Havenverordening DordrechtNr. 2393520 De raad van de gemeente Dordrecht; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouder van 19 november 2019 inzake Havenverordening Dordrecht; gelet op de Gemeentewet artikelen 147 en 156, derde lid; overwegende dat: het noodzakelijk is in deze Havenverordening Dordrecht regels met betrekking tot het goed havenbeheer te herzien in verband met nieuwe ontwikkelingen, zowel op nautisch, milieu hygiënisch als op technisch en ordeningsgebied; de Havenverordening Dordrecht dient ter bevordering van een goed havenbeheer, daaronder begrepen de ordening (efficiënt gebruik van de haven), de veiligheid en het milieu van de haven en de omgeving van de haven, en de kwaliteit van de dienstverlening in de haven; b e s l u i t : vast te stellen de navolgende Havenverordening Dordrecht Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1.1Begripsomschrijvingen In het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt verstaan onder: ADN: Europees Verdrag inzake het internationaal vervoer van gevaarlijke stoffen over de binnenwateren; bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken: een schriftelijke mededeling aan het scheepvaartverkeer waarmee aan dat verkeer wordt gegeven: een inlichting over de toestand van een bepaalde plaats in of een bepaald gedeelte van een scheepvaasrtweg, of; een inlichting aanbeveling, gebod of verbod onderscheidenlijk opheffing van een gebod of verbod voor het verkeersgedrag op een bepaalde plaats in of een bepaald gedeelte van een scheepvaartweg; binnenschip: schip, niet zijnde een zeeschip; binnentankschip: binnenschip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading of gas als bedoeld in het ADN in ladingtanks; boeienspan: ligplaats met het kenmerk dat het schip vanaf het voor- of achterschip op of tussen een of meer daarvoor bestemde boeien of palen kan afmeren, waarbij het schip gemeerd ligt zonder enig contact met overige havenafmeervoorzieningen; brandbare vloeistof: vloeistof waarvan brandbaarheid de enige gevaarlijke eigenschap is; bunkeren: het leveren van vaste, vloeibare of gasvormige brandstoffen of van elke andere energiebron die wordt gebruikt voor de aandrijving van schepen of voor de algemene of specifieke energievoorziening aan boord van schepen; bunkerschip: schip gebruikt voor het bunkeren; bunkervergunning: vergunning voor het leveren of debunkeren van vaste, vloeibare of gasvormige brandstoffen of van elke andere energiebron die wordt gebruikt voor de aandrijving van schepen en voor de algemene of specifieke energievoorziening aan boord van schepen; controlelijst: lijst die wordt gebruikt ter controle van de overslag van vloeibare gevaarlijke of schadelijke stoffen, bunkeren, debunkeren of het aan boord brengen van hulpstoffen; combinatietankschip: zeeschip, ingericht om afwisselend onverpakte vloeibare lading of droge lading te kunnen vervoeren; college: college van burgemeester en wethouders; damp: de atmosfeer die boven een vloeibare stof aanwezig is als gevolg van een bepaalde druk van die vloeibare stof; dampretourleiding: dampdrukvereffeningssysteem tussen de bij de directe overslag betrokken ladingtanks waardoor de overslag emissieloos plaatsvindt; debunkeren: het terugleveren van vaste, vloeibare of gasvormige brandstoffen of van elke andere energiebron die wordt gebruikt voor de aandrijving van schepen en voor de algemene en specifieke energievoorziening aan boord van schepen; dienstverlenend schip: elk schip dat betrokken is bij de volgende vormen van dienstverlening aan schepen, die verband houden met: het repareren of reinigen; het schoonmaken, zowel open, gesloten als anderszins; het brengen of halen van voorraden of scheepsonderdelen; het inzamelen van scheepsafvalstoffen, of; het inspectern van de scheepshuid; efficiënt gebruik van de haven: ordening exploitant: eigenaar, beheerder, rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap heeft over het gebruik van het schip; gasdeskundige: deskundige die in het bezit is van een certificaat van vakbekwaamheid ‘Gasdeskundige’ als bedoeld in artikel 3.5h, vierde lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit; gesloten schoonmaken: elke handeling