lege van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest houdende regels omtrent handhavingsbeleid fysieke leefomgeving 2020-2023Bestuurlijke samenvatting Handhavingsbeleid fysieke leefomgeving 2020-
hst
- Handhavingsdoelstellingen). Van groot belang bij deze evenementen is integraal toezicht. Alle toezichtactiviteiten van de relevante handhavingspartners (dit zijn in elke geval de actoren die bij het vergunningstraject hebben geadviseerd) worden op elkaar afgestemd. De toezichtactiviteiten zien in elk geval op de risicovolle elementen van het evenement. Voorbeelden daarvan zijn: grote bezoekersaantallen; constructieve veiligheid van tribunes, podia, tenten en andere constructies; veiligheid van installaties, zoals gasvoorzieningen bij standplaatsen; brandveilig gebruik van bijvoorbeeld tenten; ingrijpende verkeersmaatregelen; bewegende of rijdende elementen; geluidsinstallaties; verkoop van alcoholhoudende dranken. Ketenpartners bij de uitvoering van integraal toezicht zijn in elk geval: bouwtoezicht (constructies), Vru (brandveilig gebruik, brandveiligheid installaties), politie (openbare orde) en RUD (geluid). Bij de jaarlijkse evaluatie van het onderhavige meerjarenbeleid zal worden getoetst of en hoe het nieuw op te stellen evenementenbeleid aanleiding geeft tot actualisatie / bijstelling. Verbijzondering thema ‘Drank- en horecawet’ Het toezicht op de Drank- en horecawet is inrichtingsgebonden. Het toezicht vindt dan ook ‘periodiek’ plaats. Onderscheid wordt gemaakt tussen de reguliere horeca (vergunningplichtig), de paracommerciële horeca (vergunningplichtig), de slijterijen (vergunningplichtig), de artikel 18-bedrijven zoals supermarkten (vergunningvrij), evenementenontheffingen en ontheffing van de schenktijden. In het ‘Preventie- en handhavingsplan Drank- en horecawet gemeente Soest’ is het handhavingsbeleid opgenomen ten aanzien van dit thema. Wat betreft het toezicht ligt het accent op de basiscontroles (algehele controle van al dan niet vergunningplichtige verkooppunten) en de leeftijdsgrenzencontroles (controle op de verstrekking van drank aan jongeren onder de 18 jaar). Het beleid maakt wat betreft de gewenste controlefrequentie onderscheid tussen hoge risico- en lage risicoverkooppunten. De toezichtstrategie Drank- en horecawet uit voornoemd beleidsplan is opgenomen in bijlage
- De scope van de basiscontroles is breder dan de Drank- en horecawet; de betreffende toezichthouder betrekt bij een basiscontrole alle horeca gerelateerde thema’s die op de betreffende inrichting van toepassing zijn bij de controle, zoals de exploitatievergunning (APV), de aanwezigheidsvergunning en de terrasvergunning. Zo nodig wordt de controle uitgevoerd met een ketenpartner, bijvoorbeeld met Vru (brandveilig gebruik) of een bouwtoezichthouder (in het geval een nieuwe Drank- en horecavergunning is verleend). 4.3Sanctiestrategieën De sanctiestrategie beschrijft welke vormen van sanctionering er zijn en op welke manier de gemeente Soest reageert op constateringen van overtredingen. Hierbij wordt tevens de gedoogstrategie weergegeven. 4.3.1Sanctiemiddelen De meest gebruikelijke en bekende bestuursrechtelijke sanctiemiddelen die de gemeente kan opleggen zijn de lastgeving onder dwangsom en de lastgeving onder bestuursdwang. Beide zijn zogenoemde herstelsancties. Herstelsancties hebben tot doel strijdige situaties te beëindigen. Hoewel een overtreder dit vaak anders ervaart zijn herstelsancties –in tegenstelling tot bestraffende sancties zoals een boete- niet gericht op leedtoevoeging. De lastgeving onder bestuursdwang is het meest geschikte middel bij gevaarzettende situaties of spoedgevallen. De lastgeving onder dwangsom vergt minder personele inzet en is minder ingrijpend voor de overtreder. In een gering aantal gevallen kan ook het schorsen of intrekken van een vergunning worden ingezet als herstelsanctie. In het kader van de Drank- en horecawet staat de gemeente een breed scala aan specifieke sanctioneringsmiddelen ter beschikking, waaronder de bestuurlijke boete. In bijlage 9 is de sanctiestrategie uit Preventie- en handhavingsplan Drank- en horecawet gemeente Soest periode 2014-2018 weergegeven. Daarin zijn de specifieke instrumenten nader toegelicht. Ten aanzien van tal van APV-feiten (de zogenoemde kleine ergernissen in de openbare ruimte) en verkeersovertredingen (Wet Mulder-feiten) kunnen gemeentelijke boa’s een soort boete opleggen, namelijk de bestuurlijke strafbeschikking (hierna: BSB). De BSB is voor dit soort overtredingen uitermate geschikt vanwege het lik-op-stuk-effect. Sommige overtredingen zijn weliswaar strafbaar gesteld, maar kunnen niet met een BSB worden afgedaan. In een dergelijk geval maken boa’s een proces-verbaal op. Het Openbaar Ministerie beslist vervolgens om al dan niet tot vervolging over te gaan. Dit traject speelt met name bij illegale kap. 4.3.2Sanctiestrategieën Omgevingsrecht Stappenschema’s bestuursrechtelijke handhaving Hoe de gemeente reageert op een overtreding is vastgelegd in stappenschema’s. De basislijn is neergelegd in stappenschema ‘basisstrategie bestuursrechtelijke handhaving’. Deze is opgenomen in bijlage
- Deze basislijn wordt gehanteerd tenzij sprake is van: spoed, gevaarzetting of risico op onomkeerbare gevolgen; indien een informele oplossing voor de hand ligt. Bij spoed, gevaarzetting of mogelijk onomkeerbare gevolgen wordt het verkorte stappenschema ‘Bestuursrechtelijke handhaving spoedsituaties’ gevolgd. Bijvoorbeeld bij constatering van illegale bomenkap, illegale bouw in uitvoering, of instortingsgevaar. Dit stappenschema is opgenomen in bijlage
- Daarnaast geldt dat in sommige situaties een informele oplossing voor de hand ligt. Een overtreder geeft bijvoorbeeld direct aan de strijdige situatie op eigen beweging te zullen beëindigen. De toezichthouder kan een hercontrole inplannen. Als afspraken niet worden nagekomen wordt alsnog de basislijn gehanteerd. Dit heeft altijd de voorkeur boven een formeel juridisch handhavingstraject. Informele oplossingen zijn met name aan de orde bij overtreding van technische voorschriften tijdens een bouwproces. In dat geval spreekt de toezichthouder de uitvoerder aan op de situatie. Soms kan de strijdigheid ter plekke worden hersteld. Zo nodig maakt de toezichthouder een afspraak voor een hercontrole. Als de toezichthouder op basis van zijn ervaringen weet dat de betreffende uitvoerder niet genegen is om informele afspraken na te komen, wordt direct de basisstrategie gevolgd. Twee-sporenaanpak thema ‘extra beschermde bomen’ In het geval van illegale bomenkap van extra beschermde bomen volgt een twee-sporenaanpak. Naast de bestuursrechtelijke handhaving (lastgeving onder dwangsom, inhoudende een herplantplicht, overeenkomstig de basisstrategie) wordt een strafrechtelijk traject gevolg, gericht op ‘leedtoevoeging’. Uit oogpunt van efficiëntie wordt dit traject alleen ingezet indien de bewijslast duidelijk is. Door een boa wordt alsdan proces verbaal opgemaakt. Het Openbaar Ministerie besluit vervolgens of al dan niet tot vervolging wordt overgegaan. Handhavingsverzoeken: minder flexibiliteit De beslistermijn bij handhavingsverzoeken bedraagt acht weken. Deze termijn mag eenmaal worden verdaagd. Door deze wettelijke termijn, die is gekoppeld aan de wet dwangsom bij niet tijdig beslissen, biedt een aanschrijvingstraject waar handhavingsverzoek aan ten grondslag ligt minder flexibiliteit. Hoewel ook bij handhavingsverzoeken in principe de basisstrategie wordt gevolgd, is er dus minder ruimte voor maatwerk richting de overtreder. Wettelijke waarborgen In de stappenschema’s is rekening gehouden met de wettelijke waarborgen die zijn neergelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Een voorbeeld daarvan is de plicht om overtreders de gelegenheid te bieden om zienswijzen in te dienen. Los daarvan geldt dat deze strategieën richtlijnen zijn en dat sanctionering een middel is, en geen doel op zich. Dit betekent dat binnen de juridische kaders maatwerk wordt verricht als de achterliggende belangen van de regelgeving daarmee worden gediend, of als daarmee langdurige juridische procedures worden voorkomen. Gedacht kan worden aan verruiming van termijnen in verband met legalisatietrajecten of nader onderzoek. Keuze bestuursdwang / dwangsom In beginsel wordt als herstelsanctie de lastgeving onder dwangsom opgelegd. Dit middel is het minst ingrijpend voor de overtreder en is tevens het minst belastend voor de handhavende organisatie. Een richtlijn voor de hoogte van dwangsommen is opgenomen in bijlage
- Voor de lastgeving onder bestuursdwang wordt alleen in de volgende situaties gekozen: bij gevaarzettende situaties, zoals instortingsgevaar; bij acute situaties, bijvoorbeeld bij illegale bouw, sloop of bomenkap in uitvoering; indien de overtreder onbekend is (bestuursdwang is dan juridisch de enige optie); indien een ter zake van dezelfde overtreder of dezelfde overtreding eerder opgelegde dwangsom niet tot het beoogde effect heeft geleid, of als er een andere reden is om op voorhand aan te nemen dat de dwangsom geen effectief middel is; als de aard van het specifieke geval zich om een andere reden dan voornoemd verzet tegen het opleggen van een last onder dwangsom. 4.3.3Sanctiestrategie openbare ruimte en veiligheid De handhavingsthema’s binnen dit beleidsveld zijn van uiteenlopende aard. Daarmee is ook de gewenste reactie van de gemeente op een geconstateerde overtreding niet eenduidig weer te geven. Bovendien zijn er verschillende sanctie-instrumenten en kunnen deze instrumenten niet op alle overtredingen worden ingezet. Zoals in paragraaf 4.3 is weergegeven is de BSB vanwege het lik-op-stuk-effect een geschikt middel ten aanzien van tal van APV-feiten en verkeersovertredingen. Voor andere situaties ligt toepassing van een herstelsanctie (bestuursdwang of dwangsom) meer voor de hand. Basisstrategie sanctionering De basisstrategie voor sanctionering binnen beleidsveld Openbare ruimte en veiligheid is opgenomen in bijlage
