Subsidieregeling Professionele Kunsten 2021-2024 Tilburg - BrabantStadDe raad van de gemeente Tilburg; - gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; Besluit Vast te stellen de 'Subsidieregeling Professionele Kunsten 2021-2024 Tilburg - BrabantStad' voor Tilburgse culturele instellingen die ondersteuning aanvragen bij tenminste twee overheden. Daartoe: In te zetten van een bedrag van € 500.000,- uit het huidige budget van Kunstenaarsinitiatieven ten behoeve van deze Tilburgse culturele instellingen. De volgende bedragen uit het budget voor basisvoorzieningen cultuur in deze regeling onder te brengen: De jaarlijkse bijdrage aan Het Zuidelijk Toneel van maximaal € 510.000,- per jaar; Maximaal € 600.000,- per jaar uit de jaarlijkse subsidie aan het Textielmuseum/Stichting Mommerskwartier ten behoeve van het Textiellab. Subsidieregeling Professionele Kunsten 2021-2024 Tilburg - BrabantStad Artikel1Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: Adviescommissie: de adviescommissie die het college van burgemeester en wethouders adviseert over aanvragen ingediend op grond van deze subsidieregeling; AGVV: Verordening (EU) 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën van steun van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187); Asv: Algemene subsidieverordening gemeente Tilburg; Awb: Algemene wet bestuursrecht; lokaal: gericht op activiteiten die vooral plaatselijk worden uitgevoerd; bovenlokaal: gericht op activiteiten die het lokale, plaatselijke overstijgen; professionele kunsten: werk dat primair gericht is op het vervaardigen, produceren van kunstproducten door kunstenaars die artistiek-inhoudelijk actief zijn in de kunsten; meerjarige (exploitatie)subsidie: subsidie die per kalenderjaar of in een bepaald aantal kalenderjaren wordt verstrekt voor een periode van maximaal vier jaar. BrabantStad: provincie Noord-Brabant met daarin in het bijzonder en niet beperkt tot gemeente Breda, gemeente Eindhoven, gemeente Helmond, gemeente ’s Hertogenbosch en gemeente Tilburg. Artikel2Doelgroep Subsidie op grond van deze regeling kan worden aangevraagd door privaatrechtelijke rechtspersonen die in Tilburg gevestigd zijn. Artikel3Subsidievorm Het college verstrekt op grond van deze regeling meerjarige subsidies die een bijdragen leveren aan de exploitatiekosten. Subsidies als bedoeld in sub a. worden verstrekt in de vorm van een geldbedrag. Artikel4Subsidiabele activiteiten Subsidie kan worden verstrekt voor: activiteiten gericht op de volgende functies: het verzorgen van theatervoorstellingen het ontwikkelen van de discipline textiel overige activiteiten gericht op het ontwikkelen, produceren of presenteren van professionele kunsten. Artikel5Weigeringsgronden Subsidie wordt geweigerd indien: de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken conform artikel 11 sub a Asv; subsidieverstrekking niet past binnen het op het betreffende beleidsterrein gevoerde beleid conform het Cultuurplan Tilburg 2021-2024 dan wel conform de adviezen van de externe adviescommissie (zoals benoemd in artikel 13 van deze regeling) die prioriteit aanbrengen in de subsidievragen; de activiteiten gericht zijn op het restaureren, conserveren, beheren of presenteren van een museale collectie; de aanvrager een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 2, onder 18, van de AGVV; ten aanzien van aanvrager een bevel tot terugvordering als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de AGVV openstaat. Artikel6Subsidievereisten Om voor exploitatiesubsidie als bedoeld in artikel 4 in aanmerking te komen, moet worden voldaan aan de volgende vereisten: de activiteiten worden in belangrijke mate uitgevoerd in de provincie Noord-Brabant en Tilburg, zodat de aanvraag het lokale en bovenlokale doel dient; de subsidieaanvrager is gevestigd in Tilburg en op het gebied van professionele kunsten een: producerende instelling; presentatie instelling; ontwikkelinstelling; de activiteiten zijn gericht op het ontwikkelen, produceren of presenteren van professionele kunsten; de