en deelnemers en op welke route een wadlooptocht heeft/hebben gehouden, wat de weersomstandigheden waren en evt. bijzonderheden. De vergunninghouder dient rekening te houden met de (on)ervarenheid van de deelnemers bij het kiezen van de te volgen route. Vooral tochten in het westelijk waddengebied hebben een hoge moeilijkheidsgraad. De vergunninghouder dient bij een incident/calamiteit* de provincie binnen twee werkdagen telefonisch (tel: 058-2925925) op de hoogte te stellen en stuurt de rapportage binnen een week na het/de incident/calamiteit op naar de provincie Fryslân, team Groene Regelgeving, Postbus 20120, 8900 HM Leeuwarden. Elke gids is verplicht 1x in de 6 jaar mee te doen aan een jaarlijks door een organisatie gehouden redding oefening. * Bij een calamiteit is er sprake van inzet van buitenaf (KNRM/reddingshelikopter) en bij een incident is dat niet het geval. BijlageB: Voorschriften behorende bij de vergunning voor het organiseren en houden van een wadlooptocht (o.g.v. artikel 4 van de Wadloopverordening 2019) zonder deelnemers (solo-vergunning) De vergunning geldt voor het individueel lopen van wadlooptochten voor het gehele Nederlandse Wad. De vergunninghouder loopt onder eigen verantwoordelijkheid en mag geen tochten met deelnemers leiden. De vergunninghouder dient voldoende voorzorg te nemen voor de eigen veiligheid. De vergunninghouder dient de wadlooptocht te annuleren in de volgende gevallen: als te verwachten is, dat de weersomstandigheden zich zodanig zullen ontwikkelen dat zijn/haar veiligheid in gevaar kan komen. Daarbij geldt, dat er geen tocht mag worden gehouden indien: bij de start van de wadlooptocht het KNMI code geel, oranje of rood voor de Waddenzee heeft afgegeven in verband met onweersbuien en daarbij voor het gebied waar wordt gelopen de Lifted-Index negatief is; aangenomen moet worden dat de aankomst later dan 2 uren na het ter plaatse optreden­de laagwater zal plaatsvinden. Dit voorschrift geldt niet voor de tochten die noodzake­lijkerwijs een tijdstip van aankomst meebren­gen, dat later valt dan 2 uren na het ter plaatse optredende laagwater (tochten naar Schiermonnikoog); daarbij een geul zal worden overgestoken wanneer op dat moment een hogere laagwaterstand (laagwater) te Harlingen wordt verwacht van 49 cm of meer minus NAP (Normaal Amsterdams Peil). (Afgeleid van het gemiddeld tij bij laagwater te Harlingen (- 99
  8. cm)vermeerderd met een verhoging van 50 cm); bij aanvang van een tocht het zicht minder is dan 100 meter op het punt van vertrek. De vergunninghouder dient mee te voeren: een goed werkend vloeistof of digitaal kompas (het verdient aanbeveling een reservekompas of een GPS mee te nemen) een peilstok een goed werkende horloge een bijgewerkte routekaart waarop de positie permanent kan worden afgelezen de solo-pas werkzame valschermlichten en/of rode handstakellichten een uitgewerkt tijdschema een lijst met telefoonnummers van personen en instanties die bij ongevallen moeten worden gewaarschuwd een goedwerkende telefoon met voldoende bereik voor de te lopen tocht aanbevolen wordt een door het Agentschap Telecom goedgekeurde maritieme portofoon* voldoende proviand voor de tocht. Indien bepaalde gegevens analoog/digitaal beschikbaar zijn, is dat ook voldoende. De vergunninghouder dient bij een incident/calamiteit** de provincie binnen twee werkdagen telefonisch op de hoogte te stellen en stuurt de rapportage binnen een week naar de provincie Fryslân. * Op basis van de Telecommunicatiewet bent u verplicht in het bezit te zijn van een zgn. PORTO SEC-vergunning voor “bijzonder gebruik” van maritieme frequenties (gebruik marifoonkanalen voor wadlopen). U kunt een vergunning aanvragen bij Agentschap Telecom-Klantcontactcentrum (telefoon: 050-5877444). U dient er rekening mee te houden dat deze PORTO SEC-vergunning pas aangevraagd kan worden als u in het bezit bent van een geldig bedieningscertificaat (minimaal Basiscertificaat Marifonie). ** Bij een calamiteit is er sprake van inzet van buitenaf (KNRM/reddingshelikopter) en bij een incident is dat niet het geval. BijlageC: Voorschriften behorende bij de vergunning voor het mogen organiseren en begeleiden van wadlooptochten met maximaal 12 deelnemers (o.g.v. artikel 4, lid 1 van de Wadloopverordening 2019) De vergunning geldt voor het organiseren en begeleiden van wadlooptochten voor de routes zoals aangegeven bij dit besluit. Het