Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Mook en Middelaar 2020Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Mook en Middelaar, Gelet op de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; Gelet op de Jeugdwet; Gelet op de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Mook en Middelaar 2020; Besluit op grond van artikel 27 lid 2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Mook en Middelaar 2019 vast te stellen: Beleidsregels Maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp gemeente Mook en Middelaar 2020. 1.Indicatiestelling hulp bij het huishouden Bij het indiceren van hulp bij het huishouden, wordt de richtlijn toegepast zoals bijgevoegd in bijlage I. 2.Ondersteunende begeleiding vervoer Aan Wmo-cliënten met een vervoerspas voor het doelgroepenvervoer kan de aanvullende voorziening ‘ondersteunende begeleiding’ worden toegekend. Deze voorziening behelst dat de cliënt ter ondersteuning bij zijn/haar reis met de regiotaxi een begeleider kan meenemen. De begeleider betaalt hiervoor een gereduceerd bedrag. Dit vervoerstarief wordt aangeduid als ‘50% van het tarief Wmo met korting’. Dit bedrag wordt in rekening gebracht door de vervoersorganisatie. De voorziening wordt toegekend aan cliënten, waarbij een structurele behoefte aan ondersteuning bij het reizen met het doelgroepenvervoer aannemelijk is. Is een dergelijke indicatie eenmaal afgegeven, dan mag de cliënt binnen het voor hem geldende kilometerbudget zelf bepalen wanneer hij een begeleider meeneemt. De voorziening wordt ambtshalve toegekend aan cliënten die in het bezit zijn van een geldige OV-begeleiderspas. Bij het toekennen van deze voorziening wordt tevens de duur waarvoor deze voorziening wordt toegekend, vastgesteld. 3.Landelijke toegankelijkheid van de maatschappelijke opvang 3.1Begrippen In dit hoofdstuk en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan onder: college: college van burgemeester en wethouders van gemeente Mook en Middelaar; regio: een regionaal samenwerkingsverband van gemeenten welke gezamenlijk zorgdragen voor maatschappelijke opvang in de betreffende regio; maatschappelijke opvang: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving, niet zijnde personen die de thuissituatie hebben verlaten in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld; melding: melding aan het college als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet; sociaal netwerk: personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt; wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; woonplaats: de gemeente waarvan de cliënt het jaar voorafgaand aan de melding hoofdzakelijk is ingeschreven als ingezetene in de zin van de Wet basisregistratie personen. Alle andere begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die hierboven niet nader zijn omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet, de Algemene wet bestuursrecht, alsmede andere wet- en regelgeving. 3.2Melding en (eerste) opvang Een behoefte aan menselijke opvang kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld. In die situaties waarin terstond maatschappelijke opvang noodzakelijk is, beslist het college onverwijld tot verstrekking van een voorziening maatschappelijke opvang in afwachting van de uitkomst van het in artikel 3.3 bedoelde onderzoek en de aanvraag van de cliënt. Indien het college niet onverwijld maatschappelijke opvang kan bieden waar dit wel terstond noodzakelijk is, treft het college maatregelen om onverwijld op een andere wijze of in een andere gemeente of regio tijdig te voorzien in de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke opvang. 3.3Onderzoek Het college vergewist zich met de cliënt wat de woonplaats was van de cliënt voor het ontstaan van dakloosheid. Indien het college vaststelt dat de cliënt, voor het ontstaan van dakloosheid, woonachtig was in een bepaalde gemeente of regio, niet zijnde de gemeente Mook en Middelaar of regio Nijmegen, en hierover overeenstemming heeft met de bepaalde gemeente of regio kan het college de uitvoering van het onderzoek overlaten aan de bepaalde gemeente of regio, waarbij bij overdracht van eventuele informatie artikel 3.4.4 van toepassing is. Indien het college de woonplaats van de cliënt voor het ontstaan van dakloosheid niet vaststelt of kan vaststellen, dan wel de uitvoering van het onderzoek niet wenst te laten uitvoeren door de gemeente of regio zoals bedoeld in lid 3.3.2 voert het college het onderzoek uit. Dit geldt ook indien het college niet tot overeenstemming komt met de in lid 3.3.2 bedoelde gemeente of regio. Indien het college het onderzoek zelf uitvoert, kan zij de in lid 3.3.2 bedoelde gemeente of regio verzoeken om informatie ten behoeve van het onderzoek aan te leveren. Het college onderzoekt in welke gemeente of regio een traject in de maatschappelijke opvang de grootste kans van slagen heeft, dat wil zeggen het meeste kan bijdragen aan de zelfredzaamheid en participatie (en daarmee het duurzaam herstel) van de cliënt. Het college betrekt bij dit onderzoek in elk geval de wens van de cliënt. Verder dient het college ook in elk geval bij het onderzoek te betrekken:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.