subsidieaanvrager is een instelling met: hoge artistiek-inhoudelijke kwaliteit, wat betreft zeggingskracht, oorspronkelijkheid, visie en vakmanschap; hoge zakelijke kwaliteit blijkend uit de bedrijfsvoering en haalbaarheid van de activiteiten; ten minste een bovenlokale functie; een missie en visie op haar rol in de Brabantse culturele infrastructuur; de subsidieaanvrager verklaart dat hij de volgende codes onderschrijft: Governance Code Cultuur; Fair Practice Code; Code Culturele Diversiteit; de activiteiten zijn gericht op publiekswerking of een specifieke doelgroep en monitoring daarvan, blijkend uit een communicatiestrategie; de activiteiten worden uitgevoerd in de periode 2021 tot en met 2024; de subsidieaanvrager overlegt een activiteitenplan, overeenkomstig het daartoe door het college vastgestelde model/richtlijn, waarin in ieder geval is opgenomen: op welke wijze wordt voldaan aan de vereisten in deze paragraaf; een sluitende en goed onderbouwde begroting; Indien de subsidieaanvraag gericht is op de activiteiten, bedoeld in artikel 4, onder a, moet in aanvulling op het eerste lid worden voldaan aan de volgende vereisten: de subsidieaanvrager voert een beleid dat talentontwikkeling bevordert; de subsidieaanvrager voert een beleid dat cultuureducatie bevordert; de subsidieaanvrager heeft een subsidieaanvraag ingediend voor een van de functies genoemd in artikelen 3.9 of 3.45 van de 'Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2021-2024' van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, blijkend uit een kopie van de ontvangstbevestiging. indien de subsidieaanvraag gericht is op de activiteiten, bedoeld in artikel 4, onder b, wordt in aanvulling op het eerste lid voldaan aan het vereiste dat de subsidieaanvrager een aanvraag voor cofinanciering in de vorm van subsidie heeft ingediend of gaat indienen bij een andere overheid, blijkend uit de begroting. Artikel7Subsidiabele kosten Voor zover noodzakelijk en adequaat in relatie tot het doel van de subsidie komen alle kosten voor subsidie in aanmerking; Kosten voor ingehuurde externe deskundigen zijn subsidiabel tot een maximum van € 145 per uur inclusief niet verrekenbare btw. Artikel8Niet subsidiabele kosten In afwijking van artikel 7 komen in ieder geval de kosten ten behoeve van horecaexploitatie niet voor subsidie in aanmerking. Artikel9Vereisten subsidieaanvraag Subsidieaanvragen worden ingediend binnen de tenderperiode van 3 december 2019 tot en met 30 januari 2020 via het daarvoor vastgestelde aanvraagformulier. Artikel10Subsidieplafond Het college van B en W stelt het subsidieplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 4, vast op een totaal van € 6.440.000,- in de periode 2021-2024, dat wil zeggen € 1.610.000,- per jaar, waarvan: € 510.000,- per jaar voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, onderdeel a, onder 1; € 600.000,- per jaar voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, onderdeel a, onder 2, en: € 500.000,- per jaar voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, onder b. Artikel11Subsidiehoogte De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4, onder a, betreft de subsidiabele kosten tot een maximum van: € 510.000,- per jaar voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, onderdeel a, onder 1; € 600.000,- per jaar voor de activiteiten, genoemd in artikel 4, onderdeel a, onder 2; De hoogte van de subsidie, bedoeld in artikel 4, onder b, betreft de subsidiabele kosten tot een maximum van totaal € 500.000,-. Artikel12Verdeelcriteria Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen de vastgestelde subsidieplafonds, genoemd in artikel 10, te boven gaan, maakt het college van B enW voor het bepalen van de onderlinge rangschikking voor de verdeling van de subsidie, een afweging tussen de verschillende volledige aanvragen op basis van de volgende criteria: de mate waarin de activiteiten een hoge artistiek-inhoudelijke kwaliteit hebben, wat betreft zeggingskracht, oorspronkelijkheid, visie en vakmanschap, te waarderen met