is de vergunninghouder toegestaan een groep van maximaal 12 deelnemers onder eigen verantwoordelijkheid over het wad te leiden. Voor de berekening van de groepsgrootte wordt de vergunninghouder niet meegerekend; Het is de vergunninghouder NIET toegestaan, dat een door hem/haar gehouden tocht zich met een groep aansluit bij een tocht, die wordt gehouden onder de verantwoordelijkheid van een andere vergunninghouder. De vergunninghouder dient vóór aanvang van een wadlooptocht een deelnemer aan te wijzen die hem/haar kan vervangen bij een calamiteit/incident. Hij/zij instrueert deze deelnemer hoe te handelen als er iets met hem/haar (de gids) gebeurt. De wadlooptocht mag niet worden gehouden als er geen deelnemer zich bereid heeft verklaard te handelen bij een calamiteit/incident. Het is de vergunninghouder toegestaan individueel andere routes te verkennen, dan die waarvoor hij/zij een erkenning tot wadloopgids heeft. De vergunninghouder dient minimaal 2 uren voorafgaand aan een wadlooptocht de deelnemers in te lichten over de risico's van het wadlopen. De vergunninghouder heeft een zorgplicht ten aanzien van de deelnemers en dient er, uit het oogpunt van veiligheid, op toe te zien, dat deelnemers tijdens een wadlooptocht onder GEEN beding op eigen kracht, zonder gids teruglopen naar de vaste wal. De vergunninghouder is bij elke wadlooptocht uitgerust met de volgende middelen: een goed werkend vloeistof of digitaal kompas (een GPS wordt aanbevolen). een reddingslijn (van plus minus 25m) reddingdekens het meevoeren van een draagbaar wordt aanbevolen een duidelijk hoorbare fluit een EHBO-doos* een peilstok een goed werkende horloge de erkenning tot wadloopgids minimaal 2 handstakellichten en/of rooksignalen een lijst met telefoonnummers van personen en instan­ties die bij ongeval­len moeten worden gewaarschuwd een lijst van het aantal deelnemers dat aan een tocht deelneemt; een door het Agentschap Telecom goedgekeurde maritieme portofoon** (geldt niet voor een gids die een verkenningstocht houdt) en een goedwer­kende telefoon met voldoende bereik voor de te lopen tocht voldoende proviand voor de tocht een bijgewerkte routekaart waarop de positie van de groep permanent kan worden afgelezen een uitgewerkt tijdschema Indien bepaalde gegevens analoog/digitaal beschikbaar zijn, is dat ook voldoende. De vergunninghouder dient de wadlooptocht te annuleren in de volgende gevallen: als te verwachten is, dat de weersomstandigheden zich zodanig zullen ontwikkelen dat de veiligheid van de deelnemers in gevaar kan komen. Daarbij geldt, dat er geen tocht mag worden gehouden indien: bij de start van de wadlooptocht het KNMI code geel, oranje of rood voor de Waddenzee heeft afgegeven in verband met onweersbuien en daarbij voor het gebied waar wordt gelopen de Lifted-Index negatief is; aangenomen moet worden, dat de aankomst later dan 2 uren na het ter plaatse optreden­de laagwater zal plaatsvinden. Dit voorschrift geldt niet voor de tochten die noodzakelijkerwijs een tijdstip van aankomst meebren­gen, dat later valt dan 2 uren na het ter plaatse optredende laagwater (tochten naar Schiermonnikoog); daarbij een geul zal worden overgestoken wanneer op dat moment een hogere laagwaterstand (laagwater) te Harlingen wordt verwacht van 49 cm of meer minus NAP (Normaal Amsterdams Peil). (Afgeleid van het gemiddeld tij bij laagwater te Harlingen (- 99
  9. cm)vermeerderd met een verhoging van 50 cm); bij aanvang van een tocht bedoeld onder 2. het zicht minder is dan 500 meter op het punt van vertrek; bij aanvang van een solotocht het zicht minder is dan 100 meter op het punt van vertrek. De vergunninghouder weigert een deelnemer, als deze niet in staat wordt geacht de tocht te volbrengen of de veiligheid van zichzelf of de groep in gevaar kan brengen. De vergunninghouder dient van elke tocht een korte rapportage te maken. Vermeld dient te worden welke gids met hoeveel deelnemers en op welke route een wadlooptocht heeft gehouden, wat de weersomstandigheden waren en evt. bijzonderheden. De vergunninghouder dient bij een incident/calamiteit*** de provincie binnen twee werkdagen telefonisch (058-2925925) op de hoogte te stellen en stuurt de rapportage binnen een week na het incident/calamiteit op naar de provincie Fryslân, Team Groene Regelgeving, Postbus 20120, 8900 HM Leeuwarden. De vergunninghouder dient rekening te houden met de (on)ervarenheid