Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Tubbergen houdende regels omtrent de heffing en invordering van leges (Legesverordening 2020)De raad van de gemeente Tubbergen, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2019; gelet op het advies van de raadscommissie 2 december 2019; gelet op het bepaalde in artikel 156, eerste en tweede lid aanhef en onderdeel h en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid en 7 van de Paspoortwet; besluit: vast te stellen de navolgende Verordening op de heffing en de invordering van leges 2020 (Legesverordening 2020) Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: "dag":.......... de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt; "week":........ een aaneengesloten periode van zeven dagen; "maand":..... het tijdvak dat loopt van ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is; "jaar":........... het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1e) dag in het volgende kalenderjaar; "kalenderjaar":................... de periode van 1 januari tot en met 31 december. Artikel2Belastbaar feit 1.Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor: het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten; het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument; een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. 2.Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument, dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht. Artikel4Vrijstellingen Leges worden niet geheven voor: het raadplegen van de bij de gemeente berustende registers, leggers en plankaarten van de Dienst van het Kadaster en de Openbare Registers door ambtenaren in de uitoefening van hun functie; diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.
(2013), of zoals dit normblad laatstelijk is vervangen of gewijzigd. Indien het bouwen geheel of gedeeltelijk door zelfwerkzaamheid geschiedt wordt in deze titel onder bouwkosten verstaan: de prijs die aan een derde in het economisch verkeer zou moeten worden betaald voor het tot stand brengen van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; 2.1.1.3 Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 2.1.2 In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld. 2.1.3 In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld. Hoofdstuk 2 Vooroverleg/verzoek principe-aanvraag 2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een verzoek 2.2.1 om een vooroverleg omtrent een omgevingsvergunning (schetsplan) inzake een advies over de haalbaarheid van een bouwplan. € 200,00 2.2.2 Verzoek om principe-uitspraak Het tarief bedraagt € 200,00 ter zake van het in behandeling nemen van een verzoek om een principe-uitspraak omtrent het verlenen van medewerking door de gemeente voor een afwijking van, wijzigen van of het verkrijgen van een afwijking van een geldend bestemmingsplan. 2.2.3 (Rechts)oordeel Het tarief bedraagt € 200,00 ter zake van het in behandeling nemen van een verzoek om een oordeel te geven over het omgevingsvergunningvrij zijn van een voorgenomen bouwactiviteit, een voorgenomen planologische gebruiksactiviteit of een voorgenomen activiteit met betrekking tot een beschermd monument. Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning 2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd. 2.3.1 Bouwactiviteiten 2.3.1.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: 2.3.1.1.1 indien de bouwkosten niet meer dan € 25.000 bedragen: € 250,00 voor elke € 5.000 aan bouwkosten of gedeelte daarvan; 2.3.1.1.2 indien de bouwkosten meer dan € 25.000 maar niet meer dan € 250.000,00 bedragen: € 250,00 voor elke € 25.000 aan bouwkosten of gedeelte daarvan, vermeerderd met een bedrag van € 1.500; 2.3.1.1.3 indien de bouwkosten meer dan € 250.000 maar niet meer dan € 5.000.000 bedragen € 250,00 voor elke € 25.000 aan bouwkosten of gedeelte daarvan, vermeerderd met een bedrag van € 1.750; 2.3.1.1.4 indien de bouwkosten meer dan € 5.000.000 bedragen € 51.750,00 2.3.1.2 Extra welstandstoets Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief : € 50,00 indien zich tijdens de beoordeling van de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag wijzigingen voordoen in het bouwplan en daarvoor een nieuwe welstandstoets noodzakelijk is 2.3.1.3 Verplicht advies agrarische commissie 2.3.1.3.1 Indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in subonderdeel 2.3.1.1 bedoelde aanvraag een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld, wordt het verschuldigde bedrag, verhoogd met een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag aan de aanvrager meegedeelde externe advieskosten, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten. 2.3.1.3.2 Indien een begroting als bedoeld in subonderdeel 2.3.1.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken 2.3.1.4 Landschappelijke inpassing Het tarief bedraagt € 178,00 voor het begeleiden en adviseren ter zake van de landschappelijke inpassing van vergunningsplichtige bouwwerken 2.3.1.5 Beoordeling aanvullende gegevens Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief : € 100,00 voor het in behandeling nemen van een wijziging van een in dat subonderdeel bedoelde aanvraag, die is aangebracht nadat de aanvraag al in behandeling is genomen 2.3.2 Aanlegactiviteiten 2.3.2.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 500,00 2.3.2.2 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, met als enige doel het vellen of doen vellen van een houtopstand, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 100,00 2.3.3 Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1 en het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: 2.3.3.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 614,00 2.3.3.