Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Winterswijk 2020Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk; gelet op artikel 24 derde lid en artikel 29 tweede lid van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Winterswijk 2020; besluit vast te stellen het Besluit Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Winterswijk 2020 Artikel1.Tarief pgb en tegemoetkoming voor hulp uit het sociaal netwerk en/of niet-professionele ondersteuning Artikel 1 betreft een nadere uitwerking van artikel 14 en 30 van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Winterswijk 2020 en artikel 10 van de Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Winterswijk
- Het tarief voor ondersteuning individueel en persoonlijke verzorging uitgevoerd door een hulp uit het sociaal netwerk en/of niet-professionele ondersteuning bedraagt € 14,60 per uur1Op basis van het document ‘PGB Tarieflijst Wmo en Jeugdhulp SDA 2020 – definitief’.. Voor begeleiding groep uitgevoerd door een hulp uit het sociaal netwerk en/of niet-professionele ondersteuning is een tegemoetkoming beschikbaar van € 141,00 per kalendermaand, tenzij op basis van het pgb-plan van de cliënt kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming. Voor logeren (kortdurend verblijf) uitgevoerd door een hulp uit het sociaal netwerk en/of niet-professionele ondersteuning is een tegemoetkoming beschikbaar van € 141,00 per kalendermaand, tenzij op basis van het pgb-plan van de cliënt kan worden volstaan met een lagere tegemoetkoming. Het tarief voor Hulp bij Huishouden (HH – pgb particuliere hulp / sociaal netwerk) uitgevoerd door een hulp uit het sociaal netwerk en/of niet-professionele ondersteuning bedraagt € 14,60 per uur2Op basis van het document ‘PGB Tarieflijst Wmo en Jeugdhulp SDA 2020 – definitief’.. Artikel
- Tarieven PGB voor professionele ondersteuning Product of Voorziening: Productcode: Omschrijving product: PGB tarief3Op basis van document ‘PGB Tarieflijst Wmo en Jeugdhulp SDA 2020 – definitief’. Eenheid: Perceel 1: ondersteuning individueel Begeleiding 02A06 Begeleiding Individueel – ontwikkelen € 54,00 Uur Begeleiding 02A11 Begeleiding Individueel - ontwikkelen Plus € 63,00 Uur Begeleiding 02A07 Begeleiding Individueel - stabiliseren en helpen bij € 51,00 Uur Begeleiding 02A08 Begeleiding Individueel - stabiliseren en overnemen € 54,60 Uur Begeleiding 02A12 Begeleiding Individueel - stabiliseren en overnemen plus € 62,40 Uur Persoonlijke verzorging 03A04 Persoonlijke verzorging – ontwikkelen € 44,40 Uur Persoonlijke verzorging 03A03 Persoonlijke verzorging – stabiliseren € 42,60 Uur Perceel 2: ondersteuning groep Begeleiding 07A11 Begeleiding Groep – ontwikkelen € 35,94 Dagdeel Begeleiding 07A15 Begeleiding Groep - ontwikkelen Plus € 52,94 Dagdeel Begeleiding 07A12 Begeleiding Groep - stabiliseren en helpen bij € 35,53 Dagdeel Begeleiding 07A13 Begeleiding Groep - stabiliseren en overnemen € 41,89 Dagdeel Begeleiding 07A16 Begeleiding Groep - stabiliseren en overnemen plus € 52,94 Dagdeel Vervoer 08A03 Vervoer € 18,60 Etmaal Perceel 3: wonen en logeren Wonen 15A08 Wonen omklapwoning (met 24-uurs bereikbaarheid) € 22,99 etmaal Wonen 15A09 Wonen beschut ambulant (met 24-uurs bereikbaarheid) € 28,77 etmaal Wonen 15A02 Wonen beschut exclusief € 33,29 etmaal Wonen 15A10 Wonen beschut inclusief € 71,36 etmaal Product of Voorziening: Productcode: Omschrijving product: PGB tarief4Op basis van document ‘PGB Tarieflijst Wmo en Jeugdhulp SDA 2020 – definitief’. Eenheid: Wonen 15A11 Wonen beschermd gericht op ontwikkeling (met 24-uurs toezicht) incl. woonkosten € 92,81 etmaal Wonen 15A50 Wonen beschermd gericht op ontwikkeling (met 24-uurs toezicht) excl. Woonkosten € 