van de deelnemers bij het kiezen van de te volgen route. Vooral tochten in het westelijk waddengebied hebben een hoge moeilijkheidsgraad. De vergunninghouder is verplicht 1x in de 6 jaar mee te doen aan een jaarlijks door een organisatie gehouden reddingsoefening. * Inhoud verbanddoos: een aantal reddingsdekens - voorgeknipte pleisters betadine-jodium of ander wond-ontsmettend middel - snelverband 12 x 12 en 18 x 18 cm of snelverband op rol. - zelfklevende zwachtels - verbandschaar - enkeltape - paracetamol evt. duct sporttape evt. voetbalkousen om aan te trekken over kapotte of te grote wadloopschoenen. ** Op basis van de Telecommunicatiewet bent u verplicht in het bezit te zijn van een zgn. PORTO SEC-vergunning voor “bijzonder gebruik” van maritieme frequenties (gebruik marifoonkanalen voor wadlopen). U kunt een vergunning aanvragen bij Agentschap Telecom-Klantcontactcentrum (telefoon: 050-5877444). U dient er rekening mee te houden dat deze PORTO SEC-vergunning pas aangevraagd kan worden als u in het bezit bent van een geldig bedieningscertificaat (minimaal Basiscertificaat Marifonie). *** Bij een calamiteit is er sprake van inzet van buitenaf (KNRM/reddingshelikopter) en bij een incident is dat niet het geval. Bijlage D: Voorschriften behorende bij de vergunning met een beperking in tijd en plaats (o.g.v. artikel 4, lid 2 van de Wadloopverordening 2019) op droogvallende platen De vergunning geldt voor het organiseren en begeleiden van tochten op droogvallende platen in het gehele Nederlandse Wad. De vergunninghouder dient de deelnemers vooraf aan de tocht over de risico's van het lopen op een droogvallende plaat te informeren. De vergunninghouder draagt er zorg voor, dat de tochten worden geleid door voldoende begeleiders. De groepsgrootte mag niet meer bedragen dan 150 personen. Een groep van maximaal 50 personen dient begeleid te worden door minimaal 1 begeleider die in het bezit is van een begeleiderspas. Een groep van maximaal 100 personen door minimaal 2 begeleiders die in het bezit zijn van een begeleiderspas. Een groep van maximaal 150 personen door minimaal 3 begeleiders die in het bezit zijn van een begeleiderspas. De vergunninghouder dient zich ervan te verzekeren dat alle opvarenden weer terug aan boord keren en dient in de periode dat de opvarenden zich op de plaat bevinden, met het vaartuig in de directe nabijheid te zijn. De vergunninghouder/begeleider(
  10. s)heeft/hebben een zorgplicht ten aanzien van de opvarenden en dient er, uit het oogpunt van veiligheid, op toe te zien dat de deelnemers binnen een straal van 500 meter van het vaartuig op de plaat blijven en bij elkaar blijven (dus niet in meerdere groepen verdeeld wordt) en er mag geen geul worden overgestoken. De vergunninghouder dient de wadlooptocht te annuleren in de volgende gevallen: als te verwachten is, dat de weersomstandigheden zich zodanig zullen ontwikkelen dat de veiligheid van de deelnemers in gevaar kan komen. Daarbij geldt, dat er geen tocht mag worden gehouden, indien: bij de start van de wadlooptocht het KNMI code geel, oranje of rood voor de Waddenzee heeft afgegeven in verband met onweersbuien en daarbij voor het gebied waar wordt gelopen de Lifted-Index negatief is; wanneer op dat moment een hogere laagwaterstand (laagwater) te Harlingen wordt verwacht van 49 cm of meer minus NAP (Normaal Amsterdams Peil). (Afgeleid van het gemiddeld tij bij laagwater te Harlingen (- 99
  11. cm)vermeerderd met een verhoging van 50 cm); bij aanvang van een tocht het zicht minder is dan 500 meter op het punt van vertrek. De begeleider(
  12. s)is/zijn bij elke wadlooptocht uitgerust met: een goed werkende telefoon De vergunninghouder dient bij een incident/calamiteit* de provincie binnen twee werkdagen telefonisch (tel: 058-2925925) op de hoogte te stellen en stuurt de rapportage binnen een week na het incident/calamiteit op naar de provincie Fryslân, team Groene Regelgeving, Postbus 20120, 8900 HM Leeuwarden. Indien er meerdere groepen, afkomstig van een ander vaartuig zich op dezelfde plaat begeven, dient de vergunninghouder ervoor te zorgen dat de groep dusdanig herkenbaar is, zodat duidelijk is wie bij welk vaartuig hoort. * Bij een calamiteit is er sprake van inzet van buitenaf (KNRM/reddingshelikopter) en bij een incident is dat niet het geval. BijlageE: Voorschriften behorende bij de vergunning met een beperking in tijd/plaats (o.g.v artikel 4, lid 2 van de Wadloopverordening 2019) voor het mogen houden van natuureducatieve tochten De vergunning geldt voor het organiseren en begeleiden van natuureducatieve tochten in daarvoor door Gedeputeerde Staten aangewezen en in het Natura 2000 Beheerplan Waddenzee opgenomen gebieden, zoals aangeduid in bijgevoegde kaart(en). De vergunning geldt van twee uur voor plaatselijk laagwater tot een uur er na, behalve voor de locaties op Texel waar de ontheffing geldt van tweeënhalf uur voor plaatselijk laagwater tot een half uur erna. De vergunninghouder is verantwoordelijkheid voor de natuureducatieve tochten. De vergunninghouder dient ervoor te zorgen, dat de tochten worden geleid door begeleiders, die over voldoende theoretische en praktische kennis beschikken. Zij hebben minimaal: een goede kennis van de voorschriften van de vergunning; een goede topografische kennis van het gebied waar wordt gelopen; een goede vaardigheid met kompas (GPS wordt aanbevolen) zodat bij opkomend slecht weer zonder problemen kan worden teruggekeerd naar de dijk; kennis van EHBO. De vergunninghouder dient er voor te zorgen dat de begeleiders over voldoende middelen (als bedoeld onder voorschrift 10) beschikken ten behoeve van de veiligheid van begeleiders en deelnemers. De vergunninghouder en/of eventuele door hem/haar aangewezen begeleiders dient/dienen in het bezit zijn van een geldige begeleiderspas. De vergunninghouder dient de deelnemers aan een natuureducatieve tocht voor aanvang van de tocht over de risico’s in te lichten. De vergunninghouder/de begeleider(
  13. s)heeft/hebben een zorgplicht ten aanzien van de deelnemers. Hij/zij dient er, uit het oogpunt van veiligheid, op toe te zien dat deelnemers tijdens een tocht onder geen beding op eigen kracht, zonder begeleiding, teruglopen naar de vaste wal. Het aantal deelnemers aan een natuureducatieve tocht bedraagt ten hoogste 50 personen. Iedere groep dient te worden begeleid door minimaal 2 personen: minimaal 1 begeleider met een volledige uitrusting en in het bezit is van een begeleiderspas en 1 persoon, met als taak de begeleiding van de groep. Dit kan een docent zijn. Voor de groepsgrootte wordt/worden de begeleider(
  14. s)met een begeleiderspas niet meegeteld. Bij groepen met ten hoogste 12 deelnemers kan volstaan worden met één begeleider, mits deze begeleider beschikt over een goedwerkende draadloze verbinding met de wal. Wanneer de vergunninghouder meer natuureducatieve tochten organiseert binnen eenzelfde gebied en de groepen onderling eenvoudig kunnen communiceren, kan volstaan worden met één draadloze verbinding. Per groep dient te worden meegenomen: een goed werkend kompas (een GPS wordt aanbevolen) een reddingsdeken een duidelijk hoorbare fluit een EHBO-verbanddoos (zie onderaan) een peilstok of greep een goed werkende horloge een goed werkende mobiele telefoon een duidelijke kaart waarop aangegeven de grenzen van het gebied en de eventueel aanwezige prielen/geulen en slikvelden de begeleiderspas(sen) een lijst van het aantal deelnemers dat aan een tocht deelneemt een draagbaar is verplicht bij een groep vanaf 12 personen. Indien bepaalde gegevens analoog/digitaal beschikbaar zijn, is dat ook voldoende. De vergunninghouder/begeleider dient kennis te hebben van de actuele weersverwachting. Een tocht mag niet worden gehouden, indien te verwachten is dat de weersomstandigheden zich zodanig zullen ontwikkelen, dat de veiligheid van de deelnemers in gevaar kan komen. Als richtlijn geldt dat er geen tocht mag worden gehouden indien: een verhoging van de waterstand voorafgaand aan of aansluitend op de laagwaterperiode waarin de tocht zal worden gehouden, van een halve meter of meer wordt verwacht; bij de start van de wadlooptocht het KNMI code geel, oranje of rood voor de Waddenzee heeft afgegeven in verband met onweersbuien en daarbij voor het gebied waar wordt gelopen de Lifted-Index negatief is; bij aanvang van de tocht het zicht minder is dan 500 meter op het punt van vertrek. Inhoud verbanddoos 2 reddingsdekens voorgeknipte pleisters betadine-jodium of ander wond-ontsmettend middel snelverband 12 x 12 en 18 x 18 cm of snelverband op rol zelfklevende zwachtels verbandschaar enkeltape paracetamol Tips: buiten de EHBO-doos evt. duct-sporttape; erg handig. En voetbalkousen om aan te trekken over kapotte of te grote wadloopschoenen. BijlageF: Eindtermen/opleiding