Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoorn 2020Zaaknummer: 1731840 Gelezen het voorstel van Zorg & Samenleving Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2020 en Financieel Besluit Wmo 2020 Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn besluit: De beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2020 vast te stellen; Het financieel Besluit Wmo 2020 vast te stellen; Het Besluit maatschappelijke ondersteuning 2016 per 1 januari 2020 in te laten trekken. te bepalen dat bovenstaand wordt bekendgemaakt: Niet van toepassing Aldus vastgesteld, 17 december 2019 College van burgemeester en wethouders de secretaris, de burgemeester, Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoorn 2020 Hoofdstukindeling: Hoofdstuk
(3)etmalen per week per kalenderjaar op deze zorg aangewezen. Er is sprake van (dreigende) overbelasting van de persoon die gebruikelijke zorg of mantelzorg aan de cliënt levert. De mantelzorger of ondersteuner de zorg tijdelijk wil onderbreken om rust te nemen. Er niemand is die tijdelijk de begeleiding of steun kan overnemen. En ook mantelzorgondersteuning vanuit de zorgverzekering niet afdoende is. Er is geen indicatie via de Wet langdurige zorg (Wlz). Indien de veiligheid van cliënt kan worden gewaarborgd, kan bij uitzondering kortdurend verblijf zonder individuele begeleiding en dagbesteding in het sociaal netwerk worden toegewezen. Artikel3.8Maatschappelijke opvang en Beschermd Wonen De ‘beleidsregels Maatschappelijke Opvang, Beschermd wonen en Beschermd Thuis’ zijn door de centrum-gemeente namens de Westfriese gemeenten (WF7) separaat vastgelegd. Artikel3.9Voorwaarden voor verstrekking van een tegemoetkoming voor een woonvoorziening Om te bewerkstelligen dat de woningaanpassing wordt uitgevoerd conform het programma van eisen en er aldus een adequate aanpassing wordt verstrekt, is een aantal voorwaarden gesteld om de toegekende tegemoetkoming ook daadwerkelijk uit te betalen. De voorwaarden moeten ook middels de beschikking aan de aanvrager en eventueel aan de woningeigenaar, als die niet de aanvrager is, worden bekendgemaakt. Het zijn immers de voorwaarden waaraan het besluit is gebonden. De volgende voorwaarden zijn van toepassing: Er mag niet reeds voorafgaand aan de beschikking een begin worden gemaakt met de uitvoering van de werkzaamheden waarop de financiële tegemoetkoming betrekking heeft, zonder vooraf-gaande schriftelijke toestemming van het college; Aan door het college aangewezen personen wordt door de eigenaar of huurder toegang verstrekt tot de woonruimte waar de woningaanpassing wordt aangebracht; Aan de onder b. genoemde personen wordt inzicht wordt geboden in bescheiden en tekeningen, welke betrekking hebben op de woningaanpassing; Aan de onder b. genoemde personen wordt gelegenheid geboden tot het controleren van de wo-ningaanpassing; Terstond na de voltooiing van de werkzaamheden doch uiterlijk binnen 12 maanden na het toeken-nen van de financiële tegemoetkoming verklaart de gerechtigde van de financiële tegemoetkoming aan het college dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid conform het programma van eisen (PvE); De gereedmelding is tevens een verzoek om vaststelling en uitbetaling van de financiële tegemoet-koming; De gereedmelding, gaat vergezeld van een verklaring dat bij het treffen van de voorzieningen is voldaan aan de voorwaarden waaronder de financiële tegemoetkoming is verleend. Alle rekeningen en betalingsbewijzen worden bijgevoegd. Artikel3.10Opstalverzekering. Bij het vergroten van de woning wordt er van uitgegaan dat de eigenaar van de woning zijn opstalverzekering aan de hogere herbouwwaarde van de woning aanpast. Artikel3.11Rolstoel Indien een rolstoel aan de hand van bijvoorbeeld verstrekkingsvorm Pgb wordt afgegeven dient aanvrager er voor zorg te dragen dat deze voldoet aan de Code Veilig Vervoer Rolstoelgebruikers (VVR) indien deze gebruikt gaat worden voor vervoer per taxi-bus of openbaar vervoer. Hoofdstuk4.Toegangs- en financieringsvormen tot een maatwerkvoorziening Artikel4.1Persoonsgebonden budget Vereiste Pgb-vaardigheden In aanvulling op artikel 6 lid 3 van de verordening omvat Pgb-vaardigheid onder meer de volgende on-derdelen: Kwaliteit van het persoonlijk budgetplan Financieel beheer Zorginhoudelijk beheer Werkgeverschap a. Kwaliteit van het persoonlijk budgetplan Een budgethouder is in staat om de doelstellingen en de resultaten, uit het perspectiefplan te kunnen vertalen in een persoonlijk budgetplan. De budgethouder zal voordat het pgb wordt toegekend een persoonlijk budgetplan moeten overleggen inclusief een daarbij horende zorgovereenkomst. Het invul-len van het persoonlijk budgetplan en zorgovereenkomst vereist bepaalde vaardigheden. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee die gesteld worden aan een budgethouder of beheer-der: Kennis van het doel van de Wmo 2015; Kennis hebben van beperkingen en stoornissen/ de hulpvraag; Kennis hebben om de juiste ondersteunende activiteiten in te zetten en hun omvang om de geformuleerde doelstellingen/resultaten te kunnen behalen; Kennis hebben van kosten in relatie tot de inzet van activiteiten; Zelf het pgb-plan/budgetplan hebben opgesteld/ingevuld; Kennis over hoe de zorgverlening te organiseren om resultaatafspraken te behalen; Beheersen van de Nederlandse taal in woord en geschrift. b. Financieel beheer Een budgethouders moet in staat zijn een administratie te kunnen voeren. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee: Kunnen ordenen; Facturen/declaraties kunnen controleren (passend binnen de zorgovereenkomst), accorderen en in-sturen; Inzicht hebben in het beschikbare en benodigde budget; Het budget voor de juiste doeleinden kunnen inzetten; Acties kunnen uitzetten bij externen indien iets verandert of niet correct loopt; Digitaal vaardig zijn. c. Zorginhoudelijk beheer In staat zijn om de doelstellingen in het ondersteuningsplan te volgen en te bewaken. Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee: Inzicht hebben in de activiteiten/ondersteuning die worden geleverd; Opzetten van een werkrooster; Inzicht hebben hoe deze ondersteuningsactiviteiten bijdragen aan de doelstellingen; Acties kunnen uitzetten om bij te sturen dan wel in te grijpen; In staat zijn om evaluatiegesprekken te voeren en de effecten te volgen en bij te sturen indien nodig; In staat zijn om de juiste hulpverleners te kiezen passend bij de doelstellingen; In staat zijn om afspraken te maken met de hulpverlener(s) en zorgovereenkomsten correct te kun-nen invullen en afsluiten; Aansturing en inwerken van de zorgverlener. d. Werkgeverschap (3 dagen ondersteuning of meer) De budgethouder moet in staat zijn de werkgeversverplichtingen voortkomend uit het pgb te kunnen vervullen (indien van toepassing). Deze vaardigheid brengt de volgende eisen mee: Het juiste type zorgovereenkomst kunnen kiezen. Het kunnen kiezen voor een arbeidsovereenkomst voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd. Het kunnen hanteren van wel/geen proeftijd. Via het portaal SVB ziekmeldingen kunnen doen en de gemeente te informeren. Doorbetalen van de hulpverlener bij ziekte. Overeenkomen van een correct uurtarief conform het wettelijk minimumloon. Correct hanteren van de opzegtermijn. Vereisten aan wettelijke vertegenwoordiger of gemachtigde als budgethouder: Als de budgethouder niet zelf het pgb kan beheren is het mogelijk een vertegenwoordiger aan te stellen die het budget beheert. De vertegenwoordiger kan een wettelijk vertegenwoordiger zijn of een gemachtigde. Aan de beheerder stellen we de volgende eisen: In de Wmo zijn de beheerder en de persoon die de ondersteuning levert niet dezelfde; In uitzonderlijke gevallen kan de medewerker van het gebiedsteam daar specifiek toestemming voor geven; De beheerder moet dezelfde pgb-vaardigheden in huis hebben als genoemd in lid 1; De beheerder toont aan dat ondanks de fysieke afstand van de budgethouder kan worden voldaan aan de taken een verantwoordelijkheden en woont op redelijke afstand; Als een toekomstig budgethouder een wettelijk vertegenwoordiger heeft kan deze ook als beheerder worden aangewezen; De beheerder van het pgb wordt niet uit het pgb betaald; Het aanstellen van een beheerder is een vrijwillige en bewuste keuze van de aanvrager en is niet onder druk van de beheerder gebeurd; De budgethouder heeft zelf de keuze gemaakt voor pgb ipv zorg in natura en niet de beheerder; De beheerder kennis heeft op het gebied van zowel financiën als zorgtaken; De beheerder mag zelf niet onder bewind staan; De beheerder mag niet meer dan 3 budgethouders bedienen. Artikel4.2Financiële tegemoetkoming Een financiële tegemoetkoming is een verstrekkingsvorm voor een maatwerkvoorziening. Het college kan een financiële tegemoetkoming ter beschikking stellen voor eenmalige pgb’s. Een financiële tegemoetkoming is een geldbedrag dat een cliënt wordt toegewezen als tegemoetkoming in de kosten die gemaakt worden om een geïndiceerde voorziening aan te schaffen. De financiële tegemoetkoming levert een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid en participatie van de inwoner, zonder dat deze kostendekkend hoeft te zijn. Aan een financiële tegemoetkoming zijn dezelfde kwaliteitseisen verbonden zoals deze gelden door levering van gecontracteerde partijen via zorg in natura. Artikel4.3Kwaliteit in te kopen ondersteuning bij verstrekkingsvorm Pgb De kwaliteit van de in te kopen of ingekochte ondersteuning is belangrijk om de doelen en resultaten die in het ondersteuningsplan zijn opgesteld effectief in te zetten en uiteindelijk tot een goed eindresultaat te leiden. In de wet is als basiseis geformuleerd dat de ondersteuning veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht moet worden verstrekt. De eisen zoals geformuleerd in de wet behoeft vertaling naar werkbare eisen, waarover duidelijke afspraken gemaakt kunnen worden. Om te kunnen spreken van goede kwaliteit van ondersteuning worden in aanvulling op artikel 9 van de verordening de volgende eisen gesteld: Basiseisen: Kan garanderen dat de ondersteuningscontinuïteit gewaarborgd is. De ondersteuning is tijdig en conform afspraak. De ondersteuning is afgestemd op de reële behoefte van de budgethouder en op andere vormen van zorg of hulp. De ondersteuning wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de budgethouder. De zorgverlener, budgethouder of budgetbeheerder heeft een actieve signaleringsplicht richting de gebiedsteams ten aanzien van veranderingen in de gezondheid (fysiek en psychisch), de sociale situatie en de behoefte van de budgethouder aan meer of andere zorg. De te leveren ondersteuning is vastgesteld in het perspectiefplan. De zorg of hulp leidt tot het behalen van de doelen en resultaten die beschreven staan in het perspectiefplan. De zorgverlener spreekt de taal van de budgethouder en er is een gelijkwaardige, volwassen relatie. De budgethouder heeft vertrouwen in de zorgverlener. De budgethouder kan zijn verhaal goed kwijt, de zorgverlener luistert en sluit aan bij de behoeften van de budgethouder. Er is ook oog voor alle levensgebieden, zoals de woon-, werk- en leefomgeving van de budgethouder. De budgethouder kan zijn familie en mantelzorger betrekken in de zorg, de zorgverlener houdt daar rekening mee. De budgethouder kan erop vertrouwen dat de zorgverlener de juiste expertise en ervaring heeft. Iedere zorgverlener heeft een Verklaring omtrent gedrag (VOG). Eisen voor niet-professionele ondersteuning: De zorgverlener is op de hoogte van de omgevingsfactoren. De zorgverlener voldoet aan de basiseisen. De zorgverlener heeft de juiste inzet of deskundigheid die verlangd wordt bij de zorgvraag. Eisen voor professionele ondersteuning: De zorgverlener voldoet aan de basiseisen. Is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel in het zorgdomein. Ondersteuning op HBO en WO niveau bij psychosociale problematiek, psychische problematiek (PSY), profiel 1; (licht) verstandelijke beperking ([L]VB), profiel 2; cognitieve achteruitgang/psychogeriatrische problematiek, profiel 3; a. lichamelijke beperking (LB), profiel 5a; b. lichamelijke beperking (LB-NAH), profiel 5b. c. beschermd thuis (BT), profiel 6 d. beschermd wonen (BW), profiel 7 De ondersteuning wordt geleverd met gekwalificeerd personeel, passend bij de behoeften en persoonskenmerken van de budgethouder. De zorgverlener draagt zorg voor scholing om medewerkers over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde kunnen (blijven) beschikken. In geval van een zzp-er draagt deze zelf de verantwoordelijkheid voor de hierboven geformuleerde eis. Medewerkers, indien van toepassing, zijn geregistreerd volgens de geldende beroepsregistratie. De zorgverlener draagt zorg voor het naleven van beroeps- en meldcodes door de medewerkers. De zorgverlener heeft een systematische kwaliteitsbewaking. De zorgverlener voldoet aan de landelijk geldende kwaliteitscriteria voor ingekochte zorg. De zorgverlener heeft de meldplicht om calamiteiten en geweld te melden aan gemeenten of inspectie voor gezondheidszorg. De zorgverlener heeft de verplichting om een vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen.
- Stelt via het perspectiefplan een plan van aanpak op hoe het resultaat gehaald gaat worden. Artikel4.4Pgb-toetsgesprek en een (tussentijdse) evaluatiegesprek door Gebiedsteams Het pgb-toetsgesprek is een goed middel om vooraf te beoordelen of de budgethouder en/of budgetbeheerder pgb-vaardig zijn en of het pgb juist besteed gaat worden. Een toekomstig budgethouder kan zich door de wijkteammedewerker laten informeren over de taken en verantwoordelijkheden als budgethouder. Alleen als de toekomstig budgethouder en de budgetbeheerder, als er sprake is van een vertegenwoordiger of gemachtigde, aanwezig zijn kan een pgb-toetsgesprek plaatsvinden. De eisen die gesteld worden voor een effectief pgb-toetsgesprek zijn: De toekomstig budgethouder mag altijd een onafhankelijk cliëntondersteuner meenemen. Voorafgaand aan het pgb-toetsgesprek ontvangt de toekomstig budgethouder of budgetbeheerder een checklist van de pgb-vaardigheden en van de kwaliteitseisen die gesteld worden aan de aanbieder. Voorafgaand aan het pgb-toetsgesprek ontvangt de toekomstig budgethouder of budgetbeheerder een format voor een persoonlijk budgetplan om in aan te geven hoe het pgb budget ingezet gaat worden door vermelding van de activiteiten en resultaten. Tijdens het pgb-toets gesprek neemt de toekomstig budgethouder een ingevulde zorgovereenkomst mee (model SVB). Het pgb-toets gesprek