- Daarbij geldt dat niet elke overtreding wordt beboet. Er zijn ook situaties waarbij het gepast of gewenst is om een overtreder alleen aan te spreken op zijn of haar gedrag of om een waarschuwing te geven. Dit is afhankelijk van een combinatie van factoren en de specifieke omstandigheden van het geval. De basisstrategie (bijlage 13) is de richtlijn, maar uiteindelijk moet de boa gebruikmaken van de eigen beoordelingsruimte. Daarbij betrekt de boa de volgende vragen. Is er een gevaarzettende of hinderlijke situatie? Is het een veel voorkomende overtreding en een algemeen bekende regel? Is er recidive of is de betreffende persoon op een eerder moment reeds gewaarschuwd? Is de afgelopen 2 jaar al veelvuldig toezicht gehouden op het betreffende onderwerp (al dan niet in combinatie met een specifieke locatie)? Is er een preventieactie geweest, waarbij is gewaarschuwd dat toekomstige overtredingen worden beboet? Zijn er anderszins verzwarende of juist verlichtende factoren of persoonlijke omstandigheden? De gemeente Soest heeft het vertrouwen in haar boa’s dat zij een goede afweging maken. Van hen wordt verwacht dat zij situaties in de collegiaal overleg bespreken en werkafspraken daaromtrent volgen. Een uniforme werkwijze is daarmee voldoende geborgd. Zoals reeds aangestipt kan ten aanzien van een aantal onderwerpen geen BSB worden opgelegd. Indien het nodig is in plaats daarvan een herstelsanctie op te leggen, wordt gehandeld overeenkomstig de stappenschema’s bijlage 10 (regulier) of bijlage 11 (spoed/gevaarzetting). Ten aanzien van DHW-overtredingen en andere horeca gerelateerde onderwerpen is de sanctiestrategie op genomen in het DHW-beleid. Deze is weergegeven in bijlage
- Met betrekking tot gevaarlijke honden wordt een sanctioneringstraject toegepast overeenkomstig de ‘beleidsregels gevaarlijke honden’. Deze is opgenomen in bijlage
- 4.3.4Sanctionering eigen organisatie In de praktijk kunnen situaties voordoen waarbij de gemeentelijke organisatie zelf of een ketenpartner een overtreding begaat. De gemeente heeft een voorbeeldfunctie. Daarom wordt, gelijk aan overtredingen begaan door inwoners en bedrijven, vervolg gegeven aan de constatering van een overtreding begaan door de eigen organisatie of ketenpartner. Daarbij wordt in principe de basisstrategie bestuursrechtelijke handhaving gevolgd. 4.3.5Gedogen In beginsel voert de gemeente Soest geen actief gedoogbeleid. Hierop is een aantal strike uitzonderingen van toepassing. handhaving leidt tot aperte onbillijkheden, zoals in overmachtssituaties; het achterliggende belang is evident beter gediend met gedogen dan met handhaven; een zwaarder wegend belang rechtvaardigt gedogen, terwijl dit gedogen geen onevenredige gevolgen heeft voor derden; er is sprake van concreet zicht op legalisatie. Het handhavingstraject wordt dan opgeschort totdat legalisatie een feit is ofwel het concreet zich op legalisatie is vervallen; ten aanzien van geconstateerde overtredingen die als laag zijn geprioriteerd en waarover geen handhavingsverzoek is ingediend, wordt een zogenoemde ‘wrakingsbrief’ uitgedaan. Dit is een vorm van uitgestelde handhaving. Een wrakingsbrief is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Door middel van de wrakingsbrief wordt de overtreder kenbaar gemaakt dat de gemeente op de hoogte is van de overtreding en dat de gemeente zich het recht voorbehoud om op een later tijdstip alsnog handhavend op te treden. Bijvoorbeeld in het geval de prioriteiten van het onderhavig beleid wijzigen of als een handhavingsverzoek wordt ingediend. Daarnaast zijn hiervan uitgezonderd de persoonsgebonden gedoogbeschikkingen die in het verleden zijn verleend aan een beperkte groep permanente bewoners van recreatiewoningen 4.4Preventiestrategie Het gemeentebestuur wil nadruk leggen op preventie (zie algemene beleidsuitgangspunten (§ 2.6). Daarom is het extra van belang dat burgers, bedrijven en instellingen kennis hebben van de regelgeving en het belang daarvan inzien. Dit bevordert immers de spontane naleving. Hiertoe kunnen verschillende ‘preventie-instrumenten’ worden ingezet. Van belang daarbij is dat de middelen op de juiste momenten worden aangewend en aansluiten bij de doelgroep. In de onderstaande tabel worden de preventie-instrumenten weergegeven die de gemeente Soest hanteert. Daarbij wordt beschreven in welke situaties deze (kunnen) worden aangewend. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en evaluaties wordt aangegeven welke preventie-activiteiten dat jaar worden of zijn ingezet. Algemene preventie-instrumenten Toepassing in de praktijk Algemene voorlichting Gemeente Soest geeft op de eigen website www.soest.nl voorlichting over vergunningen, ontheffingen en algemene regels. Inwoners en bedrijven kunnen voor specifieke vragen of nadere uitleg een afspraak maken bij het Omgevingsloket. Aldaar is tevens foldermateriaal beschikbaar Bekendmaking van nieuwe regelgeving Nieuwe (gemeentelijke) regelgeving, zoals bestemmingsplannen, verordeningen of aanwijzingsbesluiten, wordt bekendgemaakt door publicatie op de eigen website www.soest.nl en in het Soester Courant. De nieuwe regelgeving is digitaal raadpleegbaar maar kan ook worden ingezien bij het Omgevingsloket. Duidelijke bebording bij aangewezen gebieden, plaatsen of zones Aangewezen gebieden, plaatsen of zones, zoals de hondenlosloopgebieden en de blauwe zones bij winkelcentra, zijn voorzien van duidelijke bebording, zowel qua aantal als qua leesbaarheid. Specifieke preventie-instrumenten Toepassing in de praktijk Gerichte voorlichting aan doelgroepen over nieuwe regelgeving Reeds voor de inwerkingtreding van nieuwe regelgeving kan de doelgroep daar bekend mee worden gemaakt door gerichte voorlichting. Bijvoorbeeld door middel van mailings of informatieavonden. Gerichte voorlichting aan doelgroepen over bestaande regelgeving Bepaalde doelgroepen kunnen op persoonsniveau worden benaderd voor voorlichting. Bijvoorbeeld hondenbezitters bij een aangifte voor hondenbelasting, of inwoners bij de inschrijving in de basisadministratie. Vooroverleg bij vergunningen Door de klant met een initiatief de gelegenheid te bieden tot vooroverleg, wordt de klant bekend gemaakt met de mogelijkheden, maar ook met de beperkingen en risico’s van het initiatief. Van het bieden van vooroverleg gaat daarmee een belangrijke preventieve werking uit. De mogelijkheid tot vooroverleg wordt op structurele basis geboden ten aanzien van omgevingsvergunningen en Drank- en horecavergunningen. Verbinden voorwaarden aan vergunningen Aan verschillende vergunningen worden voorwaarden verbonden die mede tot doel hebben om overtredingen te voorkomen. Bijvoorbeeld de plicht om ‘start bouw’ en ‘storten beton’ te melden aan de bouwtoezichthouder, zodat deze tijdig een preventieve controle kan inplannen. Uitdoen persbericht over gemeentelijke handhavingsactiviteiten Een instrument dat de gemeente Soest tot op heden niet heeft aangewend is de mogelijkheid om inwoners van Soest via een persbericht kennis te laten nemen van diverse handhavingsactiviteiten, zoals een handhavingsproject, een concreet handhavingsbesluit dan wel een rechtelijke uitspraak. 4.5Integrale handhaving en samenwerking Voor een efficiënte, effectieve en klantvriendelijke handhaving worden de handhavingsactiviteiten zoveel mogelijk afgestemd met zowel interne als externe handhavingspartners. Deze afstemming kan uiteenlopende vormen aannemen, bijvoorbeeld door structureel overleg, signaaltoezicht, integraal toezicht en door het gezamenlijk uitvoeren van toezicht- of preventieacties. In het onderstaande schema zijn de belangrijkste samenwerkingsrelaties weergegeven. 4.5.1Overlegstructuren > Politie: Structureel overleg tussen burgemeester en politie (portefeuillehoudersoverleg); Wekelijks ambtelijk overleg met politie Dagelijkse afstemming tussen boa’s en politie bij opstart en sluiting van de dag. > Evenementenoverleg Structureel overleg (ca. 4 keer per jaar) met de diverse ketenpartners, waaronder vergunningverlening, boa’s, politie, Vru, beleidsambtenaar OOV, verkeer,. Overlastoverleg jongeren Structureel overleg met de diverse ketenpartners in de aanpak van jeugdoverlast, waaronder beleidsambtenaar OOV, politie, boa’s, jeugdwerk en Stichting Balans. > RUD Kwartaaloverleg teamleider V&H / Regievoerder V&H – RUD > Groene Platform Het Groene Platform is een netwerkstructuur, geregisseerd vanuit provincie Utrecht. In dit platform zijn ketenpartners verenigd die domein II-boa’s in dienst hebben (gericht op toezicht in bossen en natuurgebieden), zoals provincie, RUD, gemeenten, Recreatie Midden Nederland en natuurorganisaties. Een convenant voorziet in de mogelijkheid tot uitwisseling van boa’s, bijvoorbeeld ten behoeve van toezichtacties. Gelet op het thema ‘Bostoezicht’ is de gemeente Soest aangesloten bij dit platform. > Ruitenbergoverleg Maandelijks overleg met alle groene boa’s (domein II)werkzaam in de provincie Utrecht. In dit overleg worden maandelijkse handhaaf acties gezamenlijk gepland en nieuws / ontwikkelingen vanuit het toezicht gedeeld. 4.5.2Integraal toezicht en signaaltoezicht Bij integraal toezicht treden toezichthouders van verschillende taakvelden, vakgebieden of organisaties gezamenlijk op om een vergunning, tijdelijke activiteit of inrichting te controleren. Integraal toezicht is geen zelfstandige toezichtvorm, maar wordt uitgevoerd naast de toezichtvormen zoals omschreven in paragraaf 4.
