← Nederland

Verordening reinigingsheffingen 2020 (Baarn)

Verordening reinigingsheffingen 2020De raad van de gemeente Baarn – gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 november 2019 – behandeld in het debat in de raad d.d. 11 december 2019 b e s l u i t:

  1. De volgende gemeentelijke belastingverordeningen vast te stellen: A. Legesverordening 2020 + tarieventabel 2020; B. Verordening reinigingsheffingen 2020 + tarieventabel 2020; C. Verordening begraafplaatsrechten 2020 + tarieventabel 2020; D. Verordening forensenbelasting 2020; E. Verordening hondenbelasting 2020; F. Verordening onroerendezaakbelastingen 2020; G. Verordening precariobelasting 2020 + tarieventabel 2020; H. Verordening reclamebelasting Centrumgebied 2020; I. Verordening rioolheffing 2020; J. Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2020; K. Verordening toeristenbelasting
  2. Vastgesteld in de vergadering, op 18 december 2019 N.C. Both griffier M.A. Röell voorzitter Verordening reinigingsheffingen 2020 Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel
  3. Inleidende bepaling Krachtens deze verordening worden geheven: a. een afvalstoffenheffing; b. reinigingsrechten. Artikel
  4. Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. ‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer; b. grof bedrijfsafval: afvalstoffen, met uitzondering van autowrakken, afkomstig van bedrijven en instellingen, welke door aard, omvang of hoeveelheid niet periodiek worden ingezameld. Hoofdstuk II Afvalstoffenheffing Artikel
  5. Aard van de belasting en belastbaar feit
  6. Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer.
  7. De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel
  8. Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel
  9. Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in hoofdstuk 1 van de bij deze verordening behorende tarieventabel. Artikel
  10. Belastingjaar Met betrekking tot de belasting die per jaar wordt geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel
  11. Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel
  12. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
  13. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
  14. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
  15. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
  16. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
  17. De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening. Artikel
  18. Termijnen van betaling
  19. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
  20. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
  21. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen. Hoofdstuk III Reinigingsrechten n.v.t. Hoofdstuk IV Aanvullende bepalingen Artikel
  22. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de reinigingsheffingen. Artikel
  23. Overgangsrecht De Verordening afvalstoffenheffingen 2018 van 28 november 2018 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 20, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel
  24. Inwerkingtreding
  25. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.
  26. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  27. Artikel
  28. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening reinigingsheffingen
  29. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december
  30. De griffier, De voorzitter,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.