Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Koggenland houdende regels omtrent jeugdhulp (Beleidsregels Jeugdhulp 2020 gemeente Koggenland)Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze Beleidsregels wordt verstaan onder: Budgetbeheerder: de vertegenwoordiger die ingesteld is door de budgethouder en het pgb beheert en toezicht houdt op de kwaliteit van de met een pgb ingekochte ondersteuning of hulp. Budgethouder: degene die het ondersteuning vanuit de wet krijgt en dit in de vorm van een pgb ontvangt en dit budget zelf beheert; College: het college van burgemeester en wethouder(
(7)intensiteiten (A tot en met F/G) die in feite de zwaarte van de noodzakelijke ondersteuning uitdrukken. Artikel4.2Aanvullende componenten bij een arrangement 1.Naast de arrangementen bestaan er 4 aanvullende componenten, te weten: Verblijf ThuisPlus Jeugd Medicatiecontrole Vervoer 2.Een verblijfscomponent wordt altijd in combinatie met een ondersteuningsprofiel toegepast. Het inzetten van een verblijfscomponent binnen een arrangement wordt bepaald door de zorgaanbieder en staat beschreven in het door de lokale toegang goedgekeurde perspectiefplan. De intensiteit van het in te zetten verblijfscomponent wordt bepaald door de lokale toegang. 3.Een ThuisPLUS- Jeugd component is alleen mogelijk bij hersteltrajecten en na goedkeuring door de lokale toegang. 4.ThuisPLUS-Jeugd mag worden toegepast als gedurende een zo kort mogelijke periode extra intensieve ambulante behandeling en/of dagbesteding nodig is om uithuisplaatsing te voorkomen. 5.Voorwaarde voor deze inzet is dat de methode is beschreven in het door het Zorgteam goedgekeurde perspectiefplan. 6.Het tarief Verblijfscomponent en ThuisPLUS-Jeugd is per etmaal. 7.Alleen in uitzonderingsgevallen, waarin de ouders/het netwerk de jeugdige niet zelf kunnen vervoeren, is de zorgaanbieder verplicht dit te regelen. Dit moet opgenomen zijn in het door het Zorgteam goedgekeurde perspectiefplan en binnen de regio Westfriesland zijn. 8.Voor vervoer buiten de regio Westfriesland en rolstoelvervoer waarin de ouders/het netwerk de jeugdige niet zelf kunnen vervoeren, kan de zorgaanbieder contact zoeken met het Zorgteam. 9.Het component medicatiecontrole kan na de beëindiging van een arrangement ingezet worden als alleen nog periodieke medicatiecontrole nodig is. Dit kan aangevraagd worden door de zorgaanbieder in samenspraak met de jeugdige. Het Zorgteam bepaalt de toekenning. Artikel4.3Andere vormen van specialistische jeugdhulp 1.De volgende vormen van specialistische jeugdhulp vallen niet binnen bovengenoemde arrangementen en kunnen apart toegekend worden: Dyslexiezorg: Ondersteuning voor jeugdigen met (een vermoeden van) ernstig enkelvoudige dyslexie (EED), in de vorm van dyslexieonderzoek en/of behandeling. Pleegzorg: Ondersteuning waarbij pleegouders de jeugdige verblijf, verzorging en opvoeding bieden in combinatie met professionele begeleiding van het pleegkind, de pleegouders en de biologische ouders door een pleegzorgaanbieder. 2.Dyslexiezorg kan ingezet worden door een verwijzing vanuit de school van de jeugdige. 3.Het Zorgteam kan, wanneer de ouders daarmee instemmen, een beschikking afgeven voor (tijdelijke) plaatsing van een kind in een pleeggezin. Wanneer er sprake is van een kinderbeschermingsmaatregel (ondertoezichtstelling of voogdij) kunnen gecertificeerde instellingen op basis van een machtiging van de kinderrechter een aanmelding voor pleegzorg doen. De gemeente geeft een beschikking af, ongeacht of er sprake is van een vrijwillig dan wel een gedwongen kader. Aan een pleegzorgplaatsing ligt altijd een gemeentelijke beschikking ten grondslag, tenzij er sprake is van een crisisplaatsing. Artikel4.4Hoogspecialistische jeugdhulp 1.Indien blijkt dat de specialistische jeugdhulp voor een jeugdige niet voldoende is, kan hoogspecialistische jeugdhulp worden ingezet. 