tot Wadloopgids Aan wadloopgidsen worden eisen gesteld ten aanzien van er­varing met en kennis van het wad, als wel eisen ten aanzien van de veiligheidsmaterialen, die tijdens een wadlooptocht moeten worden meegevoerd. Om inhoud te geven aan de in de verordening opgenomen kennis- en ervaringseisen, zijn de zgn. “Eindtermen wadloopgids” door de provincie opgesteld. De wadlooporganisaties hebben deze Eindtermen in hun opleiding tot gids opgenomen. De kennis en ervaring van de aanvrager zal getoetst worden aan de hand van deze Eindtermen. Daarbij zal de aanvrager, d.m.v. een puntensysteem, moeten voldoen aan de vermelde eisen ten aanzien van: de uitrusting die moet worden meegevoerd; de topografische kennis van het wad; de meteorologische kennis; de hydrologische kennis van het wad; de omgang van de gids met groepen ongeoefende wadlopers; de kennis van de geldende regelgeving in het gebied. Van een gids wordt verwacht dat deze zelfstandig een wadlooptocht kan voorbereiden en begeleiden. Tevens wordt verwacht, dat de gids op doeltreffende wijze kan handelen op momenten waarop calamiteiten zich voordoen. Hij/zij kan in dat geval beschikken over de actuele informatie voor het inschakelen van de hulpdiensten. De gids met een vergunning voor het gehele Nederlandse Waddengebied moet in staat zijn zelfstandig nieuwe, door hem/haar nooit eerder gelopen routes, wadlooptochten voor te bereiden en te verkennen. Na het behalen van het wadloopbewijs dient een gids minimaal 1x 6 jaar deel te nemen aan een jaarlijks door een organisatie/instantie in samenwerking met de Veiligheidsregio georganiseerde redding oefening op de Waddenzee. De opleiding tot wadloopgids dient te worden gevolgd bij de door de gezamenlijke wadlooporganisaties georganiseerde opleiding of daaraan gelijkwaardige opleiding en dient te worden afgerond met een praktijk- en theorietoets. De theorietoets wordt afgenomen door een uit de wadlooporganisaties gevormde examencommissie. Het reglement voor de examencommissie is in overleg met de Veiligheid adviescommissie Wadlopen opgesteld. De gezamenlijke wadlooporganisaties zal het reglement vaststellen. Aan de hand van het door de examencommissie ingevulde eindtermenformulier kan een persoon die minimaal een score van 30 punten heeft behaald voor een bepaalde route(
  15. s)met dit bewijs een erkenning tot wadgids aanvragen bij Gedeputeerde Staten van Fryslân. Indien men niet geslaagd is, kan men een begeleiderspas (voor zover nog niet in bezit) aanvragen via de organisatie waarbij hij /zij aangesloten is om tochten te begeleiden en om verder ervaring op te doen. Dit geldt ook voor gidsen in opleiding en voor personen die goed zijn in omgang met deelnemers en geen opleiding tot gids willen volgen maar wel als begeleider wil/kan fungeren. De gids die niet verbonden is aan een wadlooporganisatie (zelfstandige gids) stuurt het wadloopbewijs samen met het verzoek tot erkenning tot wadloopgids en het aanvraagformulier voor een vergunning voor het organiseren en begeleiden van wadlooptochten met maximaal 12 deelnemers, op naar de provincie Fryslân. EINDTERMEN BEOORDELINGSFORMULIER Uitrusting Voor het welslagen van een wadlooptocht is het voor de gids belangrijk om over een goede uitrusting te beschikken. Onderstaande zaken dienen tijdens een wadlooptocht meegevoerd te worden. Een wadloopgids dient zich voor een tocht voldoende te kleden. Hij dient daarbij rekening te houden met de aard van de tocht. Aan uitrusting: een goed werkend vloeistof of digitaal kompas (een GPS wordt aanbevolen). Per groep moeten minimaal 2 kompas(sen) worden meegenomen een reddingslijn (van plus minus 25m) reddingdekens het meevoeren van een draagbaar is verplicht vanaf 12 deelnemers een duidelijk hoorbare fluit een EHBO-doos* een peilstok een goed werkende horloge - de erkenning tot wadloopgids voorzien van een duidelijk herkenbare/recente foto - minimaal 2 handstakellichten en/of rooksignalen per groep een lijst met telefoonnummers van personen en instan­ties die bij ongeval­len moeten worden gewaarschuwd - een lijst van het aantal deelnemers dat aan een tocht deelneemt een door het Agentschap Telecom goedgekeurde maritieme portofoon** (niet verplicht voor een solo-loper en een gids die een verkenningstocht houdt) en een goedwer­kende telefoon met voldoende bereik voor de te lopen tocht - voldoende proviand voor de tocht - een bijgewerkte routekaart