- Integraal toezicht vindt met name plaats ten aanzien van de volgende activiteiten: > Bouwactiviteiten: bouwtoezicht / Vru Integrale controles brandveiligheid tijdens de laatste fase van de uitvoering van bouwactiviteiten, met name bij publiek toegankelijke gebouwen en zwaardere industriefuncties. >Nieuwe of gewijzigde horeca-inrichtingen: bouwtoezicht / DHW-toezicht / evt. Vru Integrale controle n.a.v. nieuwe of gewijzigde vergunningplichtige horeca-inrichtingen. Controle gericht op inrichtingsvereisten voor horecagelegenheden (bouwtoezicht), brandveilig gebruik (Vru) en algemene DHW-regels (DHW-toezichthouders). > Evenementen: boa’s, politie, Vru, RUD (ketenpartners afhankelijk van evenement) Integrale controle tijdens diverse fases van het evenement. Controleaspecten afhankelijk van het type evenement en de risicovolle elementen (zie toezichtstrategie). > Integraal toezicht op incidentele basis (m.n. RUD) Naar aanleiding van (overlast)klachten, meldingen of handhavingsverzoeken die meerdere taakvelden betreffen of waarbij de aard van de klacht onzeker is, worden geregeld integrale controles uitgevoerd. Dit speelt met name op het terrein van bedrijfsactiviteiten, waarbij milieuregelgeving relevant is. Een ander voorbeeld is een situatie van vervuiling in de thuissituatie, waarbij de GGD in het toezichttraject aanhaakt. Naast integraal toezicht staan de gemeentelijke toezichthouders veelvuldig met handhavingspartners in contact in het kader van signaaltoezicht. Indien een toezichthouder een (mogelijke) overtreding tegenkomt die buiten zijn of haar taakveld of bevoegdheden valt, wordt hiervan een signaal doorgegeven aan de toezichthouder of instantie die het onderwerp wel behandelt. De belangrijkste handhavingspartners (-en onderwerpen) in dit verband zijn: Politie / Milieupolitie (openbare orde, drugsafval, asbest); Inspectie SZW (Arbo-wetgeving, met name op gebied van asbest, slopen en bouwveiligheid); Vru (brandveiligheid); Provincie Utrecht (Boswet, Landschapsverordening, Flora- en faunawet); RUD (milieu, bodem); Waterschappen (lozingen); GGD (vervuiling thuissituatie, Wet kinderopvang); RMN (afvaldump, afval ondergrondse containers, asbest); Afd. Realisatie (wegbeheer, riolering etc); Stedin en andere netbeheerders (kabels en leidingen); 5.Handhavingsdoelstellingen In dit hoofdstuk zijn allereerst de handhavingsdoelstellingen bepaald ten aanzien van beleidsveld Omgevingsrecht. Gelet op de bepalingen van het Bor zijn meetbare doelstellingen geformuleerd, die zoveel als mogelijk zijn uitgedrukt in percentages, frequenties of aantallen. Daarbij is weergegeven welke indicatoren worden aangewend om te monitoren of de doelstellingen zijn behaald of wat de tussenstand is. Ten aanzien van beleidsveld Openbare ruimte en veiligheid is een andere opzet gekozen,
§ 5.3.
5.1Doelstellingen Omgevingsrecht: taakveld Bouwen 5.2Doelstellingen Omgevingsrecht: taakvelden Ruimtelijke Ordening + Overig Toelichting handhavingsdoelstellingen projectmatige / planmatige aanpak RO-thema’s: > Geen nieuwe zaken: Uitgegaan is van het aantal zaken dat ten tijde van de vaststelling van het onderhavige beleid, bij benadering, in beeld is. Niet inbegrepen in deze doelstellingen zijn derhalve nieuwe zaken die in beeld komen binnen deze geprioriteerde thema’s. > Passieve handhaving op laag geprioriteerde thema’s: Ten aanzien van laag geprioriteerde RO-thema’s vindt alleen passieve handhaving plaats. Deze thema’s betreffen strijdige bedrijfsactiviteiten in de kom, waaronder detailhandel, de teelt van ruwvoedergewassen in het buitengebied en het overig strijdig bouwen en gebruik, waaronder overtreding van de regels voor vergunningsvrij bouwen (bijgebouwen, carports, dakkapellen etc.). 5.3Monitoring beleidsveld Openbare ruimte en veiligheid In deze paragraaf zijn ten aanzien van beleidsveld openbare ruimte en veiligheid concrete monitoringsindicatoren weergegeven die gebruikt worden om te evalueren of de handhavingsactiviteiten en –inspanningen overeenkomen met de prioriteitstelling en nalevingsstrategieën zoals weergegeven in de hoofdstukken 3 en 4. Wat betreft het tijdsvlak worden zoveel als mogelijk cijfers per week of kwartaal gehanteerd. Op deze wijze wordt niet alleen inzicht verkregen in de handhavingsactiviteiten over een jaar, maar ook in de actualiteiten en accenten binnen de korter tijdsbestek. Allereerst worden taakveld- en themagerichte indicatoren weergegeven (met name ten aanzien van de hoog geprioriteerde thema’s). Vervolgens worden de wijkgerichte indicatoren weergegeven. Dit laatst deel geeft inzicht in welke problemen zich per wijk voordoen. Monitoring hoog geprioriteerde thema’s Monitoring overige taakvelden / thema’s > Monitoring meldpunt woonomgeving aantal meldingen totaal per tijdseenheid; gemiddelde behandeltijd per melding; aantal meldingen per categorie. > Monitoring sanctionering Aantal waarschuwingen totaal per tijdseenheid; Aantal boetes totaal per tijdseenheid; Aantal boeten per categorie per tijdseenheid. > Wijkgerichte monitoring Per wijk omschrijving van de veelvoorkomende knelpunten op basis van meldingen, waarschuwingen, boetes en ervaringen boa’s, waar mogelijk voorzien van concrete cijfers per wijk (waarschuwingen, sancties en meldingen ten aanzien van diverse taakvelden). 6.Organisatie 6.1Plaats in de organisatie & formatie De handhavingsactiviteiten waar het onderhavige beleidsplan betrekking op heeft zijn (overwegend) belegd bij team Vergunning & Handhaving van afdeling Dienstverlening. De basistaken (milieu) worden uitgevoerd door RUD Utrecht. Het toezicht ten aanzien van brandveiligheid wordt uitgevoerd door Vru. Binnen team Vergunning & Handhaving is 9,69 fte beschikbaar voor de uitvoering van handhavingstaken. Hierbij inbegrepen zijn uren voor coördinatie, kwaliteitsbeheer, werkverdeling boa’s en regievoering RUD. Binnen deze formatie wordt ruim 6 fte ingevuld voor het toezicht in de openbare ruimte (door boa’
- s)en 1,5 fte voor bouwtoezicht (Wabo-toezicht). Ongeveer 3,3 fte is beschikbaar voor de juridische handhavingstrajecten (omgevingsrecht en regelgeving openbare ruimte en veiligheid tezamen). De formatie is geborgd door vastlegging in de jaarlijkse gemeentebegroting. Deze is gekoppeld aan de meerjarenbegroting. Deze formatie wordt nader gespecificeerd in het Afdelingsplan, dat door de directie wordt vastgesteld. 6.2Organisatie-eisen Bor In het Bor is ten aanzien van de Wabo-handhaving een aantal kwaliteitseisen op het organisatorische vlak neergelegd. Deze betreffen: scheiding tussen vergunningverlening en handhaving op personeelsniveau; roulatiesysteem voor handhavers ter voorkoming van het ontstaan van vaste handhavingsrelaties; het vastleggen van bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden; bereikbaarheidsregeling voor buiten kantoortijden. Scheiding vergunningverlening en handhaving In 2015 en 2016 is binnen team Vergunning & Handhaving een traject Organisatieontwikkeling uitgevoerd. In dit proces is een duidelijke scheiding aangebracht tussen de vergunningverlenende taken en –medewerkers enerzijds en de handhavingstaken en –medewerkers anderzijds. Roulatiesysteem Om te voorkomen dat er een te nauwe band ontstaat tussen toezichthouder en personen werkzaam bij de te controleren inrichtingen / objecten, moet een handhavingsorganisatie bij grotere en omvangrijkere controles een roulatiesysteem hebben. Dit onderwerp is met name aan de orde bij periodiek toezicht op milieu-inrichtingen en brandveilig gebruik. Beide taakvelden zijn buiten de eigen organisatie belegd, zodat dit voor de gemeentelijke organisatie niet aan de orde is. Bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden In het kader van het traject Organisatieontwikkeling zijn, naast het aanbrengen van een functiescheiding tussen vergunningverlening en handhaving, specifieke rollen en taakaccenten bij de verschillende medewerkers neergelegd. Deze zijn beschreven in het rapport ‘Rollen, taken en verantwoordelijkheden’ van december 2015. De rollen betreffen: coördinatie vergunningen, coördinatie toezicht en handhaving, kwaliteitsbeheer vergunningen, kwaliteitsbeheer handhaving en werkverdeling boa’s. De medewerkers van team Vergunning & Handhaving werken aan de hand van werkprocessen, checklists en standaardbrieven. Op het moment van het vaststellen van onderhavig beleid is aanvang gemaakt met het actualiseren van deze stukken. De werkprocessen worden daarbij vastgelegd in het organisatiebrede systeem Protos. De standaardbrieven en checklists zijn opgenomen in de workflowapplicatie Squit. Alle toezichthouders binnen team Vergunning & Handhaving zijn als zodanig aanwezig door het bevoegde bestuursorgaan (college van burgemeester en wethouders dan wel