maximaal 100 punten; de mate waarin de activiteiten hoge zakelijke kwaliteit hebben, wat betreft omgevingsbewustzijn en ondernemerschap, te waarderen met maximaal 100 punten; de mate waarin de activiteiten publiekswerking hebben of gericht zijn op een specifieke doelgroep, wat betreft binding met het bestaande publiek of doelgroep en inspanningen voor duurzame opbouw en vernieuwing van publiek of doelgroep, te waarderen met maximaal 100 punten; de mate waarin de activiteiten bijdragen aan een evenwichtige culturele infrastructuur, wat betreft spreiding en inhoud in Brabant en bijdrage aan het bovenlokale, regionale of landelijke cultuuraanbod, te waarderen met maximaal 100 punten. Indien toepassing van het eerste lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium, genoemd in het eerste lid, onder d, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking. Indien toepassing van het tweede lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium, genoemd in het eerst lid, onder a, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking. Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting. De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers. De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris. De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt. De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie. Subsidie wordt verdeeld over opeenvolgende aanvragen die volledig gehonoreerd kunnen worden. Artikel13Externe adviescommissie Het college van B en W legt aanvragen voor subsidie als bedoeld in artikel 6 en artikel 12 voor aan de externe adviescommissie. Artikel14Verplichtingen van de subsidieontvanger De subsidieontvanger heeft conform de Asv in ieder geval de volgende verplichtingen: de subsidieaanvrager past de volgende code toe: Governance Code Cultuur; En beschrijft hoe hij de volgende codes onderschrijft: Fair Practice Code; Code Culturele Diversiteit; de activiteiten worden uitgevoerd in de periode 2021 tot en met 2024; de subsidieontvanger zorgt voor communicatie over de activiteiten; bij subsidies tot € 125.000,- overlegt de subsidieontvanger jaarlijks een tussentijds voortgangsverslag, bestaande uit jaarverslag en de jaarrekening; bij subsidies van € 125.000,- en hoger is een controleverklaring vereist; overlegt de subsidieontvanger jaarlijks voor 1 juli een voortgangsverslag over het voorgaand kalenderjaar, met ingang van 2022; houdt de subsidieontvanger ingevolge artikel 7, eerste lid, van de AGVV een administratie bij van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten als bedoeld in artikel 4:37, eerste lid, onder b, van de Awb en overlegt deze desgevraagd aan het college; subsidieontvanger verleent medewerking aan een gesprek over de voortgang van de activiteiten. Artikel15Prestatieverantwoording Bij subsidies tot € 125.000,- toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van: jaarverslag (activiteiten); jaarrekening; Bij subsidies van € 125.000,- en hoger toont de subsidieontvanger bij de aanvraag tot subsidievaststelling aan dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan door middel van de volgende bewijsstukken: een activiteiten verslag; een financieel verslag; controleverklaring, en de bepalingen over verantwoording zoals opgenomen in de Asv. Artikel16Subsidievaststelling De subsidie wordt vastgesteld aan de hand van de ingediende inhoudelijke en financiële verantwoording en op basis van de werkelijk gemaakte kosten tot een maximum van de toegekende subsidie volgens de subsidiebeschikking. Bij subsidies tot € 125.000 het College van B en W de subsidie, ingevolge artikel 7, eerste lid, van de AGVV, vast op basis van gerealiseerde kosten. De vaststelling zoals bedoeld in Hoofdstuk 7 van de Asv. Artikel17Bevoorschotting en betaling Alle subsidies van € 7.500,- en hoger worden bevoorschot; Het voorschot, bedoeld in het eerste lid, wordt gespecificeerd in de beschikkingsbrief. Artikel18Inwerkingtreding Deze regeling treedt in werking met ingang van 3 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.