← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2020 (Baarn)

Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2020De raad van de gemeente Baarn – gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 19 november 2019 – behandeld in het debat in de raad d.d. 11 december 2019 b e s l u i t:

  1. De volgende gemeentelijke belastingverordeningen vast te stellen: A. Legesverordening 2020 + tarieventabel 2020; B. Verordening reinigingsheffingen 2020 + tarieventabel 2020; C. Verordening begraafplaatsrechten 2020 + tarieventabel 2020; D. Verordening forensenbelasting 2020; E. Verordening hondenbelasting 2020; F. Verordening onroerendezaakbelastingen 2020; G. Verordening precariobelasting 2020 + tarieventabel 2020; H. Verordening reclamebelasting Centrumgebied 2020; I. Verordening rioolheffing 2020; J. Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2020; K. Verordening toeristenbelasting
  2. Vastgesteld in de vergadering, op 18 december 2019 N.C. Both Griffier M.A. Röell voorzitter Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2020(Verordening toeristenbelasting 2020). Artikel
  3. Belastbaar feit Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Artikel
  4. Belastingplicht
  5. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel
  6. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel
  7. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
  8. Artikel
  9. Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:
  10. van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;
  11. van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.
  12. van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk verblijf forensenbelasting is verschuldigd;
  13. op vaartuigen voor welk verblijf watertoeristenbelasting is verschuldigd. Artikel
  14. Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Artikel 5 n.v.t. Artikel
  15. Belastingtarief Het tarief bedraagt per persoon, per overnachting, op of in een: a. camping of trekkershut € 1,20 b. hotel, pension of bed and breakfast-accommodatie € 1,66 c. andere vorm van overnachten € 0,92 Artikel
  16. Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel
  17. Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel
  18. Aanslaggrens Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder dan 40 zal of heeft belopen. Artikel
  19. Termijnen van betaling
  20. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet een aanslag worden betaald binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
  21. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in acht gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens één maand later.
  22. De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel
  23. Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven voor de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. Artikel
  24. Overgangsrecht De 'Verordening toeristenbelasting 2019' van 28 november 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel
  25. Inwerkingtreding
  26. Deze verordening treedt in werking met ingang van de 1e dag na die van de bekendmaking.
  27. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  28. Artikel
  29. Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening toeristenbelasting
  30. Vastgesteld in de openbare vergadering van 18 december
  31. griffier, voorzitter,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.