waarop de positie van de groep permanent kan worden afgelezen - een uitgewerkt tijdschema Indien bepaalde gegevens analoog/digitaal beschikbaar zijn, is dat ook voldoende. Totaal maximaal 2 punten minimaal 1 * Inhoud verbanddoos een aantal reddingsdekens voorgeknipte pleisters betadine-jodium of ander wond-ontsmettend middel snelverband 12 x 12 en 18 x 18 cm of snelverband op rol. zelfklevende zwachtels verbandschaar enkeltape paracetamol evt. duct-sporttape evt. voetbalkousen om aan te trekken over kapotte of te grote wadloopschoenen. ** Op basis van de Telecommunicatiewet bent u verplicht in het bezit te zijn van een zgn. PORTO SEC-vergunning voor “bijzonder gebruik” van maritieme frequenties (gebruik marifoonkanalen voor wadlopen). U kunt een vergunning aanvragen bij Agentschap Telecom-Klantcontactcentrum (telefoon: 050-5877444). U dient er rekening mee te houden dat deze PORTO SEC-vergunning pas aangevraagd kan worden als u in het bezit bent van een geldig bedieningscertificaat (minimaal Basiscertificaat Marifonie). Topografie De gids dient een gedegen terreinkennis te hebben van het gebied waarin gelopen gaat worden. De gids moet op de hoogte zijn van de ter plaatse te verwachten slikvelden, zandplaten en de ligging en diepte van geulen en prielen. Daarbij dient de gids gebruik te maken van een routekaart waarop de te lopen koersen op het wad staan vermeld evenals de laagste en hoogste punten in de route en de punten waar koersveranderingen (met de daarbij behorende coördinaten) moeten worden gemaakt. Daarnaast moeten ook de afgesloten gebieden (art. 20 Natuurbeschermingswet) op de kaart vermeld staan. De gids moet kunnen motiveren waarom en op welk punt op de route een koersverandering moet worden gemaakt. Op de routekaart moet de positie van de groep permanent afgelezen kunnen worden. Bij een allround vergunning dient de gids zich geheel zelfstandig terreinkennis op nieuw te lopen routes eigen te kunnen maken. Totaal maximaal 6 punten minimaal 4 De gids dient een gedegen kennis te hebben van de werking van kompas (en moet zelfstandig een positiepeiling kunnen uitvoeren) en moet goede vaardigheden hebben voor wat betreft het kaartlezen. De gids moet in staat zijn op een van de voren uitgezette route te lopen met daarin de 'knikpunten' van koersverandering. Totaal maximaal 6 punten minimaal 4 De gids moet in het bezit zijn van een uitgewerkt tijdschema voor de tocht. Duidelijk is dat in de beperkte periode waarin een wadlooptocht mogelijk is het bewaken van de tijd van levensbelang is. De route moet in redelijkheid zodanig worden gekozen dat deze kan worden gelopen binnen de beschikbare tijd. De gids dient een planning te maken van de posities waar men op een bepaald tijdstip dient te zijn (b.v. op welk tijdstip dient een geul in de route te worden genomen). Uiteraard is het in dit verband belangrijk zich aan het vertrektijden schema te houden. Bij een allround vergunning dient de gids in staat te zijn een tijdschema te maken voor een tocht op een willekeurige plaats binnen het Nederlandse Waddengebied. Totaal maximaal 5 punten minimaal 4 Meteorologie Een gids dient zich voorafgaand aan een te lopen tocht altijd op de hoogte te stellen van de actuele weersver­wachtin­gen ter plekke en moet daarbij in staat zijn om dit op een juiste wijze te interpreteren (met de daaraan gekoppelde afweging: wel of niet lopen). Er is hier sprake van een grote mate van individuele verantwoordelijkheid van de wadloop­- gids. Zo moet een gids een inschatting kunnen maken van de kans op onweer, gebaseerd op meteorologische gegevens. De gids moet in staat zijn informatie met betrekking tot de windrich­ting en -sterkte op een juiste wijze te interpreteren in verband met de daaruit voortvloeiende gevolgen voor de waterstanden. De gids moet daarnaast in staat zijn de kans op regen en daarmee samenhangende temperatuur­verschil­lente kunnen inschat­ten (in dit verband is het van belang te letten op de gevoelstemperatuur en het gevaar van onderkoeling). Voorwaarde daarvoor is dat de gids goed op de hoogte is van de bestaande weerkundige infor­matiebronnen. Totaal maximaal 5 punten minimaal 3 Hydrologie Een gids dient zich voorafgaand aan een te lopen tocht altijd op de hoogte te stellenvan de actuele hydrologische omstan­digheden ter plekke en moet daarbij in staat zijn om dit op een juiste wijze te interpreteren (met de daaraan gekoppelde