burgemeester). Bij de aanwijzingsbesluiten is vastgelegd ten aanzien van welke regelgeving zij de toezichthoudende bevoegdheden hebben. De toezichthouders openbare ruimte / Drank- en horecawet zijn tevens boa. Het direct toezicht op het gebruik van opsporingsbevoegdheden is belegd bij de korpschef van regionale eenheid Midden Nederland. Beëdiging en indirect toezicht op het gebruik van opsporingsbevoegdheden vallen onder de verantwoordelijkheid van de Officier van Justitie. Bereikbaarheid buiten kantooruren De gemeente Soest is wat betreft bouw- en RO-zaken indirect bereikbaar via het gemeentelijke calamiteitennummer inzake openbare ruimte (riolering, wegen e.d.) alsmede via de Vru en de Meldkamer politie Utrecht. Bijlagen Probleem- en risicoanalyses beleidsveld Omgevingsrecht Risicomatrix taakveld bouwen Risicomatrix taakvelden ruimtelijke ordening en overig Probleem- en risicoanalyses Openbare ruimte en veiligheid Risicomatrix beleidsveld Openbare ruimte en veiligheid Toets- en toezichtmatrix bouwen gemeente Soest Reservering: Toezichtprotocol slopen gemeente Soest Toezichtstrategie Drank- en horecawet Sanctiestrategie Drank- en horecawet Stappenschema ‘Basisstrategie bestuursrechtelijke handhaving’ Stappenschema ‘Bestuursrechtelijke handhaving spoedsituaties’ Richtlijn hoogte dwangsommen Basisstrategie sanctionering regelgeving openbare ruimte en veiligheid Beleidsregels gevaarlijke honden Functiecategorieën brandveilig gebruik: overzicht 1), overzicht 2) en overzicht 3) Bijlage1 Probleem- en risicoanalyse beleidsveld Omgevingsrecht 1)Algemene taakomschrijving De omvang van de gemeentelijke toezicht- en handhandhavingsactiviteiten wordt voor groot deel bepaald door het aantal verleende vergunningen. In dat kader is relevant te noemen dat jaarlijks ongeveer 700 omgevingsvergunningen worden afgehandeld. Een omgevingsvergunning ziet op één of meerdere activiteiten die de fysieke leefomgeving beïnvloeden. Deze activiteiten betreffen onder andere bouwen, afwijken bestemmingsplan, brandveilig gebruik, wijzigen monument, milieu, bomenkap en inritten. In bepaalde gevallen kunnen deze activiteiten vergunningvrij worden uitgevoerd. De regels hieromtrent zijn uitgewerkt in Bijlage II van het Bor. Voor slopen als bedoeld in de Woningwet geldt een meldingsplicht in plaats van een vergunningplicht. Daarnaast worden de gemeentelijke toezicht- en handhavingsactiviteiten voor een groot deel bepaald door het aantal ingediende handhavingsverzoeken. Op een handhavingsverzoek moet een besluit volgen. Bovendien volgt uit vaste jurisprudentie dat een handhavingsverzoek niet kan worden afgewezen omdat de overtreding op grond van het beleid geen prioriteit heeft. Wel mogelijk is om niet direct een handhavingsbesluit te nemen, maar om eerst een waarschuwing te geven, mocht dat de strategie zijn die is vastgelegd in het handhavingsbeleid. Het aantal handhavingsverzoeken schommelt jaarlijks rond de 30. De afgelopen beleidsperiodes laten zien dat handhavingsverzoeken met name gaan over vermeend strijdig gebruik -vooral bedrijvigheid aan huis of nabij woningen- of over vergunningvrij bouwen; schuurtjes en uitbouwen en dergelijke. In de gevallen dat er daadwerkelijk een overtreding is begaan kan de situatie worden gelegaliseerd. In die gevallen leidt een handhavingsverzoek dus tot daadwerkelijk sanctioneren. Deze trajecten vergen veel capaciteit van de organisatie. Immers, de situatie moet ter plaatse worden gecontroleerd, deze moet worden getoetst aan de relevante regelgeving en bij strijd moeten de legalisatiemogelijkheden worden onderzocht. Tot slot volgt besluitvorming en mogelijk een bezwaar-, beroep- en hoger beroepsprocedure. 2)Taakveld Bouwen Het taakveld 'Bouwen' moet ruim worden opgevat. Het betreft de technische voorschriften op het gebied van bouwen, slopen en brandveilig gebruik kennen hun grondslag in met name de Woningwet en het Besluit omgevingsrecht. De concrete voorschriften zijn grotendeels uitgewerkt in het landelijk geldende Bouwbesluit 2012. Dit taakveld betreft het traditionele bouw- en woningtoezicht. Activiteit bouwen Het bouwbesluit bevat onder meer voorschriften op gebied van constructieve- en brandveiligheid, gezondheid, bruikbaarheid en energiezuinigheid. Daarbij gelden voor nieuwbouw vaak strengere eisen dan voor bestaande bouw. Toezicht op de naleving van voorschriften voor nieuwbouw vindt met name plaats naar aanleiding van verleende omgevingsvergunningen voor de activiteit bouwen. Jaarlijks worden ongeveer 230 omgevingsvergunningen met 'activiteit bouwen' aangevraagd. Dit bepaald dus in grote mate de werkvoorraad van het gemeentelijk toezicht. Specifieke problemen die zich ten aanzien van bestaande bouw voordoen worden vaak door de rijksoverheid gesignaleerd. Het onderwerp dat nadere aandacht vraagt zijn de brandveiligheidseisen die gelden ten aanzien van de wat oudere portiekflats met meer dan 1500m2 gebruiksoppervlak per trappenhuis. De risico's van het niet naleven van de regels van het bouwbesluit betreffen met name de fysieke veiligheid (constructieve veiligheid, brandveiligheid) en, op langere termijn, de gezondheid (zoals voorschriften over ventilatie en daglicht). Afhankelijk van het bouwwerktype (zoals ziekenhuis of tuinhuisje) zijn de risico's groter of juist geringer. In de risicomatrix wordt daarom onderscheid gemaakt tussen deze bouwwerktypes. Activiteit brandveilig gebruik Voor sommige gebouwen is voor brandveilig gebruik een omgevingsvergunning nodig, bijvoorbeeld voor een kinderdagverblijf, verpleeghuis of hotel. Voor sommige andere gebouwen is alleen een melding nodig, bijvoorbeeld voor gebouwen waar meer dan 50 personen tegelijk aanwezig kunnen zijn, zoals een bibliotheek. Op sommige andere gebouwen gelden alleen algemene regels voor brandveilig gebruik, zoals een kleine winkel. De risico's van het niet naleven van de regels omtrent brandveilig gebruik betreffen de fysieke veiligheid van personen (korte termijn). De grootste risico's liggen bij gebouwen met logiesfuncties of gebouwen waar niet of minder zelfredzame personen verblijven, zoals kinderen of gehandicapten. Het toezicht op de naleving van vergunningen, meldingen en algemene regels omtrent brandveilig gebruik van gebouwen in de gemeente Soest is belegd met Vru. In de risicoanalyse wordt verwezen naar bijlage 15. In bijlage 15 zijn drie overzichten opgenomen. De grootste risico's liggen bij de functiecategorieën genoemd in overzicht 1, daarna volgen de functiecategorieën genoemd in overzicht 2 en de minste risico's liggen bij de functiecategorieën genoemd in overzicht 3. Deze indeling is ook gehanteerd in de risicomatrix taakveld bouwen (bijlage 2). 3) Taakveld Ruimtelijke Ordening (RO) Een belangrijk instrument van de gemeente om het ruimtelijk beleid vorm te geven is het vaststellen van een bestemmingsplan. In een bestemmingsplan zijn bouw- en gebruiksregels opgenomen voor een bepaald gebied, zodat gewenste ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt en ongewenste ontwikkelingen tegengehouden worden. Daarnaast kan in een bestemmingplan een omgevingsvergunningplicht zijn opgenomen om extra bescherming te bieden aan specifieke waarden (zoals op gebied van ecologie, archeologie, landschap). Bijvoorbeeld voor het aanleggen van verhardingen, voor het uitvoeren van grondbewerkingen of voor bepaalde sloopwerkzaamheden. Uit de Wabo volgt dat het verboden is om zonder een omgevingsvergunning in strijd te handelen met de regels van een bestemmingsplan. Uitgezonderd hiervan zijn vergunningsvrije situaties. De vergunningsvrije regeling volgt uit Bijlage II Bor. Bepaald is in welke gevallen er geen omgevingsvergunning is vereist voor de activiteiten 'bouwen' en 'handelen in strijd met het bestemmingsplan'. Dit laatste betekent dus dat een activiteit in sommige gevallen vergunningvrij is, ondanks strijdigheid met het bestemmingsplan. Door het ontbreken van een vergunningplicht voor veel bouw- en gebruiksactiviteiten heeft de gemeente maar beperkt inzicht in (het aantal en de types) overtredingen op het gebied van ruimtelijke ordening. Enig inzicht wordt wel verkregen naar aanleiding van Bag-controles, de voorbereiding van nieuwe bestemmingsplannen, ingediende klachten, handhavingsverzoeken en meldingen van eigen toezichthouders en keten partners. Hieronder worden de opvallende of veelvoorkomende knelpunten uiteengezet. Zo concreet mogelijk wordt inzicht gegeven in de omvang en de negatieve effecten, zodat de risicomatrix zo nauwkeurig mogelijk kan worden ingevuld. Onderscheid wordt gemaakt tussen de bebouwde kom en het buitengebied. Kom: illegale bedrijfsactiviteiten Overtredingen met dit thema komen geregeld aan het licht door handhavingsverzoeken van omwonenden. Het betreffen