Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Weert houdende regels omtrent de heffing en invordering van scheepvaartrechten (Verordening Scheepvaartrechten 2020)De raad van de gemeente Weert; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2019; gelet artikel 216 en 229, lid 1, aanhef en letter a en b van de gemeentewet; Besluit vast te stellen in de openbare vergadering van 18 december 2020 de Verordening op de heffing en de invordering van scheepvaartrechten c.a. 2020 Algemene bepalingen Artikel1.Aard van de rechten In de gemeente Weert worden de navolgende rechten geheven: havengeld; opslaggeld; kadegeld; Vervallen. Artikel2.Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: haven: aan de gemeente toebehorende of bij de gemeente in beheer of onderhoud zijnde, voor de openbare dienst bestemde 1e. bevaarbare wateren en 2e. in, boven of aan die wateren gelegen oevers, kaden, steigers en andere inrichtingen en werken, met al wat daartoe behoort; vaartuig: alle soorten van varende en drijvende voorwerpen, die gebezigd worden voor het vervoer te water van personen en goederen, alsmede plezier vaartuigen; innemen van een ligplaats: het gebruik overeenkomstig de bestemming van een gedeelte van de haven of passantenhaven, niet zijnde het gebruik, genoemd in onderdeel d; opslag van zaken: het gebruik overeenkomstig de bestemming van een gedeelte van de haven voor de opslag, de bewerking en/of de overslag van zaken; pleziervaartuig: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor sport of recreatie; overig vaartuig: een vaartuig dat geen pleziervaartuig, vrachtschip of passagiersschip is; sleepboot: een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het slepen of duwen van andere vaartuigen; waterverplaatsing: de in volumen uitgedrukte waterverplaatsing bij de grootst toegelaten diepgang van het vaartuig, volgens een geldige meetbrief; meetbrief: het document als bedoeld in artikel 782, vierde lid van het Wetboek van koophandel, juncto het besluit van 24 oktober 1983, Stb. 548 (Besluit binnenschependocumenten); lengte: de in meters uitgedrukte lengte over alles van het vaartuig, zoals die blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief; meter: strekkende meter , gemeten over de grootste lengte; opslagruimte: het in vierkante meters uitgedrukte product van de lengte en een breedte in meter; termijn: een in de tarieventabel genoemd tijdvak waarin een ligplaats wordt ingenomen of opslag van zaken plaats vindt. A. HAVENGELD Artikel3.Belastbaar feit Onder de naam "havengeld" wordt ingevolge deze verordening een recht geheven ter zake van het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemd gemeentewater van vaartuigen in de gemeentelijke haven, niet zijnde de passantenhaven. Artikel4.Belastingplicht Het havengeld wordt geheven van de gezagvoerder of de schipper en bij gebreke van die, van de eigenaar of beheerder van het vaartuig, dan wel degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt, dat in de haven verblijft. Artikel5.Aanvang belastingplicht Tenzij anders uit de verordening blijkt, vangt de belastingplicht aan zodra het vaartuig het gemeentelijke vaarwater binnenkomt of gebruik maakt van de bij de gemeente Weert in beheer en onderhoud zijnde kaden, loswallen en aanlegsteigers. Artikel6.Heffingsgrondslag 1.Het havengeld wordt berekend naar de in kubieke meters uitgedrukte waterverplaatsing van het vaartuig. 2.De waterverplaatsing van een vaartuig wordt bepaald met behulp van een geldige meetbrief. 3.Bij gebreke van een geldige meetbrief of bij weigering deze te tonen wordt de waterverplaatsing door of namens het college van burgemeester en wethouders vastgesteld en wordt het havengeld naar de uitkomst daarvan geheven. Artikel7.Tarief havengeld 1.Het havengeld voor het lossen of laden van een vaartuig bedraagt € 0,23 (2019: € 0,22) per kubieke meter waterverplaatsing per binnenkomst in de haven met een minimum van € 14,35 (2019: € 14,00). 