afweging: wel of niet lopen). Ook hier is sprake van een grote mate van individuele verantwoordelijkheid van de wadloop­gids. Zo moet een gids op de hoogte zijn van de te verwachten verhogingen, dan wel verlagin­gen van de waterstand als gevolg van de meteorologische omstandigheden (bijvoorbeeld windrich­ting en -sterkte). Totaal maximaal 3 punten minimaal 1 Voorwaarde daarvoor is dat de gids goed op de hoogte is van de bestaande infor- ­matiebronnen voor de actuele waterstanden. Geen tocht mag worden gehouden, indien daarbij een geul zal worden overgestoken wanneer op dat moment een hogere laagwaterstand (laagwater) te Harlingen wordt verwacht van 45 cm of meer minus NAP (Normaal Amsterdams Peil). (Afgeleid van het gemiddeld tij bij laagwater te Harlingen (-95 cm NAP) vermeerderd met een verhoging van 50 cm). Totaal maximaal 1 punt minimaal 1 Een gids moet in staat zijn stroomrichting, stroomsnelheid en de waterhoogte in de geulen op de route in te schatten. Totaal maximaal 3 punten minimaal 2 Een gids moet een goede kennis hebben van de astronomische getijgegevens, zoals tijdstip van hoog en laag water, de aard van het getij, (springtij, doodtij, de dagelijkse ongelijkheid, apogeum, perigeum) en de actuele getijtabel. Een gids dient algemene kennis te hebben van de hydrologische omstandigheden binnen het gehele Nederlandse Waddengebied. NB: De in het 'vertrekti­jdenschema' vermelde tijden blijven overigens onverkort van kracht. Totaal maximaal 4 punten minimaal 3 Organisatie en omgang met deelnemers In het algemeen is tijdens wadlooptochten de 'gedragscode' t.a.v. wadlooptochten en zwerftochten' van toepassing zoals die is opgenomen in het natuurbeheerplan Waddenzee. De gids dient de deelnemers aan een tocht van tevoren te informeren over de juiste kleding, de fysieke eisen, de risico's en van het belang op tijd aanwezig te zijn op de afgesproken locatie e.d., zie voorschriften vergunningverlening. Een gids moet voorafgaand aan en tijdens een wadlooptocht een inschatting van de fysieke toestand van de deelnemers kunnen maken en moet weten hoe hiermee om te gaan. Bijvoorbeeld door te besluiten deelnemers niet mee te nemen, dan wel terug te sturen of door meer rustpunten in de route op te nemen. Totaal maximaal 1 punt minimaal 1 De gids ziet erop toe, dat de door de deelnemers aan een wadlooptocht meegebrachte kleding, gelet op de aard van de tocht, voldoende is. Van belang daarbij is te letten op voldoende warme kleding, zodat onderkoelingproblemen kunnen worden voorkomen. Totaal maximaal 1 punt minimaal 1 De gids dient een gedegen kennis te hebben van E.H.B.O. en moet in staat zijn wanneer dat nodig is zelfstandig een reanimatie uit te voeren. De gids moet in staat zijn preventieve maatregelen te nemen ter voorkoming van letsel, maar moet bij optredend letsel in staat zijn een eerste behandeling uit te voeren. Totaal maximaal 2 punten minimaal 1 De gids moet weten hoe om te gaan met onervaren deelnemers op het wad bij de passage van geulen, slikvelden en bij slecht weer en mist. Totaal maximaal 1 punt minimaal 1 De gids moet in staat zijn de meegevoerde verbindingsapparatuur te bedienen en moet in het bezit zijn van een geldig bedieningscertificaat voor maritieme zendapparatuur. Totaal maximaal 2 punten minimaal 1 De gids moet in staat zijn om, onder alle omstandigheden op adequate wijze leiding te geven aan de groep en moet, wanneer de omstandigheden dit vereisen (bijvoorbeeld bij mist of onweer), tussentijds routecorrecties kunnen uitvoeren of de route verkorten. De gids moet tijdig het besluit kunnen nemen een red­dingsactie aan te vragen en de gids dient daarvoor op de hoogte te zijn van de juiste procedures. Totaal maximaal 3 punten minimaal 2 Totale score max. 45 Minimaal 30 Opmerkingen: …………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… Geslaagd/niet geslaagd voor de route(s): ………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………… Datum……………………………………………….. Plaats………………………………………… Examencommissie, Handtekening, BijlageG: aangewezen gebieden voor het mogen houden van natuureducatieve tochten m.i.v. 2020 Mokbaai 1. Mokbaai N E 1 53 00 373 004 46 215 2 53 00 358 004 46 356 3 53 00 273 004 46 523 4 53 00 155 004 46 513 5 53 00 218 004 46 120 6 53 00 354 004 46 156 7 53 00 352 004 46 166 8 53 00 373 004 46 214 Oude schans 2. Oudeschans N E 1 53 01 769 004 49 189 2 53 01 810 004 50 121 3 53 01 646 004 50 