situaties waarin de grenzen van beroep of bedrijf aan huis worden overschreden of waarbij een bedrijf activiteiten verricht die qua milieucategorie zwaarder zijn dan de bestemming toelaat. Kom: detailhandel in strijd met (bedrijfs)bestemming Vestiging van winkels buiten de daarvoor aangewezen gebieden, zoals op een bedrijventerrein, kan leiden tot oneerlijke concurrentie en leegstand in de winkelcentra. Dit kan de stedenbouwkundige kwaliteit en economische structuur negatief beïnvloeden. De afgelopen beleidsperiode is alleen op verzoek opgetreden tegen illegale detailhandel. Het is duidelijk geworden dat er met name veel autohandel plaatsvindt op bedrijventerreinen. Deze vorm van detailhandel is in het bestemmingsplan niet toegestaan. Gezien het grote aantal autohandelbedrijven dat op de bedrijventerreinen (met name op de Soestdijkse Grachten), wordt de handhaving projectmatig aangepakt. Buitengebied: illegale bedrijfsactiviteiten Het nieuwe bestemmingsplan geeft rechtstreeks dan wel via een afwijkingsbevoegdheid ruime mogelijkheden voor agrarische en niet-agrarische nevenfuncties en voor niet-agrarische vervolgfuncties bij voormalige agrarische bedrijven. De toelaatbaarheid daarvan wordt bepaald door de effecten die deze functies kunnen hebben op hun omgeving. Er zijn evenwel ook functies die niet thuishoren in het landelijk gebied, maar die toch worden ontplooid. Het risico van het uitblijven van handhaving is dat een activiteit in aanvang kleinschalig en onopvallend is, maar langzaamaan groeit. De afgelopen beleidsperode is duidelijk geworden dat er met name veel horeca-activiteiten in het buitengebied plaatsvinden. Deze zijn (op een enkele uitzondering
- na)niet toegestaan volgens het geldende bestemmingsplan. Ten tijde van het schrijven van het onderhavige handhavingsbeleid is het beleidsproject ‘Horeca in het buitengebied’ op gestart. In dit beleid wordt onderzocht of onder bepaalde voorwaarden horeca in het buitengebied mogelijk is. Aan de hand van de uitkomsten van dat beleidstraject wordt beoordeeld of er handhavingsprocedures moeten worden opgestart. Buitengebied: illegale woonsituaties Het beleid ten aanzien van nieuwe woningen in het buitengebied (buiten de rode contour) is helder; geen nieuwe woningen toegestaan tenzij er sprake is van een tegenprestatie in de vorm van ontstening dan wel ruimtelijke, cultuurhistorische en/of landschappelijke kwaliteitsverbetering in de groene contour. Een negatief effect van illegale woonsituaties in het buitengebied is dat het vaak leidt tot een toename van bijgebouwen; extra verstening dus. Visueel-ruimtelijk is dit ongewenst gezien het uitgangspunt (in de meeste deelgebieden van het buitengebied) van openheid met agrarisch karakter. Ongeveer 5 mogelijk illegale woonsituaties in het buitengebied zijn in beeld. Van belang te noemen in dit kader zijn de verruimde regels voor mantelzorgwoningen. In veel gevallen is de realisatie daarvan vergunningvrij. Deze vergunningsvrije regeling voorziet in een belangrijke maatschappelijke behoefte en bespaart de betrokkenen veel tijd en administratieve rompslomp. De eventuele negatieve impact op de visueel-ruimtelijke kwaliteit is beperkt, omdat het in principe om tijdelijke situaties gaat. De keerzijde is dat vanwege het ontbreken van een vergunning- of meldingstelsel er geen zicht is op het aantal en de locaties en evenmin op wanneer de mantelzorgfunctie van zo'n tijdelijke woning is komen te vervallen. Een mogelijk risico is dat wanneer de mantelzorgfunctie is vervallen, de woning door andere in gebruik wordt gegeven/genomen en hiermee illegale woonsituaties ontstaan. Buitengebied: permanente bewoning recreatiewoningen Een apart thema betreft het fenomeen permanente bewoning van recreatiewoningen. De gemeente Soest kent 8 recreatieparken. Het karakter van deze parken is zeer uiteenlopend, maar voor zover bekend vindt op alle parken in meer of in mindere mate permanente bewoning plaats. Het college heeft op 28 april 2009 de nota 'onrechtmatig wonen op recreatiecentra' vastgesteld
(630446). In deze beleidsnota is het uitgangspunt geformuleerd dat permanente bewoning van recreatiewoningen een uit ruimtelijk oogpunt ongewenste ontwikkeling is. Daarbij is bepaald in welke gevallen permanente bewoners in aanmerking kwamen voor een ontheffing of gedoogbeschikking. Dit deel is afgerond; er zijn 60 gedoogbeschikkingen/ ontheffingen verleend en de betrokken recreatiewoningen zijn gecontroleerd op brandveiligheid. Verder is in de beleidsnota opgenomen dat nieuwe gevallen van bewoning worden aangepakt en dat daartoe zo mogelijk een convenant wordt gesloten met de recreatieondernemers. In de vorige beleidsperiode is een aanvang gemaakt met het handhaven van de onrechtmatige bewoning van vakantieparken. Gebleken is dat dit zeer weerbarstige procedures zijn, die veel tijd en capaciteit vergen. Bovendien blijkt dat op vrijwel alle parken deze vorm van bewoning plaatsvindt. Hierdoor is het handhavingstraject verlengd en wordt ermee doorgegaan in de onderhavige beleidsperiode. 4) Taakveld Overig: erfgoed, bomen, inritten en flora & fauna Erfgoed De gemeente Soest kent ongeveer 150 panden die zijn aangewezen als (gemeentelijke dan wel rijks-) monument. Daarnaast zijn acht gebieden aangewezen als beschermde dorpsgezicht, waarvan één het rijksbeschermde dorpsgezicht Kerkebuurt. De status van monument of beschermd gezicht betekent dat bij veranderingen, verbouwingen of sloopwerkzaamheden naast een eventuele omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen, ook een vergunningplicht geldt voor de activiteit 'wijzigen monument' of 'slopen van/bij beschermd dorpsgezicht'. Jaarlijks worden ongeveer vijf van dergelijke vergunningen aangevraagd. Bijzondere of veel voorkomende knelpunten op het gebied van toezicht en handhaving doen zich niet voor. Een relevante ontwikkeling is de inwerkingtreding -naar verwachting per 1 juli 2016- van de erfgoedwet. Deze wet vervangt de Monumentenwet 1988. In de nieuwe wet is een onderhoudsplicht voor rijksmonumenten verankerd. Deze plicht beoogt de gemeente een betere juridische basis te geven voor handhaving in geval van ernstige verwaarlozing van een monument. Bomenkap De omgevingsvergunningplicht voor bomenkap is geregeld in de APV, in samenhang met de nota 'Bescherming en kap van bomen'
(2012). Er zijn vijf boomcategorieën die voor de activiteit kappen of vellen onder de omgevingsvergunningplicht vallen, grofweg te verdelen in extra beschermde bomen (bomenstructuren, monumentale bomen en waardevolle bomen) en overige bomen. Uitgangspunt is dat hoe waardevoller deboom is, hoe strenger het toetsingskader is. Jaarlijks worden ongeveer tussen de 250 en 300 omgevingsvergunningen activiteit bomenkap verleend. Ongeveer 10 maal per jaar komen er meldingen of klachten binnen van illegale kap in uitvoering. Bij particulieren is de situatie vaak legaliseerbaar, omdat het meestal geen waardevolle bomen betreffen. Bij projectontwikkelaars daarentegen komt het relatief vaak voor dat meer bomen worden gekapt dan zijn vergund, waarbij het dikwijls waardevolle bomen betreffen. Probleem van handhaving van met name monumentale bomen is het onomkeerbare effect; na kap komt een boom niet terug, niet met een herstelsanctie in de vorm van een herplantplicht noch met een bestraffende sanctie in de vorm van een boete. Dit kan een grote impact hebben op de stedenbouwkundige kwaliteit van een omgeving. Inritten Ook de omgevingsvergunningplicht voor het realiseren van een inrit/uitweg is geregeld in de APV. Jaarlijks worden rond de 20 vergunningen verleend. In verband met de rol van de gemeente als eigenaar en beheerder van de openbare weg wordt de uitvoering van de vergunning vrijwel altijd gerealiseerd in nauw overleg met de gemeentelijke opzichter. Structurele of opvallende knelpunten zijn er dan ook niet. Flora & fauna Door de Wet natuurbescherming dient een ontheffing Flora & fauna gelijk bij een aanvraag omgevingsvergunning bij de gemeente te worden aangevraagd. Risico's rond beschermde planten- en diersoorten spelen met name bij grotere ruimtelijke projecten. Bijlage2 Risicomatrix Omgevingsrecht, taakveld Bouwen Bijlage3 Risicomatrix taakvelden Ruimtelijke Ordening en Overig (erfgoed, bomen, inritten, flora & fauna) Bijlage4 Probleem- en risicoanalyse beleidsveld Openbare ruimte en veiligheid 1) Algemeen De handhavingsactiviteiten op gebied van de openbare ruimte en veiligheid zijn in de eerste plaats ingegeven door de wet- en regelgeving waarvan het toezicht is belegd bij de gemeente. Deze wet- en regelgeving betreffen onder andere de APV, de Afvalstoffenverordening, de Wegenverkeerswet 1994, de Drank- en horecawet en verschillende bijzondere wetten (
§1.2 'reikwijdte').