die gericht is op of verband houdt met het reinigen, gasvrij of dampvrij maken van ladingtanks of sloptanks van een tankschip zodanig dat tijdens de handeling geen emissie naar de atmosfeer plaatsvindt, waaronder ook het gebruik maken van een ontgasvoorziening; gevaarlijke stoffen: stoffen die gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of straling (kunnen) opleveren, zoals vermeld in: de IMDG Code; de IBC Code; de IGC Code; de IMSBC Code, of het ADN haven: wateren binnen de gemeentegrenzen die voor de scheepvaart openstaan met uitzonderling van Rijksvaarwegen; havenmeester: havenmeester als bedoeld in artikel 2.1; hulpbedrijf: machines, apparaten of installaties op een schip die de voortstuwing ondersteunen of de energievoorziening verzorgen; hulpstoffen: stoffen, die aan boord van een schip nodig zijn voor de werking van de aandrijving of het hulpbedrijf; IBC Code: International Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk van de IMO of Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk van de IMO; IGC Code: International Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Liquefied Gases in Bulk van de IMO of Code for the Construction and Equipment of Ships Carrying Liquefied Gases in Bulk van de IMO; IMDG Code: International Maritime Dangerous Goods Code; IMSBC Code: International Maritime Solid Bulk Cargoes Code; IMO: Internationale Maritieme Organisatie van de Verenigde Naties; inerte atmosfeer: een atmosfeer in een ladingtank of sloptank waarin het zuurstofgehalte is verminderd tot ten hoogste 8 volume procent door het toevoegen van een inert gas onder positieve druk; infrastructuur: het geheel van plaatsgebonden, duurzame investeringsgoederen voor het verkeer of vervoer van: personen en vracht, zoals waterwegen, bruggen, tunnels, kades, sluizen en (zee-) havens; bovengrondse masten en kabels voor elektriciteit en telecommunicatie, of; ondergrondse of onderzeese pijpleidingen voor water, gas en olie, rioleringen, kabels voor telecommunicatie e.d.; ISGINTT: International Safety Guide for Inland Navigation Tank-barges and Terminals; ISGOTT: International Safety Guide for Oiltankers and Terminals; kapitein: degene die de feitelijke leiding over een zeeschip voert; kwetsbare objecten: zeer kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen of locaties als bedoeld in bijlage VI van het (ontwerp) Besluit kwaliteit leefomgeving; ladingresiduen: de restanten van lading die na het laden en lossen op het dek of in ruimen of tanks achterblijven, met inbegrip van overschotten of restanten die het gevolg zijn van morsen bij het laden en lossen, in natte of droge toestand of meegevoerd in waswater, en exclusief ladingstof dat na vegen op het dek achterblijft of stof op de buitenoppervlakken van het schip; MARPOL: International Convention for the Prevention of Pollution from Ships, 1973, as amended; ontgasvoorziening: vaste of mobiele voorziening, anders dan een dampretourleiding, om dampen van lading te ontvangen tijdens het gasvrij of dampvrij maken van lege of geloste tanks en daarop aangesloten laad- en losleidingen; of tijdens de overslag van gevaarlijke of schadelijke stoffen. ontsmetten: behandelen met gassen of stoffen die gassen afstaan; ontvangst van scheepsafvalstoffen de ontvangst van scheepsafvalstoffen door een vaste, drijvende of mobiele voorziening die is ingericht voor de ontvangst van scheepsafvalstoffen als omschreven in Richtlijn 2019/883/EG van het Europees Parlement en de Raad, of zoals nadien gewijzigd of herzien; ontvangstvoorziening: voorziening voor de ontvangst van scheepsafvalstoffen; open vuur: vuur, vonkvorming en elk oppervlak binnen een afstand van 25 meter van een gevaarlijke stof, dat een temperatuur heeft die gelijk is aan of hoger dan de minimum-ontstekingstemperatuur van die stof; open schoonmaken: elke handeling die gericht is op of verband houdt met het reinigen, gasvrij of dampvrij maken van ladingtanks of sloptanks van een tankschip zodanig dat een emissie naar de atmosfeer kan plaatsvinden; operationele ruimte: in lengte, breedte, diepte of hoogte begrensd gebied, waarbinnen schepen ligplaats kunnen nemen om hun activiteiten uit te oefenen; ordening: efficiënt gebruik van de haven ; overslag: laden of lossen van lading in of uit een schip; palenligplaats: ligplaats waartegen een schip kan afmeren zonder enig contact met overige havenafmeervoorzieningen; passagiersschip: een binnenschip dat is bestemd of wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf personen buiten de bemanning; petroleumhaven: gebied ingericht voor de afhandeling van een tankschip met gevaarlijke stoffen; plaatsgebonden risico: risico op een plaats buiten een locatie, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is; plantaardige of dierlijke oliën: oliën of vetten die gewonnen worden uit zaden of vruchten van planten of bomen of oliën en vetten van dierlijke oorsprong; pleziervaartuig: schip dat is bestemd of wordt gebruikt voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding; schadelijke stoffen: stoffen die als zodanig bij of krachtens de Wet voorkoming verontreiniging door schepen zijn aangewezen of worden genoemd; scheepsafvalstoffen: al het afval van het schip, met inbegrip van ladingresiduen, dat tijdens de exploitatie van een zeeschip of tijdens laad-, los- en schoonmaakactiviteiten ontstaat en binnen het toepassingsgebied van de bijlagen I, II, IV, V en VI bij het MARPOL-verdrag valt, evenals passief opgevist afval; schip: elk vaartuig met inbegrip van een watervliegtuig, een draagvleugelboot, een luchtkussenvoertuig, een boorinstallatie, een werkeiland of soortgelijk object, een baggermolen, een drijvende kraan, een elevator, een ponton, een duwbak, een drijvend werktuig, een drijvend voorwerp of een drijvende inrichting; schipper: degene die de feitelijke leiding over een binnenschip voert; sloptank: tank aan boord van een schip, bestemd voor het houden van al dan niet met water vermengde ladingrestanten van schadelijke, brandbare of andere gevaarlijke vloeistoffen (slops); StSTGP: Ship to Ship Transfer Guide for Petroleum, Chemicals and Liquefied Gases; tankschip: binnentankschip of zeetankschip; toestemming: vergunning, ontheffing of vrijstelling; varend woonschip: een schip, niet zijnde een object dat direct of indirect met de grond verbonden is, dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als woonverblijf en waarmee met enige regelmaat gevaren wordt; ventileren: het drogen van geopende ladingtanks of sloptanks van een tankschip naar de atmosfeer nadat deze zijn schoongemaakt waarbij de concentratie gevaarlijke gassen en dampen in het uitgeblazen mengsel op de plaats van uittreding: niet meer dan 10 % van de onderste explosie grens bedraagt, of; zich onder de grenswaarde bevindt, als bedoeld in artikel 4.3 van het Arbeidsomstandighedenbesluit, voor stoffen als bedoeld in het ADN waarbij in kolom 18 van tabel C een giftigheidsmeter wordt vereist; vlampunt: de laagste temperatuur van een vloeistof, waarbij de damp daarvan met lucht een ontvlambaar mengsel vormt; vluchtige organische stoffen: organische verbinding van antropogene aard met uitzondering van methaan, die bij 293,15 K een dampspanning heeft van 1 kPa of meer of onder de specifieke gebruiksomstandigheden een vergelijkbare vluchtigheid heeft; werkschip: elk schip dat onderhoudswerkzaamheden uitvoert aan de infrastructuur, uitgezonderd een schip dat baggerwerkzaamheden uitvoert; zeeschip: schip dat volgens zijn constructie uitsluitend of in hoofdzaak is bestemd voor de vaart op zee; zeetankschip: zeeschip, gebouwd voor of aangepast aan het vervoer van onverpakte vloeibare lading of gas als bedoeld in de IGC code in zijn ladingtanks. Artikel1.2Waar gelden deze regels? Het bepaalde bij of krachtens deze verordening is van toepassing in de haven. Het bepaalde bij of krachtens deze verordening is tevens van toepassing op schepen die buiten de haven doch binnen de gemeentegrenzen direct of indirect gemeerd, ten anker liggen of op een spudpaal zijn afgemeerd. Artikel1.3Op wie is deze verordening van toepassing? De kapitein of de schipper is verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening, tenzij in deze verordening anders is bepaald. Als een kapitein of een schipper niet op het schip aanwezig is, is de exploitant verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening. Artikel1.4Beslistermijn