2.Voor de inzet van hoogspecialistische jeugdhulp moet het Regionale Adviesteam HS een positief advies afgeven aan het Zorgteam. 3.Het adviesteam oordeelt of de te verlenen hulp onder specialistische jeugdhulp in de vorm van een arrangement geboden kan worden of dat er een noodzaak is voor het inzetten van hoogspecialistische jeugdhulp. Hoofdstuk4Toegang tot jeugdhulp via de gemeente In de artikelen 5 t/m 9 (en indien van toepassing ook artikel 10 toegang hoogspecialistische jeugdhulp) wordt de procedurele toegang tot jeugdhulp via de gemeente geschetst. Het proces bestaat uit de volgende stappen: melding, vooronderzoek, gesprek, verslaglegging/perspectiefplan en aanvraag individuele voorziening. Artikel5.Melding en toegang tot specialistische jeugdhulp via de gemeente 1.Jeugdigen en ouder(
- s)kunnen zich rechtstreeks wenden tot een aanbieder van een overige voorziening zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van de Verordening jeugdhulp gemeente Koggenland 2020. 2.Jeugdigen en ouder(
- s)kunnen een hulpvraag melden bij het college door middel van een door het college vastgesteld aanmeldformulier of door deel 1 in het vullen van het perspectiefplan. 3.Het college bevestigt de ontvangst van de melding van de hulpvraag schriftelijk. 4.In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel. 5.Naast de genoemde mogelijkheden in lid 1 en 2 kan de jeugdige en/of zijn ouders zich met een hulpvraag wenden tot de huisarts, jeugdarts of medisch specialist. Artikel6.Vooronderzoek 1.Het Zorgteam neemt namens het college contact op met de jeugdige en/of zijn ouders om een afspraak te maken voor een gesprek. Hierbij verzamelt het college alle voor het onderzoek, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie. 2.De jeugdige en/of zijn ouders verschaffen het Zorgteam alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het Zorgteam voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. 3.Als de jeugdige en/of zijn ouder(
- s)bekend zijn bij de gemeente, kan het Zorgteam in overeenstemming met de jeugdige en/of zijn ouder(
- s)afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid. Daarnaast kan het Zorgteam hiervan afzien in situaties van hoge urgentie zoals een levensbedreigende situatie waarbij de noodzaak tot acuut ingrijpen aantoonbaar is en in geval van onvermogen van de jeugdige of ouders. 4.Het Zorgteam brengt de jeugdige en/of zijn ouder(
- s)op de hoogte van de mogelijkheid om een familiegroepsplan op te stellen en dit binnen twee weken in te dienen. Artikel7.Gesprek 1.Het Zorgteam onderzoekt in een gesprek met de jeugdige en/of zijn ouder(
- s)voor zover noodzakelijk en/of mogelijk: de behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren van de jeugdige; de mogelijkheden om op eigen kracht, met gebruikelijke zorg of hulp uit het sociale netwerk te voorzien in de behoefte; de behoefte aan ondersteuning van de ouder(s); de mogelijkheid om gebruik te maken van een algemene en/of overige voorziening(en); de veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en zijn ouder(s); het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen. 2.Als de jeugdige en/of zijn ouders al een familiegroepsplan hebben opgesteld, betrekt het Zorgteam dit plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid. 3.Het Zorgteam informeert de jeugdige en zijn ouder(