Daarnaast zijn er diverse beleidsnota's richtinggevend voor de handhavingsactiviteiten, zoals het Integraal Veiligheidsbeleid 2015-2018 (hierna: IVB 2015-2018). In de onderstaande tabel zijn de voor handhaving relevante beleidsthema's kort samengevat. Relevante beleidsthema's Beleidsrichting Rol handhaving Beleidskader Veilige en leefbare buurten Beleid gericht op aanpak van veel voorkomende criminaliteit en ongemakken. Uitgangspunt is een gedeelde verantwoordelijkheid van inwoners, politie en gemeente alsmede samenwerking met buurtbemiddeling, sociaal team, jeugdteam en welzijnsorganisatie. Toezicht op veelvoorkomende ongemakken in de openbare ruimte is belegd bij de boa's. Dit betreffen onderwerpen als parkeeroverlast, vervuiling en hondenoverlast. De aanpak van criminaliteit is een politie-aangelegenheid. Inbraakpreventie Beleid gericht op terugdringen (woning)inbraken, o.a. door invoering van Digitaal Opkopers Register (DOR). Toezicht DOR is belegd bij de boa's. IVB 2015-2018 / Kadernota 2016 Aanpak overlast jeugdgroepen Beleid gericht op terugdringen overlast van jeugdgroepen, door middel van een integrale groepsaanpak samen met politie, jongerenwerk, jeugdzorg, boa's, het Jeugdteam en onderwijs. De boa's vormen èèn van de schakels in de keten. Hun rol is gelegen in het aanspreken van jongeren op hun gedrag en doorgeven van signalen aan de ketenpartners. IVB 2015-2018 / Kadernota 2016 / Notitie aanpak jongerenoverlast Soest
(2013)Evenementen Beleidsvoornemen tot opstellen evenementenbeleid. Daarbij speelt veiligheid een hoofdrol. In het nieuw op te stellen beleid zal wat betreft handhaving de focus liggen op veiligheid en samenwerking van / afstemming met ketenpartners. IVB 2015-2018 Bostoezicht Intensivering van het toezicht in de bosgebieden, gericht op gedrag van recreanten, ter bescherming van de natuurfunctie en recreatiefunctie. Toezicht is belegd bij de boa's. LOP 2) Verkeer en veiligheid openbare weg Dit thema betreft de kwaliteit en (verkeers)veiligheid van de openbare weg; onder meer parkeerexcessen, parkeeroverlast, blauwe zones, laden en lossen, bestuurders op de stoep, obstakels, overhangend groen, uitstallingen bij winkels, winkelwagentjes en verkeersveiligheid rondom basisscholen. Overtredingen op deze gebieden hebben een negatieve invloed op de verkeersveiligheid en de leefbaarheid en kwaliteit in/van woon-en winkelgebieden. Relevante regelgeving is neergelegd in de Wegenverkeerswet 1994 en de APV. Toezicht op rijdend verkeer ligt bij de politie; de boa's zijn -een enkele uitzondering daargelaten- alleen bevoegd ten aanzien van stilstaand verkeer. Structurele punten van aandacht zijn de winkelgebieden; het laden en lossen, parkeren bij bochten en voetgangersoversteekplaatsen. In woonwijken is een aantal knelpunten bekend betreffende parkeren op de stoep en parkeren voor inritten. Daarnaast betekent het spitsuur bij basisscholen de nodige onoverzichtelijke verkeerssituaties. In de afgelopen beleidsperiode is gebleken dat blauw op straat in de vorm van de aanwezigheid van boa's een direct en positief effect heeft op het rij- en parkeergedrag van brengende en halende ouders. De volgende cijfers geven een beeld van de omvang van dit handhavingsthema: aantal meldingen parkeeroverlast per jaar: ongeveer 70; aantal meldingen obstakels per jaar: ongeveer 60; aantal obstakelvergunningen per jaar: ongeveer
- 3) Afval Dit handhavingsthema betreft uiteenlopende overtredingen op het gebied van afval en vervuiling van de openbare ruimte, zoals het verkeerd aanbieden van huisvuil bij ondergrondse containers, verkeerd aanbieden van grofvuil, kliko's te vroeg of te laat aan de weg, afvaldump (met name buitengebied), zwerfvuil en graffiti. De regelgeving is neergelegd in de Afvalstoffenverordening en de APV. Overtredingen hebben een negatief effect op de kwaliteit van de leef- en woonomgeving. Dit handhavingsonderwerp is dan ook relevant voor de prioriteit 'veilige en leefbare buurten', zoals benoemd in het IVB 2015-
- Jaarlijks worden tegen de 250 meldingen gedaan bij meldpunt woonomgeving (illegale storting en verkeer aanbieden huisvuil). Opvallend knelpunt zijn de ondergrondse containers bij huurflats, met name in Smitveen. Boa's hebben in 2018 rond de 30 boetes opgelegd voor afvalovertredingen. Dit aantal is gering ten opzichte van het aantal meldingen, omdat sanctionering alleen mogelijk is bij heterdaad of in het geval adresgegevens in het afval zijn achtergebleven. 4)Horeca Drankverstrekking in de gemeente Soest vindt plaats op uiteenlopende locaties. Daarbij wordt onderscheid worden gemaakt tussen de reguliere horeca, de paracommerciële horeca, de winkels en cafetaria's en tot slot de evenementen. De basis voor het controleren van de verkoop van drank is de vergunningplicht. Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verstrekken van alcoholhoudende drank voor gebruik ter plaatse (horecabedrijven) en het verstrekken van sterke drank aan particulieren voor gebruik elders dan ter plaatse (slijterijen) is vergunningsplichtig op grond van de Drank- en Horecawet (DHW). De gemeente Soest telt thans circa 75 geldende DHW-vergunningen. Bepaalde bedrijven, zoals supermarkten, cafetaria's en warenhuizen zoals HEMA, mogen zonder vergunning zwak-alcoholische dranken verkopen voor gebruik elders dan ter plaatse. Zij moeten daarbij wel aan de algemene regels van de DHW voldoen. Dit zijn dus de niet vergunningplichtige verkooppunten. De gemeente Soest kent ongeveer 25 niet-vergunningplichtige drankverstrekkers, waaronder ongeveer 10 supermarkten en warenhuizen. Tot slot voorziet de DHW in een ontheffingsmogelijkheid om bij evenementen zwak-alcoholhoudende dranken te schenken. Jaarlijks worden ongeveer 15 ontheffingen verleend. Naast de landelijke Drank- en horecawet is er een aantal horeca gerelateerde onderwerpen op gemeentelijk niveau geregeld. Deze regelgeving is met name vastgelegd in de APV. Dit betreffen onder meer de exploitatievergunning, de terrasvergunning, sluitingstijden, schenktijden paracommercie en geluidsnormen bij festiviteiten. Het toezicht op de Drank- en horecawet is in 2013 overgeheveld van de NVWA naar de gemeente. De gemeente Soest heeft drie boa's in dienst die tevens zijn aangewezen als DHW-toezichthouder. Niet naleving van de Drank- en horecawet en horeca gerelateerde regelgeving kan uiteenlopende negatieve effecten hebben; op de kwaliteit van de woonomgeving (overlast), op de gezondheid (schenken aan jongeren, doorschenken aan dronken personen) en op financieel-economisch vlak (oneerlijke concurrentie). 5)Jeugd Er zijn verschillende overlast gevende jeugdgroepen actief in Soest. Deze verschillen qua aard en samenstelling en blijven zich veranderen en ontwikkelen. Min of meer vaste hotspots betreffen de winkelcentra, een hangplek aan de Industrieweg en park Hondsberg. Het aantal meldingen van overlast is door de inzet van jeugdboa’s dalende; in 2015 zijn via meldpunt woonomgeving nog rond de 100 klachten ingediend In 2018 waren dit er nog
- Het gemeentelijk beleid is gericht op een integrale groepsaanpak met politie, boa's, beleidsambtenaar 00V, het Jeugdteam, Stichting Balans en het onderwijs. De boa's vormen daarmee één van de schakels in de keten. Hun rol is gelegen in het aanspreken van jongeren op hun gedrag en het doorgeven van signalen aan de ketenpartners. 6)Evenementen In de komende beleidsperiode wordt een nieuw evenementenbeleid opgesteld. Veiligheid speelt daarbij een hoofdrol. Uitgangspunt is dat organisatoren een eigen verantwoordelijkheid hebben om de veiligheid op hun evenementen te boren. De rol van de gemeentelijke handhaving is gericht op het controleren of aan de vergunningsvoorwaarden wordt voldaan. Daarbij gaat vooral aandacht uit naar evenementen met een verhoogd risico. Dit zijn onder meer evenementen met grote bezoekersaantallen, constructies (podia, tenten, tribunes e.d.), ingrijpende verkeersmaatregelen, bewegende of rijdende elementen etc. Jaarlijks worden ongeveer 50 vergunningen of meldingen verleend. De grotere, jaarlijks terugkomende evenementen zijn de Gildefeesten, Koningsdag (Soest en Soesterberg), Oude Ambachtenmarkt, Zomerfeest, Trekkersdag, Kunstroute en de kermis en heet circus (Soest en Soesterberg). 7)Honden Behalve op aangewezen losloopterreinen en uitlaatterreinen is het verboden om honden los te laten lopen of om binnen de bebouwde kom uitwerpselen van de hond te laten liggen. De ergernis onder de Soester inwoners over niet-naleving van de regelgeving is fors, gelet op het jaarlijks aantal meldingen van rond de
