Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder houdende regels omtrent maatschappelijke ondersteuning (Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2020)Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Noordoostpolder; Gelet op de artikelen 5.3 vierde lid, 7.4 vierde lid, 9.1 derde lid, 9.6 vierde, vijfde en zesde lid, 11.1 tweede lid en 11.2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2020; overwegende dat het gewenst is nadere regels vast te stellen ter uitvoering van deze Verordening; besluit de volgende nadere regels vast te stellen Besluit maatschappelijke ondersteuning Gemeente Noordoostpolder 2020 HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1.1Begripsbepalingen 1.In dit Besluit wordt verstaan onder: bijstandsnorm: de normen genoemd in hoofdstuk 3 van de Participatiewet met uitzondering van de kostendelersnorm als bedoeld in artikel 22a van die wet, diensten: maatwerkvoorziening in de vorm van huishoudelijke ondersteuning, ondersteuning, dagactiviteiten en kortdurend verblijf, jaarinkomen: het netto totaal inkomen als bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet waarover de aanvrager en zijn eventuele echtgenoot beschikt of redelijkerwijs kan beschikken in het kalenderjaar waarop de tegemoetkoming meerkosten betrekking heeft, pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 2.3.6 van de wet, verordening: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder
- 2.Alle begrippen die in dit Besluit worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de daarop gebaseerde lagere regelgeving, de Verordening en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel1.2Afschrijvingstermijnen 1.Voor woonvoorzieningen en/of woningaanpassingen hanteert het college, gelet op de levensduur, de volgende afschrijvingstermijnen: keuken (keukenblok, aanrecht, kastjes) 15 jaar, badkamer 25 jaar, toilet en kranen 15 jaar, welke zijn gebaseerd op het beleidsboek huurverhoging na woningverbetering van de Huurcommissie. 2.Voor tapijt en raamdecoratie in verband met de noodzaak tot saneren van de woning hanteert het college de gebruikersduur volgens de Nibudnormen. HOOFDSTUK2 PERSOONSGEBONDEN BUDGET Artikel2.1Besteding persoonsgebonden budget buiten Noordoostpolder en buitenland 1.De budgethouder kan het toegekende pgb voor diensten, met uitzondering voor huishoudelijke ondersteuning, voor ten hoogste 13 weken per kalenderjaar inzetten voor de betaling van al toegekende ondersteuning die wordt geboden tijdens het verblijf buiten Noordoostpolder, mits de noodzaak tot ondersteuning niet (enkel) voortvloeit uit het verblijf buiten Noordoostpolder. 2.De budgethouder kan het toegekende pgb voor diensten, met uitzondering voor huishoudelijke ondersteuning, voor ten hoogste zes weken per kalenderjaar inzetten voor betaling van ondersteuning te verlenen tijdens verblijf buiten Nederland, mits de noodzaak tot ondersteuning niet (enkel) voortvloeit uit het verblijf buiten Nederland. 3.Het college kan op aanvraag de termijn van zes weken, als bedoeld in het tweede lid, verlengen als bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. 4.Op de besteding van het pgb blijven alle verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit het pgb van toepassing. Artikel2.2Persoonsgebonden budget woningaanpassing Voor het realiseren van een complexe woningaanpassing met een pgb kan het college de volgende kosten in aanmerking nemen: de aanneemsom (hierin begrepen de loon- en materiaalkosten) voor het treffen van de woningaanpassing. Indien de woningaanpassing in zelfwerkzaamheid wordt getroffen vervallen de loonkosten, het architectenhonorarium, indien dit noodzakelijk is, tot ten hoogste 10% van de aanneemsom met dien verstande dat dit niet hoger is dan het maximale honorarium als bepaald voor de leden van NLingenieurs en BNA in DNR 2011, de kosten voor het toezicht op de uitvoering, indien dit noodzakelijk is, tot een maximum van 2% van de aanneemsom, de leges voor de omgevingsvergunning, voor zover deze betrekking heeft op het treffen van de woningaanpassing, de door college schriftelijk goedgekeurde kostenverhoging, die ten tijde van de raming van de kosten redelijkerwijs niet voorzien hadden kunnen zijn. Artikel2.3Budgetperiode en instandhoudingskosten hulpmiddelen 1.Het pgb is toereikend voor de aanschaf van een aangewezen hulpmiddel volgens de indicatie in natura. 2.De budgetperiode (afschrijvingstermijn) wordt vastgesteld in het individuele toekenningsbesluit. 3.Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb worden de (reële) instandhoudingskosten in aanmerking genomen zoals opgenomen in artikel 3.1 van dit Besluit en voor overige maatwerkvoorzieningen in het individuele toekenningsbesluit. HOOFDSTUK 3 TARIEVEN EN BEDRAGEN Artikel3.1Keuring en onderhoud liften 1.Het tarief voor keuring en onderhoud van stoelliften, rolstoelplateauliften, sta-plateauliften, woonhuisliften, hefplateauliften en balansliften bedraagt voor: keuring en onderhoud plafondlift met maximaal twee tilbanden € 125,00, vervanging tilbanden € 22,00 per stuk, voorrijkosten: € 88,