2.Voor een vaartuig, dat de haven gebruikt zonder te laden of te lossen bedraagt het havengeld € 0,16 (2019: € 0,15) per kubieke meter waterverplaatsing met een minimum van € 14,00 (2019: € 14,35). 3.Voor een vaartuig, dat langer dan 5 achtereenvolgende dagen in de haven verblijft wordt voor elk volgend tijdvak van 5 dagen of gedeelte daarvan opnieuw havengeld geheven. 4.Het totaal verschuldigd havengeld wordt naar beneden afgerond op het naast gelegen veelvoud van € 0,50. 5.De in de vorige leden genoemde tarieven zijn exclusief btw. Artikel8.Vrijsteling havengeld Het havengeld wordt niet geheven ter zake van: vaartuigen met bijbehorende roeiboten welke middellijk of onmiddellijk in dienst van het rijk uitsluitend ten behoeve van de naleving of handhaving van scheepvaartreglementen; hospitaalschepen en andere vaartuigen, uitsluitend dienende voor het vervoer van zieken en lichamelijk gehandicapten; roeiboten, behorende bij vaartuigen, waarvoor havengeld is of wordt geheven of waarvoor ingevolge dit artikel geen havengeld wordt geheven; kano`s en opblaasboten; sleepboten, die de haven alleen aandoen om vaartuigen te brengen of te halen en die onmiddellijk na aankomst weer vertrekken; een vaartuig waarmee werkzaamheden worden verricht ten behoeve van de gemeente; vaartuigen, die in de haven ligplaats nemen zonder te laden of te lossen van 's-zaterdags na 12:00 uur tot 's maandags 10:00 uur en gedurende algemeen erkende christelijke feestdagen; vaartuigen, die ten gevolge van ijsgang of andere natuurlijke overmacht langer dan 5 dagen moeten blijven liggen, voor zover de ligtijd de toegestane verblijfsduur overschrijdt. B. OPSLAGGELD Artikel9.Belastbaar feit Onder de benaming "opslaggeld" wordt ingevolge deze verordening een recht geheven voor het gebruik van opslagruimte van bij de gemeente in beheer en onderhoud zijnde kaden, loswallen en aanlegsteigers of van de overige aan de gemeente toebehorende terreinen bestemd voor de opslag langs de haven. Artikel10.Belastingplicht Het opslaggeld wordt geheven van degene, die gebruik maakt van de opslagruimte of op wiens last dit geschiedt dan wel degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt. Artikel11.Aanvang belastingplicht Tenzij anders uit de verordening blijkt, vangt de belastingplicht aan zodra de opslag van goederen aanvangt op de bij de gemeente Weert in beheer en onderhoud zijnde kaden, loswallen en aanlegsteigers of van de overige aan de gemeente toebehorende terreinen bestemd voor de opslag langs de haven. Artikel12.Heffingsgrondslag De grondslagen voor de berekening van het opslaggeld zijn de tijdsduur en het aantal in gebruik genomen m² opslagruimte. Artikel13.Tarief opslaggeld 1.Voor het gebruik van de opslagruimte wordt een opslaggeld geheven van € 0,23 (2019: € 0,22) per m² per dag of gedeelte daarvan met een minimum van € 14,35 (2019: € 14,00). 2.De tot gebruik aangevraagde oppervlakte wordt gemeten in vierkante meters, met dien verstande dat de niet belegde tussenruimte onder de gebruikte oppervlakte wordt begrepen. 3.Een gedeelte van een vierkante meter wordt voor een gehele vierkante meter gerekend. Artikel14.Abonnement opslaggeld 1.Hij, die van de opslagruimte gedurende een kalenderweek of langer gebruik wenst te maken, kan het opslaggeld bij wijze van abonnement voldoen. 2.a. In dat geval wordt, berekend naar een minimum oppervlakte van 100m² geheven: per kalenderweek, per 100 m² (2019: € 16,90) € 17,30 per kalendermaand, per 100 m² (2019: € 50,70) € 51,90 per kalenderjaar, per 100 m² (2019: € 557,70) € 570,90 Een gedeelte van een week, maand of eenheid van 100 m2 wordt voor een gehele week, maand respectievelijk voor een gehele eenheid van 100 m2 gerekend. Indien het gebruik in de loop van de kalenderweek aanvangt of eindigt, wordt het voor die week verschuldigd opslaggeld berekend naar zoveel zevende gedeelte(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.