Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2026Het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland; gelet op paragraaf 6.4 en 6.5 van Participatiewet, paragraaf 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, paragraaf 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen en de Algemene wet bestuursrecht; overwegende: dat het college bij de terugvordering, het verhaal en de invordering van vorderingen een evenwicht nastreeft tussen een zorgvuldige uitvoering van de wettelijke taken en het voorkomen van problematische schulden bij inwoners; dat bij de invordering van gemeentelijke vorderingen wordt aangesloten bij de landelijk geldende uitgangspunten voor minnelijke schuldhulpverlening, zoals gehanteerd door de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) en neergelegd in het Convenant Lokale Overheid; besluit vast te stellen de volgende: Beleidsregels terugvordering, verhaal en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ 2026 Artikel1Begripsbepaling In deze beleidsregels wordt verstaan onder: IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; BBZ: het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004); uitkering: een inkomensvoorziening bedoeld voor de noodzakelijke kosten van het bestaan op grond van de Participatiewet, de IOAW de IOAZ of BBZ 2004; college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland. Voor zover niet anders bepaald worden begrippen in deze beleidsregels gebruikt in dezelfde betekenis als in de Participatiewet. Artikel2Intrekking en herziening van de uitkering Het college herziet dan wel trekt het recht op uitkering in, als de uitkering tot een te hoog bedrag dan wel ten onrechte is verleend; Artikel3Herziening of intrekking bij beleidswijziging college Als er sprak is van een herzieningsbesluit ten nadele van belanghebbende past het college een afbouwregeling toe. De afbouwregeling duurt een jaar te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin het herzieningsbesluit is afgegeven. De afbouwregeling ziet er als volgt uit: 1e tot en met 3e maand oud bedrag minus nieuw bedrag x 100% 4e tot en met 6e maand oud bedrag minus nieuw bedrag x 75% 7e tot en met 9e maand oud bedrag minus nieuw bedrag x 50% 10e tot met 12e maand oud bedrag minus nieuw bedrag x 25% Daarbij worden de bedragen naar boven afgerond op hele euro’s. Artikel4Terugvordering 1.Het college maakt gebruikt van haar bevoegdheid tot terugvordering. 2.Van bruto terugvordering als bedoeld in het eerste lid wordt afgezien als sprake is van een vordering die is ontstaan buiten toedoen van belanghebbende en belanghebbende niet kan worden verweten dat de betaling van de schuld niet reeds is voldaan in het kalenderjaar waarop de vordering betrekking heeft. 3.De ten onrechte of te veel verstrekte uitkering wordt teruggevorderd inclusief de door de gemeente afgedragen loonbelasting, premies volksverzekeringen, voor zover deze niet kunnen worden verrekend met de belastingdienst. 4.Van terugvordering wordt afgezien als daarvoor dringende redenen aanwezig zijn. Artikel5Afzien van terugvordering 1.Het college kan van terugvordering afzien als: het terug te vorderen bedrag lager is dan € 250,00; en invordering niet mogelijk is of met hoge kosten gepaard gaat . 2.Het eerste lid is niet van toepassing in geval van terugvordering in verband met het schenden van de inlichtingenplicht. Artikel6Verrekening en beslagvrije voet Bij verrekening houdt het college er rekening mee dat de belanghebbend over een besteedbaar inkomen moet beschikken van 95 procent van de toepasselijke uitkeringsnorm. Het college neemt daarbij de beslagvrije voet in acht. Artikel7Dwangbevel en beslagvrije voet De bescherming van de beslagvrije voet vervalt als belanghebbende zijn inlichtingenplicht in het kader van de invordering niet nakomt. Artikel8Wettelijke rente en invorderingskosten 1.Het college verbindt geen kosten aan het versturen van een aanmaning en het uitvaardigen vaneen dwangbevel. Wanneer er derden worden ingeschakeld voor de invordering na het niet voldoen aan het dwangbevel, worden de kosten daarvan bij de belanghebbende in rekening gebracht. 2.Het college heft zelf geen rente. Artikel9Uitstel bij bezwaar en beroep Als de belanghebbende een bezwaarschrift tegen een vordering of een beroepschrift indient, merkt het college het bezwaar- of beroepschrift niet aan als een verzoek om uitstel van betaling. In die gevallen moet belanghebbende dus een uitdrukkelijk verzoek om uitstel van betaling indienen. Artikel10Invordering en kwijtschelding
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.