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): € 799,00 2.3.3.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): met bouwkosten van ten hoogste € 150.000,00 € 1.500,00 2.3.3.4 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): met bouwkosten groter dan € 150.000,00 € 4.985,00 2.3.3.4 Vervallen 2.3.3.5 Indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1 derde lid, van de Wet Ruimtelijke ordening en artikel 2.12 eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking provinciale regelgeving), het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsgunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.3.6 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving ), het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsgunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.4 Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.4.1 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking): € 614,00 2.3.4.2 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking): € 799,00 2.3.4.3 indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking): € 4.985,00 2.3.4.4 vervallen 2.3.4.5 indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan), het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsgunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.4.6 indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving), het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsgunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.4.7 indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving), het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsgunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.4.8 indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit), het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag om een omgevingsgunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. 2.3.5 In gebruik nemen of gebruiken bouwwerken in relatie tot brandveiligheid Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder d, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 875,00 2.3.6 Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten 2.3.6.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een beschermd monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, van de Wabo, of op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder b, van de Wabo met betrekking tot een krachtens provinciale verordening of de gemeentelijke monumenten-/erfgoedverordening aangewezen monument, waarvoor op grond van die provinciale verordening of gemeentelijke monumenten-/erfgoedverordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 984,00 2.3.6.2 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, van de Wabo, of het slopen van een bouwwerk in een krachtens provinciale verordening of de gemeentelijke monumenten-/erfgoedverordening aangewezen stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder c, van de Wabo, waarvoor op grond van die provinciale verordening of van die gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 984,00 2.3.7 Sloopactiviteiten anders dan bij monumenten of in beschermd stads- of dorpsgezicht Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in gevallen waarin dat in een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit is bepaald, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 300,00 2.3.8 vervallen 2.3.9 Uitweg/inrit Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 250,00 2.3.10 Kappen Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, waarvoor op grond van een bepaling in een provinciale verordening of artikel 2 van de gemeentelijke kapverordening een vergunning of ontheffing is vereist, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 100,00 2.3.11 Vervallen 2.3.12 Natura 2000-activiteiten 2.3.12.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder a, van het Besluit ruimtelijke ordening (Natura 2000-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 75,00 2.3.12.2 (Vervallen) 2.3.13 Flora- en fauna-activiteiten (bescherming van soorten) Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht (flora- en fauna-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 75,00 2.3.14 Andere activiteiten Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling: 2.3.14.1 behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: € 75,00 2.3.14.2 behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten: 2.3.14.2.1 als het een gemeentelijke verordening betreft: € 75,00 2.3.14.2.2 als het een provinciale of waterschapsverordening betreft: € 75,00 2.3.15 Omgevingsvergunning in twee fasen Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief: 2.3.15.1 voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft; 2.3.15.2 voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft. 2.3.16 Beoordeling bodemrapport Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld; voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport € 296,00 voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport € 296,00 voor de beoordeling uitsluitend van een vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid € 296,00 voor de beoordeling van een verkennend onderzoek volgens NEN 5740, uitgave 1999 naar de bodemgesteldheid € 296,00 2.3.17 Advies 2.3.17.1 Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij algemene maatregel van bestuur, provinciale of gemeentelijke verordening aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 2.26, derde lid, van de Wabo: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten. 2.3.17.2 Advies gemeentelijke kwaliteitsteam Het tarief voor het aanvragen van een advies van het kwaliteitsteam bedraagt, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk, indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten, per