toestemming Het college beslist op een aanvraag voor een toestemming binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Het college kan de termijn met ten hoogste acht weken verlengen. Artikel1.5Voorschriften en beperkingen Het college kan aan een toestemming, aanwijzing of maatregel voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en beperkingen zijn bedoeld ter bescherming van het belang of de belangen van de betreffende toestemming, aanwijzing of maatregel. Degene aan wie een toestemming. aanwijzing of maatregel is gegeven dan wel een maatregel is opgelegd, houdt zich aan de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen. Artikel1.6Weigeren, wijzigen of intrekken van toestemming Het college kan de toestemming weigeren, wijzigen of intrekken als: bij de aanvraag onjuiste gegevens zijn verstrekt; dit noodzakelijk is ter bescherming van de veiligheid, het efficiënt gebruik van de haven, het milieu in de haven of de omgeving van de haven, alsmede kwaliteit van de dienstverlening; de voorschriften en beperkingen die verbonden zijn aan de toestemming niet zijn of worden nagekomen; van de toestemming geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn of, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn, of; de houder van de toestemming dit verzoekt. Artikel1.7Geldigheidsduur De toestemming geldt voor maximaal 5 jaar. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan door het college de vergunning als bedoeld in artikel 8.1 of artikel 8.5 voor een afwijkende maximale geldigheidsduur worden verleend. tenzij in deze verordening anders is bepaald. Artikel1.8Verplichtingen aan boord houden van toestemmingen De toestemming of een (digitale) kopie daarvan, die op een schip betrekking heeft bevindt zich aan boord van het schip. Dit artikel is niet van toepassing op een duwbak. Artikel1.9Ontheffing en vrijstelling van geboden en verboden Het college kan op verzoek ontheffing of vrijstelling verlenen van de verboden en geboden zoals die bij of krachtens deze verordening zijn opgenomen. Het college gebruikt deze bevoegdheid slechts als: daardoor het efficiënt gebruik van de haven, de veiligheid, het milieu in de haven of de omgeving van de haven niet worden geschaad, en: de verzoeker aannemelijk maakt dat alle doelen als bedoeld onder a ten minste even goed worden gediend. Artikel1.10Melding aan de havenmeester Het doorgeven van een op grond van het bepaalde bij of krachtens deze verordening verplicht gestelde melding, vindt plaats op een door de havenmeester aangegeven wijze of tijdstip, waarbij de havenmeester tevens de door te geven gegevens kan bepalen. Paragraaf2Havenmeester Artikel2.1Aanwijzing havenmeester Het college wijst de havenmeester aan. Paragraaf3Ordening en gebruik van de haven Artikel3.1Verkeerstekens en bekendmakingen met dezelfde strekking als een verkeersteken Het college kan verkeerstekens plaatsen die zijn vermeld in het Binnenvaartpolitiereglement en kan die verkeerstekens voorzien van nadere aanduidingen. Een verkeersteken en de daarbij behorende nadere aanduidingen moeten worden nageleefd. Wat in het eerste en tweede lid staat, is van overeenkomstige toepassing op een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken. Artikel3.2Aanwijzen gebieden en periodes ligplaatsnemen Het college kan gebieden aanwijzen waar: bepaalde categorieën van schepen zich wel of niet mogen bevinden, daaronder begrepen het nemen van een ligplaats, of; bepaalde activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het college kan in de aanwijzing periodes aangeven waarbinnen de aanwijzing van toepassing is. Artikel3.3Nemen van een ligplaats Een schip mag alleen ligplaats nemen als dit gebeurt: in overeenstemming met ter plaatse aangebrachte verkeerstekens en nadere aanduidingen die daar zijn aangebracht; in overeenstemming met een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeerstekens, of; op ligplaatsen, gelegen aan een afmeervoorziening met instemming van een huurder, erfpachter of eigenaar, behalve als het college het nemen van een ligplaats niet toestaat uit het oogpunt van het efficiënt gebruik van de haven, veiligheid of milieu. Artikel3.4Deugdelijk afmeren