- Loslopende honden en hondenpoep hebben een negatief effect op de kwaliteit van een leefomgeving en is dan ook relevant voor de prioriteit 'veilige en leefbare buurten' zoals benoemd in het IVB 2015-
- Naast loslopende honden en hondenpoep zijn bijtincidenten onderwerp van dit thema. Per jaar wordt 3 tot 4 keer een muilkorf- of aanlijngebod opgelegd. Niet naleving kan gesanctioneerd worden met een boete of inbeslagname van de betreffende hond. 8)Toezicht Digitaal Opkopersregister (inbraakpreventie) Eind 2015 is in Soest het Digitaal Opkopers Register ingevoerd. Hiermee wordt beoogd het helen van goederen te bemoeilijken en daarmee bij te dragen aan het terugdringen van (woning)inbraak. Opkopers zijn op grond van de APV verplicht een digitale registratie bij te houden. Het toezicht daarop is belegd bij de boa's. Er zijn binnen de gemeente Soest rond de 90 opkopers in beeld. Daarnaast nemen boa's geregeld deel aan acties in het kader van inbraakpreventie, bijvoorbeeld aan een wijkschouw of een flyeractie. 9)Markt De gemeente Soest kent twee weekmarkten, te weten de markt aan de Rademakerstraat in Soesterberg op de woensdagochtend en de markt in de Van Weedestraat in Soest op de donderdagochtend. Daarbij dragen de marktmeester (een boa) samen met andere boa's zorg voor een goed verloop van de markt, zowel tijdens de op- en afbouw als tijdens de markt zelf (inventariseren van meelopers en standwerkers, aanwijzen plaatsen, controleren lekbakken, uitstallingen, elektra/bekabeling, treffen van verkeersmaatregelen etc.). De marktmeester is het eerste aanspreekpunt voor marktkooplieden, de winkeliers en het winkelend publiek. De marktmeester en andere boa's houden toezicht op alle uiteenlopende onderwerken die aan de orde zijn. Veel voorkomende problemen doen zich voor op gebied van verkeer, zoals rijden tegen de richting in, foutparkeren, laad- en losproblemen en vrijhouden van uitritten ten behoeve van hulpdiensten. Tot slot verzorgt de marktmeester het dagrapport, de controle van de standplaatsvergunningen, de afdracht van marktgelden en stemt hij voorkomende zaken af met interne of externe samenwerkingspartners (vergunningverlener, marktcommissie, RMN, Vru). 10)Bostoezicht De gemeente Soest heeft ongeveer 600 hectare bos- en natuurgebieden in eigendom. De hoofdfuncties zijn natuur, productie, en recreatie (Bosnota 2013-2022). Het gehele terrein is opengesteld en de recreatiefunctie is goed ontwikkeld. Er zijn in ruime mate routes aanwezig voor wandelaars, fietsers, mountainbikers en ruiters en het gebied is omringd door diverse horecagelegenheden, recreatieparken en hotels. Het gemeentebestuur wil Soest in recreatief opzicht aantrekkelijker maken. De bosgebieden zijn daarbij een belangrijk onderdeel van het recreatief-toeristisch product van de gemeente. De Lange Duinen en Korte Duinen hebben in dat opzicht een belangrijke regionale functie. Het gedrag van recreanten/gebruikers is het grootste knelpunt; onjuist gebruik van paden, betreden gebied buiten paden, mountainbikers, motorcrossers, loslopende honden, hondenuitlaatservices, kampvuren, afvaldump etc. Dit leidt tot fricties met andere recreanten. Ook heeft dit schadelijke gevolgen voor natuurwaarden en wildstand, met name in kwetsbare gebieden als de Korte Duinen. In de Bosnota 2013-2022 is neergelegd dat toezicht door Boa's gewenst is. Sindsdien wordt het bosgebied in principe 2 keer per week (gemiddeld, waaronder geregeld de zaterdag), aangedaan in een toezichtronde uitgevoerd door een boa-koppel. Daarbij ligt de focus op de Korte Duinen. Met name wordt gelet op loslopende honden en het juiste gebruik van paden door recreanten. Veel klachten komen binnen over mountainbikers. De aanpak daarvan is problematisch; groepen splitsten zich op of gaan er vandoor. Boa's zijn op de aanpak van deze doelgroepen niet toegerust doordat zij surveilleren per fiets. Bovendien is de inzetbaarheid buiten kantoortijden beperkt. Deze praktische knelpunten kunnen deels worden aangepakt door meer samenwerking aan te gaan met collega-toezichthouders. Een eerste stap is gezet door middel van het aangaan van een convenant met deze handhavingspartners. Aan andere onderwerpen als jagen, plukken en stropen (Flora- en faunawet) is tot op heden geen aandacht besteed. 11)Overig: adrescontrole Wet BRP en Wabo-toezicht Hiervoor zijn de taakvelden beschreven binnen beleidsveld openbare ruimte en veiligheid. De taken worden overwegend uitgevoerd door boa's. Daarnaast is een aantal taken bij de boa's belegd die buiten dit beleidsveld vallen. Zo verrichten boa's op verzoek van team Burgerzaken adrescontroles in het kader van de Wet Basisregistratie Persomen. In 2015 zijn rond de 30 adrescontroles uitgevoerd. Ook kunnen boa's worden ingezet voor eenvoudig Wabo-toezicht
- In 2015 hebben zij controles uitgevoerd in het kader van permanente bewoning van recreatiewoningen, maar deze inzet kan ook anders worden vormgegeven. Bijlage5 Risicomatrix beleidsveld Openbare ruimte en veiligheid Vervolg bijlage 6 Toets- en toezichtmatrix bouwen gemeente Soest 2016-2019 Bijlage7 Gereserveerd voor Sloopprotocol gemeente Soest Bijlage8 Toezichtstrategie Drank- en horecawet In de toezichtstrategie wordt bepaald op welke wijze en met welke intensiteit toezicht wordt gehouden op de verschillende onderwerpen die de DHW regelt. Het toezicht is verdeeld in basiscontroles, leeftijdsgrenzencontroles en overig toezicht. Wat betreft de controlefrequentie is daarbij rekening gehouden met naleefgedrag bij de verschillende typen inrichtingen. De controlefrequentie is daarom afhankelijk gesteld van de indeling van een type inrichting onder ofwel 'hoge risicoverkooppunten' ofwel 'lage risicoverkooppunten'. Op deze manier wordt op de plaatsen waar de risico's op overtreding van de regelgeving het hoogst zijn, het meest frequent gecontroleerd. Hieronder volgt een toelichting op de verschillende toezichtvormen, waarna een en ander in een tabel kort wordt samengevat (§7.4.4) 6.4.1 Basiscontrole Inhoud controle De basiscontrole houdt een algehele controle van een verkooppunt in. Het betreffen zowel de vergunningplichtige inrichtingen (reguliere horeca, paracommerciële horeca en slijterijen) als de overige verkooppunten (winkels als supermarkten, warenhuizen, bieren- en wijnenspeciaalzaken en cafetaria's en dergelijke). Het gaat bij de basiscontrole met name over de aanwezigheid en actualiteit van de vergunning, het voldoen aan de voorschriften bij de vergunning en andere bepalingen uit de DHW, zoals de aanwezigheid van een leidinggevende of geregistreerde barvrijwilliger (reguliere en paracommerciële horeca), zichtbaarheid leeftijdsgrenzen (alle verkooppunten), het verbod op de verkoop van sterke drank (supermarkten en snackbars) en het verbod om de gekochte drank ter plaatse te nuttigen (snackbars). Ook eventuele horecagerelateerde regelgeving wordt gecontroleerd, zoals de terrasvergunning. De controles vinden vaak overdag plaats of aan het begin van de avond, de toezichthouder is in uniform en er is direct contact tussen de toezichthouder en de drankverstrekker. Voorlichting en bewustwording zijn belangrijke elementen tijdens de basiscontrole en zijn bovendien onderdeel van de sanctiestrategie Hoge risico- en lage risicoverkooppunten Wat betreft de toezichtfrequentie wordt een onderscheid gemaakt tussen hoge risicoverkooppunten en lage risicoverkooppunten. Hoge risicoverkooppunten zijn de inrichtingen of winkels waarvan wordt verwacht dat het risico op overtreding het grootst is. In deze inrichtingen wordt eens per jaar een basiscontrole uitgevoerd. Van de lage risicoverkooppunten wordt verwacht dat het naleefgedrag redelijk goed is. Deze worden eens per twee jaar gecontroleerd. In het geval dat tijdens een controle een overtreding wordt geconstateerd dan wordt, afhankelijk van type en ernst van de overtreding, binnen een korte periode één of meerdere hercontroles uitgevoerd. Bijlage8 Vervolg Toezichtstrategie Drank- en horecawet JOEST 6.4.