wordt vastgelegd in het ondersteuningsplan/perspectiefplan. De medewerker van het gebiedsteam mag besluiten een pgb-toets gesprek te houden in aanwezigheid van een tweede collega of een toezichthouder. Een evaluatiegesprek is noodzakelijk om te onderzoeken hoe de budgethouder en de zorgverlener werken aan de doelstelling. Tijdens een evaluatiegesprek kunnen de doelen bijgesteld worden en zo ook het budget. Uitgaande van een indicatietermijn van één jaar zou op de helft van de termijn een evaluatiegesprek moeten plaatsvinden teneinde nog te kunnen bijsturen op de doelen die gesteld zijn. Als na het eerste jaar blijkt dat ondersteuning nog nodig is kan het pgb gecontinueerd worden. Dit kan pas als vastgesteld is dat het pgb effectief is ingezet, de zorgverlener de juiste activiteiten levert en er geen budgetoverschrijding is. Pas dan kan een tweede indicatietermijn worden afgegeven voor twee jaar. Voor alle termijnen geldt: Op de helft van het indicatietermijn wordt door de wijkteammedewerker een evaluatiegesprek af-gesproken met de budgethouder/budgetbeheerder. Aan het eind van de indicatietermijn wordt er een evaluatiegesprek gehouden om vast te stellen de geleverde ondersteuning voortgezet, afgeschaald, opgehoogd of stopgezet kan worden. Artikel4.5Betalingen via een pgb De volgende uitgaven mogen worden betaald uit het pgb: facturen voor de geleverde zorg; uitbetaling van een zorgverlener woonachtig in Nederland, ingeschreven in de BRP; doorbetaling in het buitenland is alleen mogelijk voor persoonlijke begeleiding (Wmo), mits dit is opgenomen in het perspectiefplan en toestemming is verkregen middels een beschikking; eenmalige uitkering bij overlijden voor de periode van de dag van overlijden tot aan het einde van de desbetreffende maand. De volgende uitgaven mogen niet worden betaald uit het pgb (niet limitatief): maandlonen, al dan niet automatisch uitgekeerd reiskosten voor een hulpverlener kosten voor bemiddeling kosten voor het voeren van een pgb-administratie kosten voor het aanvragen van een VOG kosten voor het deelnemen aan overleggen in het kader van afstemmen en samenwerken met andere hulpverleners kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en/of beheren van het pgb. kosten voor het lidmaatschap van Per Saldo kosten voor het volgen van cursussen over het pgb kosten voor het bestellen van informatiemateriaal alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Wmo valt zorg en ondersteuning die onder een algemene voorziening en/of algemeen gebruikelijke voorzieningen vallen zoals maatschappelijke opvang. eigen bijdragen consumentenbestedingen zoals toegangskaartjes voor de stoomtram, musea of een fiets zorg die direct ingezet moet worden (crisishulp) kosten gemaakt vooraf aan de beschikkingsperiode zorg vanuit een algemene of een collectieve voorziening komt ondersteuning die niet of niet in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het beoogde resultaat. aanvullend Openbaar Vervoer (AOV) onkosten zoals postzegels, cadeautjes, telefoonkosten vrij besteedbaar c.q. verantwoordingsvrij bedrag eenmalige uitkering feestdagenvergoeding Artikel4.6Combinatie pgb en zorg in natura Wmo Om een goede sturing te houden op een afgegeven arrangement, kan het arrangement in de volgende vorm worden afgegeven: Als op meerdere resultaatgebieden één arrangement voor diensten (begeleiding, dagbesteding, respijtzorg en huishoudelijke ondersteuning) wordt samengesteld, heeft het de voorkeur dit in één vorm te verstrekken. Dit kan zijn of zorg in natura of in pgb. Artikel 7 lid 3 sub e van de verordening geeft de mogelijkheid hier van af te zien. Deze regeling is specifiek bedoeld voor cliënten welke al vóór 1 januari 2020 zowel een Wmo-maatwerkvoorziening in ZIN als Pgb ontvingen. Een fysieke voorziening zoals een hulpmiddel of woonvoorziening kan in een andere vorm worden verstrekt naast het hierboven genoemde arrangement van diensten. Hoofdstuk5Terug- en invordering Artikel5.1Terugvordering Onder verwijzing naar het bepaalde in artikel 11 van de verordening kan het college de navolgende, verstrekte maatwerkvoorzieningen, terugvorderen: financiële tegemoetkoming, persoonsgebonden budget, en/of het bedrag wat de gemeente aan een voorziening in natura heeft vergoed of verstrekt. Het college houdt zich het recht voor terug te vorderen bij een budgethouder, zijn budgetbeheerder of de aanbieder in geval van schuld of mede-schuld bij oneigenlijk gebruik, onrechtmatige besteding, misbruik of fraude. Artikel5.2Afzien van terugvordering Indien verwijtbaarheid aan de zijde van de cliënt ontbreekt, kan het college in individuele gevallen gedeeltelijk of geheel afzien van (verdere) terugvordering. In geval van dringende redenen kan het college in individuele gevallen tijdelijk of geheel afzien van (verdere) terugvordering. Bij dringende redenen moet gedacht