121 4 53 01 289 004 49 361 5 53 01 366 004 48 953 6 53 01 375 004 48 657 Krassekeet 3. Krassekeet N E 1 53 06 170 004 53 906 2 53 06 160 004 54 582 3 53 05 732 004 54 567 4 53 05 745 004 53 944 5 53 05 846 004 53 981 6 53 05 886 004 53 913 Kiltje 4. Kiltje N E 1 53 09 104 004 53 586 2 53 09 304 004 53 304 3 53 09 369 004 53 167 4 53 09 290 004 52 876 5 53 09 477 004 52 632 6 53 09 711 004 53 365 7 53 09 504 004 53 912 8 53 09 402 004 54 251 Dorp Oost-Vlieland 5. Dorp Oost-Vlieland N E 1 53 17 710 005 04 244 2 53 17 636 005 03 766 3 53 17 485 005 03 614 4 53 17 385 005 03 386 5 53 17 230 005 03 230 6 53 17 507 005 03 858 7 53 17 671 005 04 273 Dellewal 6. Dellewal N E 1 53 21 794 005 14 320 2 53 21 973 005 14 998 3 53 22 094 005 14 941 4 53 21 965 005 14 603 5 53 21 939 005 14 625 Nieuwe Sluis 7. Nieuwe Sluis N E 1 53 22 320 005 16 222 2 53 22 403 005 16 494 3 53 22 406 005 16 664 4 53 22 361 005 16 817 5 53 21 918 005 16 818 6 53 21 916 005 16 223 De Keag/’t schaal 8. De Keag/'t Schaal N E 1 53 22 815 005 18 870 2 53 22 707 005 19 266 3 53 22 655 005 19 389 4 53 22 579 005 19 503 5 53 22 573 005 19 579 6 53 22 276 005 19 323 7 53 22 276 005 18 871 Feugelpole 9. Feugelpolle N E 1 53 25 526 005 39 829 2 53 25 487 005 40 701 3 53 25 679 005 41 533 4 53 24 973 005 41 533 5 53 24 973 005 39 829 Hessing N E 1 53 24 972 005 40 966 2 53 24 968 005 41 190 3 53 24 562 005 41 194 4 53 24 517 005 40 953 NB De Feugelpôle is o.g.v. art. 2.5 Wet natuurbescherming aangewezen als gesloten gebied. Het broedseizoen loopt van 15 maart-15 augustus. Voor het houden van natuureducatieve tochten zijn afspraken gemaakt ten aanzien van de oostelijke begrenzing. Staatsbosbeheer zal elk jaar in overleg met de vergunninghouders de borden in opdracht van het Ministerie van LNV plaatsen/weghalen. Reeweg 10. Reeweg N E 1 53 26 239 005 48 048 2 53 26 344 005 48 823 3 53 25 774 005 48 847 4 53 25 781 005 48 040 Veerdam Nes/Ameland Jachthaven Schiermonnikoog 12. Jachthaven Schiermonnikoog N E 1 53 28 297 006 10 057 2 53 28 348 006 10 144 3 53 28 336 006 10 945 4 53 27 867 006 10 930 5 53 27 865 006 10 272 6 53 28 077 006 10 066 Emmapolder 13. Emmapolder/Eemswad N E 1 53 28 530 006 45 900 2 53 28 400 006 45 990 3 53 27 730 006 45 250 4 53 27 790 006 45 900 Lauwerpolder 14. Lauwerpolder/Uithuizerwad N E 1 53 27 680 006 39 990 2 53 27 730 006 40 340 3 53 27 250 006 40 470 4 53 27 090 006 39 800 5 53 27 410 006 39 650 6 53 27 490 006 40 050 Noordpolderzijl 15. Noordpolderzijl coördinaten 1 53.27.1600 06.33.5100 2 53.27.3200 06.34.2600 3 53.26.2600 06.34.7900 4 53.26.1200 06.34.9600 Negenboerenpolder 16. Negenboerenpolder/Hornhuizerwad N E 1 53 26 130 006 24 450 2 53 26 320 006 25 020 3 53 25 590 006 25 260 4 53 25 440 006 24 700 Haven Lauwersoog 17. Haven Lauwersoog N E 1 53 24 555 006 12 881 2 53 25 692 006 12 801 3 53 24 608 006 13 182 Hoek van de Bant 18. Hoek van de Bant NB 53 25 084 El 06 09 580 NB 53 24 849 EL 06 08 800 NB 53 24 859 El 06 10 533 NB 53 24 472 El 06 09 175 Mokselbankwei 19. Mokselbankwei N E 1 53 24 383 006 04 897 2 53 24 610 006 05 192 3 53 24 574 006 05 526 4 53 24 262 006 05 142 Pier veerdienst 20. Pier veerdienst N E 1 53 23 704 005 52 898 2 53 23 953 005 53 292 3 53 24 166 005 55 040 4 53 23 836 005 55 232 5 53 23 591 005 53 842 6 53 23 713 005 53 771 7 53 23 526 005 53 081 Friese Wad/De Rijd 21. Friese wad/De Rijd N E 1 53 20 480 005 43 269 2 53 20 747 005 44 092 3 53 20 142 005 44 609 4 53 19 907 005 43 758 Zwarte haan 22. Zwarte Haan N E 1 53 18 827 005 36 762 2 53 19 068 005 37 762 3 53 18 671 005 37 977 4 53 18 442 005 36 959 Wierbalg 23. Wierbalg N E 1 52 56 861 005 00 070 2 52 56 842 005 00 594 3 52 56 062 005 00 588 4 52 56 138 005 00 319 5 52 56 143 005 00 219 6 52 56 115 005 00 070 Breehorn 24. Breehorn N E 1 52 56 726 004 57 143 2 52 56 770 004 57 630 3 52 56 805 004 57 808 4 52 55 868 004 58 357 5 52 55 764 004 57 979 Het Kuitje 25. Het Kuitje N E 1 52 56 146 004 47 590 2 52 55 926 004 47 729 3 52 55 790 004 47 979 4 52 55 695 004 47 729 5 52 55 751 004 47 667 6 52 55 957 004 47 656 7 52 55 979 004 47 603 Oosterend Ontheffingsroute ipv gebied. Ivm aanwezigheid van klein zeegras tussen de route en de vaste wal. 26. Oosterend N E 1 53 24 011 005 22 692 2 53 23 762 055 22 818 3 53 23 825 005 23 340 4 53 23 915 005 23 710 5 53 24 202 005 24 002 6 53 24 229 005 25 146

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.