Beleidsregels Wet taaleis SteenwijkerlandHet college van burgermeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland; gelet op het vanaf 1 januari 2016 geldende artikel 18b van de Participatiewet; overwegende dat het voldoende beheersen van de Nederlandse taal van belang is voor het vinden van werk; besluit vast te stellen de volgende: Beleidsregels Wet taaleis Steenwijkerland. Beleidsregel1Begrippen 1.Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die niet nader zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, het Besluit taaltoets Participatiewet en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). 2.In deze beleidsregels wordt verstaan onder: regulier doelmatigheidsonderzoek: een onderzoek gericht op de plicht tot arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 9 lid 1 Participatiewet, dat periodiek plaats vindt afhankelijk van de profielindeling; profielindeling: afhankelijk van de kansen op de arbeidsmarkt, deelt het college een bijstandsgerechtigde in een bepaald klantprofiel in; het college: Het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland; laaggeletterd: belanghebbende die voldoet aan de Wet taaleis, maar bij wie de kennis van de Nederlandse taal lager is dan van een persoon met een startkwalificatie; startkwalificatie: Een diploma op HAVO, VWO of MBO niveau 2 of hoger; taalmeter: een instrument waarmee gemeten wordt of belanghebbende laaggeletterd is. Beleidsregel2Onderzoek naar vereisten Wet taaleis WWB 1.Een belanghebbende beheerst de Nederlandse taal in het kader van de Wet taaleis WWB in voldoende mate, indien: belanghebbende in Nederland geboren is en tot zijn 13e levensjaar onafgebroken in Nederland heeft gewoond; belanghebbende een document kan overleggen als bedoeld in het derde lid; of dat blijkt uit een namens het college door een Regionaal Opleidingencentrum (ROC) bij belanghebbende afgenomen taaltoets in het kader van de Wet taaleis WWB. 2.Aan een belanghebbende die voldoet aan de taaleis van de Wet taaleis WWB, kan het college de verplichting opleggen om zijn kennis van de Nederlandse taal dusdanig te vergroten dat hij niet meer laaggeletterd is (artikel 18, lid 4, onderdeel f Participatiewet). Dit indien uit de taalmeter blijkt dat hij laaggeletterd is. 3.Een belanghebbende kan onder andere met de volgende documenten aantonen dat hij voldoet aan de Wet taaleis WWB: een diploma voor een of meer opleidingen als bedoeld in artikel 2, onderdelen b tot en met n Besluit referentieniveaus Nederlandse taal en rekenen; met een beschikking van de gemeente of DUO waaruit blijkt dat belanghebbende is vrijgesteld van inburgering (afdeling 2 Wet inburgering); Nederlands diploma (artikel 2, lid 1, onderdeel b Besluit inburgering): concreet gaat het om de volgende diploma's: een getuigschrift wetenschappelijk of hoger beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de vroegere Wet op het wetenschappelijk onderwijs of de vroegere Wet op het hoger beroepsonderwijs; een diploma voortgezet onderwijs (ook wel middelbaar onderwijs genoemd), uitgereikt op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs; een diploma middelbaar beroepsonderwijs, uitgereikt op grond van de Wet educatie en beroepsonderwijs of de Wet op het voortgezet onderwijs; een diploma leerlingwezen, uitgereikt op grond van de vroegere Wet op het leerlingwezen of de vroegere Wet op het cursorisch beroepsonderwijs; het certificaat op grond van de Wet Inburgering Nieuwkomers (WIN) alsmede de verklaring van het regionaal opleidingencentrum (ROC) op grond waarvan dat certificaat is afgegeven, indien uit die verklaring blijkt dat voor het onderdeel Nederlands als tweede taal ten minste niveau 2 van de eindtermen Referentiekader Nederlands als Tweede Taal is behaald (artikel 2.4, lid 1 Besluit Inburgering); het certificaat voor oudkomers, zoals bedoeld in de Regeling certificaat inburgering oudkomers, indien uit de vermelding daarop blijkt dat ten minste het niveau NT2 voor de onderdelen Luisteren, Spreken, Lezen en Schrijven is behaald (artikel 2.3, lid 1, onderdeel i Besluit inburgering); diploma staatsexamen NT2; Belgisch diploma in het Nederlandstalig onderwijs in België met voldoende voor het vak Nederlands; Surinaams diploma in het Nederlandstalig onderwijs met voldoende voor het vak Nederlands; Nederlands - Antilliaans diploma in het Nederlandstalig onderwijs met voldoende voor het vak Nederlands; Certificaat Nederlandse Naturalisatietoets van een in Bonaire, Sint Eustatius, Saba, Aruba, Curaçao of Sint Maarten geboren belanghebbende; personen die voorafgaand aan de bijstandsuitkering voor een langdurige uitkering op grond van de Werkloosheidwet in aanmerking kwamen en, voordat ze deze werkloosheidsuitkering ontvingen, werkten in een functie waarvoor een goede beheersing van de Nederlandse taal een vereiste was; bewijzen van publieke optredens (bijvoorbeeld het geven van lezingen) of bewijzen van het vervullen van vrijwilligersfuncties of bestuursfuncties waaruit blijkt dat belanghebbende op een zeker niveau in het Nederlands communiceert. Het ligt voor de hand dat genoemde functies wel gedurende enige tijd vervuld moeten zijn, willen zij als bewijs voldoende aannemelijk zijn; een ingevolge de Participatiewet gegeven beschikking van een gemeente waaruit blijkt dat aan de Wet taaleis WWB wordt voldaan. Beleidsregel3Termijn taaltoets
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.