worden aan (niet limitatieve) situaties als: het hebben van een levensbedreigende ziekte, of het hebben van (grote) schulden. Artikel5.3Afzien van (verdere) invordering Komt de cliënt te overlijden dan kan het college onderzoeken of de vordering op de nalatenschap kan worden verhaald. Op verzoek van de cliënt of van de schuldhulpverlener van de gemeente kan worden afgezien van (ver-dere) invordering als dit naar het oordeel van het college noodzakelijk is voor het tot stand laten komen van een schuldregeling. Van invordering kan niet worden afgezien als: de vordering is ontstaan als gevolg van fraude, onrechtmatig en/of verwijtbaar gedrag van de cliënt of diens echtgenoot of geregistreerd partner, of; medewerking van het college aan een schuldregeling is toegezegd en binnen twaalf maanden nadien geen regeling tot stand is gekomen. Artikel5.4Aflossing De vordering dient in een keer te worden terugbetaald. Is terugbetaling van de vordering in een keer niet mogelijk, dan vindt terugbetaling plaats in termijnen totdat het gehele verschuldigde bedrag is terugbetaald. Bij vaststelling van het termijnbedrag dient rekening te worden gehouden met de beslagvrije voet. Artikel5.5Teruggaaf hulpmiddel dat verstrekt is in de vorm van een pgb Als een hulpmiddel binnen de gestelde periode waarvoor het pgb is verstrekt niet langer wordt gebruikt dient dit binnen 30 dagen aan de gemeente te worden gemeld. Het bedrag van het pgb moet vervolgens naar rato worden terugbetaald, dan wel het hulpmiddel in eigendom aan de gemeenten te worden overgedragen. Hiervoor wordt geen vergoeding verstrekt. Bij verhuizing naar een andere gemeente dient het hulpmiddel zonder recht op enige vergoeding in eigendom aan de gemeente te worden overgedragen dan wel dient naar rato het bedrag van het pgb door de cliënt of door de gemeente van de nieuwe woonplaats te worden terugbetaald. In geval van overlijden van de aanvrager dienen de erven ofwel het bedrag naar rato terug te betalen of het hulpmiddel zonder recht op enige vergoeding in eigendom over te dragen aan de gemeente. De hoogte van het terug te betalen pgb wordt berekend door het aantal hele maanden vanaf het moment van niet gebruik tot aan het eind van de afschrijvingstermijn te delen door de voor het hulpmiddel van toepassing zijnde afschrijvingstermijn in maanden en deze breuk vervolgens te vermenigvuldigen met de hoogte van het oorspronkelijk verstrekte pgb. Artikel5.6Terugbetaling van meerwaarde De eigenaar/bewoner die een woonvoorziening heeft ontvangen die leidt tot waardestijging van de woning, dient bij verkoop van deze woning binnen een periode van 5 jaar na gereed melding van de voorziening, deze verkoop van de woning onverwijld aan het college te melden. De meerwaarde door de aangebrachte woonvoorziening van de woning dient volgens onderstaand afschrijvingsschema te worden terugbetaald tot een maximum van de kosten van de woonvoorziening. voor het eerste jaar: 100% van de meerwaarde; voor het tweede jaar: 80% van de meerwaarde; voor het derde jaar: 60% van de meerwaarde; voor het vierde jaar: 40% van de meerwaarde; voor het vijfde jaar: 20% van de meerwaarde. In alle gevallen verminderd met het percentage dat voor rekening van de eigenaar van de woonruimte is gebleven. Hoofdstuk6.Mantelzorgwaardering Artikel6.1Huishoudelijke Hulp Toelage voor mantelzorgers (HHT) 1.Algemeen De situatie van elke mantelzorger is anders. Soms geven zij mantelzorg aan hun kind(eren) of hun partner thuis, soms aan familie of vrienden die ergens anders wonen. Extra hulp kan het voor de mantelzorger makkelijker maken om werk en zorgen voor jezelf en een ander vol te houden. Daarom is er de huishoudelijke hulptoelage. Op die manier blijft er voor mantelzorgers ook tijd over voor andere dingen. Deze extra hulp voor 36 uur per jaar (gemiddeld 3 uur in de maand) kan bij hun thuis of bij degene die zij verzorgen kosteloos worden ingezet. De Westfriese gemeenten hebben hiertoe HHT bij een beperkt aantal aanbieders ingekocht. 2.Voorwaarden Mantelzorgers die in de regio Westfriesland wonen en minimaal 3 maanden voor 8 uur per week mantelzorg verlenen, kunnen de huishoudelijke hulptoelage aanvragen. De huishoudelijke hulptoelage kan ook aangevraagd worden door inwoners die (extra) huishoudelijke hulp willen. Het college beslist over de aanvraag van HHT, op basis van de genoemde voorwaarden.