beoordeling: € 250,00 met een maximum van: € 750,00 2.3.18 Verklaring van geen bedenkingen 2.3.18.1 Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo: 2.3.18.1.1 indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: € 430,00 2.3.18.1.2 indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten. 2.3.19 Vervallen 2.3.20 Aanvraag niet verder in behandeling nemen 2.3.20.1 Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.3.1 (bouw), 2.3.2 (aanleg), 2.3.4 (planologisch strijdig gebruik), 2.3.5 (gebruik), 2.3.7 (sloop) of 2.3.9 (uitweg) niet verder in behandeling wordt genomen (niet-ontvankelijk verklaren) wegens het niet voldoen aan enig wettelijk voorschrift in de zin artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, bedraagt het tarief 10 % van de leges hiervoor genoemde activiteiten met een minimum van € 50,00 Hoofdstuk 4 Vermindering 2.4.1 Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg, beoordeling van een conceptaanvraag of beoordeling vergunningsvrij bouwen als bedoeld in hoofdstuk 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van het vooroverleg, de beoordeling van de conceptaanvraag of beoordeling vergunningsvrij bouwen geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning bedoeld in hoofdstuk
- Hoofdstuk 5 Teruggaaf 2.5.1 Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- en sloopactiviteiten Als een aanvrager zijn aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt: 50 % van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.2 Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 3 jaren na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt: 30 % van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges. 2.5.3 vervallen 2.5.4 Teruggaaf in verband met het realiseren van duurzaamheidsmaatregelen Als een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of activiteit planologisch strijdig gebruik als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.3 en 2.3.4 is verleend en na het gereedkomen van de activiteit of activiteiten door het college van burgemeester en wethouders is vastgesteld dat een of meer van onderstaande duurzaamheidsmaatregelen is genomen, bestaat aanspraak op teruggaaf van leges. De teruggaaf bedraagt: 2.5.4.1 indien de duurzaamheidsmaatregel bestaat uit het isoleren van bestaande woningen en andere gebouwen 50 % van het op grond van de in de aanhef genoemde onderdelen verschuldigde bedrag aan leges voor zover dat betrekking heeft op deze duurzaamheidsmaatregel, met een maximum van € 10.000,00 2.5.4.2 indien de duurzaamheidsmaatregel bestaat uit het renoveren van een bestaande woning waardoor die woning een NOM-woning wordt: 50 % van het op grond van de in de aanhef genoemde onderdelen verschuldigde bedrag aan leges voor zover dat betrekking heeft op deze duurzaamheidsmaatregel, met een maximum van € 10.000,00 2.5.4.3 indien de duurzaamheidsmaatregel bestaat uit de plaatsing van zonnepanelen voor de dekking van het eigen verbruik op het dak, aan de gevel of in de eigen tuin: 100 % van het op grond van de in de aanhef genoemde onderdelen verschuldigde bedrag aan leges voor zover dat betrekking heeft op deze duurzaamheidsmaatregel, met een maximum van € 10.000,00 2.5.4.4 indien de duurzaamheidsmaatregel bestaat uit het aanbrengen van een begroeid/sedum dak: 50 % van het op grond van de in de aanhef genoemde onderdelen verschuldigde bedrag aan leges voor zover dat betrekking heeft op deze duurzaamheidsmaatregel, met een maximum van € 10.000,00 2.5.4.5 indien de duurzaamheidsmaatregel bestaat uit het plaatsen van een buitenunit voor een warmtepomp met een geluidsproductie van de luchtunit van maximaal 40 dB 50 % van het op grond van de in de aanhef genoemde onderdelen verschuldigde bedrag aan leges voor zover dat betrekking heeft op deze duurzaamheidsmaatregel, met een maximum van € 10.000,00 2.5.4.6 indien de duurzaamheidsmaatregel bestaat uit plaatsing van zonnecollectoren voor een zonneboiler 100 % van het op grond van de in de aanhef genoemde onderdelen verschuldigde bedrag aan leges voor zover dat betrekking heeft op deze duurzaamheidsmaatregel, met een maximum van € 10.000,00 2.5.4.7 indien de duurzaamheidsmaatregel bestaat uit de bouw van zelfstandige, grondgebonden zonnepanelen: 50 % van het op grond van de in de aanhef genoemde onderdelen verschuldigde bedrag aan leges voor zover dat betrekking heeft op deze duurzaamheidsmaatregel worden de leges beperkt tot een maximum van € 51.750,00 2.5.4.8 indien de duurzaamheidsmaatregel bestaat uit de bouw van een of meer windturbines: 50 % van het op grond van de in de aanhef genoemde onderdelen verschuldigde bedrag aan leges voor zover dat betrekking heeft op deze duurzaamheidsmaatregel worden de leges beperkt tot een maximum van € 51.750,00 2.5.5 Voor de toepassing van onderdeel 2.5.4 wordt verstaan onder: [dB: decibel, de maat voor een hoeveelheid geluid;] EPC: Energie Prestatie Coëfficiënt; [Gj: Gigajoule;] K: temperatuur uitgedrukt in Kelvin; m2: vierkante meter oppervlakte; NOM-woning: nul-op-de-meter-woning, zijnde een woning waarin gedurende een jaar gemiddeld net zoveel energie wordt geproduceerd (door zon, wind of warmtepompen) als wordt verbruikt (voor verwarming, warm tapwater en huishoudelijk gebruik); Rc: warmteweerstand (R) van een constructie (c); W: hoeveelheid energie uitgedrukt in Watt; [Wp: Wattpiek, het energievermogen aan elektriciteit dat met een zonnepaneel kan worden opgewekt;] zonnecollector: apparaat dat zonlicht (direct licht bij zonnig weer en diffuus licht bij bewolkt weer) omzet in warmte. zonnepaneel: paneel dat bestaat uit meerdere zonnecellen waarmee zonlicht omgezet wordt in elektriciteit. 2.5.