- Leeftijdsgrenzencontroies Inhoud controle De leeftijdsgrenzencontrole richt zich op het nagaan van de verstrekking van drank aan jongeren onder de 18 jaar. Het toezicht bestaat uit observaties op de plaatsen waar en de tijdstippen waarop (vermoed wordt dat) jongeren drank kopen en nuttigen. Het betreffen aldus controles bij uiteenlopende verkooppunten, van cafés, kantines bij sportverenigingen en evenementen tot supermarkten, slijterijen en snackbars. Tijdens de leeftijdsgrenzencontroles worden ook andere toezichtonderwerpen meegenomen, zoals verboden stuntaanbiedingen, verboden (detailhandels)activiteiten en het schenken buiten de op de vergunning genoemde ruimtes Om effectief te kunnen controleren op leeftijdsgrenzen moeten de toezichthouders zo min mogelijk opvallen. De toezichthouders werken daarom niet in uniform, maar in gewone vrijetijdskleding. Daarnaast wordt de herkenbaarheid verkleind door te rouleren met DHW-toezichthouders van nabijgelegen gemeenten. De controles vinden, afhankelijk van het type inrichting, ook 's nachts plaats. Hoge risico- en lage risicoverkooppunten Wat betreft de toezichtfrequentie wordt, gelijk aan de basiscontroles, onderscheid gemaakt tussen hoge risicoverkooppunten, lage risicoverkooppunten en hercontroles. Op deze wijze wordt de toezichtcapaciteit met name ingezet op de locaties waar jongeren uitgaan of aankooppogingen doen. Ook wat betreft de evenementen wordt onderscheid gemaakt tussen hoge en lage risico-evenementen. De hoge risicoverkooppunten worden tweemaal per jaar aangedaan, terwijl de lage risicoverkooppunten steekproefsgewijs worden gecontroleerd. Bij overtreding volgt immer een hercontrole (
§ 6.5.3 Sanctiestrategie).
De evenementen die veel jongeren aantrekken worden ook beschouwd als hoge risicoverkooppunten, zodat deze aanzienlijk vaker worden gecontroleerd dan de evenementen die weinig jongeren aantrekken. Bij overtreding kunnen het volgende jaar extra voorwaarden verbonden worden aan de DHW-ontheffing. 6.4.3. Overig toezicht Naast de basiscontroles en leeftijdgrenzencontroles vindt er ook op een aantal andere onderwerpen DHW-telezicht plaats. Schenktijden paracommercie Zoals eerder is toegelicht, zijn in de artikel 2.34b van de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Soest de schenktijden vastgelegd per categorie paracommerciële inrichting. Op deze bepalingen wordt steekproefsgewijs toezicht gehouden. In dit kader worden jaarlijks ongeveer 10 controles uitgevoerd. Openbare orde Incidenteel verzoekt de politie om inzet van DHW-toezichthouders. De aanleiding is meestal gelegen in een lopend onderzoek naar strafbare feiten of andere vormen van verstoring van de openbare orde. De inzet is dan nodig ten behoeve van eventueel bestuursrechtelijk optreden, zoals de tijdelijke schorsing of de intrekking van de DHW-vergunning. Alcoholbezit jongeren in de openbare ruimte Sinds de wijziging van de DHW zijn jongeren onder de 18 jaar, die in de openbare ruimte in het bezit zijn van drank, direct strafbaar gesteld. Toezicht op deze bepaling wordt meegenomen in het kader van het jongerentoezicht, zoals is weergegeven in § 3.8 van Uitvoeringsprogramma toezicht en handhaving openbare ruimte. Relevant hierbij is de rol van Bureau Halt, in welke kader de betreffende jongere kan kiezen tussen 'boete' of 'kanskaart'. Klachten/meldingen Voorgaande toezichtonderwerpen zijn planmatig georganiseerd. Er kunnen bij de gemeente echter ook klachten of meldingen binnenkomen, die nopen tot de inzet van DHW-toezichthouders. Per geval wordt Bijlage8 Vervolg Toezichtstrategie Drank- en horecawet beoordeeld in hoeverre toezicht moet plaatsvinden en op welke termijn de inzet nodig is. Dit is afhankelijk van type en ernst van de klacht of melding. Voorbeelden zijn meldingen over illegale verstrekking van drank (bijvoorbeeld bij kapperszaken of benzinestations), het niet naleven van het verbod op het houden van bijeenkomsten bij paracommerciële instellingen of het drinken door jongeren in hokken of keten. 6.4.4. Samenvatting toezichtstrategie Categorie toezicht Controle- frequentie of percentage Aantal verkooppunten Aantal Controles per jaar Aantal Toezichthouders Basiscontrole: hoge risicoverkooppunten 1x per jaar 50 50 Koppel Basiscontrole: lage risicoverkooppunten 1 x per 2 jaar 50 25 Alleen Basiscontroles: hercontroles lx per jaar 25 (
- k)25 Koppel Totaal basiscontroles 100 Leeftijdsgrenzen: hoge risicoverkooppunten 2 x per jaar 50 100 Koppel Leeftijdsgrenzen: lage risicoverkooppunten 20% steekproef 50 10 Koppel Leeftijdsgrenzen: hercontroles 1 x per jaar 25 (
- k)25 Koppel Leeftijdsgrenzen: hoge risico-evenementen 90% steekproef - 103 Koppel Leeftijdsgrenzen: Lage risico-evenementen 10% steekproef - 5 koppel Totaal leeftijdsgrenzencontroles 150 Overig toezicht: schenktijden paracommercie 20% steekproef 30 6 Koppel Overig toezicht: openbare orde Inzet op verzoek van politie en minimaal in koppel. Overig toezicht: klachten/meldingen Inzet afhankelijk van aantal klachten/meldingen. Aantal toezichthouders per controle is afhankelijk van de aard van de klacht/melding. Overig toezicht: alcoholbezit jongeren openbare ruimte Dit toezicht maakt onderdeel van jongerentoezicht als bedoeld in § 3.8 van Uitvoeringsprogramma toezicht en handhaving openbare ruimte 2014-2015. Totaal controles 256 (excl. openbare orde, klachten en meldingen en alcoholbezit jongeren) Bijlage9 6.5 Sanctiestrategie 6.5.1Instrumentarium Wat betreft de sanctionering van overtredingen van DHW-bepalingen zijn verschillende instrumenten beschikbaar. Naast de algemene, op grond van de Gemeentewet gegeven herstelsancties 'last onder bestuursdwang' en 'last onder dwangsom' geldt dat voor een groot aantal bepalingen de 'bestuurlijke boete' kan worden gegeven. Daarnaast voorziet de DHW in een aantal bijzondere sancties, te weten het tijdelijk schorsen van de DHW-vergunning, het definitief intrekken van de DHW-vergunning en tot slot het verkoopverbod 'three-strikes-out' voor de niet vergunningplichtige verkooppunten. Tegen deze sanctiebesluiten staat bezwaar en beroep open. Hieronder volgt een korte toelichting. Waarschuwen Waarschuwen is natuurlijk geen formele sanctie, maar wordt wel bij bepaalde overtredingen als instrument ingezet. Immers, voorlichting en bewustwording bevorderen de naleving van regelgeving. Bestuurlijke boete De DHW heeft bepaald dat bij overtreding van een groot aantal voorschriften een bestuurlijke boete kan worden opgelegd. Ook is wettelijk bepaald welk boetebedrag bij welke overtreding wordt opgelegd. De bestuurlijke boete is een bestraffende sanctie. Dit in tegenstelling tot de herstelsancties 'dwangsom' en 'bestuursdwang'. Voordeel van de bestuurlijke boete is dat de boete relatief snel kan worden opgelegd, hetgeen het effect van lik-op-stuk vergroot, Bovendien hoeft geen beroep te worden gedaan op politie of OM. Sommige overtredingen zijn evenwel niet geschikt om te beboeten, bijvoorbeeld omdat het opleggen van een boete de strijdige situatie niet oplost. In dat geval kan de herstelsanctie last onder dwangsom of bestuursdwang worden toegepast, of kan voor één van de specifieke DHW-sancties worden ingezet (zoals het intrekken of schorsen van de vergunning). Intrekking DHW-vergunning Bij bepaalde overtredingen kan worden overgegaan tot het intrekken van de DHW-vergunning. Deze zware sanctie wordt met name ingezet als zich in de inrichting feiten voordoen die gevaar opleveren voor de openbare orde. Schorsen DHW-vergunning Een minder drastische sanctie dan het intrekken van de vergunning is het tijdelijk schorsen van de vergunning voor de duur van maximaal 12 weken. Verkoopverbod (three-stikes-out) Vergelijkbaar met het schorsen van de DHW-vergunning is het opleggen van een tijdelijk verkoopverbod aan niet vergunningplichtige verkooppunten zoals supermarkten en winkels. Dit verkoopverbod kan alleen worden opgelegd bij overtreding van de leeftijdsgrenzenbepalingen en kan bovendien alleen worden opgelegd als voor de derde maal in een jaar deze overtreding is begaan. Intrekking exploitatievergunning Hoewel de intrekking van de exploitatievergunning geen DHW-sanctie is maar geschiedt op grond van de APV, kan deze sanctie wel worden ingezet om verkooppunten zoals snackbars -die niet DHW-vergunningplichtig zijn maar wel moeten beschikken over een exploitatievergunning- aan te pakken. Er moet dan wel sprake is van nadelige beïnvloeding van de woon- en leefomgeving of van (vrees voor) verstoring van de openbare orde. Last onder dwangsom en last onder bestuursdwang Het toepassen van de herstelsanctie last onder dwangsom of bestuursdwang is met name geschikt in het geval een strijdige situatie voortduurt en duurzaam moet worden beëindigd, of om te voorkomen dat een potentiële overtreding daadwerkelijk zal optreden. Bij het toepassen van bestuursdwang gaat het om feitelijk handelen of beletten, zodat dit instrument met name in spoedsituaties wordt ingezet. Vervolg bijlage 9 Sanctiestrategie Drank- en horecawet Strafbaarstelling alcoholbezit jongeren openbare ruimte: BSB De strafbaarstelling v