Besluit van de raad van de gemeente Aalsmeer tot vaststelling van de Verordening lijkbezorgingsrechten 2020 gemeente AalsmeerZaaknummer: Z19-075886 De raad van de gemeente Aalsmeer; gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de: Verordening lijkbezorgingsrechten 2020 gemeente Aalsmeer Artikel1Definities Deze verordening verstaat onder: begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats aan de Ophelialaan; particulier graf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk of een rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken; het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen crematorium en de daarbij behorende terreinen behorende bij de begraafplaats Zorgvlied te Amsterdam algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken of het doen bijzetten van asbussen; particulier urnengraf: een graf waarvoor voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen particuliere urnennis: een nis waarvoor voor bepaalde tijd het uitsluitend recht is verkregen tot het doen bijzetten en bijgezet houden van urnen; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; verstrooiingsplaats: een permanent daartoe bestemd terrein waarop as wordt verstrooid; gedenkteken: voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren; gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te gedenken; het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalsmeer; rechthebbende: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon die het uitsluitend recht heeft verkregen tot het doen begraven of het doen bijzetten in een particulier graf of een particulier urnengraf of particuliere urnennis; belanghebbende: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon die geregistreerd is als gebruiker van een algemeen graf. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaats en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de algemene begraafplaats. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Vrijstellingen De rechten worden niet geheven voor: het lichten van een lijk of asbus op rechterlijk gezag; het begraven of cremeren van levenloos geboren kinderen of van zuigelingen die met de overleden moeder in één kist worden begraven of gecremeerd. Artikel5Maatstaf van heffing en belastingtarief De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tabel genoemde eenheid voor een volle eenheid gerekend. Artikel6Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. In geval van afkoop van rechten voor meerdere jaren mogelijk is en door betaling ineens worden voldaan is het belastingtijdvak gelijk aan de periode waarvoor wordt afgekocht. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het belastingtijdvak in het jaar van aanvang van het gebruik gelijk aan het aantal in dat kalenderjaar nog aan te vangen kalendermaanden. Artikel7Wijze van heffing De onderhoudsrechten, in de tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd. Andere rechten dan onderhoudsrechten in de tarieventabel worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel8Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang van de jaarlijks verschuldigde rechten De onderhoudsrechten zijn verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor de rechten voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel9Ontstaan van belastingschuld voor de overige rechten Andere rechten als die bedoeld in de tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel10Termijn van betaling In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de aanslag voor het jaarlijks te betalen onderhoud genoemde rechten worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de eerste maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, minder is dan € 10.000,- en het om jaarlijks terugkerende onderhoudskosten gaat zoals voor het onderhoud van de begraafplaats en het onderhoud van de grafdekking en/of monumenten op eigen graven waarvoor vergunning is verleend en zolang de verschuldigde bedragen door een automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven in dat geval moeten de aanslagen worden betaald in negen opeenvolgende gelijke, met uitzondering van kleine afrondingsverschillen, maandelijkse termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later; De overige rechten moeten worden voldaan binnen 30 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van grafrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de grafrechten. Artikel13Inwerkingtreding en citeertitel De "Verordening op de heffing en invordering van de lijkbezorgingsrechten Aalsmeer 2019" van 13 december 2018 en eerdere verordeningen worden ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze verordening treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van bekendmaking. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.