Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Duiven houdende regels omtrent aanwijzen van belastingplichtige bij heffing belastingen (Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige bij de heffing van belastingen 2020)Burgemeester en wethouders van Duiven; gelet op het bepaalde in: artikel 1 van de “Verordening onroerende-zaakbelastingen 2020”; artikel 3 van de “Verordening afvalstoffenheffing 2020”; artikel 3 van de “Verordening rioolheffing 2020”; artikel 2 van de “Verordening hondenbelasting 2020”; b e s l u i t e n: vast te stellen de “Beleidsregels voor het aanwijzen van een belastingplichtige bij de heffing van belastingen 2020”. Algemeen. In sommige gevallen brengen de wettelijke regels met zich dat meer personen belastingplichtig kunnen zijn voor één belastingobject (onroerende zaak, perceel, hond). In de gevallen waarin dat voorkomt mag de gemeente de aanslag op naam van één van de belastingplichtigen stellen. In deze gevallen hanteert de gemeente Duiven een voorkeursvolgorde bij de aanwijzing van de belastingplichtige die de aanslag op zijn of haar naam krijgt. Deze voorkeursvolgorde is gebaseerd op veronderstelde betaalcapaciteit en doelmatige c.q. doeltreffende heffing en invordering en wordt toegepast voor zover de gegevens voorhanden of te achterhalen zijn. De in de voorkeursvolgorde neergelegde criteria bevatten geen limitatieve opsomming. Zij moeten worden beschouwd als richtlijnen voor de meest voorkomende gevallen. Voorkeursvolgorde. 1.Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen die wordt geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt, indien er met betrekking tot één onroerende zaak verschillende categorieën genothebbenden zijn, de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 1.1.de beperkt gerechtigde, waarbij de volgende voorkeursvolgorde geldt: 1.1.1.de vruchtgebruiker c.q. gerechtigde krachtens recht van gebruik en bewoning; 1.1.2.de opstaller, met uitzondering van degene die een afhankelijk opstalrecht, dan wel een opstalrecht ten behoeve van de aanleg en het onderhoud van onder- of bovengrondse leidingen heeft; 1.1.3.de erfpachter dan wel de beklemde meier; 1.2.de eigenaar of de appartementsgerechtigde; 1.3.degene die op een andere wijze als genothebbende naar voren komt, daaronder begrepen de bezitter. 2.Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen die wordt geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 2.1.1.degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft; 2.1.2.degene die het hoogste prioriteit zakelijk recht heeft; 2.1.3.degene die ook als gebruiker van het object wordt aangemerkt; 2.1.4.degene die bij het team Belastingen en Burgerzaken, onderdeel Belastingen van de gemeente Duiven als genothebbende of gebruiker bekend is; 2.1.5.bij gelijke delen de oudste in leeftijd; 2.1.6.een natuurlijk persoon boven een niet-natuurlijk persoon; 2.1.7.degene die eigenaar van het object is; 2.1.8.degene die woonachtig of gevestigd is binnen de gemeente Duiven; 2.1.9.degene die elders in Nederland woont of gevestigd is; 2.1.10.degene die in het buitenland woont of gevestigd is. 3.Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing (opgelegd door de gemeente) die worden geheven van gebruikers wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van: 3.1.degene die ook als genothebbende van het belastingobject krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt; 3.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.