- s)over de gang van zaken, diens rechten en plichten en de vervolgprocedure. 4.Het Zorgteam kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek als de hulpvraag genoegzaam bekend is of in geval van crisissituaties waarbij de veiligheid van kinderen en/of betrokkenen in het geding is en acuut ingrijpen aantoonbaar noodzakelijk is. Artikel8.Verslaglegging/Perspectiefplan 1.Het Zorgteam zorgt samen met de inwoner voor het invullen van het perspectiefplan. 2.De jeugdige en/of de ouders ontvangen het perspectiefplan. 3.Indien een individuele voorziening wordt geïndiceerd, wordt dit vermeld in het perspectiefplan. De individuele voorziening bestaat uit een omschrijving van de ondersteuningsbehoefte en beschrijft tevens de resultaten die met hulp en ondersteuning bereikt dienen te worden. 4.De zorgaanbieder wordt, na toestemming door jeugdige en/of zijn ouders, op de hoogte gesteld van de te behalen resultaten en het geselecteerde ondersteuningsprofiel en maakt afspraken met de jeugdige en/of zijn ouders hoe de jeugdhulp ingezet wordt. In het perspectiefplan staat binnen welke termijn dit moet worden behaald. Ook wordt in dit perspectiefplan opgenomen wanneer de te behalen resultaten worden geëvalueerd. 5.Het perspectiefplan wordt ondertekend door de zorgaanbieder en de jeugdige en/of zijn ouder(s). 6.Indien de jeugdige en/of zijn ouder(
- s)zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat een individuele voorziening via het zorgaanbod van de gecontracteerde zorgaanbieders niet passend is in hun situatie bestaat de mogelijkheid om in de vorm van een persoonsgebonden budget de noodzakelijke jeugdhulp te ontvangen. Dergelijke afspraken worden dan ook vastgelegd in het perspectiefplan. Artikel9.Aanvraag individuele voorziening 1.Indien blijkt dat een individuele voorziening nodig is, dient een perspectiefplan te worden ondertekend door zowel de jeugdige en/of zijn ouder(
- s)als de zorgaanbieder. Artikel10.Toegang Hoogspecialistische jeugdhulp 1.De toegang tot Hoogspecialistische jeugdhulp, verder te noemen HS, gaat altijd via een advies van het Regionaal Adviesteam HS. 2.Met in achtneming van dit advies geeft het college een beschikking af. 3.Zowel het college, de gecertificeerde instelling, de (huis)arts en de rechter kunnen vaststellen dat inzet van HS nodig zou kunnen zijn. In al deze gevallen adviseert het Regionale Adviesteam HS of de jeugdige ook daadwerkelijk in de HS toegelaten wordt. Hoofdstuk5:Persoonsgebonden budget Artikel11.1Persoonsgebonden budget In de verordening jeugdhulp 2020 gemeente Koggenland zijn in de artikelen 10 en 11 regels opgenomen over persoonsgebonden budget. Wanneer er sprake is van pgb wordt het pgb-plan/perspectiefplan door het college getoetst op pgb-vaardigheden en de kwaliteitseisen van de zorgaanbieder/ zzp’er. Artikel11.2Vereiste pgb-vaardigheden Pgb-vaardigheid omvat onder meer de volgende onderdelen: Kwaliteit van het pgb-plan Financieel beheer Zorginhoudelijk beheer Werkgeverschap Kwaliteit van het pgb-plan Een budgethouder is in staat om de doelstellingen en de resultaten te kunnen vertalen in een perspectiefplan. De budgethouder zal voordat het pgb wordt toegekend een pgb-plan/perspectiefplan moeten overleggen inclusief een daarbij horende zorgovereenkomst. Het invullen van het pgb-plan en zorgovereenkomst vereist bepaalde vaardigheden. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee die gesteld worden aan een budgethouder of beheerder: Kennis van het doel van de Jeugdwet; Kennis hebben van beperkingen en stoornissen/de hulpvraag; Kennis hebben om de juiste ondersteunende activiteiten in te zetten en hun omvang om de geformuleerde doelstellingen/resultaten te kunnen behalen; Kennis hebben van kosten in relatie tot de inzet van activiteiten; Zelf een pgb-plan opstellen; Kennis over hoe de zorgverlening te organiseren om resultaatafspraken te behalen; Beheersen van de Nederlandse taal in woord en geschrift. Financieel beheer Een budgethouder moet in staat zijn een administratie te kunnen voeren. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee: Kunnen ordenen; Facturen/declaraties kunnen controleren (passend binnen de zorgovereenkomst), accorderen en insturen; Inzicht hebben in het beschikbare en benodigde budget; Het budget voor de juiste doeleinden kunnen inzetten; Acties kunnen uitzetten bij externen indien iets verandert of niet correct loopt; Digitaal vaardig zijn. Zorginhoudelijk beheer In staat zijn om de doelstellingen in het perspectiefplan te volgen en te bewaken. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee: Inzicht hebben in de activiteiten/ondersteuning die worden geleverd; Opzetten van een werkrooster; Inzicht hebben hoe deze ondersteuningsactiviteiten bijdragen aan de doelstellingen; Acties kunnen uitzetten om bij te sturen dan wel in te grijpen; In staat zijn om evaluatiegesprekken te voeren en de effecten te volgen en bij te sturen indien nodig; In staat zijn om de juiste hulpverleners te kiezen passend bij de doelstellingen; In staat zijn om afspraken te maken met de hulpverlener(
- s)en zorgovereenkomsten correct te kunnen invullen en afsluiten; Aansturing en inwerken van de zorgverlener. Werkgeverschap (3 dagen ondersteuning of meer) De budgethouder moet in staat zijn de werkgeversverplichtingen voortkomend uit het pgb te kunnen vervullen (indien van toepassing). Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee: Het juiste type zorgovereenkomst kunnen kiezen. Het kunnen kiezen voor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd. Het kunnen hanteren van wel/geen proeftijd. Via het portaal SVB ziekmeldingen kunnen doen en de gemeente te informeren. Doorbetalen van de hulpverlener bij ziekte. Overeenkomen van een correct uurtarief conform het wettelijk minimumloon. Correct hanteren van de opzegtermijn. Artikel11.3Kwaliteitseisen van de jeugdhulpaanbieder die via een pgb werkt 1.Volgens de Jeugdwet zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de kwaliteit van de jeugdhulp. De jeugdhulpaanbieder dient te voldoen aan de landelijke wettelijke kwaliteitseisen. Voor een jeugdhulpaanbieder/zzp’er die op basis van een persoonsgebonden budget jeugdhulp wil aanbieden gelden dezelfde wettelijke kwaliteitseisen. Deze luiden als volgt: bieden verantwoorde hulp, die veilig, doeltreffend, doelmatig, en cliëntgericht is en afgestemd op de behoefte van het kind of de ouder (art. 4.1.1 eerste lid) hebben kwalitatief en kwantitatief voldoende personeel zodat ze verantwoorde hulp kunnen bieden (norm van verantwoordelijkheidstoedeling) (art. 4.1.1 tweede lid) werken met een familiegroepsplan, hulpverleningsplan of plan van aanpak (art. 4.1.3) hebben een kwaliteitssysteem (art. 4.1.4) werken met medewerkers die een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) hebben (art. 4.1.6) hebben een verplichte meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling (art. 4.1.7) hebben een meldplicht bij calamiteiten en geweld (art. 4.1.8) hebben een vertrouwenspersoon (4.1.9) hebben een klachtenregeling en -commissie (4.2.1) hebben een cliëntenraad (4.2.5). 2.In de toekenning van een persoonsgebonden budget wordt in de beschikking gewezen op de kwaliteitseisen genoemd in lid 1. 