54,45 etmaal Wonen 15A12 Wonen beschermd gericht op stabiliseren (met 24-uurs toezicht) incl. woonkosten € 92,81 etmaal Wonen 15A51 Wonen beschermd gericht op stabiliseren (met 24-uurs toezicht) excl. Woonkosten € 54,45 etmaal Afwezigheids-dag 15A59 Afwezigheidsdag Beschermd Wonen € 30,42 etmaal Kortdurend verblijf 04A01 Logeren € 130,73 etmaal Perceel 9: hulp bij huishouden Hulp bij huishouden Dienstverlening aan huis / Alfasense Administratiekosten € 14,60 € 1,65 Uur Uur Hulp bij huishouden HH – pgb opdrachtgever € 27,50 Uur Artikel3a.Woonvoorzieningen 1.Terugbetaling van de kosten van de woonvoorziening op grond van de Beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Winterswijk is alleen vereist voor woonvoorzieningen met een waarde van méér dan € 2.500,-. 2.Het in het afwegingskader maatschappelijke voorzieningen gemeente Winterswijk (bijlage 1 in de beleidsregels Maatschappelijke Ondersteuning) genoemde afschrijvingsschema bij hoofdstuk 2 “wonen in een geschikt huis” luidt als volgt: in het eerste jaar: 100% van de investering is verschuldigd; in het tweede jaar: 90% van de investering is verschuldigd; in het derde jaar: 80% van de investering is verschuldigd; in het vierde jaar: 70% van de investering is verschuldigd; in het vijfde jaar: 60% van de investering is verschuldigd; in het zesde jaar: 50% van de investering is verschuldigd; in het zevende jaar: 40% van de investering is verschuldigd; in het achtste jaar: 30% van de investering is verschuldigd; in het negende jaar: 20% van de investering is verschuldigd; in het tiende jaar: 10% van de investering is verschuldigd.
- In alle gevallen minus het percentage die voor rekening van de eigenaar van de woonruimte is gekomen en de eigen bijdrage. 4.De tegemoetkoming voor de verhuis- en (her)inrichtingskostenvergoeding bedraagt maximaal € 2.528,-. 5.De tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting zelfstandige woonruimte bedraagt maximaal € 2500,-. 6.De tegemoetkoming voor tijdelijke huisvesting niet zelfstandige woonruimte bedraagt maximaal €1260,-. Artikel3b.Verwerving grond Het aantal m2 wat maximaal voor een tegemoetkoming in aanmerking komt is per vertrek in een zelfstandige woning als volgt: Soort vertrek: Bij aanbouw m2: Bij uitbreiding m2: Woonkamer 30 6 Keuken 10 4 1-persoonsslaapkamer 10 4 2-persoonsslaapkamer 18 4 Toiletruimte 2 1 Badkamer - Wastafelruimte - Doucheruimte 2 3 1 2 Entree/hal/gang 5 2 Berging 6 4 Artikel3c.Kosten van woningaanpassing De volgende kosten in het kader van een woningaanpassing kunnen in aanmerking worden genomen bij de vaststelling van het pgb of de financiële tegemoetkoming: De aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de voorziening; De risicoverrekening van loon- en materiaalkosten, met inachtneming van het bepaalde in de Risicoregeling woning- en utiliteitsbouw 1991; Het architectenhonorarium tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald in SR 1988 van de BNA. Alleen in die gevallen dat het noodzakelijk is dat een architect voor de woningaanpassing moet worden ingeschakeld worden deze kosten subsidiabel geacht. Het betreft dan veelal de ingrijpender woningaanpassingen. De kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom; De leges voor zover deze betrekking hebben op het treffen van de voorziening; De verschuldigde en niet verrekenbare of terugvorderbare omzetbelasting; Renteverlies, in verband met het verrichten van noodzakelijke betaling aan derden voordat de bijdrage is uitbetaald, voor zover deze verband houdt met de bouw dan wel het treffen van voorzieningen; De prijs van bouwrijpe grond, indien noodzakelijk als niet binnen het oorspronkelijke kavel gebouwd kan worden, volgens bijgaande