← Nederland

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Cranendonck houdende regels omtrent de heffing en invordering van precariobelastingen (Verordening rec

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Cranendonck houdende regels omtrent de heffing en invordering van precariobelastingen (Verordening rechten en precariobelastingen 2020)DE RAAD VAN DE GEMEENTE CRANENDONCK Gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Cranendonck d.d. 5 november 2019; Gelet op artikel: 228, 229 eerste lid, onderdelen a en b van de Gemeentewet; B E S L U I T Vast te stellen de: VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RECHTEN EN PRECARIOBELASTINGEN

  1. HOOFDSTUK1Algemene bepalingen Artikel1Inleidende bepalingen Krachtens deze verordening worden geheven: precariobelasting; rechten. Artikel2Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: jaar: een kalenderjaar; kwartaal; een kalenderkwartaal; maand: een kalendermaand; week: een periode van zeven achtereenvolgende dagen; dag: een periode van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur, of een gedeelte daarvan; uur: een periode van 60 achtereenvolgende minuten. vergunning: een door het gemeentebestuur verleende en in een gemeentelijke registratie opgenomen toestemming op grond waarvan een persoon een of meer voorwerpen onder, op of boven de voor openbare dienst bestemde gemeentegrond mag hebben. HOOFDSTUK2Precariobelasting Artikel3Belastbaar feit Onder de naam precariobelasting wordt een directe belasting geheven ter zake van het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, bedoeld of genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel4Belastingplicht 1.De precariobelasting wordt geheven van degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel van degene ten behoeve van wie die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. 2.In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt, indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, degene aan wie de vergunning is verleend of diens rechtsopvolger aangemerkt als degene bedoelt in het eerste lid, tenzij blijkt dat hij niet de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond heeft. Artikel5Vrijstellingen De precariobelasting wordt niet geheven ter zake van het hebben van: voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, welke ingevolge een wettelijk voorschrift, een overeenkomst of anderszins rechtens moeten worden gedoogd; materialen en andere voorwerpen, bestemd voor de uitvoering van werken waarvan de kosten direct of indirect ten laste van de gemeente Cranendonck komen; wegwijzers of soortgelijke voorwerpen van de Koninklijke Nederlandse Toeristenbond ANWB en van andere hetzelfde doel nastrevende instellingen; abri's, halteborden en daaraan gelijk te stellen voorwerpen ten dienste van het openbaar vervoer. voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, waarvoor de gemeente een recht heft op grond van artikel 229, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet, dan wel een privaatrechtelijke vergoeding is overeengekomen. voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, waarvan de gemeente, de provincie of het rijk genothebbende is krachtens eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van voorwerpen die in gebruik zijn bij een derde; buizen in de grond tot lozing van fecaliën, huishoud- of hemelwater. Artikel6Maatstaf van heffing en belastingtarief De precariobelasting wordt geheven aan de hand van en naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel, met inachtneming van het overige in deze verordening bepaalde. Artikel7Berekening van de precariobelasting 1.Voor de berekening van de precariobelasting wordt met betrekking tot een in het tarief genoemde lengte- of oppervlaktemaat een gedeelte daarvan als een volle eenheid aangemerkt. 2.Indien een tarief per oppervlakte is vastgesteld, wordt de precariobelasting berekend naar de oppervlakte van de horizontale projectie van de voorwerpen, tenzij anders is bepaald. 3.De oppervlakte van andere dan rechthoekige voorwerpen wordt gesteld op het product van de twee aangrenzende zijden van een om een voorwerp geplaatste denkbeeldige rechthoek. 4.Indien de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, wordt voor de berekening van de precariobelasting aangesloten bij de geldigheidsduur van die vergunning, tenzij blijkt dat het belastbaar feit zich gedurende een kortere periode heeft voorgedaan. In dat geval kan aanspraak bestaan op ontheffing Artikel8Belastingtijdvak 1.In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belasting-tijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar-overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar. 2.In andere dan de in het eerste lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak het kalenderjaar, dan wel de aaneengesloten periode gedurende welke het belastbare feit zich voordoet of heeft voorgedaan. Artikel9Wijze van heffing De precariobelasting wordt geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Artikel10Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting 1.In de gevallen bedoeld in artikel 8, eerste lid, is de precariobelasting verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.In de gevallen bedoeld in artikel 8, tweede lid, is de precariobelasting verschuldigd bij het einde van het belastingtijdvak. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de naar jaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,