- Kosten en eigen bijdrage Deze regeling is kosteloos. Er geldt geen eigen bijdrage. De HHT wordt vergoed door de gemeente. Artikel6.2Jaarlijkse mantelzorgwaardering Het college draagt zorg dat mantelzorgers een jaarlijks een blijk van waardering ontvangen voor hun inzet. Dit gebeurt door middel van: Waarderingsuitjes organiseren waar mantelzorgers in het zonnetje worden gezet en met wie inhoudelijke gesprekken worden gevoerd; Evenementen organiseren om mantelzorgers te waarderen, informeren, versterken en inzichten en gege-vens te delen; Uitgifte van het mantelzorgcompliment aan mantelzorgers via de webshop www.mantelzorghoorn.nl; Uitbesteding van bovenstaande taken aan de Omring. Het college ontvangt van de Omring een terugkoppeling over de uitgevoerde activiteiten. Op basis van vergaarde informatie kan de gemeente het mantelzorgbeleid te optimaliseren. Hoofdstuk7.Betrekken ingezeten bij beleid Artikel7.1Werkwijze betrekken ingezetenen bij het beleid Voor het betrekken van ingezetenen bij het beleid wordt aansluiting gezocht bij de reeds geldende gemeentelijke verordeningen Wmo en Jeugd. In de volgende bepalingen worden eisen gesteld met betrekking tot het inrichten van het betrekken van ingezetenen bij beleid. Ingezetenen en cliënten worden betrokken bij het beleid door middel van het Participatieplatform. Het Participatieplatform bestaat uit belangengroepen, cliëntenraden, vertegenwoordigers van onderwijs- en zorginstellingen, cliënten, cliëntvertegenwoordigers en inwoners. Het Participatieplatform wordt minimaal 3 keer per jaar uitgenodigd voor een bijeenkomst om het college te adviseren. Het college vraagt advies van het Participatieplatform inzake algemene beleidsnotities, verordeningen en beleidsregels die betrekking hebben op de Jeugdwet, Passend Onderwijs, de Participatiewet en het armoedebeleid. Het Participatieplatform kan het college ongevraagd advies geven. Verzoeken om advies worden tijdig gevraagd, tenminste 2 weken voor de bijeenkomst van het Participatieplatform Het college geeft desgevraagd een toelichting op de stukken. Het college kan zich daarbij laten verte-genwoordigen door een lid van het college of door een van haar ambtenaren. Het Participatieplatform voorziet de hen voorgelegde stukken van een gemotiveerd advies. Het college betrekt de adviezen in de besluitvorming en bij advisering aan de gemeenteraad. Van de bijeenkomst van het Participatieplatform wordt een verslag gemaakt dat ter kennisname aan het Participatieplatform wordt gestuurd. Hoofdstuk8.Meldingsregeling calamiteiten en geweld en toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid Artikel8.1Meldingsregeling calamiteiten en geweld Aanbieder meldt binnen 24 uur een calamiteit of geweldsincident bij de toezichthoudend ambtenaar, zie ook artikel 10 lid 2 van de verordening. De volgende informatie moet in ieder geval worden geleverd: NAW gegevens van de cliënt; betrokken zorgverleners; beschrijving van de feiten. De toezichthoudend ambtenaar en de professioneel zorgverlener stemmen de informatievoorziening, zowel intern als extern, binnen 72 uur met elkaar af. De toezichthoudende ambtenaar start indien nodig binnen 24 uur na het eerste contact tussen de melder en de toezichthouder een gemeentelijk onderzoek waarin de volgende informatie in kaart wordt gebracht: wie bij de aanbieder de calamiteit onderzoekt; de wijze waarop dit onderzoek wordt verricht; de analyse van basisoorzaken; de conclusie die naar aanleiding van dit onderzoek wordt getrokken; welke actie de aanbieder onderneemt naar aanleiding van de conclusie zoals in d genoemd; de beschrijving van de nazorg. de toezichthoudend ambtenaar en de aanbieder houden gedurende het onderzoek elkaar op de hoogte van de voortgang van de afhandeling van de calamiteit. de toezichthouder handelt indien nodig volgens Sociaal calamiteitenprotocol De toezichthoudend ambtenaar verstrekt een rapport over de calamiteit of geweldsincident aan het college. In het rapport geeft de toezichthoudend ambtenaar advies aan het college over de te nemen vervolgstappen. Tussen het college en de aanbieder en het gebiedsteam worden afspraken vastgelegd over de nazorg aan betrokken personen. Na publicatie van het onderzoek organiseert de gemeente een evaluatiebijeenkomst met de betrokken organisaties en instanties, met aandacht voor de communicatie, de tijdigheid, de informatiedeling en de kwaliteit van de bestaande afspraken. Artikel8.2Het toezicht op kwaliteit en/of rechtmatigheid van de ondersteuning Het toezicht wordt in onderstaande cyclus bewaakt: Conform het jaarplan van de regionale toezichthouder kwaliteit, rechtmatigheid en naleving worden er elk kwartaal/jaar een aantal dossiers steekproefsgewijs onderzocht. Bij twijfel over de kwaliteit van de zorgverlener kan een check worden gedaan bij de toezichthouder In het evaluatiegesprek wordt met de budgethouder en/of budgetbeheerder de kwaliteit getoetst van de ingezette ondersteuning aan de hand van de kwaliteitseisen vanuit de wet en vanuit de verordening en deze beleidsregels. Hoofdstuk9Klachtenregeling Artikel9.1Klachtenregeling. Voor de afhandeling van klachten van cliënten die betrekking hebben op de wijze van afhandeling van meldingen en aanvragen door de gemeente wordt aansluiting gezocht bij hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht. Voor