Verordening op de heffing en de invordering van lig-, kade- en terreingeld 2011De raad van de gemeente Doetinchem; gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1 december 2010; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en de onderdelen a en b van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening: Verordening op de heffing en de invordering van lig-, kade- en terreingeld 2011 Artikel1Belastbaar feit liggeld Onder de naam van liggeld wordt een recht geheven voor het gebruik met vaartuigen van gemeentelijk vaarwater of van gemeentelijke kaden, oevers, aanlegsteigers of meerpalen. Artikel2Belastingplichtig liggeld Belastingplichtige is degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruikmaakt of degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht. Daaronder te verstaan de schipper, de reder, de eigenaar van het schip, degene aan wie het schip in gebruik is gegeven, of degene die als vertegenwoordiger van één van dezen optreedt. Artikel3Maatstaf liggeld 1.Als grondslag voor de heffing gelden de gegevens, vermeld in de bij het vaartuig behorende meetbrief, waarbij onder maximumverplaatsing wordt aangenomen het aantal kubieke meters water dat wordt verplaatst bij de ingevolge genoemde meetbrief grootst toegelaten diepgang. 2.Bij gemis van een meetbrief of bij weigering om de meetbrief te vertonen, wordt de waterver-plaatsing door de met de invordering belastbare ambtenaar geschat en is de belasting naar die schatting verschuldigd, tenzij de belastingplichtige verkiest dat het vaartuig op zijn kosten door een deskundige, door burgemeester en wethouders aan te wijzen, wordt gemeten volgens de regels, daarvoor van rijkswege vastgesteld of nader vast te stellen. 3.Wanneer de belasting naar schatting is geheven en binnen twee maanden na de betaling daarvan een meetbrief wordt aangeboden, wordt, tenzij de schatting het gevolg was van weigering om het stuk te vertonen, het te veel berekende teruggegeven. Artikel4Belastingtarief liggeld 1.Het liggeld wordt telkenmale geheven voor het aanleggen van een vaartuig overeenkomstig artikel
- Zolang een vaartuig aangelegd blijft, wordt het geacht bij de aanvang van elk nieuw tijdvak van veertien dagen sinds het tijdstip van aanleggen, opnieuw te hebben aangelegd, tenzij gesloten water of ijsgang vertrek beletten. 2.Het liggeld bedraagt per kubieke meter waterverplaatsing, per veertien dagen € 0,13 3.Het liggeld kan ook bij wijze van abonnement worden voldaan. De abonnementen zijn geldig voor het ten tijde van de afgifte nog niet verlopen gedeelte van een kalenderjaar. Het deswege verschuldigde recht bedraagt per kubieke meter waterverplaatsing voor een abonnement, geldig: voor gebruik eenmaal per week € 0,72 voor gebruik tweemaal per week € 1,02 voor gebruik meer dan tweemaal per week € 1,02 vermeerderd met zoveel maal € 0,25 als het aantal malen per week boven het getal twee bedraagt, dat het abonnement kan worden gebruikt. 4.Voor de berekening van het bij wijze van abonnement verschuldigde liggeld wordt als waterverplaatsing aangenomen de gemiddelde waterverplaatsing van de bij de geabonneerde in gebruik zijnde vaartuigen. Artikel5Vrijstelling liggeld 1.Voor de berekening van het liggeld blijft buiten aanmerking het tijdvak vanaf 12 uur 's middags op de dag, onmiddellijk voorafgaande aan een zondag, tot 8 uur 's ochtends op de dag onmiddellijk volgende op die zondag. Met de zondag worden te dezen gelijkgesteld de nieuwjaarsdag, de christelijke tweede paas- en pinksterdag, de beide kerstdagen en de Hemelvaartsdag. 2.Geen liggeld wordt geheven voor bootjes die bij het vaartuig behoren en niet zelf geladen zijn alsmede voor politievaartuigen en de daarbij behorende roeiboten. Artikel6Belastbaar feit kadegeld Onder de naam van kadegeld wordt een recht geheven voor het gebruik van de openbare loswal als tijdelijke opslagplaats. Onder 'openbare loswal' wordt verstaan alle gemeentegrond langs de Oude IJssel, voor zover die niet aan derden in gebruik is gegeven. Artikel7Belastingplichtig kadegeld Belastingplichtige is degene aan wie de voor het gebruik van de grond vereiste toestemming is verleend. Artikel8Belastingtarief kadegeld 1.Het kadegeld bedraagt voor elke aangevraagde en toegestane m2: voor het eerst ingegane tijdvak van twee etmalen, gerekend vanaf het uur van ingang van de voor het gebruik van de grond vereiste toestemming € 0,13 voor elk volgend ingegaan tijdvak van drie etmalen € 0,13 met dien verstande dat de onder a en b bedoelde rechten tezamen ten minste bedragen € 1,50 2.Het kadegeld kan ook bij wijze van abonnement worden voldaan. De abonnementen zijn geldig voor het ten tijde van de afgifte nog niet verlopen gedeelte van een kalenderjaar. Het deswege verschuldigde recht bedraagt, per 50 m2 grondoppervlakte of een gedeelte daarvan, waarvoor een abonnement geldig is € 80,13 Artikel9Vrijstelling kadegeld Het bij artikel 5, eerste lid, omtrent de heffing van liggeld bepaalde, is mede op de heffing van kadegeld van toepassing. Artikel10Belastbaar feit terreingeld Onder de naam van terreingeld wordt een recht geheven inzake het al dan niet tijdelijk uitsluitend gebruik van openbare gemeentegrond, voor zover zodanig gebruik niet aan een andere gemeentelijke heffing is onderworpen. Artikel11Belastingplichtig terreingeld Belastingplichtige