Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Ooststellingwerf houdende regels omtrent de heffing en invordering van reclamebelasting (Verordening reclamebelasting 2020)De raad van de gemeente Ooststellingwerf; nr. gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 november 2019; gelet op artikel 227 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de VERORDENING OP DE HEFFING EN INVORDERING VAN RECLAMEBELASTING 2020 Artikel1Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vestiging: een gebouw, of deel daarvan, dat door één organisatie of bedrijf wordt gebruikt. de oppervlakte van een openbare aankondiging: de oppervlakte die wordt bepaald door de lengte c.q. de hoogte en de breedte van de denkbeeldige rechthoek die het reclameobject omsluit, dan wel het van de openbare weg zichtbaar gedeelte omsluit; Artikel2Belastbaar feit Onder de naam reclamebelasting wordt, binnen het gebied zoals nader aangewezen in de bij deze verordening behorende bijlage 1, begrenzing bestemmingsplan Oosterwolde Kom 2003, een directe belasting geheven voor een openbare aankondiging die zichtbaar is vanaf de openbare weg. Artikel3Belastingplicht De reclamebelasting wordt geheven van degene van wie, dan wel ten behoeve van wie de openbare aankondiging wordt aangetroffen. Artikel4Maatstaf van heffing De reclamebelasting wordt geheven naar een vast bedrag per vestiging. Artikel5Tarief Het tarief bedraagt per vestiging per jaar € 450,
- Artikel6Belastingtijdvak Het belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel7Vrijstellingen De reclamebelasting wordt niet geheven ter zake van openbare aankondigingen: die zijn aangebracht of geplaatst ten behoeve van een vlotte doorstroming van het verkeer; (ANWB borden enz.) die door culturele, maatschappelijke of daarmee gelijk te stellen lichamen met ideële doelstellingen zijn aangebracht en betrekking hebben op niet-commerciële doeleinden; op onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard; waarvan de totale oppervlakte van alle reclameobjecten kleiner is dan 0,09 m2; door publiekrechtelijke rechtspersonen gedaan in de uitoefening van hun publiekrechtelijke taak. die zijn aangebracht door een tussenpersoon in verband met de verkoop of verhuur van onroerende zaken, indien deze aanwezig zijn in de onmiddellijke nabijheid van de te verkopen of de te verhuren zaak. Artikel8Wijze van heffing De reclamebelasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel9Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De reclamebelasting is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak. Artikel10Termijnen van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op maand die in de dagtekening is vermeld en de tweede vier maand later. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van de reclamebelasting wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Overgangsrecht De 'Verordening reclamebelasting 2011’, laatstelijk vastgesteld bij raadsbesluit van 14 december 2010 en de ‘Wijziging van de verordening reclamebelasting 2011’, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 25 september 2012 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13 genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel13Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang 1 januari
- Artikel14Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening reclamebelasting 2020". Besloten in de openbare vergadering van 17 december
- , griffier. , voorzitter.Bijlage1:Kaart