Een schip wordt deugdelijk en veilig afgemeerd. Als een zeeschip ligplaats heeft ingenomen in de lengterichting ten opzichte van een ander afgemeerd schip, houdt het zeeschip, met de hieronder aangegeven lengte, de volgende onderlinge afstand aan: tot en met 120 meter; 0,1 x de lengte van het zeeschip met een minimum van 10 meter, of; langer dan 120 meter; 0,1 x de lengte van het zeeschip met een minimum van 15 meter en een maximum van 35 meter. Artikel3.5Omhoog brengen van schepen Een schip mag alleen met hulpmiddelen omhoog worden gebracht, als het schip zich bevindt in een gebied dat door het college hiervoor is aangewezen. Artikel3.6Gebruik van voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven Een schip mag geen voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven gebruiken als: het aan de grond zit; het gemeerd, ten anker of op spudpalen ligt; de voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven worden gebruikt om het schip tegen de kade of de oever aan te drukken, anders dan onmiddellijk voor het ontmeren of afmeren, of; dit schade kan toebrengen aan de infrastructuur. Wat in het eerste lid, onder b, staat, geldt niet als het schip aan een ander schip gemeerd ligt en moet bij- of afdraaien ter voorkoming van schade. Als de voortstuwers, boegschroeven of hekschroeven van een schip in werking zijn, is een persoon die met het schip mag varen in de stuurhut aanwezig. afmeert of ontmeert; een lengte van maximaal 35 meter heeft; op grond van het vereiste geldige certificaat, als bedoeld in de Binnenvaartwet, met één bemanningslid mag varen, en; één bemanningslid, zijnde de schipper, heeft, die als enige aan boord is. Wat in het derde lid staat, geldt niet als het schip: Artikel3.7Gebruik van ankers en spudpalen Een anker of een spudpaal mag alleen worden gebruikt: in door het college aangewezen gebieden; in overeenstemming met ter plaatse aangebrachte verkeerstekens en nadere aanduidingen of met een besluit met dezelfde strekking als een verkeersteken, of; als het gebruik geen schade toebrengt of schade kan toebrengen aan infrastructuur, in de onderwaterbodem aangebrachte ondergrondse infrastructuur of oeverbeschermingswerken. Als een anker of een spudpaal in een situatie als bedoeld in het eerste lid, onder c, wordt gebruikt, wordt dit vooraf gemeld aan de havenmeester. Wat in het eerste lid staat, geldt niet voor een anker als deze wordt gebruikt door een zeeschip op advies van een loods: bij het afmeren, of; ter voorkoming van een aanvaring. Artikel3.8Rechthebbenden Alleen rechthebbenden mogen een schip vasthouden, zich daarop bevinden of een schip losmaken. Artikel3.9Melding bedrijfsstoring, gebrek, schade of aanvaring Bedrijfsstoringen, gebreken of schades aan of aan boord van een schip die gevaar, schade of hinder kunnen veroorzaken voor het schip of de omgeving, dan wel een aanvaring worden direct aan de havenmeester gemeld. Artikel3.10Meldplicht zeeschepen Dit artikel is van toepassing op alle wateren binnen de gemeentegrenzen. De kapitein, de exploitant of de agent van een zeeschip dat behoort tot een door het college vast te stellen categorie van zeeschepen en dat op weg is van of naar een binnen de gemeentegrenzen gelegen ligplaats, meldt aan de havenmeester de door het college vast te stellen gegevens omtrent: de aankomst; het vertrek; het verhalen; de positie van het schip; de gegevens met betrekking tot de te gebruiken nautische dienstverleners en de scheepsagent; de gegevens met betrekking tot het schip; de daarmee vervoerde lading, en; de uit te voeren reis. Dit artikel is niet van toepassing voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien bij of krachten het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart en het Binnenvaartpolitiereglement. Artikel3.11Operationele ruimte ligplaatsen Het college kan voor een ligplaats de operationele ruimte aanwijzen. Het college kan aanvullende regels stellen met betrekking tot het nautisch gebruik van de operationele ruimte. De huurder, erfpachter of eigenaar van de afmeervoorziening van de ligplaats mag schepen alleen ligplaats laten nemen binnen de operationele ruimte. Bunker- of dienstverlenende schepen mogen voor