  2. 5.Voor de toepassing van het derde en vierde lid wordt een kalenderjaar gesteld op 365 dagen. Artikel11Termijn van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting worden betaald, ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 9 schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen een maand na de dagtekening van de kennisgeving. 2.Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingswet 1990 met een belastingaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing. 3.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. HOOFDSTUK3Rechten Artikel12Belastbaar feit Rechten worden geheven voor: het gebruik overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen of van voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen, die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn; het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, tenzij deze bedrijfsmatig worden verstrekt of bestaan in het tijdelijk ter beschikking van particulieren stellen van gemeentepersoneel. Artikel13Belastingplicht Rechten worden geheven van diegene: die gebruik maakt van de in artikel 12, onder 1, bedoelde bezittingen, werken of inrichtingen; die het genot heeft van de in artikel 12, onder 2, bedoelde diensten. Artikel14Vrijstellingen Geen rechten zijn verschuldigd voor: materialen en andere voorwerpen, bestemd voor de uitvoering van werken waarvan de kosten direct of indirect ten laste van de gemeente Cranendonck komen; voorwerpen of werken, waarvoor krachtens een andere gemeentelijke heffingsverordening of op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst reeds rechten zijn verschuldigd. Artikel15Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven aan de hand van en naar de maatstaven en tarieven opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel16Wijze van heffing De rechten worden geheven bij wege van gedagtekende nota. Artikel17Termijn van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting worden betaald, ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 9 schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen een maand na de dagtekening van de kennisgeving. 2.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel18Heffingstijdvak Het heffingstijdvak is de in één kalenderjaar gelegen periode gedurende welke zich een belastbaar feit in de zin van deze verordening voordoet of zal voordoen. Artikel19Ontheffingen 1.Indien na het verzenden van een nota aannemelijk wordt gemaakt, dat het belastbare feit zich slechts gedurende een gedeelte van het voor de berekening van het recht in aanmerking komende heffingstijdvak voordoet of zal voordoen, wordt op verzoek ontheffing verleend, voor het resterende tijdvak: Indien het intrekken van de vergunning of ontheffing het gevolg is van het niet naleven van de voorwaarden waaronder deze is verleend, vindt geen teruggaaf plaats. 2.Er vindt geen ontheffing plaats indien het bedrag van de nota niet meer bedraagt dan € 5,
  3. Artikel20Opleggen nota In geval het bedrag van het verschuldigd recht eerst kan worden vastgesteld na afloop van het heffingstijdvak kan een voorlopige nota worden opgelegd. Het opleggen van een voorlopige nota blijft achterwege indien deze een bedrag van € 35,00 niet te boven gaat. HOOFDSTUK4Aanvullende bepalingen Artikel21Kwijtschelding Bij de invordering van de precariobelasting en rechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel22Overgangsrecht De "Verordening op de heffing en de invordering van rechten en precariobelastingen 2019" van 18 december 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 23, het tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel23Inwerkingtreding
  4. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
  5. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  6. Artikel24Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening rechten en precariobelastingen 2020". Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Cranendonck in de openbare vergadering d.d. 17 december 2019.DE RAAD VOORNOEMD,De griffier, Mr. P.J.F. Bemelmans De voorzitter,F.A.P. van KesselBijlage1:OVERZICHT VAN DE OP GROND VAN ARTIKEL 6 EN ARTIKEL 13 VAN DE “VERORDENING OP DE HEFFING EN DE INVORDERING VAN RECHTEN EN PRECARIOBELASTINGEN 2020” VASTGESTELDE TARIEVEN TARIEVENTABEL 2020 NR. OMSCHRIJVING EENHEID TARIEF TIJDSDUUR
  7. Bouwmaterialen en steigers, alsmede niet van gemeentewege geplaatste, voor diverse doeleinden bestemde containers: per m² ingenomen grondopper-vlakte Op de openbare weg € € 1,00 3,15 Per week Per maand Op openbaar terrein waarop de met de openbare bestemming verband houdende bestrating of beplanting niet is aangebracht € € 0,10 0,20 Per week Per maand Op openbare grond niet vallende onder a of b € € 0,45 1,60 Per week Per maand
  8. Het tarief bedraagt voor leidingen, kabels, buizen of watergangen opslagtanks, tanks of verdeelkasten per m¹ per m² € € 1,90 219,85 Per jaar Per jaar
  9. Het hebben van de navolgende voorwerpen in, op, onder of boven de gemeentegrond of voor de openbare dienst bestemd: (licht-)reclame, borden, schermen e.d. tegen gevel per m² € 4,75 Per jaar
  10. Het in gebruik geven van voor openbare dienst bestemde gemeentegrond niet zijnde een terras gelegen aan een horecagelegenheid per 250 m² € 3,60 Per jaar 4a. Het in gebruik geven van voor openbare dienst bestemde gemeentegrond ten behoeve van een terras gelegen aan een horecagelegenheid per m² € 4,80 Per jaar
  11. Diverse dienstverleningen: het verrichten van diverse werkzaamheden door een ambtenaar inclusief overheadkosten en indien van toepassing inclusief voertuig per persoon € 88,05 Per uur
  12. Uitlenen dranghekken, (afhalen bij gemeentewerken) Per stuk € 0,50 Per dag uitlenen minicontainer, (afhalen bij gemeentewerken) Per stuk € 0,85 Per dag Gebruik vlaggemast (plaatsing door gemeentewerken) Per stuk € 109,05 Per dag Gebruik vlaggemast (afhalen bij gemeentewerken) Per stuk € 4,15 Per dag
  13. Rioolaansluitrecht, onder de naam eenmalig aansluitrecht wordt een recht geheven ter zake van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten in verband met het tot stand brengen van een directe of indirecte aansluiting van eigendom op de gemeentelijke riolering. Onder aansluiting van een eigendom wordt verstaan het leggen door de gemeente van een buisleiding (inclusief herstel van de openbare verharding van de straat en het trottoir) van het in de openbare weg aanwezige afvoerstelsel tot aan het eigendom ten behoeve waarvan de aansluiting geschiedt, ertoe dienende om voor dat eigendom een directe of indirecte lozing op de gemeentelijke riolering mogelijk te maken. Onder eigendom wordt verstaan een roerende of onroerende zaak. Van een indirecte aansluiting is sprake wanneer tussen het eigendom en de gemeentelijke riolering een buisleiding toebehoort aan derden. Voor een eigendom met een aansluiting tot en met 4 strekkende meter bedraagt het recht zoals bedoeld in onderdeel 7 letter a per eigendom € 597,70 Voor elke strekkende meter boven de in onderdeel 7 letter genoemde aansluitlengte wordt het recht met dit bedrag vermeerderd per m1 € 68,05 Per woning/bedrijfsruimte bedragen de aansluitkosten op de drukriolering/IBA per geval € 5.654,45 Behoort bij raadsbesluit van 17 december
  14. De griffier, Mr. P.J.F. Bemelmans

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.