tabel. De door burgemeester en wethouders (schriftelijk) goedgekeurde kostenverhogingen, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn; De kosten in verband met noodzakelijk technisch onderzoek en adviezen met betrekking tot het verrichten van de aanpassing; De kosten van aansluiting op een openbare nutsvoorziening; Indien de gemeente ook de administratiekosten van de verhuurder wil vergoeden kan het volgende opgenomen worden: De administratiekosten die verhuurder maakt ten behoeve van het treffen van een voorziening voor de gehandicapte, voor zover de kosten onder 1 tot en met 11 meer dan € 1000,- bedragen, 10% van die kosten, met een maximum van € 350,-. Artikel4.Het zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel / verplaatsen in en rond de woning 1.Het pgb voor een vervoersvoorziening bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate voorziening in natura. 2.De hoogte van een pgb voor: een zaak wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs van de voorziening die de aanvrager op dat moment zou hebben ontvangen als de voorziening in natura zou zijn verstrekt. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening houdend met onderhoud en verzekering. Als de naturaverstrekking een nieuwe voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, rekening houdend met een eventueel door de gemeente te ontvangen korting en rekening houdend met onderhoud en verzekering; 3.Het pgb wordt verstrekt voor de levensduur zoals is opgenomen in het raamcontract met de aanbieder van hulpmiddelen. Uitzondering hierop is een wijziging in de medische situatie van een cliënt, waardoor de aangeschafte voorziening niet meer adequaat is. 4.Jaarlijks wordt er een bedrag verstrekt voor onderhoud en reparatie, gebaseerd op het gemiddelde bedrag voor onderhoud en reparatie van het voorafgaande jaar. Verstrekking van dit bedrag gaat in, 1 jaar na aanschaf van de voorziening. Artikel5a.Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb’s Bij het verstrekken van individuele voorzieningen op grond van de wet is de aanvrager een eigen bijdrage of eigen aandeel verschuldigd. Voor een (sport) rolstoel wordt geen eigen bijdrage gevraagd. Er wordt geen eigen bijdrage/eigen aandeel gevraagd van ouders van een aanvrager die jonger is dan 18 jaar. Uitzondering hierop is de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige. Deze is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is afgewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. Bij de collectieve vervoersvoorziening betalen mensen geen eigen bijdrage via het Centraal administratie kantoor (CAK). De bijdrage, bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 dan wel het totaal van de bijdragen, is gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per bijdrageperiode voor de cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4, derde lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. Artikel5b.Vaststelling en inning eigen bijdrage of eigen aandeel De eigen bijdrage en het eigen aandeel worden berekend en geïnd door het Centraal Administratie Kantoor (CAK). Artikel5c.Eigen bijdrage/eigen aandeel Indien een voorziening bestaat uit een roerende zaak die in eigendom wordt verstrekt of uit een bouwkundige of woon technische aanpassing van een woning die eigendom is van de aanvrager, wordt een eigen bijdrage in rekening gebracht dan wel bij de vaststelling van de hoogte van een financiële tegemoetkoming gedurende die periode. Indien een voorziening niet in eigendom wordt verstrekt, wordt een eigen bijdrage opgelegd gedurende de periode waarvoor de voorziening wordt verstrekt. Indien het hulp bij huishouden betreft, wordt een eigen bijdrage opgelegd zolang de dienst