← Nederland

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Nederweert houdende regels omtrent de heffing en invordering van rioolheffing (Verordening rioolheffin

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Nederweert houdende regels omtrent de heffing en invordering van rioolheffing (Verordening rioolheffing 2020)De raad van de gemeente Nederweert; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12 november 2019, nummer 2019-63; gelet op artikel 228a van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de: “Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2020”. Artikel1Definities In deze verordening wordt verstaan onder: gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de gemeente; perceel: een onroerende zaak bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet WOZ of een roerende zaak of een zelfstandig gedeelte van een roerende zaak in de zin van artikel 4; water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater, grondwater of oppervlaktewater. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. 2.Met betrekking tot de belasting als bedoeld in het eerste lid, wordt, ingeval het perceel een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel4Zelfstandige gedeelten Indien gedeelten van een roerende zaak blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. Artikel5Maatstaf van heffing De belasting wordt geheven naar een vast bedrag per perceel. Artikel6Vrijstellingen De belasting wordt niet geheven van: ongebouwde percelen, gemalen, stroom- en gasdistributiestations, geldautomaten, hoogspanningsmasten, zendmasten, telefooncentrales en trafo’s. Artikel7Belastingtarieven 1.De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, bedraagt per perceel € 275,

  1. 2.In afwijking van het bepaalde in het vorige lid, bedraagt de belasting voor bebouwde percelen waarvan de WOZ-waarde kleiner dan € 20.000 is en waarvan alleen lozing van hemelwater plaatsvindt € 27,
  2. Artikel8Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel9Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel10Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang De belasting, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar. Artikel11Termijnen van betaling 1.In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag worden betaald: Bij niet-automatische incasso in twee gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later; Bij automatische incasso in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog niet geëindigde maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste vier en maximaal tien bedraagt; 2.In afwijking van het eerste lid onder b geldt, dat de aanslagen moeten worden betaald in twee gelijke betaaltermijnen, ingeval het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar een aanslag bevat, het bedrag van deze aanslag hoger is dan € 20.000,
  3. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn een maand later; 3.De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande lid gestelde termijnen. Artikel12Kwijtschelding Bij de invordering van rioolheffing wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel13Overgangsrecht De “Verordening rioolheffing 2019” van 18 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 14, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel14Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  4. Artikel15Citeerartikel Deze verordening wordt aangehaald als ”Verordening rioolheffing 2020”. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2019.De raad voornoemd,De raadsgriffier, E.G. Schrier De voorzitter,B.M.T.J. Op de Laak

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.