afhandeling van klachten van cliënten met betrekking tot de resultaatafspraken zoals vastgelegd in het perspectiefplan wordt van cliënt verwacht dat deze hun beklag schriftelijk indienen bij de aanbieder. De aanbieders beschikken over een klachtenprocedure. In tweede instantie kan bij de cliëntenraad van de betreffende aanbieder een klacht worden ingediend. Indien cliënt geen gehoor vindt bij de aanbieder en diens cliëntenraad kan hij deze situatie schriftelijk voorleggen bij het gebiedsteam. Het gebiedsteam beschikt over een klachtenprotocol. Hoofdstuk10.Overige bepalingen Artikel10.1Inwerkingtreding en citeertitel Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2020 onder gelijktijdige intrekking van het Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Wmo gemeente Hoorn
- Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Hoorn
- Bijlage1:Normering huishoudelijke ondersteuning (HO) Hoorn Achtergrond De voorliggende ‘normering HO Hoorn’ is opgesteld na onderzoek door KPMG Plexus. Dit onderzoek vond plaats in de tweede helft van 2016 en bestond uit een expertgroep en observaties van professionals in de praktijk. Op deze manier is in beeld gebracht welke activiteiten HH kunnen omvatten voor de verschillende resultaatgebieden met de daarbij benodigde frequentie en gemiddelde tijdsbesteding. In het onderzoek is gewerkt met gemiddelde tijden. In zijn algemeenheid worden deze in Hoorn als acceptabel bevonden. Het uitgangspunt in de praktijk blijft het bieden van maatwerk, afgestemd op de individuele situatie van de cliënt. De CRvB is akkoord met dit KPMG-normenkader. De normtijden worden per week weergegeven uitgaande van volledige professionele overname. Een aantal taken zullen dagelijks moeten plaatsvinden, andere wekelijks of met een andere frequentie. De verschillende frequenties van de verschillende activiteiten zijn verwerkt in deze wekelijkse normtijden. Ook wordt inzicht gegeven in de belangrijkste factoren die tot meer tijd kunnen leiden. De frequentie per activiteit wordt in een aparte tabel weergegeven. Wanneer wordt geconstateerd dat er meer of minder tijd benodigd is, wat niet expliciet is beschreven, dan bestaat altijd de mogelijkheid de extra of verminderde tijd te verstrekken. Dit zal altijd goed moeten worden gemotiveerd. Maatwerk vanuit een individuele benadering staat voorop. Dit betekent dat in individuele cliëntsituaties moet worden bepaald: welke activiteiten (eventueel) niet of met een lagere frequentie of tijdbesteding door de professionele hulp uitgevoerd hoeven te worden (door eigen mogelijkheden van de cliënt of inzet van zijn/haar netwerk) en welke activiteiten (eventueel) om een hogere frequentie of tijdsbesteding van de professionele hulp vragen (op basis van kenmerken van de cliënt, zijn/haar huishouden en de omgeving rond het huis). Deze normering biedt een solide basis voor deze afweging. Natura en Persoonsgebonden budget De normering is voor zowel zorg in natura als voor het vaststellen van het persoonsgebonden budget de onderbouwing van het Hoornse beleid voor HO. Op deze wijze kan de gemeente duidelijk maken op welke concrete wijze invulling wordt gegeven aan het bereiken van de resultatengebieden binnen HO. Toepassing De normering dient als leidraad bij de intake door de aanbieder met de cliënt. Hiermee wordt in beeld gebracht wat de benodigde activiteiten zijn door inzet van HH. De verschillende resultaten waarvoor de maatstaf is uitgewerkt, zijn: Schoon en leefbaar huis Beschikken over schone was. Beschikken over boodschappen Beschikken over maaltijden. Tabel 2 Normtijden resultaatgebied Schoon en Leefbaar huis Een persoons huishouden meer persoons huishouden Minuten Minuten Schoon & leefbaar huis Licht huishoudelijk werk in huis: kamers opruimen 25 50 Schoon & leefbaar huis Licht huishoudelijk werk in huis: kamers opruimen 25 50 Stof afnemen, opruimen, afwassen en bed opmaken ⁺ Extra tijd van 30 minuten is gebruikelijk bij hoge vervuilingsgraad t.g.v. de beperking of de noodzaak van extra hygiëne ten gevolge van de aandoening. ⁺ Extra tijd van 15 minuten per kind jonger dan 5 jaar is gebruikelijk. Tabel 3 Normtijden resultaatgebied Schoon en Leefbaar huis Een persoons huishouden meer persoons huishouden Minuten Minuten Schoon & leefbaar huis Zwaar huishoudelijk werk: 100 150 Stofzuigen/nat afnemen/dweilen/soppen van sanitair en keuken/bedden verschonen ⁺ Extra tijd van 15 minuten is gebruikelijk per kind < 13 jaar ⁺ Extra tijd van 30 minuten is gebruikelijk bij hoge vervuilingsgraad t.g.v. de beperking of de noodzaak van extra hygiëne ten gevolge van de aandoening. ⁺ Extra tijd van 30 minuten is gebruikelijk bij hulphond ⁺ Extra tijd van 30 minuten bij huisdier is gebruikelijk in acute situatie Tabel 4 frequentie per activiteit Schoon en leefbaar huis Ruimte Basisactiviteit Expertnorm Ruimte Incidentele activiteit