geleverd wordt. De eigen bijdrage mag niet hoger zijn dan de kostprijs van een voorziening. Hierbij worden ook de kosten voor onderhoud meegenomen. Artikel6.Bijdrage voor algemene voorzieningen Voor een algemene voorziening kan een cliënt een bijdrage in de kosten verschuldigd zijn aan de organisatie die zorg draagt voor uitvoering van de algemene voorziening. De organisatie die zorg draagt voor de algemene voorziening stelt de hoogte van de bijdrage vast en int deze. Artikel7.Kwaliteitseisen maatschappelijke ondersteuning De kwaliteitseisen die gesteld worden aan aanbieders zijn verder uitgewerkt in het Inkoopdocument Individuele voorzieningen Jeugdhulp, Maatwerkvoorzieningen Wmo (Acht Achterhoekse Gemeenten) en Hulp bij Huishouden (Vijf Achterhoekse Gemeenten) 2019 –
- Artikel8.Meldingsregeling calamiteiten en geweld Het college wijst op grond van artikel 23, eerste lid, van de Verordening de ambtenaar openbare orde en veiligheid aan voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten. Artikel9.Betrekken van ingezetenen bij het beleid In het huishoudelijke reglement en het reglement openbaar vergaderen Wmo-raad 2010 zijn nadere regels gesteld met betrekking tot de medezeggenschap van ingezetenen. Artikel10.Inwerkingtreding en citeertitel 1.Dit besluit treedt in werking op 1 januari
- 2.Met ingang van die datum wordt het Besluit Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Winterswijk 2019 ingetrokken. 3.Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Winterswijk
- Aldus vastgesteld te Winterswijk op 17 december 2019, burgemeester en wethoudersG.W.Goedmakers,GemeentesecretarisB.J.J.Bengevoord,BurgemeesterToelichting Artikelsgewijze toelichtingEnkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven, worden hieronder behandeld. Artikel 1De CRvB heeft op 17 mei jl. geoordeeld dat gemeenteraden terughoudendheid dienen te betrachten bij het delegeren van bevoegdheden aan het college (ECLI:NL:CRVB:2017:1803). Hierom zijn de berekeningen van de pgb tarieven opgenomen in de verordening. De tarieven op basis van deze berekeningen zijn te vinden in dit besluit. Artikel 2 Begeleiding lid 14 en 15Een cliënt ontvangt twee aaneengesloten dagdelen groepsondersteuning per etmaal. Het vervoer betreft een retourrit. Artikel 3a lid 5 t/m 7 en artikel 4b lid 1 t/m
- Tegemoetkoming voor kosten taxi, rolstoeltaxi, autoaanpassing, verhuiskosten, sportrolstoel en bezoekbaar maken woningDe tegemoetkoming wordt op grond van artikel 25 van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Winterswijk 2020 op aanvraag verstrekt. Er is geen directe relatie tussen de hoogte van de tegemoetkoming meerkosten en de kosten van het geval waarop de tegemoetkoming betrekking heeft. Artikel
- Bijdrage voor maatwerkvoorzieningen of pgb’sDeze bepaling is een uitwerking van artikel 19, eerste lid, van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Winterswijk
- De bedragen per vier weken en de inkomensbedragen worden op grond van artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 jaarlijks bij ministeriële regeling gewijzigd. Gaat het om een voorziening in natura of een pgb die “niet in eigendom wordt verstrekt”, dan vraagt de gemeente de eigen bijdrage zo lang als de voorziening wordt verstrekt. Voorbeelden zijn hulp bij huishouden (dienstverlening) of scootmobiel (bruikleen). Indien er een eigen bijdrage wordt gevraagd, mag deze de kostprijs van een voorziening niet te boven gaan. Dit geldt ook voor voorzieningen die in bruikleen zijn verstrekt. De gemeente bepaalt de kostprijs en geeft deze door aan het CAK. Bij voorzieningen in bruikleen worden ook de onderhoudskosten meegenomen. De eigen bijdrage geldt ook voor financiële tegemoetkomingen.