Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing gemeente Buren 2020De raad van de gemeente Buren; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1 oktober 2019; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; Besluit : vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing gemeente Buren 2020 Artikel 1 Definities Deze verordening verstaat onder: gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater; woning: een roerende of onroerende zaak die in hoofdzaak dient tot woning; In hoofdzaak dienen tot woning: indien de waarde die op de grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die zaak, in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van de roerende of onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden (70% of meer). Artikel 2 Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling, berging, transport en/of zuivering van het aangeboden water; het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel 3 Belastbaar feit en belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Voor het eigenarendeel wordt, als het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom bezit of beperkt recht is. Artikel 4 Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, worden de belastingen geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel 5 Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Artikel 6 Belastingtarieven De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, bedraagt per perceel dat: in hoofdzaak dient tot woning € 230,- niet in hoofdzaak dient tot woning € 460,- In afwijking van het bepaalde in lid 1, onder b, wordt bij een perceel dat niet in hoofdzaak dient tot woning, het tarief van lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.