Expertnorm Woonkamer Stof afnemen hoog 1 x per 2 weken Woonkamer Gordijnen wassen 2 x per jaar Stof afnemen midden 1 x per week Reinigen lamellen / luxaflex 2 x per jaar Stof afnemen laag 1 x per week Ramen binnenzijde 4 x per jaar Opruimen 1 x per week Deuren/deurposten nat afdoen 1 x per 8 weken Stofzuigen 1 x per week Meubels afnemen (droog/nat) 1 x per 8 weken Dweilen 1 x per 2 weken Radiatoren afnemen 2 x per jaar Slaapkamer stof afnemen hoog 1 x per 6 weken Slaapkamer Gordijnen wassen 2 x per jaar Stof afnemen midden 1 x per week Reinigen lamellen / luxaflex 2 x per jaar Stof afnemen laag 1 x per week Ramen binnenzijde 4 x per jaar Opruimen 1 x per week Deuren/deurposten nat afdoen 1 x per 8 weken Stofzuigen 1 x per week Radiatoren afnemen 2 x per jaar Dweilen 1 x per 4 weken Keuken Gordijnen wassen 2 x per jaar Bed verschonen of opmaken 1 x per 2 weken Reinigen lamellen / luxaflex 3 x per jaar Keuken Stofzuigen 1 x per week Ramen binnenzijde 4 x per jaar Dweilen 1 x per week Deuren/deurposten nat afdoen 1 x per 8 weken Keukenblok (buitenzijde) inclusief Radiatoren afnemen 3 x per jaar tegelwand, kookplaat, spoelbak, koelkast, 1 x per week Keukenkastjes (binnenzijde) 2 x per jaar eventuele tafel Koelkast (binnenzijde) 1 x per maand* Keukenapparatuur (buitenzijde) 1 x per week Oven/magnetron (binnenzijde) 4 x per jaar Afval opruimen 1 x per week Vriezer los reinigen binnenzijde (ontdooid) 1 x per jaar Sanitair Badkamer schoonmaken 1 x per week Afzuigkap reinigen (binnenzijde) - 2 x per jaar Toilet schoonmaken 1 x per week vaatwasserbestendig Bij een meerpersoonshuishouden 2 x per week Hal Stof afnemen hoog 1 x per week Afzuigkap reinigen (binnenzijde) - 2 x per jaar Stof afnemen midden 1 x per week niet vaatwasserbestendig Stof afnemen laag 1 x per week Stofzuigen 1 x per week Bovenkant keukenkastjes 1 x per 6 weken Dweilen 1 x per 2 weken Tegelwand (los van keukenblok) 2 x per jaar Sanitair Deuren/deurposten nat afdoen 1 x per 8 weken Radiatoren afnemen 2 x per jaar Tegelwand badkamer afnemen 4 x per jaar Gordijnen wassen 2 x per jaar Ramen binnenzijde 4 x per jaar Reinigen lamellen / luxaflex 3 x per jaar Hal Trap stofzuigen 1 x per 4 weken Radiator afnemen 2 x per jaar Deuren/deurposten nat afdoen 1 x per 8 weken Balkon/raam beneden 4 x per jaar * Per bezoek wordt naast de activiteiten ook tijd besteed aan aankomst en vertrek, het pakken van materialen en sociaal contact met de cliënt. Tabel 5 Normtijden resultaatgebied Schone kleding & linnengoed Een persoons huishouden meer persoons huishouden Minuten Minuten Schone kleding & linnengoed 50 75 + Extra tijd (vaak 30 minuten) is gebruikelijk bij bijvoorbeeld de aanwezigheid van kinderen, bedlegerigheid, transpiratie/speeksel, chemo en situaties van incontinentie. Voor extra benodigde tijd is geen vaste lijst, dit is afhankelijk van de individuele situatie Tabel 6 Normtijden en frequenties resultaatgebied beschikken over voldoende levensmiddelen & het kunnen nuttigen van maaltijden beschikken over voldoende levensmiddelen & het kunnen nuttigen van maaltijden Een persoons huishouden Minuten Meer persoons huishouden Minuten Max. 210 minuten o.b.v. 7 dagen 30 minuten per dag Het opstellen van boodschappenlijst 1 x per week Het doen van de boodschappen 2 x per week Het opruimen van de boodschappen 2 x per week Het bereiden van broodmaaltijd Dagelijks Het opwarmen of klaarzetten van maaltijden Dagelijks Tabel 7 Normtijden resultaatgebied zorg voor kinderen onder de 6 jaar Zorg voor kinderen onder de 6 jaar Indien er sprake is van uitval van de ouder in een éénoudergezin, of beide ouders ondervinden beperkingen in de opvang en verzorging van de kinderen, wordt er eerst nagegaan of mantelzorg mogelijk is en wat andere de algemeen gebruikelijke/voorliggende voorzieningen kunnen opvangen. Indien de 1.Hoorn medewerker constateert dat deze niet aanwezig / niet toepasbaar zijn of zijn uitgeput, is bij uitval van de ouder in een éénoudergezin afhankelijk van de leeftijd en ontwikkeling van het kind, HH een mogelijke tijdelijke oplossing. Deze indicatie kan tot 40 uur per week afgegeven worden voor oppas en opvang van gezonde kinderen, voor maximaal 3 maanden, de periode waarin een eigen oplossing moet worden gevonden. Voor kinderen tot 6 jaar geldt: Naar bed brengen/uit bed halen 10 minuten per keer per kind 6 keer per 24 uur Wassen (incl. tanden poetsen) en kleden 30 minuten per dag per kind 2 keer per 24 uur Eten en/of drinken geven 30 minuten per broodmaaltijd 45 minuten per warme maaltijd Babyvoeding:flesje 30 minuten per keer Luier verschonen 10 minuten per keer 8 keer per 24 uur Naar school/crèche brengen 15 minuten per keer Tabel 8 Normtijden resultaatgebied dagelijkse organisatie van het huishouden Een persoons huishouden meer persoons huishouden Minuten Minuten Dagelijkse organisatie van het huishouden. 30 30