het uitvoeren van hun werkzaamheden geheel of gedeeltelijk buiten de operationele ruimte ligplaats innemen na een melding aan de havenmeester, tenzij het college in het besluit als bedoeld in het eerste lid anders bepaalt. Artikel3.12Maatregelen onttrekking economisch verkeer Het college kan maatregelen opleggen ter bescherming van veiligheids- of milieubelangen dan wel het belang van een efficiënt beheer van de haven, aan een schip, als: dat schip niet beschikt over de vereiste certificaten; beslag is gelegd op dat schip, de lading of de bunkers; dat schip is opgelegd, of; dat schip is onttrokken aan het nautische of economisch verkeer. Artikel3.13Voorzieningen in de haven Het is een ieder verboden voorzieningen of voorwerpen in, op, onder of boven water te plaatsen of aan te brengen, tenzij: daardoor geen gevaar, schade of hinder kan ontstaan, of; het betreft het plaatsen of aanbrengen van scheepstoebehoren en voorzieningen, en als zodanig in gebruik zijn, om een schip te laden en te lossen. Paragraaf4Veiligheid en milieu in de haven Artikel4.1Verontreiniging en overlast door schepen Het is verboden: stoffen uit een schip te laten ontsnappen, waardoor gevaar, schade of hinder ontstaat of kan ontstaan, of; in de haven aan boord van een schip een afvalverbrandingsoven te gebruiken. Artikel4.2Verbod gebruik generator, hoofd- en hulpmotor Het college kan gebieden aanwijzen waarin het verboden is aan boord van een binnenschip een generator of een hoofd- of hulpmotor te gebruiken. Het is toegestaan om direct voor het vertrek en direct na aankomst van een schip in een aangewezen gebied aan boord van een schip een generator of een boord- of hulpmotor in werking te hebben. Artikel4.3Gevaar, schade of hinder opleverende schepen Het college kan als naar zijn oordeel een schip mogelijk gevaar, schade of hinder, of verstoring van het efficiënt gebruik van de haven in of in de omgeving van de haven veroorzaakt of kan veroorzaken dan wel de veiligheid in gevaar brengt of kan brengen: een verbod opleggen om met dat schip de haven binnen te komen, in de haven te verblijven of zich met dat schip op een ligplaats te bevinden, of; mondeling of schriftelijk aanwijzingen geven aan de kapitein, de schipper of de exploitant van het schip dat in de haven verblijft of zich op een ligplaats bevindt. Artikel4.4Veilige toegang Een afgemeerd schip beschikt over een veilige toegang. Een binnenschip hoeft niet over een toegang te beschikken indien: de feitelijke situatie dit onmogelijk maakt ten gevolge van laad- of loshandelingen, of; het afmeren van korte duur is. Artikel4.5Verrichten van werkzaamheden Een ieder mag aan een schip of aan een voorwerp aan boord van een schip werkzaamheden verrichten of doen verrichten, die verband houden met de bedrijfsgereedheid, aanpassing, het herstel of de verbetering van het schip of het voorwerp, als: het schip ligplaats heeft op een locatie waar deze activiteiten zijn toegestaan, of; werkzaamheden: plaatsvinden binnen een periode van 7 x 24 uur na aanvang van de eerste werkzaamheden; geen gevaar, schade of hinder veroorzaken of kunnen veroorzaken; ten minste 25 meter verwijderd zijn van gevaarlijke stoffen of brandbaar materiaal; worden verricht en tijdens de werkzaamheden doelmatige brandblusmiddelen en personen die met het gebruik van die middelen bekend zijn, direct beschikbaar zijn; en geen vonkvorming naar de buitenlucht veroorzaken of kunnen veroorzaken als het schip in een petroleumhaven ligt. Werkzaamheden op een tankschip of aan of in een brandstoftank van een schip die gevaar, schade of hinder veroorzaken of kunnen veroorzaken, mogen alleen plaatsvinden als door een gasdeskundige: een veiligheids- en gezondheidsverklaring is afgegeven, of; is vastgesteld dat geen veiligheids- en gezondheidsverklaring nodig is. Het college kan brandstoffen, energiebronnen of hulpstoffen aanwijzen voor installaties waaraan aan boord van een schip geen werkzaamheden mogen worden verricht door eenieder, tenzij de werkzaamheden plaatsvinden op een locatie waar deze activiteiten zijn toegestaan. Sloopwerkzaamheden aan een schip mogen alleen worden verricht, als het schip ligplaats heeft op een locatie waar deze