- 2.Het tarief voor all-in onderhoud inclusief keuring van trapliften bedraagt € 90,00 per jaar. 3.Keuring en preventief onderhoud vindt eenmaal per jaar plaats. 4.De bedragen zijn exclusief BTW. Artikel3.2Huishoudelijke ondersteuning 1.De tarieven per uur voor schoonmaakondersteuning bedragen: € 24,00 (Thalia Thuiszorg), € 23,40 (Dokter schoonmaakorganisatie), € 27,00 (PGVZ), € 27,60 (T-zorg), € 27,60 (De Nieuwe Zorg Thuis). 2.De tarieven per uur voor ondersteuning regie/zorg bedragen: € 29,40 (PGVZ), € 28,20 (T-zorg), € 28,80 (De Nieuwe Zorg Thuis). 3.Het bedrag voor schoonmaakondersteuning of ondersteuning regie/zorg als het pgb wordt besteed aan een persoon uit het sociaal netwerk of een persoon die niet als ZZP-er als bedoeld in artikel 1.1 van de Verordening wordt aangemerkt bedraagt € 15,00 per uur. Artikel3.3Ondersteuning en dagactiviteiten 1.Voor ondersteuning gelden de volgende tarieven per maand: Categorie Ondergrens in uren Bovengrens in uren Tarief per maand Middel 1 13 € 283,00 Zwaar 13 25 € 706,00 Intensief 25 e.v. Op basis van offerte 2.Voor ondersteuning speciaal gelden de volgende tarieven per maand: Categorie Ondergrens in uren Bovengrens in uren Tarief per maand Middel 1 10 € 380,00 Zwaar 10 20 € 933,00 Intensief 20 e.v. Op basis van offerte 3.Voor dagactiviteiten gelden de volgende tarieven per maand (exclusief vervoer) Categorie Ondergrens in dagdelen Bovengrens in dagdelen Tarief per maand Middel 1 29 € 544,00 Zwaar 29 41 € 1.324,00 Intensief 41 e.v. Op basis van offerte 4.Voor begeleiding gericht op zelfzorg bedraagt het tarief € 40,00 per uur. Artikel3.4Vervoer dagactiviteiten Voor vervoer dagactiviteiten gelden de volgende tarieven naar en van de locatie waar de dagactiviteiten worden geboden (eens per etmaal): zonder rolstoel € 8,00, met rolstoel € 20,
- Artikel3.5Kortdurend verblijf Voor kortdurend verblijf gelden de volgende tarieven per etmaal: Categorie Middel € 123,00, Categorie Zwaar € 170,00, Categorie Intensief € 253,
- Artikel3.6Financiële maatwerkvoorziening 1.De hoogte van de tegemoetkoming in de kosten voor: de verhuis- en herinrichtingskosten bedraagt € 2.714,12, het gebruik van een (eigen) auto bedraagt maximaal € 513,55 per jaar, het gebruik van een rolstoeltaxi bedraagt maximaal € 2.046,00 per jaar, het gebruik van een individuele taxi bedraagt maximaal € 1.365,71 per jaar. 2.Het college kan de hoogte van de tegemoetkoming in het eerste lid onder b, c, of d afstemmen op de samenvallende vervoersbehoefte van de echtgenoten of daarmee gelijkgestelden. 3.Vallen de vervoersbehoeften als bedoeld in het vorige lid samen, dan verstrekt het college slechts een keer het bedrag genoemd in het eerste lid onder b, c, of d. 4.Vallen de vervoersbehoeften als bedoeld in het vorige lid niet of slechts ten dele samen, dan kan aan elke bedoelde persoon een tegemoetkoming worden verstrekt welke tezamen niet meer bedragen dan 1,5 maal het bedrag genoemd in het eerste lid onder b, c, of d. HOOFDSTUK4TEGEMOETKOMING MEERKOSTEN Artikel4.1Doelgroep en aanvraag 1.De volgende personen kunnen aannemelijke meerkosten hebben in verband met een beperking of chronisch psychisch of psychosociaal probleem als de persoon in het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft: een maatwerkvoorziening, al dan niet in de vorm van een pgb ontvangt op grond van de Wmo 2015, zorg ontvangt op grond van de Wet langdurige zorg, anders dan intramuraal verblijf in een instelling, een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt op basis van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid, direct voorafgaande de pensioengerechtigde leeftijd een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontving op basis van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid, een uitkering ontvangt op grond van de Participatiewet en waarbij de arbeids- en re-integratieverplichtingen niet gelden omdat diegene volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, of de beschikking heeft over een aan hem toegekende geldige gehandicaptenparkeerkaart. 2.Het college verstrekt aan de persoon bedoeld in het eerste lid op aanvraag een tegemoetkoming ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie mits het jaarinkomen van de persoon niet hoger is dan 110% van de voor hem toepasselijke bijstandsnorm. 3.De aanvraag om een tegemoetkoming moet worden ingediend in het kalenderjaar waarop de aannemelijke kosten betrekking hebben. Artikel4.2Hoogte tegemoetkoming meerkosten De hoogte van de tegemoetkoming per kalenderjaar bedraagt € 250,
- Artikel4.3Uitbetaling tegemoetkoming De tegemoetkoming wordt uitbetaald nadat het college de aanvraag om de tegemoetkoming heeft toegekend. HOOFDSTUK5SLOTBEPALINGEN Artikel5.1Citeertitel en inwerkingtreding 1.Dit Besluit treedt in werking op 1 januari 2020 onder gelijktijdige intrekking van het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder, vastgesteld dd. 18 december
- 2.Dit Besluit wordt aangehaald als: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder
- Aldus vastgesteld in de vergadering van het college van burgemeester en wethouders van 17 december
- De secretaris, de burgemeester