Verordening op de heffing en invordering van Marktgelden 2020De raad van de gemeente Enkhuizen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5-11-2019, gelet op de artikelen 147 en 229, lid 1, onderdeel a en b van de Gemeentewet besluit: de Verordening op de heffing en invordering van Marktgelden 2020 vast te stellen. Artikel1Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van de bepalingen van deze verordening wordt verstaan onder: Staanplaats: een door de marktmeester aan te wijzen plaats op de weekmarkt dan wel jaarmarkt om zaken of voorwerpen te plaatsen, uit stallen of te verkopen; Evenemententerrein: een door het bevoegd gezag vergunde locatie, waar jaarmarkten, braderieën, themamarkten of ander met markten gelijkgestelde evenementen plaats vinden Dag: tijdvak van 24 uren aanvangend te 0.00 uur. Artikel2Belastbaar feit Terzake van het innemen van een staanplaats dan wel het in gebruik nemen van een evenemententerrein op openbare gemeentegrond om daarop zaken of voorwerpen te plaatsen, uit te stallen of te verkopen tijdens de weekmarkt of markten bedoeld onder artikel 1.2, worden onder de naam "marktgelden" rechten geheven. Artikel3Belastingplicht Belastingplichtig is degene die een staanplaats als vermeld in artikel 2 heeft ingenomen. Artikel4Vrijstellingen Marktgelden worden niet geheven indien en voor zover uit hoofde van een privaatrechtelijke overeenkomst voor het innemen van een staanplaats gelden aan de gemeente zijn verschuldigd. Artikel5Belastinggrondslag en belastingtarief 5.1 Grondslag voor de berekening van het recht voor een staanplaats is: het aantal lengte meters dat met de staanplaats wordt ingenomen; 5.2 Voor de weekmarkt bedraagt het recht voor het innemen van een staanplaats, per dag; per meter lengte, € 1,64 met een minimum van € 6,57 5.3 Voor het in gebruik nemen van een staanplaats op een evenemententerrein bedraagt het recht per dag per 2-meter standplaatslengte; € 1,64 5.4 Het tarief voor elektra bedraagt; voor een standplaats met kramen per marktdag of een gedeelte daarvan € 1,35; voor een standplaats met een verkoopwagen per marktdag of een gedeelte daarvan € 3,
- 5.5 voor de toepassing van sub 5.1 en 5.2 wordt een gedeelte van een dag dan wel van een gedeelte van een lengte meter gerekend voor een gehele. Artikel6Belastingtijdvak Met betrekking tot de rechten genoemd in artikel 5, is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor een staanplaats wordt ingenomen. Artikel7Aangifte 7.1De in artikel 3 genoemde belastingplichtige is verplicht wanneer hij een staanplaats inneemt hiervan terstond aangifte te doen op door burgemeester en wethouders aan te geven wijzen en plaatsen. 7.2Bij voortgezet innemen van een staanplaats, na afloop van de termijn waarvoor marktgelden zijn voldaan, ontstaat opnieuw de aangifteplicht. 7.3Het model voor het uitnodigen tot het doen van aangifte wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Artikel 8 Wijze van heffing en termijnen van betaling 8.1Het recht wordt geheven bij wege van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een gedagtekende bon, nota of ander schriftuur, waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld. 8.2de modellen van de in het eerste lid genoemde bescheiden worden door burgemeester en wethouders vastgesteld. 8.3het recht is verschuldigd zodra een staanplaats wordt ingenomen en moet worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld sub 8.1: mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, in één termijn binnen dertig dagen na dagtekening van het aanslagbiljet of de schriftelijke kennisgeving; 8.4bij voortgezet verblijf, na afloop van de termijn waarover marktgelden zijn betaald, begint een nieuwe termijn en is met betrekking tot deze nieuwe termijn het recht opnieuw verschuldigd. Alsdan moet opnieuw betaling overeenkomstig 8.3 plaatsvinden. 8.5abonnementen moeten worden betaald binnen dertig dagen na de dagtekening van de nota. Artikel9Inwerkingtreding, overgangsbepaling en citeertitel 9.1De "Verordening marktgelden Enkhuizen 2019, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 18 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 9.2Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking. 9.3De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- 9.4Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening marktgelden 2020". Aldus besloten door de raad van de gemeente Enkhuizen in zijn openbare vergadering van 17 december 2019.De raad voornoemd,de griffier, wnd,J.J. denHollanderde voorzitter,E.A. vanZuijlen