is degene aan wie de voor het gebruik van de grond vereiste toestemming is verleend. Artikel12Belastingtarief terreingeld (tijdelijk gebruik) Het terreingeld bedraagt voor elke aangevraagde en toegestane m2 voor uitsluitend tijdelijk gebruik van gemeentegrond: voor het eerste ingegane tijdvak van twee etmalen, gerekend vanaf het uur van ingang van de voor het gebruik van de grond vereiste toestemming € 0,18 voor elk volgend ingegaan tijdvak van drie etmalen € 0,18 met dien verstande dat de onder a en b bedoelde rechten tezamen minstens € 1,50 bedragen. Artikel13Belastingtarief terreingeld (blijvend gebruik) Het terreingeld bedraagt voor elke aangevraagde en toegestane m2 voor uitsluitend blijvend gebruik van gemeentegrond voor het plaatsen van definitieve voorwerpen, voor zover deze voorwerpen zich bevinden op of op minder dan 1.50 meter boven uitsluitend voor voetgangers bestemde openbare gemeentegrond, per m2 per jaar, € 45,91 Bij de berekening van het aantal m2 worden gedeelten van m2 naar boven afgerond. Artikel14Vrijstelling terreingeld 1.Het bij artikel 5, eerst lid, omtrent de heffing van liggeld bepaalde is mede op de heffing van terreingeld van toepassing. 2.Geen terreingeld wordt geheven voor het gebruik van openbare gemeentegrond wanneer sprake is van godsdienstige, levensbeschouwelijke of politieke activiteiten, dan wel van activiteiten ter behartiging van een liefdadig doel of van sociaal-culturele activiteiten. 3.Geen terreingeld wordt geheven voor het uitsluitend blijvend gebruik van openbare gemeente-grond voor het plaatsen van definitieve voorwerpen, voor zover deze voorwerpen zich bevinden op of op minder dan 1.50 meter boven uitsluitend voor voetgangers bestemde openbare gemeentegrond en voor zover het gaat om voorwerpen die worden aangebracht om gebouwen toegankelijk te laten zijn voor invaliden en invalide rolstoelgebruikers. Dit voor zover het gaat om per 1 januari 1997 bestaande gebouwen. Artikel15Overige bepalingen lig- of kadegeld Degene die het lig- of kadegeld bij wijze van abonnement wenst te voldoen, wendt zich tot de betrokken ambtenaar ter verkrijging van een abonnementskaart. Zodanige kaart wordt niet afgegeven dan na betaling van het deswege verschuldigde lig- of kadegeld. Artikel16Overige bepalingen kade- of terreingeld 1.Degene die enig aan de heffing van kade- of terreingeld, bedoeld in artikel 12, onderworpen gebruik wenst te maken van gemeentegrond, wendt zich tot de betrokken gemeenteambtenaar, ter verkrijging van de vereiste schriftelijke toestemming. 2.Degene die enig aan de heffing van terreingeld, bedoeld in artikel 13, onderworpen gebruik wenst te maken van gemeentegrond, wendt zich tot burgemeester en wethouders ter verkrijging van de vereiste schriftelijke toestemming. Artikel17Verbodsbepaling 1.Het is verboden gebruik te maken van enig kunstwerk of van gemeentegrond voordat de daarvoor ingevolge deze verordening verschuldigde rechten over het betrokken tijdvak aan de met de ontvangst van die rechten belaste ambtenaar zijn voldaan. 2.Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op het aan de heffing van liggeld onderworpen gebruik van enig kunstwerk over het eerste tijdvak van drie etmalen vanaf het tijdstip van aankomst van het vaartuig. Het te dier zake verschuldigde recht wordt door de belastingschuldige aan de met de ontvangst van het liggeld belaste ambtenaar betaald voor het einde van gemeld tijdvak en voor het vertrek van het vaartuig. 3.De bedoelde ambtenaar is bevoegd vroegere betaling te vorderen door aanbieding van een kwitantie. 4.De belastingschuldige is bevoegd de rechten over meer dan een aan de heffing onderworpen tijdvak gelijktijdig bij vooruitbetaling te voldoen. In dat geval worden de te veel betaalde rechten na het eindigen van het aan de heffing onderworpen gebruik tegen kwitantie terugbetaald. Artikel18Wijze van heffing Voor elke ontvangst van lig-, kade- of terreingeld wordt een kwitantie afgegeven. Artikel19Kwijtschelding Bij de invordering van lig-, kade- of terreingeld wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel20Tonen toestemming 1.De abonnementskaart, bedoeld in artikel 15, de toestemming, bedoeld in artikel 16, en de kwitantie, bedoeld in artikel 18, moeten op eerste vordering worden vertoond aan elke met het houden van toezicht op de betrokken kunstwerken of gronden of met de ontvangst van de in deze verordening bedoelde rechten belaste ambtenaar. 2.Bij niet-voldoening aan een vordering overeenkomstig het eerste lid tot vertoning van een schriftelijke toestemming, van een abonnementskaart of van een kwitantie, wordt geacht onderscheidenlijk geen toestemming verleend, geen abonnement verstrekt of geen recht betaald te zijn. Artikel21Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van lig-, kade- en terreingeld. Artikel23Overgangsrecht De Verordening lig-, kade- en terreingeld 2010 van 17 december 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 24, tweede lid, genoemde datum van ingang voor heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel24Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Artikel25citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Verordening lig-, kade- en terreingeld
- Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 9 december 2010, griffiervoorzitter