3.Het Landelijk Toezicht jeugd bestaat uit de Inspectie jeugdzorg, Inspectie voor de Gezondheidszorg en de Inspectie Veiligheid en Justitie. Zij voeren gezamenlijk het landelijk toezicht uit op de kwaliteit van de jeugdhulp, de jeugdbescherming en jeugdreclassering. Artikel11.4Vereisten aan wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde als budgethouder: Als de budgethouder niet zelf het pgb kan beheren is het mogelijk een vertegenwoordiger aan te stellen die het budget beheert. De vertegenwoordiger kan een wettelijk vertegenwoordiger zijn of een gemachtigde. Aan de budgetbeheerder stellen we de volgende eisen: De budgetbeheerder is niet degene die de ondersteuning levert. In uitzonderlijke gevallen kan het college daar wel specifiek toestemming voor geven; De budgetbeheerder toont aan dat ondanks een eventuele fysieke afstand tot de budgethouder kan worden voldaan aan de taken en verantwoordelijkheden; Als een budgethouder een wettelijk vertegenwoordiger heeft kan deze ook als beheerder worden aangewezen; De budgetbeheerder van het pgb wordt in principe niet uit het pgb betaald; De budgethouder/ouders/jeugdige heeft zelf de keuze gemaakt voor pgb in plaats van zorg in natura en niet de budgetbeheerder; De budgetbeheerder heeft kennis op het gebied van zowel financiën als zorgtaken; De budgetbeheerder mag zelf niet onder bewind staan; De budgetbeheerder mag niet meer dan 3 budgethouders bedienen. Artikel11.5Combinatie zorg in natura en pgb 1.Het heeft de voorkeur om een arrangement in één vorm te verstrekken (zorg in natura of pgb). 2.Indien echter een combinatie van zorg in natura en pgb wordt geleverd, zal een deel van de zorg in natura toegekend worden op basis van een lagere intensiteit, in overleg met de zorgaanbieder. Artikel11.6Inzet sociaal netwerk 1.Onder het sociaal netwerk wordt de informele hulpverlener verstaan, hieronder vallen onder andere ouders, familie, vrienden en kennissen van de budgethouder. 2.Indien een jeugdhulpaanbieder/zzp’er niet voldoet aan de criteria genoemd in artikelen 11.2 en 11.3 valt deze onder het sociaal netwerk. Ouders die jeugdhulp bieden aan hun eigen kind en tevens zzp’er zijn vallen onder het sociaal netwerk. 3.Bij inzet van het sociale netwerk moet in het pgb-plan worden aangetoond dat wordt voldaan aan de onderstaande voorwaarden: het inzetten van het sociaal netwerk leidt aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning en is aantoonbaar doelmatiger dan een individuele voorziening in natura; het gebruikelijke zorg overstijgt; er sprake is van langdurige, omvangrijke en frequente ondersteuningsvraag; en in alle redelijkheid en billijkheid niet verwacht kan worden dat iemand dit in het kader van gebruikelijke zorg en mantelzorg doet. Artikel11.7.Wijze van berekenen van een pgb Voor het berekenen van de hoogte van het pgb wordt uitgegaan van de tarieven die gelden voor de zorg in natura producten die voor het jaar 2019 zijn gecontracteerd. Hoofdstuk6Slotbepalingen Artikel12Indexering De tarieven van de individuele voorzieningen waar deze Beleidsregels op van toepassing zijn worden jaarlijks geïndexeerd op basis van het landelijke prijsindexcijfer (CPI). De daadwerkelijke compensatie voor loon- en prijsindex blijkt in de septembercirculaire in het lopende jaar. Artikel13Hardheidsclausule Het college kan in bijzondere gevallen bepalingen van deze beleidsregels buiten toepassing laten, indien deze gelet op het doel ervan tot onbillijkheden van overwegende aard kunnen leiden. In alle gevallen waarin deze beleidsregel niet voorziet, beslist het college. Artikel14Inwerkingtreding Deze Beleidsregels treden in werking op 1 januari 2020. Artikel15Citeertitel 1.Deze Beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels Jeugdhulp 2020 gemeente Koggenland. 2.Deze Beleidsregels treden in werking op 1 januari 2020. 3.De Beleidsregels jeugdhulp gemeente Koggenland 2018 worden per gelijke datum ingetrokken.