Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Michielsgestel houdende nadere subsidieregels inzake peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (Nadere subsidieregels peuteropvang en VVE Sint-Michielsgestel 2020)Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Michielsgestel; gelet op de Algemene subsidieverordening Sint-Michielsgestel 2018; b e s l u i t : vast te stellen het Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sint-Michielsgestel houdende nadere subsidieregels inzake peuteropvang en voor- en vroegschoolse educatie (Nadere subsidieregels peuteropvang en VVE Sint-Michielsgestel 2020) Hoofdstuk1.Begripsomschrijvingen Artikel1.Begripsomschrijvingen In dit besluit wordt verstaan onder: aanvraagformulier: formulier waarmee de ouder de subsidie peuteropvang kan aanvragen; contract: de schriftelijke overeenkomst tussen de ouder en het kinderdagverblijf, waarin staat: naam, geboortedatum en adres van het kind, de uurprijs van de opvang, het aantal opvanguren per jaar, de datum dat de opvang ingaat, de einddatum en soort opvang; doelgroepkinderen: kinderen in de leeftijd van 2,5 tot 4 jaar die op basis van een indicatie van de GGD in aanmerking komen voor VVE; fiscale uurtarief: door het Rijk bepaalde maximale fiscale uurtarief voor kinderopvang, geldende voor het jaar waarvoor de aanvraag wordt gedaan; het Rijk: de overheid, in het bijzonder het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, waaronder de verantwoordelijkheid voor de kinderopvangtoeslag valt; inkomensafhankelijke eigen bijdrage: eigen bijdrage in de kosten voor de peuteropvang. De hoogte van de eigenbijdrage bedraagt het fiscale maximale uurtarief minus het vergoedingspercentage op basis van de VNG inkomenstabel 2020; kind: een in de gemeente Sint-Michielsgestel woonachtig kind in de leeftijd van 0 tot 13 jaar; kinderdagverblijf: in het landelijk register kinderopvang geregistreerde kinderopvangvoorziening, niet zijnde een gastouder of buitenschoolse opvang; kinderopvangtoeslag: de toeslag voor kinderopvang, die ouders kunnen aanvragen bij de Belastingdienst; LRK: Landelijk Register Kinderopvang, waarin alle geregistreerde kinderopvangvoorzieningen in Nederland staan; minimuminkomen: een inkomen dat niet hoger is dan 120% van de bijstandsnorm, waarbij geen rekening gehouden wordt met het kunnen delen van kosten als bedoeld in artikel 22a van de Participatiewet en geen rekening wordt gehouden met het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet; ouder: gezaghebbende ouder of verzorger van een kind; peuter: een kind in de leeftijd van 2 tot 4 jaar; VVE: voor- en vroegschoolse educatie, te weten het aanbod voor kinderen tot en met groep 2 van de basisschool, waarbij aan de hand van een VVE-programma, op gestructureerde en samenhangende wijze activiteiten worden aangeboden gericht op het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen op het gebied van rekenen, taal, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling; VVE-programma: erkend voorschools programma, opgenomen in de databank effectieve jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut; VVE-locatie: kinderopvangorganisatie die staat ingeschreven in het LRK met VVE in de gemeente Sint-Michielsgestel. Hoofdstuk2.Subsidie peuteropvang Artikel2.Doelgroep De subsidie wordt verstrekt aan een ouder van een peuter die gebruik maakt van peuteropvang. Artikel3.Aanspraak 1.Om voor subsidie in aanmerking te komen moet aan alle voorwaarden worden voldaan: de opvang wordt aangevraagd voor een peuter; de ouder heeft een contract met een kinderdagverblijf; de ouder heeft het aanvraagformulier volledig ingevuld; de ouder heeft geen recht op kinderopvangtoeslag. 2.In afwijking van het bepaalde in artikel 3, eerste lid, is verlening van peuteropvang na de vierde verjaardag mogelijk als: het kind nog niet naar de basisschool kan en verlenging noodzakelijk is voor de ontwikkeling van het kind dat blijkt uit een indicatie van de GGD, of het kind nog niet kan starten op de basisschool. Ter overbrugging naar het begin van de basisschool kan voor maximaal 6 weken nog peuteropvang worden afgenomen. Een verklaring van de aanbieder, waarmee de ouder een contract heeft, volstaat. Artikel4.Hoogte subsidie 1.De peuteropvang uren die voor een subsidie in aanmerking komen bedragen: maximaal 2 dagdelen; maximaal 7,25 uur per week; maximaal 40 weken per jaar. 2.De hoogte van de subsidie voor peuteropvang bedraagt een vergoeding tot het fiscale uurtarief minus een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. 3.De hoogte van de subsidie voor een ouder met een minimuminkomen bedraagt tot maximaal een uurtarief van € 9,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.