activiteiten mogen worden uitgevoerd. Van de werkzaamheden aan een zeeschip bedoeld in het eerste lid, onder b, en tweede lid wordt voorafgaand aan de start van de werkzaamheden een melding gedaan aan de havenmeester. Artikel4.6Ontsmetten Het college kan ligplaatsen aanwijzen waar het is toegestaan met een schip ligplaats te nemen om het schip of de lading te ontsmetten. Artikel4.7Lading die in het buitenland is ontsmet Een schip geladen met bulklading in vaste vorm, waarbij de lading is ontsmet, mag zich op een ligplaats bevinden, als: tijdens en na het afmeren geen operationele handelingen worden uitgevoerd; de ruimen en ventilatieopeningen van de ruimen gesloten zijn, en; de nautische en operationele afwikkeling van het schip plaatsvindt overeenkomstig het plan van aanpak. Het plan van aanpak wordt vastgesteld door het college. Eenieder is verplicht zich te houden aan het vastgestelde plan van aanpak. Artikel4.8Vergunning ontvangst afval zeeschepen De ontvangst van scheepsafvalstoffen van zeeschepen mag alleen als de ontvangstvoorziening beschikt over een vergunning van het college. Artikel4.9Minimum eisen vergunning ontvangst afval zeeschepen Het college kan minimumeisen stellen aan de vergunninghouder en de vergunning voor de ontvangst van scheepsafvalstoffen. Deze minimumeisen kunnen betrekking hebben op: de beroepskwalificaties van de vergunninghouder, diens personeel of de natuurlijke personen die de activiteiten van de vergunninghouder daadwerkelijk en permanent beheren; de financiële draagkracht van de vergunninghouder; de uitrusting die nodig is om de scheepsafvalstoffen in normale en veilige omstandigheden in ontvangst te nemen en het vermogen om deze uitrusting op het vereiste niveau te houden; de beschikbaarheid om scheepsafvalstoffen in ontvangst te nemen voor alle gebruikers, aan alle aanlegplaatsen en zonder onderbrekingen, dag en nacht, het hele jaar door; naleving van eisen ten aanzien van maritieme veiligheid of de veiligheid en beveiliging van de haven of de toegang tot de haven, de installaties, uitrusting en werknemers en andere personen; naleving van lokale, nationale, Europese en internationale milieueisen, of de betrouwbaarheid van de vergunninghouder, als bepaald overeenkomstig eventueel toepasselijk nationaal recht inzake betrouwbaarheid, rekening houdend met dwingende redenen om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de aanbieder van havendiensten. Artikel4.10Vergunning mobiele ontgasvoorziening Een mobiele ontgasvoorziening mag alleen dampen van ladingrestanten van een tankschip ontvangen als zij beschikt over een vergunning van het college. Direct voorafgaand aan en direct na afloop van het gesloten schoonmaken van ladingtanks via een mobiele ontgasvoorziening wordt een melding gedaan aan de havenmeester, tenzij het schoonmaken plaatsvindt op een locatie waar deze activiteit is toegestaan. Artikel4.11Schoonmaken en ventileren van ladingtanks of sloptanks van tankschepen Een tankschip mag haar ladingtanks of sloptanks leeg van de volgende stoffen alleen gesloten schoonmaken in geval sprake is van: een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolgde de IBC Code vervoerd moet worden in een tank met een aansluitmogelijkheid voor een dampretourleiding; een gevaarlijke of schadelijke stof die ingevolge het ADN gesloten vervoerd moet worden; van een vloeistof als bedoeld in bijlage 1, of van een vluchtige organische stof. Ladingtanks of sloptanks van een tankschip, leeg van andere stoffen als bedoeld in het eerste lid mogen open worden schoongemaakt op de daartoe door de havenmeester aangewezen locaties. Ladingtanks van een tankschip dat vloeibare gassen als bedoeld in het ADN of de IGC-code vervoert mogen alleen worden schoongemaakt als het schip op de ligplaats ligt: op een locatie waar deze schoonmaakactiviteiten zijn toegestaan, en; op deze locatie de restanten van de vloeibare gassen in ontvangst genomen worden. Het ventileren van ladingtanks of sloptanks van een tankschip, is alleen toegestaan op de daartoe door de havenmeester aangewezen locaties. Het tweede en derde lid gelden niet voor stoffen genoemd in bijlage
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.