- De in onderdeel 2.5.4 opgenomen maximumteruggaafbedragen gelden per project. Onder project wordt verstaan een bouwplan dat of ontwikkeling die als een eenheid moet worden beschouwd, gelet op de bouwkundige en perceelindeling, het opdrachtgeverschap, de eigendom, functie(s), bedoeling en het karakter van het bouwplan. Verschillende omgevingsvergunningen of aanvragen voor omgevingsvergunning kunnen deel uitmaken van één project. 2.5.7 De in onderdeel 2.5.4 opgenomen teruggaafbepalingen zijn uitsluitend van toepassing op aanvragen voor omgevingsvergunningen die in de periode vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 december 2020 worden ingediend. 2.5.8 Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18 wordt geen teruggaaf verleend. Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning (vervallen) Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project 2.7 Het tarief bedraagt: € 43,00 voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project Hoofdstuk 8 Bestemmingsherzieningen of –wijzigingen 2.8.
- Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, met het oogmerk bouwactiviteiten vergunbaar te maken: 2.8.1.2 indien de bouwkosten tot en met € 25.000 bedragen: € 250,00 voor elke € 5.000 aan bouwkosten of gedeelte daarvan, vermeerderd met een bedrag van € 250 2.8.1.3 indien de bouwkosten meer dan € 25.000 tot en met € 5.000.000 bedragen: € 250,00 voor elke € 25.000 aan bouwkosten of gedeelte daarvan, vermeerderd met een bedrag van € 1.500 2.8.1.4 indien de bouwkosten € 5.000.000 of meer bedragen: € 51.500,00 2.8.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening anders dan met het oogmerk om bouwactiviteiten vergunbaar te maken, indien het plangebied kleiner is dan 5.000 m2 € 5.000,00 2.8.2.1 verhoogd met: per 1.000 m2 of een gedeelte daarvan € 250,00 2.8.2.2 met een maximum van € 15.000,00 2.8.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening € 1.845,00 2.8.4 Verplicht advies agrarische commissie 2.8.4.1 Indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in subonderdelen 2.8.1, 2.8.2 en 2.8.3 bedoelde aanvragen een advies van de agrarische commissie nodig is en wordt beoordeeld, wordt het verschuldigde bedrag, verhoogd met een bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag middels een begroting aan de aanvrager meegedeelde externe advieskosten, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten. 2.8.4.2 Indien een begroting als bedoeld in subonderdeel 2.8.4.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken Advies gemeentelijk kwaliteitsteam 2.8.5 Het tarief voor het aanvragen van een advies van het kwaliteitsteam bedraagt, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk, indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten, per beoordeling: € 250,00 met een maximum van: € 750,00 2.8.6 Advies 2.8.6.1 Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag als bedoeld in 2.8.1, 2.8.2 of 2.8.3 : het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een daartoe opgestelde begroting. 2.8.6.2 Indien een begroting als bedoeld in subonderdeel 2.8.6.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken. 2.8.7 Teruggaaf Als een aanvrager zijn aanvraag om vaststelling of wijziging van een bestemmingsplan voor een project als bedoeld in 2.8.1, 2.8.2 en 2.8.3 intrekt, terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. Deze teruggaaf bedraagt 50% Hoofdstuk 9 (Vervallen) Hoofdstuk 10 (Vervallen) Hoofdstuk 11 (Vervallen) Hoofdstuk 12 Diversen 2.12 Het tarief bedraagt: € 215,00 voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een gedoogbeschikking voor het (in strijd met de voorschriften van het ter plaatse geldende bestemmingsplan) bewonen van een recreatiewoning Hoofdstuk 13 Verhoging 2.13 Indien een aanvraag om een omgevingsvergunning niet via het ‘Omgevingsloket online’ wordt ingediend worden de in deze titel berekende leges met 10% verhoogd. Het bedrag van de leges wordt naar beneden afgerond op hele euro’s. Hoofdstuk 14 In deze titel niet benoemde beschikking 2.14 Het tarief bedraagt € 215,00 voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een andere, in deze titel niet benoemde beschikking. Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2 Hoofdstuk 1 Horeca 3.1 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van: 3.1.1 een aanvraag tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet € 340,00 3.1.2 vervallen 3.1.3 een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening € 150,00 3.1.4 een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid, van de Drank- en Horecawet € 150,00 3.1.5 een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en Horecawet € 76,00 3.1.6 een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Drank- en Horecawet € 76,00 3.1.7 een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet € 26,00 3.1.8 een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 6 van de Drank- en Horecaverordening € 76,00 Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten Begripsomschrijving 3.2.1 Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder: 3.2.1.1 Tent: een tent of ander tijdelijke verblijfsruimte met een vloeroppervlakte van 50 m² of meer 3.2.1.2 Verblijfsruimte: een ruimte voor het verblijf van personen Evenementenvergunning 3.2.2 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening (evenementenvergunning), indien het betreft 3.2.2.1 een evenement zonder een tent € 76,00 3.2.2.2 een evenement met een tent of meerdere tenten € 303,00 Wijziging meerjaren evenementenvergunning 3.2.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een voor de duur van meerdere jaren verleende evenementenvergunning als bedoeld in de subonderdelen 3.2.2.1 en 3.2.2.2 € 76,00 Hoofdstuk 3 Prostitutiebedrijven 3.3 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.3.1 tot het verlenen van een exploitatievergunning of wijziging van een exploitatievergunning als bedoeld in de Algemene plaatselijke verordening: 3.3.1.1 voor een seksinrichting € 750,00 3.3.1.2 voor een escortbedrijf € 750,00 3.3.2 vervallen 3.3.3 Indien na het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning als bedoeld in artikel 3.3.1, maar voor het verlenen van de vergunning, deze aanvraag wordt ingetrokken, wordt op aanvraag teruggaaf van 50% van het in artikel 3.3.1 genoemde tarief verleend. Hoofdstuk 4 Splitsingsvergunning woonruimte (Vervallen) Hoofdstuk 5 Marktstandplaatsen 3.
- Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag op grond van de Marktverordening: 3.5.1 tot het verlenen van een vaste-standplaatsvergunning (artikel 4, tweede lid): € 76,00 3.5.2 tot het verlenen van een dagplaatsvergunning (artikel 5, eerste lid), die leidt tot vergunningverlening: € 76,00 3.5.3 tot het inschrijven op de wachtlijst (artikel 12, eerste lid): € 76,00 3.5.4 tot het verlengen van de inschrijving op de wachtlijst (artikel 12, derde lid): € 26,00 3.5.5 tot het overschrijven van een vaste-standplaatsvergunning op naam van een ander (artikel 11): € 76,00 3.5.6 tot het toestaan van vervanging van de vergunninghouder (artikel 14): € 76,00 Hoofdstuk 6 Winkeltijdenwet 3.6 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag: 3.6.1 tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet € 76,00 Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking 3.7 Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een andere, in deze titel niet benoemde vergunning of ontheffing of tot het nemen van een andere beschikking € 76,00 Hoofdstuk 8 Aanvraag niet verder in behandeling nemen 3.8 Indien de aanvraag niet verder in behandeling wordt genomen wegens het niet voldoen aan enig wettelijk voorschrift in de zin van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht, bedraagt het tarief 50% van de leges zoals in deze titel genoemd voor het wel in behandeling nemen van de aanvraag Behorende bij het raadsbesluit van 16 december 2019 De griffier van de gemeente Tubbergen, mr. L. Legtenberg